Tunisie Islaïque: tranen van verkiezingsgeluk, angst voor de toekomst

Amper 2 dagen geleden waren we getuige van een ontzagwekkende gebeurtenis: op 23 oktober  2011 koos 80% van de Tunesiërs via de stembus voor een nieuwe toekomst in Tunesië. Op dezelfde dag vertrok een vissersboot vanuit Zarzis (zuid-Tunesië) naar Lampedusa. De 80 Tunesiërs aan boord kozen voor een nieuwe toekomst in Europa. Voor hen is er geen plaats in de geschiedenisboeken, maar hun toekomst is even onzeker als die van de miljoenen landgenoten die ze in Tunesië achterlaten. Ook wij hebben Tunesië ingeruild voor de Middellandse Zee, de laatste rustplaats voor duizenden migranten op zoek naar vrijheid en geluk. Net zoals hen zijn wij onderweg naar Lampedusa, de Poort van Europa.

Tunesiërs verbaasden de wereld: eerst met hun revolutie, nu met hun overweldigende opkomst voor de verkiezingen. Twee staaltjes burgerzin die als voorbeeld dienen voor de andere landen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De hoge opkomst is, net zoals de demonstraties tijdens de revolutie, een signaal aan de toekomstige leiders: vanaf nu wordt de stem van het volk gehoord. Met deze eerste democratische verkiezingen voor een Grondwetgevende Vergadering wint Tunesië voor de tweede keer in minder dan een jaar tijd een plaats in de geschiedenisboeken.

Maar de politici winnen niet noodzakelijk het vertrouwen van de bevolking. De verschillende partijen staan voor de loodzware opdracht een minimum aan vertrouwen, grotendeels afwezig na een halve eeuw dictatuur, te herstellen. Dat vertrouwen is immers zowel een voorwaarde als een middel om voor alle Tunesiërs een beter leven te garanderen.

Klinkende overwinning voor islamisten

Het land staat voor een uitdagende toekomst. De 111 politieke partijen – een explosie van vrijheid na de jarenlange onderdrukking daarvan? – hadden allemaal hun antwoord klaar. Maar de islamistische partij an-Nahdha had het beste en snelste aanbod op de politieke markt. Ze boden een programma van Vrijheid, Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, en investeerden flink in marketing en promotie van hun campagne.

We zagen hen niet enkel op “de minuut” op televisie, waar elke partij regelmatig een minuut zendtijd kreeg om de kiezers te overtuigen met een korte boodschap, maar ook overal in het straatbeeld, in folders en ander promotiemateriaal met mooie layout, in druk bezochte verkiezingsmeetings, enz…  Verschillende burgers beschouwden dat als oneerlijk. Ze zagen hoe de andere partijen, sommigen maar pas ontstaan, politiek en financieel nog zwak stonden tegenover an-Nahdha. Aantijgingen dat an-Nahdha geld uit de Golf ontvangt, waren legio.

Niet iedereen stemde op de islamisten om dezelfde reden. Ook in het Vlaanderen van de jaren ’50 stemden veel kiezers op de Christelijke Volkspartij (CVP) omdat dat zo hoorde als goede katholiek. Ook zo in het Tunesië van 2011. “An-Nahdha had daarom een voordeel op de andere partijen” zei een verkoper in een bakkerij in de hoofdstad Tunis.

Toch haalde an-Nahdha te veel stemmen om hun succes enkel hieraan toe te schrijven. Mensen van alle achtergronden stemden voor de partij, ook vrouwen zonder hoofddoek of seculiere jongeren die simpelweg in hun programma geloven. Op verkiezingsdag ontmoetten we bijvoorbeeld een jonge DJ en een mensenrechtenactivist van de Ligue Tunisienne pour les Droits de l’Homme; beiden stemden voor An-Nahdha. Het wijst op een bevolking die zich thuis voelt bij een conservatieve partij. Maar meer dan de helft van de Tunesiërs stemde niet voor de islamisten. Dat signaal zal ook moeten gehoord worden.

Scheiding tussen moskee en staat

Voor de eerste keer sinds de onafhankelijkheid leggen de Tunesiërs een groot politiek gewicht bij de islamisten. De eerste resultaten geven de partij tot 60% van de stemmen in sommige districten, tot 40% in andere. Ze zijn goed op weg naar de helft van de zetels in de Grondwetgevende Vergadering. Dat an-Nahdha de hoofdrol zal spelen bij het schrijven van de nieuwe Grondwet van Tunesië, staat buiten kijf. Dit is historisch: het land dat jarenlang het secularisme als paradigma oplegde aan de hele bevolking zou nu wel eens kunnen overgaan tot een interventie van religie in de staat. De politieke islam waar an-Nahdha voor staat, zal de kans niet laten liggen om de islamitische traditie een plaats te geven in de nieuwe Grondwet.

Burgers die hun stem gaven aan an-Nahdha verwachten een verwijzing naar de islam in de politiek. Veel praktiserende moslims waren tijdens het regime van ex-president Ben Ali vervolgd en onderdrukt. Meisjes met hoofddoek mochten vaak de school of universiteit niet in. Gelovige jongens werden verhinderd om naar de moskee te gaan. Nu willen ze hun recht op geloof in het openbaar kunnen uiten.

Maar vele andere burgers, waaronder de communiste Refka Bouallagui én de gelovige Farah Samti, vrezen de opmars van de islamisten en voelen zich bedreigd in hun vrijheid. Zij vrezen dat het gewelddadige secularisme van het oude regime zal overslaan naar een religieus conservatisme dat binnendringt in de persoonlijke levenssfeer. “Dat zal zich zonder twijfel laten voelen in een grotere sociale controle op het naleven van islamitische tradities en regels en daar heb ik echt geen zin in” zei Refka.

Toch hoorden we veel mensen, ook seculieren (gelovigen en niet-gelovigen), die én het islamitische karakter van de samenleving én de keuzevrijheid voor iedereen benadrukken. Iedereen kijkt naar Tunesië, dat voor een derde keer geschiedenis kan schrijven met een duurzaam gedefinieerde relatie tussen moskee en staat, die de burgerrechten van elke Tunesiër respecteert.

Met de overweldigende overwinning van An-Nahdha is dat zo mogelijk een nog grotere uitdaging geworden. Op An-Nahdha weegt nu een uiterst zware verantwoordelijkheid om dit proces tot een goed einde te brengen. Zij zullen het signaal van de kiezer correct moeten interpreteren – er is een grote diversiteit binnen de groep An-Nahda stemmers – en moeten weerstaan aan de verleiding om het grote politieke gewicht te misbruiken

Rechtvaardigheid voor iedereen?

Naast religie gebruikte an-Nahdha een andere effectieve truc om het vertrouwen van de burgers te winnen. Ze trokken naar afgelegen gebieden om meer steun te zoeken. Door er simpelweg aanwezig te zijn en bovendien maatschappelijke hulp aan te bieden aan de armen kon an-Nahdha daar makkelijk op meer stemmen rekenen. Ook de moslimbroeders in het Midden-Oosten ontplooien dergelijke activiteiten van liefdadigheid. Sinds zijn oprichting was die beweging gericht op de lagere klassen en slachtoffers van discriminatie en uitsluiting.

In de onderontwikkelde regio’s van Tunesië bestaan er zoveel noden, dat eender welke maatschappelijke hulp verwelkomd wordt. Bovendien was het niet moeilijk voor an-Nahdha om de armen in Tunesië te vinden. Je moet niet meer dan kwartier vanaf het centrum van de hoofdstad rijden om bij onderontwikkelde wijken te komen. Doordat het oude regime enkel investeerde in het toerisme en de ontwikkeling van de kustregio’s is de ontwikkeling van die arme stadswijken en het platteland stopgezet

Toch sloeg zelfs An-Nahdha er niet om het vertrouwen van sommige Tunesiërs in de politiek te herstellen. De kloof is diep. Terwijl sommige Tunesiërs baden in rijkdom en de familie Ben Ali-Trabelsi honderden luxueuze hotels en discotheken aan de kust liet bouwen, leven en werken veel Tunesiërs nog steeds in primitieve omstandigheden. Wat te denken van Souad Ayari, een moeder die met haar drie kinderen in een garage woont, in een verwaarloosde buurt in de hoofdstad Tunis, en elke dag slaapt in de koude buitenlucht en overdag de stank van open riolering moet verdragen?

Of van de familie Hlayem, boeren op het platteland in Gafsa die rijk zou kunnen zijn met het grote stuk grond dat ze bezitten. Ze zijn toch arm omdat ze niet genoeg geld hebben om machines aan te kopen, of om de zelf gegraven waterput te verdiepen zodat ze met zuiverder water groenten en fruit kunnen verbouwen? En Radouan en zijn zoontje Haytham uit Ragouba, een informele wijk van Gafsa volledig gebouwd zonder bouwvergunning omdat de staat zich niet bekommert om hen?

En Aymen en Naim, twee jongens die twee maal 1000 dinar ophoestten om een levensgevaarlijke reis naar Lampedusa te betalen, om de last op de schouders van hun ouders te verlichten. Die verdienden niet eens genoeg om schoolboeken te betalen en sukkelen om de paar dinars die hun zonen nodig hebben om de bus naar school te betalen. Na twee mislukte Lampedusa-pogingen zitten ze opnieuw elke middag op het centrale pleintje van Kasserine, hun stad met 40% werkloosheid.

Een tweede “dégage”

Aymen en Naim zijn slechts twee van de miljoenen Tunesiërs die hun toekomst enkel in het buitenland zien. L’Europe blijft de ultieme droom voor veel jongeren die geen hoop op werk of geluk koesteren. Daarvoor moet L’Europe zelf opletten. De focus op investeringen in toerisme en de kustregio’s zal de snelheid van de boten richting Lampedusa niet remmen. Ontwikkelingshulp moet gebaseerd zijn op een objectieve inschatting van de toestand in het hele land.

Wij laten Tunesië achter ons, verrijkt door de hoop en dromen van tientallen mensen. De Tunesiërs zijn niet meer bezorgd om de dictatuur. Hun revolutie heeft het gevoel van vrijheid van een dalende trend naar een exponentiële groei omgezet. De Tunesiërs weten dat de macht nu opnieuw bij het volk ligt.

Toch doken amper 1 dag na de tranen van het verkiezingsgeluk ook angstgevoelens op: komt er nu minder vrijheid, nu de islamisten zoveel macht hebben gekregen? En gaven de seculiere jongeren hun stem en hun leven, om uiteindelijk de islamisten het land naar hun hand te laten zetten? Dat geluid hoorden we van Emel Mathlouti en tientallen andere betogers voor het Media Centrum van de verkiezingen in Tunis. Ook Refka Bouallagui zegt dat ze zich blij én triest voelt, maar zij geeft de schuld niet aan an-Nahdha: “Dat islamisten nu zulke grote hand zullen hebben in de nieuwe Grondwet van Tunesië, is de schuld van de verdeelde progressieve partijen!”

Of de angstgevoelens van een deel van de bevolking zullen ontploffen in een nieuwe demonstratiegolf, valt af te wachten. Maar we ontmoetten aanhangers van an-Nahdha die zelfs “Dégage” zouden roepen aan het adres van hun eigen partij indien ze zouden voelen dat die partij hen of andere Tunesiërs zou beginnen te onderdrukken. Dat ene woord heeft aan de bevolking een gevoel van ‘empowerment’ gegeven tegenover eender wie de macht heeft.

Majd Khalifeh
Pieter Stockmans


Dit artikel is onderdeel van het project “Tussen vrijheid en geluk”.
Dit project komt tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos. Info: www.fondspascaldecroos.be

 

Volg ons op en nodig ook je vrienden uit om mee te volgen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur