Van Kasserine naar Lampedusa en terug

Ayman Nasraoui (19) en Naim Rabhi (21) zitten met twee vriendinnen op het centrale plein van Kasserine, zuid-Tunesië. Ze doen wat stoer en speels. Ayman zit op Naim’s schoot. We vragen hen over vrijheid en geluk. “We probeerden al twee keer naar Lampedusa te gaan. De eerste keer zetten we voet aan wal op Italiaanse grond, maar stuurden de Italianen ons terug. De tweede keer geraakte ons bootje niet eens voorbij de Tunesische kustwacht.” In Kasserine, waar werkloosheid gezinnen ontwricht en waar de effecten van verwaarlozing en corruptie zichtbaar zijn in het straatbeeld – onverharde stofwegen, het ene onafgewerkte huis na het andere, vuilnis op straat – kost het ons welgeteld één gesprek om mensen te vinden die de reis naar Lampedusa ondernamen. Een willekeurige snapshot van een collectieve droom die duizenden mensen hier koesteren. Het duurt niet lang voor we begrijpen waarom.

  • (c) Xander Stockmans (c) Xander Stockmans
  • (c) Xander Stockmans (c) Xander Stockmans
  • (c) Xander Stockmans (c) Xander Stockmans
  • (c) Xander Stockmans (c) Xander Stockmans
  • (c) Pieter Stockmans (c) Pieter Stockmans
  • (c) Pieter Stockmans (c) Pieter Stockmans
  • (c) Pieter Stockmans (c) Pieter Stockmans
  • (c) Xander Stockmans (c) Xander Stockmans
  • (c) Xander Stockmans (c) Xander Stockmans
  • (c) Xander Stockmans (c) Xander Stockmans

Ayman en Naim zijn boezemvrienden. Ze lijken één en onafscheidelijk. Als we hen later op de dag op het pleintje ontmoeten, zijn ze minder stoer. We zien nu geen speelsheid, maar angst, schuldgevoel en verdriet in hun ogen. “Ik kom uit een gezin van 11: mijn ouders, 7 zussen en 2 broers” zegt Ayman. “Mijn vader heeft een kleine winkel, mijn moeder werkt niet. Ik zit in het voorlaatste jaar van mijn middelbare school. Onze financiële situatie creëert voortdurend spanningen binnen onze familie. Elke dag heb ik ruzie met mijn vader, niet omdat hij mij geen zakgeld geeft, maar omdat hij niet eens genoeg verdient om mijn schoolmateriaal te betalen. ‘Ga gewoon morgen niet naar school, ik heb geen geld om je bus ticket te betalen’ zegt hij elke dag.”

In het weekend werken Naim en Ayman samen in een café om hun school te kunnen betalen. Ze verdienen 6 dinar per dag. Het vervoer naar de school kost bijna een halve dinar. Eén schoolboek kost 40 dinar. “In februari 2011 begonnen we aan Lampedusa te denken”, zegt Naim. “We zagen Tunesiërs uit Europa terugkomen met verblijfspapieren. Dat maakte ons depressief en heeft ons het idee gegeven dit miserabele leven achter ons te laten. Iemand in onze wijk verwees ons naar een contactpersoon in Tunis. Die gaf me het nummer van een smokkelaar in Zarzis, aan de kust.”

(c) Xander Stockmans

 


“Ik verkocht alles wat ik had en dankzij de steun van mijn vrienden kon ik de smokkelaar betalen. 2000 dinar in totaal”, gaat Ayman verder. “Niemand van mijn familie wist van ons plan, zelfs mijn ouder niet. Pas toen we in Zarzis waren, vlak voor ons vertrek, belde ik mijn moeder op. Ik zei dat we al in Italië waren. Door de telefoon voelde ik haar hart in tweeën scheuren. De vernedering van mijn moeder deed me twijfelen over Lampedusa, maar Naim heeft me over de streep getrokken.” 14 februari 2011 om middernacht vertrok het bootje met 25 opvarenden, bijna allemaal Tunesiërs. Ayman en Naim kenden alleen elkaar. Ze waren samen alleen, op een boot met 23 vreemden. En de reis naar Lampedusa zouden ze alleen samen doen.

“Ik bevrijd mijn ouders van de last die ik voor hen ben”

“Iedereen aan boord had schrik. Heel de reis was het muisstil. Niemand durfde iets te zeggen. We keken elkaar in de ogen zonder een woord te wisselen. Ik had gehoord dat smokkelaars soms mensen in zee gooien als er problemen opduiken”, zegt Ayman. Waarom maakte hij de reis als hij wist dat hij kon sterven en hij nog op de middelbare school zit? “Voor jullie is dat moeilijk te begrijpen, maar ik kon niet eens schoolschriften kopen! We gebruikten oude schriften met hier en daar nog wat blanke pagina’s.” Naim’s motivatie klinkt nog tragischer: “Ik moet mijn ouders bevrijden van de last die ik voor hen ben. Ik moet geld verdienen, en hen geld sturen.” Ze dromen nu enkel van werk, niet van een goede, hogere opleiding.

(c) Pieter Stockmans

 

“Op zee begonnen we samen de Koran te bidden. We zijn geen praktiserende moslims, maar we waren zo bang en machteloos dat God als onze enige redding aanvoelde”, zegt Naim. Zes uur later verscheen het strand van Lampedusa aan de horizon. Op 100 meter van de kust dwong de smokkelaar de passagiers in het water te springen. Naim en Ayman kunnen zwemmen, maar Ayman’s schouder raakte uit de kom. “Ik moest gaan aanhangen bij Naim”, zegt Ayman. We begrijpen plots waarom de twee jongens de hele tijd dicht bij elkaar zitten, bijna op elkaars schoot, alsof ze de ervaring opnieuw beleven en bij elkaar geborgenheid en begrip zoeken. Ze beleefden samen intense momenten die enkel zij kunnen begrijpen.

Twee uur vrijheid, twee uur plannen voor de toekomst

“In Lampedusa hebben we 2 uur van vrijheid geproefd. We kwamen aan land en waren erop gebrand het eiland te gaan ontdekken. Ik herinner me mijn gedachten en dromen in die momenten. Mijn toekomst was als een film die ik in mijn hoofd afspeelde: een job vinden, geld beginnen sturen naar mijn familie, terugkeren naar Tunesië als ik genoeg gespaard had en misschien een huis bouwen in Kasserine. Maar dan kwam de politie.” Handen in de boeien en dromen aan diggelen. Naim en Ayman belandden 2 dagen in het gesloten centrum, om te wachten op een gedwongen verwijdering naar Tunesië.

(c) Pieter Stockmans

 

Daar informeerde niemand hen over hun rechten, over hun recht op een advocaat of hun recht asiel aan te vragen. “Het enige dat het personeel na twee dagen stilte tegen ons zei, was: ‘Kom nu mee, we zetten jullie op de boot naar Sfax” zei Ayman ons later aan de telefoon.

(c) Pieter Stockmans

 


Het Italiaanse schip bracht hen tot aan de haven van de Tunesische kuststad Sfax. De revolutie was nog bezig, dus de Tunesische politie was niet actief. “17 februari 2011 om 16 uur waren we terug in Tunesië. We waren amper drie dagen van huis weg geweest” zegt Naim. Pas aan wal in Sfax komen ze in aanraking met de Tunesische politie. Ayman probeerde te ontsnappen. “Ik wilde niet nog eens in de gevangenis belanden” zegt hij. “Maar de soldaten hielden me tegen en stampten me met hun voeten op mijn hoofd. Ik moest een operatie aan mijn oog ondergaan.” Hij toont ons zijn wonde aan zijn rechteroog.

De onverwoestbare Europese droom

“Onze ouders moesten ons in Sfax komen halen. Ze waren boos. Haal dat idee uit jullie hoofd, zeiden ze.” Uit angst en schaamte gingen Aymen en Naim een paar weken niet meer naar huis, tot ze zich verzoenden met hun ouders. Maar de droom, of de nood, bleef springlevend. Amper een maand later probeerden ze opnieuw naar Lampedusa te gaan. “Ik verkocht mijn motorfiets en leende geld bij al mijn vrienden”, zegt Naim. Ze moesten elk 2000 dinar bij elkaar schrapen. Dierbaar, maar weggesmeten geld: hun bootje geraakte niet verder dan de Tunesische kustwacht, op dat moment opnieuw actief onder andere onder Italiaanse druk. Een paar dagen later zaten Naim en Ayman opnieuw op het centrale pleintje in de dode stad Kasserine, aan de rand van de woestijn in zuid-Tunesië.

Tot vandaag hebben de jongens de droom niet opgegeven. Ze plannen nog steeds om naar Lampedusa te gaan. Ayman is plots emotioneler: “Het is onze enige uitweg. Ik ben dit leven beu! Ik ben Kasserine beu! Ik wil naar een ander leven!” Morgen zitten deze jongens waarschijnlijk weer stoer te grappen met lokale meisjes op het plein van Kasserine, maar in hun harten huist een verdriet, in hun hoofden een onverwoestbare Europese droom. Tenzij Europa eindelijk de bevolking van Tunesië steunt en niet hun autoritaire, corrupte leiders? Is het geen probleem voor Italië als een hele stad, of een hele regio met de Lampedusa-droom rondloopt?

(c) Xander Stockmans

 


Pieter Stockmans
Majd Khalifeh

Dit artikel is onderdeel van het project “Tussen vrijheid en geluk”.
Dit project komt tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos. Info: www.fondspascaldecroos.be

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur