Van een Thaise vuilnisbelt naar Japanse vuilnisbakken

Mijn broer en ik droomden jarenlang om het land van de rijzende zon op te zoeken, en dit jaar besloten van die droom werkelijkheid te maken. Hij kwam uit België. Ik vloog vanuit Thailand. Uiteraard zagen we Japan vanuit andere perspectieven. Terwijl mijn broer vooral Japan met België vergeleek, keek ik er naar met een Thaise bril.

  • © Wendy Wuyts Modern ontmoet oud in Kyoto © Wendy Wuyts
  • © Wendy Wuyts Constructie in Japanse natuur © Wendy Wuyts
  • © Wendy Wuyts Warme groene thee in ijskasten © Wendy Wuyts
  • Jason Yung (CC BY-NC-SA 2.0) Lucky cat Jason Yung (CC BY-NC-SA 2.0)
  • © Wendy Wuyts Takayama Teddybear Ecovillage © Wendy Wuyts
  • © Wendy Wuyts Shintoïsme zegt dat goden in bomen wonen. Deze Japanner begroet heilige bomen in Nikko. © Wendy Wuyts

Mijn broer is al jaren geboeid door anime, de gaming industry en samoerai, terwijl ik al jaren lees over shintoïsme, wabi sabi en grote fan ben van de films van Miyazaki.  Ik ben eigenlijk een beetje beschaamd dat ik voor mijn trip Japan als het meest eco-vriendelijke land beschouwde, omdat ik van het idee uit shintoïsme hield dat goden in de bomen, rivieren en zo leven. Zoals een kalverliefde zie je alleen de goede dingen in de ander.

Ik wist dat de Japanners van de kersenbloesems hielden. Zelfs in de Himalaya in Pakistan heb ik hordes Japanners gezien, ‘omdat ze de kersenbloesems daar wilden bewonderen’. Ik vond hun poëtische woorden voor “zonnelicht in regenschijn” en andere natuurlijke fenomenen die niet echt naar Nederlands vertaald kunnen worden. Uiteraard hoorde ik in Thailand professors in duurzaamheid vol bewondering praten over de Japanse technologie en de Japanse discipline om te sorteren. En oh ja, ook heb ik veel filmpjes over hun minimalistische levensstijl op youtube gezien.

Ik hoopte — zo naïef! – om in Japan wijze inzichten over natuur en hun cultuur te leren die ik later kon gebruiken in het implementeren van groene ideeën in mijn eigen werk en persoonlijk leven.

Opnieuw sorteren

Ook al voelde ik me al vanaf het eerste moment thuis in Japan, toch kon ik Japan niet echt vatten en dacht vaak aan de anekdote van een dame die ik jaren eerder in een trein in Noorwegen had ontmoet. ‘Hoe langer ik in Japan leefde, hoe minder ik er van begreep.’ Ik dacht dat ik Japan kende en wilde in de eerste dagen niet aanvaarden dat mijn idee over Japan slechts ideeën waren. Een product van fantasie en stereotypen uit reisbrochures en nieuwsmedia. Je kent het wel.

© Wendy Wuyts

Constructie in Japanse natuur

Bovendien kwamen mijn broer en ik uit twee andere landen en zagen we allebei Japan al anders. Ik moest in mijn hoofd een schakel omzetten wanneer ik ‘gedwongen werd terug te sorteren’, want na een klein half jaar in Thailand was dat toch een aanpassing om vuilnisbakken opnieuw te gebruiken.

Mijn broer had geen moeite om van een Vlaams naar Japans sorteersysteem over te schakelen, maar was dan veel meer dan ik laaiend enthousiast over het eten.

Thailanders houden van alles wat uit Japan komt: Japanse kunst, Japanse technologie, Japanse afvalbeheer, Japans dit, Japans dat. Japans eten in Thailand is even gemakkelijk te vinden als een frituur in Vlaanderen. Tock kopiëren — of importeren – de Thailanders bepaalde ideeën niet.

Consumptie en Lucky Cats

Wanneer ik tijdens mijn eerste dag in een kiosk thee bestelde, wees die vrouw naar de koelkast. ‘Gaan ze die ijsthee nu in een microgolf opwarmen?’ vroeg ik verbaasd aan mijn broer. Mijn broer begreep het sneller dan ik. ‘Nee, in de bovenste sectie bevinden zich de warme dranken.’

Warme groene thee in ijskasten (c) Wendy Wuyts

 

Uh? Pas na enkele seconden besefte ik dat deze koelkast een warm gedeelte had… en… dat ze warme thee in plastieken flesjes verkopen. Ik vond het eerst geniaal dat ze de ‘restwarmte van de koeling’ van het onderste gedeelte gebruiken om de warme thee in het bovenste gedeelte warm te houden, maar later wist ik niet zeker of het daadwerkelijk energie spaart. Plastiek is eigenlijk ook energie.

Ik besef heel snel — wat de Thailanders ook van de Japanners hebben, zeggen sommigen – dat ze verslaafd zijn aan plastiek.  Je verwart mensen in Thailand en Japan als je een plastieken zakje in de winkel weigert en zegt dat je jouw boodschappen wel in je rugzak kan steken.  Reduce, Reuse and Recycle.

In Japan zie je wat consumptie betekent. Ik heb nooit zoveel rommel en kitsch gezien. 

De Thailandse beslissingsmakers kijken wel jaloers naar de discipline van Japanners om al hun afval te sorteren, maar vergeten — net zoals de Japanners en ook de Vlamingen trouwens – dat de eerste R van reduceren is.  In Japan zie je wat consumptie betekent. Ik heb nooit zoveel rommel en kitsch gezien.

Normaal gezien hou ik niet van souvenir shopping, maar dit is de eerste grote reis van mijn broer, dus souvenir shopping is een deel. Hij is vooral op jacht naar gelukskatjes, een van de meest bekende talismannen in Japan. Het is een kat die met zijn rechter of linker arm wuift en geluk of rijkdom naar binnenhaalt.

Het is vaak van keramiek, dus leeg van binnen. Het verbaast me niet dat rijkdom en geluk in dezelfde adem genoemd worden. Alleen als je rijk bent, kan je trouwens veel rommel kopen. En hoeveel rommel we kunnen binnenhalen, bepaalt hoe gelukkig we ons kunnen noemen, is het niet?

Lucky cat, (c) Jason Yung (CC BY-NC-SA 2.0)

 

Gelukskatjes zijn voor mij kitsch verpakkingen van leegte, het perfecte symbool van de consumptiemaatschappij.

Begrensd

Ik begreep dat van die warme sectie in een koelkast niet snel, omdat ik begrensd ben. Je hebt trouwens grenzen in vele soorten. Het eerste wat een grens definieert, is dat alleen mensen grenzen maakt. Lijnen vind je niet terug in de natuur. Het tweede kenmerk is dat veel mensen niet ineens beseffen wat een grens is. Beetje ironisch, is het niet? 

Grenzen tussen landen, grenzen tussen gender, grenzen tussen inkomensklassen, grenzen tussen leeftijdsgroepen…  Zelfs de grenzen die onze comfortzones afbakenen, mogen weg. 

Veel mensen in Japan, Vlaanderen en Thailand klagen over energie tekort en stijgende energieprijzen, maar beseffen dan niet dat bepaalde energie, zoals fossiele grondstoffen waarmee sommige plastiek wordt gemaakt, niet oneindig is. De traditionele huizen in Japan zijn zeer mooi, maar de muren en ramen zijn zo dun als karton en laten veel warmte door. Goed, in die tijd waarin die huizen zijn gebouwd, wisten ze niet zoveel als nu, maar nu weten we toch dat alles op deze planeet grenzen heeft?  Het enige wat eigenlijk onbegrensd is zijn onze breinen, de mentale ruimtes.  

Ik geloof dat onze breinen oplossingen voor de huidige en toekomstige problemen kunnen vinden… als we ze eens meer zouden gebruiken en ook met andere breinen durven verbinden. Dat betekent dat we veel grenzen moeten opgeven die we zelf hebben gemaakt en in stand houden.

Grenzen tussen landen, grenzen tussen gender, grenzen tussen inkomensklassen, grenzen tussen leeftijdsgroepen…  Zelfs de grenzen die onze comfortzones afbakenen, mogen weg.

Zelfs normen moeten worden uitgedaagd. Warme thee uit plastieken flesjes was voor mij een cultuurschok die me kritischer maakte over energie en Japan. Alleen had ik dit inzicht nooit verworven als ik niet mijn luie stoel had verlaten om met Japanners beginnen te communiceren.

Innovatie gebeurt waar communicatie en diversiteit zijn.

Van bomenknuffelaar naar bonsai artiest

© Wendy Wuyts

Shintoïsme zegt dat goden in bomen wonen. Deze Japanner begroet heilige bomen in Nikko.

Vlak voor mijn afreis woonde ik een lezing bij over sociale ondernemingen in Thailand. Een anekdote van professor Yunus, de oprichter van de Grameen microkredietbank in Bangladesh en een Nobelprijswinnaar, raakte me toch. Hij noemde de arme mensen Bonsai bomen. Een bonsai is eigenlijk een boom die je in een pot houdt en daardoor klein en in een bepaalde vorm kneedt.

‘Er is niets verkeerd met het zaad, maar je limiteert de boom zodat het niet echt kan groeien,’ zei Yunus.  

In Japan hoor je meer drilboren dan vogels, omdat Japan verslaafd is aan constructie. Japanners zijn bonsai artiesten.

Ik herinnerde me toen ook een anekdote van Masanobu Fukoaka, de bedenker van natuurlijke landbouw die altijd predikte om met de natuur samen te werken en tegen de natuur te werken. Ook de films van Miyazaki, zoals Spirited Away en Princess Mononoke, waren kritiek tegen de Japanse drang om de natuur te controleren.  

Wanneer ik in een studentenhuis in Kyoto een oud artikel over ‘Silent Spring in Japan’ aantrof, besefte ik dat Japanners met hun bewondering voor kersenbloesems toch geen bomenknuffelaars waren zoals ik altijd had… gedroomd.

Silent Spring is een boek van Rachel Carson uit 1962, dat vaak als het begin van de milieubeweging in Amerika werd gezien. In dit boek beschreef Carson een lente waarin ze de vogels niet meer kan horen, omdat de pesticiden al het leven hebben vernietigd. In Japan hoor je meer drilboren dan vogels, omdat Japan verslaafd is aan constructie. Japanners zijn bonsai artiesten.

Is Thailand een Copycat van Japan?

Enkele weken terug bezocht ik samen met Japanse studenten van Kyoto University het eiland Koh Larn om daar ‘de limieten van een eiland te bestuderen’. Een van de eerste stops was een vuilnisbelt. Ik was al een tijdje in Thailand en het verbaasde me niet zo hard.

Later had ik een discussie met enkele Japanners waarom Thailanders niet betersorteren. De technologie bestaat, toch? De Japanners wisten zelfs dat hun overheid veel geld naar omliggende landen stuurden, maar dat omwille van “culturele redenen” de technologie niet geïmplementeerd kon worden of omdat de lokale infrastructuur en faciliteiten die technologie niet kunnen ondersteunen.

Ontwikkelingshulp is vaak een kat in een zak kopen. 

Ook in de les vertellen professoren vaak over Japan, maar ze voegen wel toe dat niet alles gekopieerd kan worden. Ze kunnen zelfs voorbeelden geven van bijvoorbeeld vuilniswagens die naar een gebied zonder infrastructuur werden gestuurd. ‘Hoe kan je met zo’n monster rijden als er geen wegen zijn?’

© Wendy Wuyts

Modern ontmoet oud in Kyoto

Zo ruimdenkend als Cheshire Cats

‘Thailand staat twintig jaar achter vergeleken met Japan’, zei een van hen op zijn laatste dag. Hij bedoelde het goed, maar ik weet niet of het waar is. Ook al importeren Thailanders veel ideeën van Japan, toch heeft Thailand andere kwaliteiten en ideeën waarvan Japan ook kan leren.

Intussen is elk land een mengelmoes van ‘culturen’. Zijn we niet allemaal copycats? 

Bovendien is elk land een mengelmoes van ‘culturen’. In Japan vind je ook McDonalds en Starbucks, waarin niet alleen westerse toeristen zitten. Een california roll die je in Japanse restaurants vindt, is eigenlijk een uitvinding van USA. In Thailand eten ze avocado’s uit Mexico en in Mexico eten ze misschien rijst uit Thailand. Zijn we niet allemaal copycats?

Het belangrijkste is eigenlijk dat we het juiste kopiëren, maar eerst moeten we vooral onze mentale ruimte verruimen, het enige dat geen grenzen heeft.

Het betekent dat we soms sterk genoeg moeten zijn om te beseffen dat huidige ideeën, zoals mijn idee over Japan, niet altijd kloppen.

Of beter. Mijn idee klopt, maar tegenstrijdige ideeën over Japan kloppen ook.  

‘Ik ben niet gek’, zei de Cheshire Kat in de avonturen van Alice in Wonderland. ‘Mijn realiteit is gewoon anders dan de jouwe.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Wendy Wuyts deed haar bachelor in geografie aan de Katholieke Universiteit van Leuven en haar Erasmus Mundus Master in Industrial Ecology aan de Universiteit van Graz (Oostenrijk), Asian Institute