Syrische activisten in België: Azzam Daboul, Latakia

Azzam Daaboul studeert bank en verzekeringen aan de universiteit van Latakia wanneer de opstand uitbreekt in maart 2011. Hij is één van de organisatoren van de allereerste protesten tegen het regime in Latakia, de machtsbasis van het Assad-regime. In Caïro zal hij later het Syrian Media Center oprichten, een nieuwssite van Syrische burgerjournalisten die over de revolutie en de oorlog berichten. Vandaag woont hij als vluchteling in Vilvoorde. Zijn familie bleef achter in Egypte.

Het gezin Daboul heeft het niet makkelijk. Vader kan na zijn arbeidsongeval niet meer werken en een verzekering hebben ze niet. ‘In Syrië zijn de kinderen onze verzekering, dus moet mijn grotere broer Azmi van school af om te gaan werken. Op zijn vijftiende gaat hij aan de slag als schrijnwerker’, zegt Azzam.

De familie heeft bovendien al verschillende generaties lang problemen met het regime. Azzam’s grootvader was lid van de Baath-partij van de president, maar stapte uit de partij toen de Syrische en Iraakse afdeling van partij splitsten. ‘Ze arresteerden hem. En toen mijn vader naar leger moest, arresteerden ze ook hem. Hij zat twee jaar in een ondergrondse gevangenis’, zegt Azzam. 

Januari 2011: pionierswerk

Begin januari 2011 – de opstanden in Tunesië, Egypte en Libië zijn al bezig – is Azzam de enige activist in Latakia, traditioneel de alawitische machtsbasis van het Assad-regime. Net daarom is er geen genade voor kritische stemmen. Onder Bashar Assad werden in Latakia vele mensen gearresteerd. Ze verdwenen om nooit meer op te duiken. In de stad is er niemand die contacten onderhoudt met buitenlandse journalisten. Die levensgevaarlijke verantwoordelijkheid neemt Azzam op zich. Er zijn nog een paar andere jongeren die kritische online artikels schrijven. Azzam is ook de enige video-activist. Hij laadt een videoboodschap aan alle Syriërs op op YouTube.

 

Maart 2011: verontwaardiging

In maart 2011 hoort Azzam van de gearresteerde en mishandelde kinderen in Der’aa. ‘Als Syriër, maar vooral als mens kan ik dat niet aanvaarden’, zegt hij. 25 maart 2011, de dag van de eerste demonstratie tegen het regime, is een dag die hij nooit zal vergeten. Duizenden mensen op straat, maar de euforie is van korte duur. Van het eerste moment vallen sluipschutters de betogers met wapens aan. Dat maakt de mensen net meer vastberaden. ‘We besluiten dat we niet zouden stoppen met demonstraties, niet naar huis zouden terugkeren, niet terug zouden gaan werken’, zegt Azzam. Hij begint video’s van de protesten op te laden. (hieronder een video van één van de eerste protesten in Latakia op 25 maart 2011; ‘selmiyeh’ betekent ‘vreedzaam’)

April 2011: vluchten

21 april 2011 is de volgende datum die in Azzam’s geheugen staat gegrift: de dag waarop hij moet vluchten. Een paar dagen eerder klopten de veiligheidsdiensten aan de deur van zijn huis. ‘Ik bedank God dat ik toen niet thuis was. Ik was op een demonstratie. Iedereen in de wijk weet dat ze naar mij op zoek zijn. De agenten hadden iedereen op straat gevraagd waar ons huis was, want we hebben geen straatnamen of huisnummers. Mijn ouders belden me: “Kom niet meer naar huis”. Sinds die dag ben ik nooit meer naar huis terug gekeerd’, zegt Azzam. 

Hij vlucht naar een andere stad, maar daar kennen mensen zijn grootvader. Hij kan er niet blijven. Hij wil zo ver mogelijk weg vluchten. Jordanië is ver van Latakia. Hij neemt de taxi ging naar Damascus en Amman. Onderweg is hij getuige van een massamoord. Activisten van Der’aa, aan de grens met Jordanië, blokkeren de autosnelweg met brandende autobanden. Azzam ziet hoe het leger aankomt en activisten doodschiet. De taxichauffeur, een Jordaniër, wil zo snel mogelijk voortmaken naar Amman.

Jordanië: doortocht

In Amman contacteert Azzam een jongeman waarmee hij als webdesigner samenwerkte. Zijn geld is te kostbaar om het op te doen aan hotels. Een vriend uit Latakia belt hem op. ‘Azzam, de Minister van Onderwijs heeft aan alle universiteiten in Syrië het bericht gestuurd dat jij een salafist en een terrorist bent en dat geen enkele universiteit je nog mag inschrijven’, zegt hij. Azzam kan nu niet terug naar Syrië en blijft verder reizen, tot in het zuiden van Jordanië. Daar neemt hij de boot van Aqaba tot Taba in de Egyptische Sinaïwoestijn. 

Egypte: een gevluchte activist

In Egypte worden zijn gespaarde Syrische ponden plots waardeloos. Banken weigeren ze in te wisselen voor Egyptische ponden omdat ze niet weten hoeveel de Syrische pond nog waard is. Gelukkig vindt Azzam iemand die hem naar Caïro wil brengen. In de Egyptische hoofdstad ontmoet hij andere Syrische activisten. Samen richten ze het Syrian Media Center op. Azzam begint workshops te geven over sociale netwerken en video-activisme. Ze organiseren demonstraties in Caïro.

Maar ook in Egypte blijkt het niet veilig om hun activiteiten verder te zetten. Azzam moet weer eens vluchten. Hoe en waarom hij naar België komt, kan hij niet onthullen. 

België: activist wordt vluchteling

Op 6 juni 2011 vraagt hij asiel aan in België. Pas negen verschrikkelijke maanden later ontvangt hij de uitnodiging voor het asielinterview. ‘Ze hadden me aan een opvangcentrum in Bastogne toegewezen, maar het leek Abu Ghraib wel. Ik sliep in een zaal vol vreemden, het eten was slecht, het stonk er overal, het was er vuil en we hadden geen sleutel om onze spullen op te bergen. Ik moest me de hele nacht vastklampen aan mijn rugzak met laptop en geld.’

Azzam houdt het er maar één nacht uit. Met de eerste trein trekt hij de volgende ochtend naar Geel, waar hij andere Syrische activisten kent. Na twee maanden vindt hij een appartement in Vilvoorde. Op 23 september 2012 krijgt hij een verblijfsvergunning. ‘Eindelijk veiligheid, maar mijn droom is studeren in Cambridge’, zegt Azzam. Die Britse droom weerhoudt hem er niet van om stevig aan zijn weg te timmeren in België. Azzam is amper 2 jaar in België en spreekt al vlot Nederlands, vond werk bij een IT-bedrijf en blijft actief voor de Syrische revolutie.

Toch is Azzam’s verhaal een voorbeeld van hoe de Syrische activisten van het eerste uur als vluchtelingen verspreid raakten. Veel van zijn energie gaat tegenwoordig immers naar het onderhouden van zijn ouders, die achterbleven in Egypte. Elke maand stuurt hij hen 1000 euro en houdt zelf nog amper iets over om te leven in België. ‘De prijzen zijn enorm gestegen in Egypte. En de Egyptenaren staan erg vijandig tegenover Syriërs. Soms vragen ze het dubbele van de normale prijs, gewoon omdat we Syriërs zijn. Ik ga me binnenkort achter het papierwerk zetten om mijn ouders naar België te halen’, zegt Azzam. Hij weet aan welke bureaucratische nachtmerrie hij zich waagt. Hij probeerde zijn broer Azmi al eens via legale manier naar België te halen. Dat verhaal lees je hier (scrol naar onder).

Pieter Stockmans

Azzam’s sociale mediakanelen:
Twitter account  
Website   
YouTube kanaal 

Bekijk hier het dossier Syriërs aan de grenzen van Europa.

 

Volg ons op en nodig ook je vrienden uit om mee te volgen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur