Twee kleine wereldburgers

Het is lang geleden dat ik iets schreef van op een andere plek dan mijn vaste tafeltje in Le Foyer, met zicht op de bedrijvigheid in de keuken, en met de verhitte geur van het stof en de stad om me heen. Vandaag kijk ik van achter het raam in Westouter uit op de Catsberg, en naar de wolken die dik samen pakken boven de velden waar rijpe tarwe, bloeiende aardappelen en half-volgroeide maïs elkaar afwisselen. 

  • Catsberg Mijn uitzicht op de Catsberg Catsberg
  • Kadidia Mijn schoonzus Kadidia met haar dochters van 4 jaar en 4 maanden Kadidia
  • Bonen De bonen steken hun kopjes boven de aarde! Bonen
  • Appels Twee kleine wereldburgers rapen appels voor zeer Belgische appelmoes Appels

Dat uitzicht zal mij zeker geen weken lang bekoren maar voor even doet het goed. Twee vrolijke kinderen zien spelen onder dat grijze wolkendek doet daar nog een flinke schep boven op. ‘On dirait qu’il veut pleuvoir, maman, je suis content!’ Of hoe zelfs de Belgische miezer een zegen wordt door de ogen van een jongetje dat elk jaar weer acht maanden lang op de verlossing van de regen moet wachten…

Ons-kent-ons

Op een enkele positieve glimp na (zoals de start van de bouw van een eigen zonne-energiecentrale in Zagtouli, vlakbij Ouagadougou) bleef de socio-politieke toestand in Burkina Faso de voorbije weken toch vooral een zootje. De straffeloosheid en het ons-kent-ons is terug, in royale porties, en misschien wel sterker dan ooit. Dat is zo op het hoogste niveau, waar Gilbert Noël Ouedraogo, leider van de partij ADF-RDA, bondgenoot van Blaise Compaore en zijn CDP, ineens zetelt in de commissie die de nieuwe grondwet voor Burkina Faso moet uittekenen. De man die aan de zijde van Blaise de wijziging van het Art 37 wou doordrukken, mag vandaag dus mee beslissen over de constitutionele toekomst van het land. Het is het zoveelste manoeuvre in een hele reeks. De hele personeelsploeg van de nationale radio en televisie, die na 27 jaar Blaise eindelijk aan een onafhankelijke en kritische koers was begonnen, werd bedankt voor bewezen diensten en vervangen. De (voorwaardelijke) vrijlating van sleutelfiguren van de staatsgreep van september 2015 of van het regime Compaore gaat bovendien ook gewoon door. Steeds smalender wordt er in de straten van Ouagadougou gezegd dat nu alleen Diendere nog moet vrijkomen en dat we dan evengoed Blaise uit zijn ballingschap in Ivoorkust kunnen roepen ook.

Met een duwtje

Misschien nog schrijnender – want onzichtbaar en veel te onbesproken – zijn de wantoestanden van elke dag. De manier waarop twee weken lang jonge mensen als vee worden samengedreven voor de enkele loketten waar ze hun kandidatuur voor de concours publics kunnen indienen bijvoorbeeld: een job in de openbare administratie, en dus de belofte van een vast salaris waar je je niet dood voor hoeft te werken, is er echter alleen voor wie lange armen en goede connecties heeft. De manier waarop je zelfs in de rij voor vaccinaties iedereen voorbij mag steken als je maar goed gekleed gaat en iemand kent bij de directie is een ander voorbeeld. En je rijbewijs halen kan volgens de regels en dan vraagt het vele maanden en heel wat inspanningen om vroeg op te staan en geduldig in de rij te wachten tot het jouw beurt is voor tien minuten oefenen. Het kan ook ‘met een duwtje’ en dat is een publiek geheim: 25000 FCFA (ongeveer 40 euro) in een envelopje en drie dagen later ligt je rijbewijs voor je klaar, los van het feit of je nu wel of niet al eens achter het stuur hebt gezeten. Zo gaat het eigenlijk overal en altijd en het is er de voorbije maanden allesbehalve beter op geworden.

Buigen

Het is moeilijk om er niet voor te buigen. Soms dreigt het leven aan je voorbij te gaan als je je integriteit wil behouden. Wij wachtten anderhalve maand op de paspoorten van onze kinderen, een administratieve handeling die niet meer dan drie dagen in beslag zou mogen nemen. Toen zagen we onze langverwachte vakantie al van ons weg glijden. We schakelden dus een ‘hulplijn’ in en gaven ook die ‘een duwtje’. Twee dagen later was de klus al geklaard en konden we aan de slag met de visa-aanvragen.

Modderbaden

Het landbouwproject in Napamboumbou heeft Armel en mij de laatste weken meer dan eens letterlijk bloed, zweet en tranen gekost. De start van het regenseizoen maakte het laatste stuk weg naar ons stuk grond zo goed als onberijdbaar met een lichte moto en valpartijen en modderbaden waren dan ook meer dan eens het gevolg. De werken daar (een waterput, een huis, toiletten) liepen grote vertraging op en een hoop blunders en tegenslagen vergden het uiterste van ons geduld, begrip en incasseringsvermogen.

Van vijf naar tien

We konden de verhuis van mijn schoonbroer en zijn gezin bovendien onmogelijk langer uitstellen, want het begin van het regenseizoen is in Burkina Faso hét moment voor het zaaien van mais, bonen, sorghum en arachidenoten. Die gewassen vormen een flink stuk van het basisvoedsel van de Burkinabè en dus kunnen we dat seizoen echt niet mislopen. Omdat hun huis nog lang niet af was, en omdat er nog geen drinkwater was, kwam het hele gezin dan maar bij ons in huis wonen. Ons gezin ging zo van vijf ineens naar tien, rust en privacy stonden een maand lang op een heel laag pitje, en de vier kinderen werden één voor één verkouden en toen ze genezen waren, begon het gewoon nog eens opnieuw.

Een nieuw begin

De mix van gewoontes uit ‘le village’ en ‘la ville’ zorgde al eens voor pijnlijke maar meestal toch voor grappige en boeiende confrontaties. En voor de hoogspanning die al dat drukke samenleven af en toe creëerde, kregen we – en vooral ik – een warme band met een stukje van mijn Burkinabè familie in ruil. Bovendien was er ook nog Le Foyer, die plek waar niet alleen anderen, maar ook ikzelf toch zo vaak rust vind en mijn hart op haal aan muzikale ontdekkingen en fijne ontmoetingen.
Op de valreep kon het gezin dan toch nog net voor onze reis verhuizen naar het stukje land waarop ze hun - en een stuk van onze - toekomst gaan uitbouwen. Ik mocht nog zien hoe de bonen en de arachide hun kopjes boven de aarde uitstaken, en hoe mijn schoonzus Kadidia blij haar nieuwe stekje kon beginnen inrichten.

Om nooit meer te vergeten

Half juli kwam Armel alvast naar België, voor een korte toernee met Mabiisi, de muzikale ontmoeting tussen zijn rauwe rap en de traditionele kologo van zijn Ghanese ‘broer’ (‘mabiisi’ betekent zowel in het Mooré van Burkina Faso als in het Frafra van Noord-Ghana “kinderen van eenzelfde moeder”) Stevo Atambire. Een weekje later stapte ik op het vliegtuig, mét die twee kleintjes die hun ogen maar bleven uitkijken en urenlang de ene vraag aan de andere rijmden. Vliegen, op de roltrap stappen, met de trein rijden, champignons, veggieburgers en zachtgekookte eitjes eten, velden vol voederbieten ontdekken en groene weides zien met mollige zwart-witte koeien, … zowat alles is nieuw en anders. En toch. Al dat nieuwe en andere nemen zij gewoon in zich op, als mooi, als vanzelfsprekend, als om nooit meer te vergeten. Al wat ze nooit geproefd hebben, willen ze hier proeven, en daar volgt dan een goedkeurend ‘hm, c’est bon!’ op. Al wat ze niet kennen, proberen ze te begrijpen, tot over de grenzen van hun verbeelding heen. Geen haar op hun hoofd dat er al bij heeft stilgestaan dat er hier wel bijzonder veel ‘nassara’s’ rondlopen.

Beseffen hoe groot de kans is die ze hiermee krijgen, doen ze ongetwijfeld evenmin, en dat hoeft ook helemaal niet. Ik doe dat wel in hun plaats. Ik weet dat in dit soort van ontmoetingen de kiem ligt van een wereld met minder angst en haat en onvermogen. Meer begrip voor elkaar, meer passie voor wat anders is, meer dankbaar respect voor wat van jezelf is – dat weten hun papa en ik nu al wat langer. Het is een soms vermoeiende en vaak veeleisende maar meestal heerlijke en altijd wonderlijke dialoog. Ik gun het onze twee kleine wereldburgers van harte.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Sociaal ondernemer in Burkina Faso

    Mien De Graeve verhuisde in september 2012 naar Burkina Faso. Ze werkte er een jaar lang als vrijwilliger voor het online microfinancieringsplatform Zidisha.