Van gedienstigheid naar waardigheid

Luc Cortebeeck wees op de openingszitting van het derde IVV-Congres deze week al op de enorme vooruitgang die de afgelopen jaren internationaal werd geboekt rond voor het huispersoneel.  Al moest het Congres ook vaststellen dat nog een lange weg te gaan is, voor hun rechten en - zoals zuster Jeanne Devos het altijd uitdrukt – voor hun waardigheid. Een uitdaging die hier in vele gesprekken regelmatig terugkeerde.

  • Myrtle Witbooi, voorzitter IDWN; Elizabeth Tang, internationaal coördinator IDWN; Pia Stalpaert, voorzitter IDWN; Marc Leemans, voorzitter ACV; Luc Cortebeeck, erevoorzitter ACV; en uiteraard ook: zuster Jeanne Devos.

Luc Cortebeeck wees op de openingszitting  van het derde IVV-Congres deze week al op de enorme vooruitgang die de afgelopen jaren internationaal werd geboekt rond voor het huispersoneel.  Een verholen en onderschatte problematiek werd de laatste jaren door een samenspel van NGO’s en vakbonden op de agenda geplaatst.  Hetgeen leidde tot die baanbrekende IAO-conventie nr. 189 voor het huispersoneel, op de Internationale Arbeidsconferentie van 2011 (overigens – schande geklaagd – door België nog steeds niet door alle overheden geratificeerd).  En in het zog daarvan de oprichting van een heuse internationale vakbond voor het huispersoneel,  de International Domestics Workers Federation.  Al moest het Congres ook vaststellen dat nog een lange weg te gaan is, voor hun rechten en - zoals zuster Jeanne Devos het altijd uitdrukt – voor hun waardigheid; een uitdaging die hier in vele gesprekken regelmatig terugkeerde.

Het huispersoneel  kreeg hier trouwens een aparte workshop.   Maar was ook prominent aanwezig in de debatten nadien.  En in het IVV-actieprogramma dat voorligt voor de volgende vier jaar.

Jij bent veel te zwart om mijn moeder te zijn

Die workshop was opgehangen aan een reeks pakkende getuigenissen.   Waarbij vooral het verhaal van Myrtle Witbooi, de Zuid-Afrikaanse voorzitster van de nieuwe International Domestics Workers Federation, is blijven hangen.Tijdens de jaren ’80 , de jaren van apartheid, is Myrtle beginnen werken als huisarbeidster. Ver van haar eigen stad. Ver van haar kinderen. Om te zorgen voor de kinderen en het huishouden van haar baas. Zij vertelde dag en nacht te hebben doorgebracht aan het bed van de kinderen van haar baas, terwijl ze de eigen kinderen niet zag. Want een huisarbeidster moet immers 24 uur op 24 beschikbaar zijn. Op zondag hadden ze vier uren vrij, maar aangezien in die tijdspanne zwarten niet waren toegelaten op de bus, kon zij zelfs tijdens die vrije namiddag niet overhuis.

Zij figureerde als moeder van de kinderen van haar baas, tot die kinderen oud genoeg waren om te zeggen: “jij bent veel te zwart om mijn moeder te zijn”.  Godzijdank, getuigde Myrtle, heb ik een gezond stel hersenen. Al in de jaren van apartheid zette Myrtle zich in voor gelijke rechten voor huisarbeidsters. De zondagnamiddag bracht zij door in de garage van haar werkgever en hield zij bijeenkomsten met andere huisarbeidsters.  Hetgeen er uiteindelijk toe leidde dat ze samen een vakbond voor huispersoneel oprichtten. Ondertussen heeft Zuid-Afrika, als een van de eerste landen, de IAO-conventie nr. 189 geratificeerd en heeft de vakbond van Myrtleeen leidinggevende rol in het garanderen van gelijke rechten voor huispersoneel

Wereldwijde beweging

Identieke verhalen kregen we uit andere continenten. Een voor een  straffe verhalen van straffe vrouwen. En allemaal puzzelstukken van die grote, wereldwijde beweging voor de rechten én de waardigheid van het huispersoneel, door de voorbereidende besprekingen in de Internationale Arbeidsorganisatie en uiteraard door de IAO-conventie zelf, onomkeerbaar uit de schaduw gehaald. Met inmiddels ook een sterke internationale vakbondsfederatie, de IDWF, als jongste global union, met een volledig vrouwelijk secretariaat, gevestigd in Hongkong.  Het moedigt nationale vakbonden aan om huisarbeidsters te organiseren.

Dat moet, bracht Pia Stalpaert, voorzitter ACV Voeding & Diensten in in de workshop. Met een stevige oproep aan alle nationale vakbonden om hun rangen open te stellen voor de dienstboden en ze effectief te organiseren.  En dat kan, voegde ze er aan toe.  Met een concrete getuigenis over hoe ACV Voeding en Diensten dat tracht te doen. En daarin ook lukt. Dat je die werknemers niet zo gemakkelijk bereikt als in gewone bedrijven, mag geen excuus zijn.  Dat moet alleen maar een aansporing zijn om naar creatieve werkvormen te zoeken. 

Dienstencheques

Wij hebben reeds meer dan 50 jaar ervaring in het organiseren van huispersoneel, getuigde Pia. Maar het stelsel van de dienstencheques heeft het zeker in een stroomversnelling gebracht.  De laatste jaren zijn we er, dankzij de dienstencheques, in geslaagd om huisarbeidsters een volledig legaal statuut te geven.  Geen zwartwerk weer, maar een volwaardig statuut met volledige toegang tot de sociale zekerheid. Met volledige vakbondsrechten, want het dienstenchequebedrijf is een “normaal” bedrijf. De werknemers kunnen lid worden van de ondernemingsraad, syndicale afvaardiging en het comité voor preventie en bescherming op het werk.  Met een zachte wenk aan de andere nationale vakbonden om de meerwaarde van dit model ook eens te onderzoeken.  Immers, de relatie baas-dienstbode is doorbroken en niet het gezin isde baas, maar de cliënt. Hetgeen een totaal andere verhouding is geeft.  Het viel niet in dovemansoren.  Internationaal wordt de werking van ACV Voeding & Diensten trouwens al een poosje bekeken als inspirendegoodpractice.

De dag nadien kreeg de kwestie van het huispersoneel ook al een bijzonder centrale plaats op een andere workshop op het IVV-Congres over ontwikkelingshulp, met daarin (onze) zuster Jeanne Devos als opgemerkt spreker.

Geen reden tot defaitisme

Die workshop begon met een bevlogen, maar provocerend statement van Erik Solheim, sinds begin vorig jaar voorzitter van DAC, de ontwikkelingspoot van de OESO, voorheen Noors Minister van Milieu en Internationale Ontwikkeling. Er is geen reden tot defaitisme, stelde die. Geloof er in dat de dingen mondiaal ten goede kunnen veranderen.  Omdat het nu eenmaal dat is hetgeen aan het gebeuren is.  Van China tot Zuid-Amerika, en zelfs in grote delen van Afrika, werden de afgelopen jaren honderden miljoen mensen uit de armoede getild.

De levensverwachting, wellicht de belangrijkste graadmeter, is in heel wat landen spectaculair gestegen.  Er zijn landen, voegde die toe, waar op relatief korte tijd, babysterfte plaats moest ruimen voor het beschavingsprobleem van verkeersongevallenbabysterfte. En ook al zijn er achterblijvers, teveel achterblijvers, en ook al zouden de zaken sneller moeten vooruitgaan, gemiddeld gaan we er sterk op vooruit. En dan is het goed niet enkel naar de achtblijvers te kijken, maar ook naar de voortrekkers.  En dan zijn dat overwegend landen zegt hij met een sterk politiek leiderschap, maar die ook komaf maakten met de ML-benaderingen, met de ML van zowel marxistisch-leninistisch als de ML van markt-liberaal. Het zijn landen die tot een synthese wisten te komen van een sterke planmatige, toekomstgerichte benadering enerzijds en (gereguleerde) ruimte voor privé-investeringen anderzijds.  En die zich laten leiden door drie centrale objectieven. Eén, jobs, jobs, jobs.  Twee, tegengaan van grote ongelijkheden, want veel beter voor de economische ontwikkeling.  En drie, duurzaamheid, zorg voor klimaat en milieu.

Al stak Solheim niet onder stoelen of banken dat hij in zijn optimisme bewust wat overdreef. Maar dat is dan, sloot hij af, omdat zo’n benadering veel mobiliserender werkt.  Als je permanent blijft zeggen dat het alom treurnis is en dat het van kwaad naar erger gaat, dan voed je enkel het defaitisme. Erger, dan werk je de drooglegging van de ontwikkelingshulp in de hand: waarom nog geld stoppen in bodemloze vaten en hopeloze zaken?

Niet werkend voor, maar met de mensen

Zuster Jeanne gooide het over een andere boeg: over hoe ontwikkelingshulp vertrekt van de ontwikkeling van mensen. Met dan een concrete getuigenis over hoe ze dat in India hebben geprobeerd met de National Domestic Workers Movement, waarvan zij de coördinator is. Over hoe ze jarenlang hebben gevochten om die groep van onmondige, rechtenloze, onzichtbare werknemers een stem te geven.  Niet werkend voor, maar met de mensen.  Gestart met kleine groepen, waarin dienstboden vrijuit konden spreken, leerden spreken. Om van daar uit samen op te komen voor hun rechten. Collectieve solidariteit, stelde Jeanne, is de enige macht van de armen, de tegencultuur tegen de macht van uitbuiting en discriminatie.   En gaandeweg  hebben we ook beseft dat je dat best doet door je van NGO om te vormen tot een echte vakbond. Dat hebben we in India gedaan, maar dat hebben we met het IDWF internationaal ook gedaan.  Met  steun van het ACV, voegde ze er fijntjes aan toe.

Empoweren, eerder dan een projectmatige benadering

Met vervolgens ook een reeks wijze raadgevingen aan de actoren van de ontwikkelingshulp.  Die moet veel meer vertrekken van het empoweren van mensen via bewegingen en vakbonden, stelde ze, eerder dan een projectmatige benadering.  Omdat zo’n processen veel duurzamer zijn dan projecten.  Volgens Jeanne Devos zijn volgende elementen cruciaal in zo’n benadering.

  1. Inspanningen niet spreiden, maar focussen op bijzondere doelgroepen.  Niet in het minst ook omdat de uitbuiting focust.  Of het nu gaat om dienstboden, dan wel om garnalenpelsters of meisjes in call centers.
  2. Kristalheldere doelstellingen voor rechtvaardigheid en dus ook tegen onrechtvaardigheid.  Zoals Nobelprijswinnaar Amartya Sen al voorhield: wie armoede wil wegwerken zal ook de strijd met excessieve rijkdom moeten aangaan. Dat gaat hand in hand.
  3. Je werkt niet voor, maar met de armen.  Zoals we dat men de dienstboden van meet af aan hebben gedaan.  Hun persoonlijke bijdrage in het proces is essentieel.  Neem de armen serieus. Hun inbreng is onmisbaar en van onschatbare waarde.  Al is daartoe ook vereist dat sterk wordt geïnvesteerd in informatie en opleiding.  Dat moet in de ontwikkelingshulp veel centraler staan.
  4. Het gaat niet om goodwill, maar om rechten.  Rightsbased approach, heet dat in het internationale jargon.  Waarbij de arbeidsrechtenniet los tekoppelenzijn van het globalemensenrechtenvraagstuk, inclusief het recht op voedsel en water.
  5. Hou de genderdimensie altijd voor ogen in ontwikkelingshulp.  Vrouwen zijn de zwaarste slachtoffers van armoede, uitbuiting, seksueel geweld ook.

Recht doen aan het huispersoneel

He zinderde ’s avonds ook nog na op een druk bijgewoond speciaal event van het ACV in de marge van het IVV-Congres over de verdediging van vakbonds- en werknemersrechten, met een 110 aanwezigen, van over de hele wereld, maar nog het meest vanuit het Zuiden en het Oosten, getuigend van die jarenlange samenwerking van het ACV met de vakbonden daar.  Met daarin ook een opmerkelijke tussenkomst van Elizabeth Tang, de internationale coördinator van IDWN.  Met een stevige oproep aan alle vakbonden om  recht te doen aan het huispersoneel en zich wereldwijd het lot van de dienstboden aan te trekken.

Het werd afgerond met een mooie foto,  ter ondersteuning van die speciale band die het ACV heeft met de wereldwijde beweging voor waardigheid voor de dienstboden.   Op de foto:  Myrtle Witbooi, voorzitter IDWN;  Elizabeth Tang, internationaal coördinator IDWN; Pia Stalpaert, voorzitter IDWN; Marc Leemans, voorzitter ACV; Luc Cortebeeck, erevoorzitter ACV; en uiteraard ook: zuster Jeanne Devos.

Pia Stalpaert en Chris Serroyen

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de IAO

    Luc Cortebeeck is werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO/ILO), voorzitter van Wereldsolidariteit en adjunct-voorzitter van het Internationaal Vakverbo