Vrolijk lesgeven in het Vietnamese Da Nang

Terug naar de kern van lesgeven.

In het begin van mijn carrière als leraar in Da Nang nam ik alle lesopdrachten aan. Ik zag heel veel talencentra van binnenuit, van gerenommeerde mastodonten tot kleine achterafkamertjes, naast de keuken in een huis, de koters rond je heen.

  • © MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang) The advanced speaking class. Heel leuke bende en enorm leergierig. © MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang)
  • © MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang, juni 2016) De tweeling van mevrouw Nam en hun broertje. De meisjes waren ook leerlingen van mij. © MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang, juni 2016)
  • © MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang) Mevrouw Nam en ik op Teacher Day. In Vietnam zijn dergelijke dagen (net zoals Women's Day) heel belangrijk en wordt de gevierde categorie werkelijk gefêteerd en letterlijk in de bloemetjes gezet. © MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang)
  • © MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang) Uitzicht op Da Nang vanuit een van mijn leslokalen. © MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang)
  • © MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang) Een kerstfeestje met de onvermijdelijke karaoke. Ik geef eveneens les in een software bedrijf waar ik het personeel train in Engels. © MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang)
  • © MO*/Jonas Van Weerst (Hanoi) De graftombe van Ho Chi Minh - de geestelijke vader van het land - in Hanoi. © MO*/Jonas Van Weerst (Hanoi)
  • © MO*/Jonas Van Weerst (Kuala Lumpur) Kikkerperspectief van de beroemde Petronas torens in Kuala Lumpur. © MO*/Jonas Van Weerst (Kuala Lumpur)

De verwachtingen van Vietnamese managers van talencentra ten aanzien van westerse leerkrachten waren soms op zijn minst gezegd bizar. Als je westers en leraar was gingen heel wat managers ervan uit dat ze op een denkbeeldige knop moesten drukken en dat de spelletjes, lessenplannen, conversatie- oefeningen en kant en klare uitdagende, op maat gemaakte lessen uit je koker rolden. Je kon die dan nog stante pede toepassen in de klas. 

Neem bijvoorbeeld de dame die me mijn allereerste TEFL - Teaching English as a Foreign Language – opdracht gaf. Mevrouw Nam. Ze was eind de dertig, een koket geklede Vietnamese moeder van vier, begaan met het lot van de leerlingen van haar taalcentrum, snel sprekend en ze wist heel goed wat ze van een leerkracht verlangde.

© MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang, juni 2016)

De tweeling van mevrouw Nam en hun broertje. De meisjes waren ook leerlingen van mij.

Na een korte Facebook-chat mocht ik zomaar beginnen. Een les van anderhalf uur. Ze was verwonderd dat ik vroeg om vooraf kort samen te komen zodat we enkele zaken konden bespreken. Ik had immers vragen over mijn toekomstige leerlingen, over hun niveau van Engels, welke apparatuur ik ter beschikking had, of er lesboeken waren, of er überhaupt een lessenplan was. Ze schrok zich een bult.

Was het vanwege mijn professionalisme of was het omdat ik in dat gesprek nog niet over geld begon (dat interesseerde me in die fase nog niet), ik wist het niet. Toen het gesprek was afgelopen mocht ik beginnen. Ik geef er nog altijd les.

Na een paar weken lesgeven in het centrum, belde mevrouw Nam me op een ochtend op en vroeg of ik les kon geven die namiddag. Ze zat in de problemen, een lesgever had plots afgezegd. Ik vroeg waarover ik les diende te geven.

‘Ik weet het niet, dat moet jij toch weten?’ 

‘Ok, waar zitten ze in het handboek? Waarin zijn de leerlingen geïnteresseerd?’

‘Je kan je eigen ding doen’, was haar ontwijkende antwoord.

‘Ja maar, hebben ze al iets over jobs of over hobby’s gezien?’

‘Ik weet het niet, doe maar wat.’

‘Ik zal iets over hobby’s voorbereiden.’

Voilà, de voorbereiding, de te bereiken leerplandoelstellingen, het leerplan, het was allemaal besproken in ons korte gesprek.

Een unieke leeromgeving

Dat taalcentrum waar ik mijn carrière begon bevond zich in haar huis. Het huis had een typisch Vietnamese indeling met een grote living die uitkeek op de straat en waarin ’s nachts de brommers werden gestald. Een brede, statige trap domineerde de verdere indeling en was neergepoot in het midden van alles. De twee verdiepingen hadden veel kamers die allemaal heel ruim waren. Dit was een multifunctioneel huis, gebouwd voor een grote familie en voor een eventueel familiebedrijf, genre restaurant, koffiebar of een kopieercentrum. Een Vietnamees familiebedrijf kon alles zijn. 

© MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang)

Mevrouw Nam en ik op Teacher Day. In Vietnam zijn dergelijke dagen (net zoals Women’s Day) heel belangrijk en word de gevierde categorie werkelijk gefêteerd en letterlijk in de bloemetjes gezet.

Beneden ving de jongere zus wachtende studenten en kleutertjes op (er was een kleuterklasje dat Engels kreeg), de keuken was het domein van mevrouw Nams moeder en haar vier kinderen  (een meisje, een tweeling en jongetje) die voortdurend  aan de zijde van hun grootmoeder hingen. Haar vader zette de brommers van leerlingen en lesgevers ordentelijk voor het huis en haar echtgenoot verzorgde de technische kant van het taalcentrum. Dat kwam neer op de ventilatoren van de lokalen oplappen en de HDMI-kabels van de televisietoestellen versteken totdat ik verbinding met mijn laptop kreeg. Een van mijn vaste leslokalen lag naast de slaapkamer van het koppel, net onder de stockage ruimte.

Het was een gezellige boel, daar in het taalcentrum temeer omdat de studentenpopulatie van diverse pluimage was, van kleuters tot jongvolwassenen. Reken daar de opstijgende geuren van de keuken en het geschreeuw van peuters, kleuters, pagadders en jongvolwassenen bij en je merkte al gauw, dit was een unieke schoolbeleving. 

Bij mijn eerste demonstratie-les had de kwieke mevrouw Nam me geobserveerd en de eerlijkheid gebood me te zeggen dat ze aangenaam was verrast. De daaropvolgende lessen vergaarde ze feedback van mijn leerlingen en die was veelal positief, ik was nu eenmaal een enthousiaste en motiverende leerkracht. Ik mocht blijven en kreeg drie klassen: kleutertjes, tienjarigen en jongvolwassenen.

Een van de allerleukste zaken die ik beleef aan het lesgeven in Vietnam is de druk. Die is namelijk volledig weggevallen.

Lesgeven in kleine taalcentra gaf wel een aantal nadelen. Een klein nadeel was dat die huizen meestal geen airconditioning hadden en dat ventilatoren de ruimtes afkoelden. Die ventilatoren zorgden ervoor dat al je papieren wegwaaiden op het moment dat de ventilator zich naar jouw tafel draaide, ongeveer elke veertig seconden.

Minutieus bereidde ik mijn demonstratie les voor, op het maniakale af. Voor elke leerling had ik drie flashcards in elkaar geknutseld, telkens met een woord, een zinsconstructie en een grapje erop geprint. Zorgvuldig had ik die op elke zitplaats gelegd. Toen de leerlingen mondjesmaat binnenkwamen stak de assistente de twee ventilatoren aan en zorgde daardoor voor een didactisch inferno. De flashcards vlogen in het rond, mijn grapjes dwarrelden als sneeuw naar beneden, Engelstalige zinsconstructies lagen onder elke bank in plaats van erop.  De leerlingen hielpen die wel oprapen en bezorgden me die terug maar het kostte tijd, zenuwen en binnensmonds gevloek om alles opnieuw ‘les-klaar’ te krijgen. 

Nationaliteitswijziging

Voor mevrouw Nam zat echter een specifiek detail niet goed en dat was mijn nationaliteit. Dat was er één van een onbeduidend land waarvan ze nog nooit had gehoord.

België?

© MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang)

The advanced speaking class. Heel leuke bende en enorm leergierig.

In het Vietnamees Bi. Wanneer ik Bi verschillende keren na elkaar uitsprak, telkens met een andere toon (het Vietnamees heeft zeven tonen, aartsmoeilijk) gevolgd door ‘Belgium’, gebeurde het regelmatig dat men nog altijd niet wist wat mijn geboorteland was. Het land van Eden Hazard, Lukaku en Kompany? Dat werkte wel ogenblikkelijk. Zeker bij mijn jongere leerlingen, die zijn gek op voetbal.

Alhoewel een masterdiploma van een westerse universiteit en ervaring als lesgever zwaar doorwogen bij het krijgen van een lesopdracht in Vietnam, waren leerkrachten uit de Angelsaksische landen de meer geprefereerde lesgevers in het lokale onderwijslandschap. Dat zag je aan het salaris, dat een of twee dollar per uur hoger lag.

Bij mevrouw Nam speelde dat niet, zij beoordeelde motivatie, ervaring en kwalificaties. Desalniettemin had ze een vreemd verzoek.

‘Zonas, I believe in you, I want to work with you, you good with students, but can you please say that you’re from the United States? No Bi. You from US. Parents so scared! Thank you’.

Ik lachte, zei dat dit geen enkel probleem was en dat ik er zelfs nog een extra masterjaar in London aan wou toevoegen, Kings College leek me wel wat. Of mijn vader, die kon een Amerikaan zijn?

‘Not necessary, only US is ok’.

Ik had al gehoord van die ‘vrees’ die veel ouders van Vietnamese studenten hadden, dat een niet-Engelstalige lesgever hun kinderen vreemde en volledig verkeerde Engelstalige nonsens zou aanleren. Naar mijn mening maakte dat weinig uit want om Vietnamese leerlingen de typische en specifieke klanken van het Engels aan te leren moest je vooral een goed leerkracht en daarvoor niet perse Engelstalig zijn.

Voor volwassenen die communicatievaardigheden in business English (ik zeg maar wat) wilden leren was dat wellicht een ander verhaal maar bij jonge kinderen en jongvolwassenen hoefde dit niet. Integendeel, het vormde volgens mij zelfs een voordeel. Zelf had ik de Engelse taal geleerd, het was me aangeleerd door professionele lesgevers. Daardoor wist ik waar de obstakels van het Engels lagen en omdat ik die grammaticale en uitspraakkundige moeilijkheden heb moeten instuderen was ik in staat om het vanuit dergelijk perspectief over te brengen. Enkel de specifieke uitdrukkingen, de zogenaamde idioms, kende ik minder. Dat was niet zo van toepassing op de niveaus waaraan ik lesgaf, dat zat dus goed.

Lesgeven als kunst op zich

De vraag naar leerkrachten in Da Nang is zo groot dat selectie bij die kleine taalcentra heel dun is. Ik diende enkel mijn diploma’s, CV, certificaten en aanbevelingsbrieven door te mailen, verder niets. Ik gaf les aan kleutertjes en aan jonge kindjes en niemand die me om een criminal background check uit mijn geboorteland vroeg. Banken en de boekhouder deden dit wel, directeurs van taalcentra niet.  Ik kon een veroordeelde pedofiel zijn, geen hond die het zou weten. Angstaanjagend.

Vietnam is een land dat zich in een eeuwigdurend enthousiasme bevindt.

Een van de allerleukste zaken die ik beleef aan het lesgeven in Vietnam is het wegvallen van de druk. Dat kwam omdat er tal van stresserende factoren gewoonweg niet bestaan in de educatieve wereld waarin ik me voortaan bevond. Een opsomming van onderwijskundige fenomenen waar ik vaarwel aan zei:

Vaarwel leerplan, vaarwel lesvoorbereiding (alhoewel ik die wel maak, het is echter niet meer verplicht, ik handschrijf die schematisch uit in een klein schriftje), vaarwel stress voor de gevreesde doorlichting, vaarwel collega’s (wat wel jammer is), vaarwel homo- en xenofobe leerlingen, vaarwel druk vanwege niet behaalde leerplandoelstellingen, vaarwel verschrikkelijke bel, vaarwel vergaderingen, vaarwel directeur (alhoewel ik niet kon klagen over mijn directie in België), vaarwel leerling-opvolging, vaarwel evaluatie, vaarwel examens, vaarwel examenperiode, vaarwel examens verbeteren en zo kan ik nog wel even doorgaan met vaarwels.

Waar focus ik dan wel op? De evidentie zelve: op het pure lesgeven, op het omtoveren van informatie naar kennis en niet meer op tijdrovende, in-het-Vlaamse-onderwijs-gebetonneerde stressveroorzakers (waarvan er uiteraard een paar noodzakelijke bijzitten, dat hoor je me niet ontkennen).

Lesgeven, als kunst op zich.      

Lesgeven, als een vorm van theater.     

Lesgeven, als voorbereide improvisatie.        

Lesgeven, als bron van plezier.

Het kippenvelmoment wanneer ik een Vietnamees meisje de zin ‘I like to watch English movies’ perfect hoor uitspreken alhoewel die heel moeilijk is voor Aziaten.      

Het moment waarin ik jubel van innerlijk plezier wanneer de kleutertjes naar de juiste flashcard lopen wanneer ik hen het filmpje van een trein toon.  

Het moment wanneer mijn advanced speaking class - jongvolwassenen van begin de twintig -  mijn complex spreekspel begrijpen (ze moesten allemaal een surrealistische zin opschrijven die ze op een door mij gekozen moment in hun spreekbeurt dienden in te weven), uitstekend ten uitvoer brengen en we allemaal plat liggen van het lachen.

Die kippenvelmomenten had ik evenzeer in mijn Belgische klassen, begrijp me niet verkeerd. Ze werden echter voortdurend overschaduwd door de al tot in den treure geanalyseerde extra werklast. Die bestaat niet in Vietnam, toch niet in de taalcentra waarin ik lesgeef.

© MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang)

Uitzicht op Da Nang vanuit een van mijn leslokalen.

Verwarrende sollicitatiemomenten

Sollicitatiemomenten voor onderwijsfuncties en de aanloop naar die sollicitatiemomenten stonden bol van de verrassingen. De Facebook-groep van de buitenlanders in Da Nang bleek bijzonder efficiënt. Na een initiële post waarin ik mezelf als educatieve koopwaar aanprees, bleven de reacties van mensen met Vietnamese namen komen, recruiters of eigenaars van een English language centre. Met die namen begon ik dan te mailen.

Na heen-geschrijf van mijn kant en weer-geschrijf van de Vietnamese kant maakten we vervolgens een afspraak in het centrum van de stad, in de school zelf of in een voor ons beide nabijgelegen koffiehuis. Er waren duizenden koffiehuisjes in de stad en bij uitbreiding in het land.

Drie keer gebeurde het dat ik tegenover iemand zat die niet de persoon bleek te zijn waarvan ik dacht er een afspraak mee te hebben. Aangezien de informatie-uitwisseling tijdens de chatsessies altijd neerkwam op het hetzelfde liedje (voorstelling van het talencentrum, loon per uur, zoveel uren in de week, leeftijd en taalniveau van de kinderen) lette ik op het eind van het online gesprek niet meer op de namen. Daardoor haspelde ik de mails  en de Facebook-chats door elkaar en werden misverstanden geboren. 

Tijdens de initiële ‘fysieke’ afspraak spraken we ongeveer na vijf minuten over de locatie van het centrum of over het wekelijkse tijdstip van lesgeven en pas dan bleek dat er een pijnlijk haar in de boter lag.

Zo zat ik tegenover een mevrouw Anh terwijl ik een afspraak had met een mevrouw Thao of werd mister Son plots mijnheer Hanh. Een paar keer kwam ik ermee weg zonder dat de persoon het doorhad, een paar keer liep ik tegen de lamp.

Dan trakteerde ik op de koffie.

© MO*/Jonas Van Weerst (Kuala Lumpur)

Kikkerperspectief van de beroemde Petronas torens in Kuala Lumpur.

Vitaliteit

Het lesgeven in Vietnam was en is een unieke ervaring en gaf een mens enorm veel voldoening. Vietnam heeft een bijzonder jonge bevolking, de mediaan leeftijd is dertig jaar. Dat cijfer betekent dat er vijfenveertig miljoen Vietnamezen jonger dan dertig zijn en dat er vijfenveertig miljoen Vietnamezen ouder dan dertig zijn. Daar zit ook de hele grote groep van eenendertig, tweeëndertig enz… in. Vietnamese mannen en vrouwen trouwen jong - rond hun vierentwintigste - en maken snel en veel kinderen.

De overgrote meerderheid van de vrouwen is moeder en mannen zijn bijna allemaal vader. Voortdurend jonge mensen rond je heen hebben betekent een constante energie rondom jou, een land in eeuwigdurend enthousiasme.

Roepen, schreeuwen, lopen, gieren, lachen, fietsen, sprinten, Hello mister!, Goodbye mister!, gewuif, gewaai, lawaai, gehuil, gekrijs, geschater, actie, vitaliteit, ondernemingslust, energie, geflankeerd door een brandend voluntarisme … om Engels te leren.

© MO*/Jonas Van Weerst (Da Nang)

Een kerstfeestje met de onvermijdelijke karaoke. Ik geef eveneens les in een software bedrijf waar ik het personeel train in Engels.

Vreemde personages

Een geheel ander aspect van leven in een Aziatische stad in volle ontwikkeling was het leger van nieuwe mensen dat je leerde kennen. Sommige ontmoetingen mondden uit in vriendschappen, andere vervlakten in kennissenschap en een klein deel bezorgde je een kortstondig surreëel moment.

Ik had een dergelijke ontmoeting met Rick, een Amerikaan van begin de vijftig. Rick was een gepensioneerd Amerikaans militair. Hij zag er betrekkelijk jong uit, was op het eerste zicht beleefd alhoewel hij zich even laatdunkend uitliet over het IQ van een afwassende vrouw, kende de oorlogsgeschiedenis van het land heel goed, sprak snel en had een dik accent. Hij leek op de acteur Billy Bob Thornton. 

Ons moment duurde een tiental minuten, net genoeg voor het verwisselen van mijn platte band. Rick passeerde, hij had ook motorpech, zijn elektrisch contact deed het niet meer. We keuvelden even over zijn motor en dan deelde hij mij zijn plannen mee.

‘You German?’

‘No, Belgian.’

‘I knew it, there is some German in your English! I was in the military but stationed all my military career in Germany. Yeah, with the bad guys…’ (Lacht grimmig en praat Duits.) ‘By the way, my name is Rick. Nice to meet you.’

‘My name is Jonas, nice to meet you too Rick. Where are you from?’

‘California, but I lived my whole life in Hawaii. So, what are you doing here?’

‘Teaching. And you?’

‘I run a charity thing in Da Nang. Also trying to set up a business, but it’s hard.’

‘What kind of business?’

(Het was me niet duidelijk of de liefdadigheid en het bedrijf hetzelfde waren.)

‘I’m gonna set up a reptile farm, you know? Crocodiles, turtles, lizards, all kind of reptiles, you see.’

‘Yes, I see. Looks promising.’

‘Yeah, I’m gonna butcher them. For heir skin.’ (Kijkt me uitdagend aan)

‘Ah, nice.’

‘You know how I’m gonna do it? How I gonna collect al these reptiles?’

‘No, no idea.’

‘I’m gonna set up a pesticide company. Gonna catch rats, thousands of them. To feed the reptiles.’

‘That’s a very clever idea.’

‘Clever? Man, I’m gonna be rich! But here comes the catch…So I feed all the rats to the reptiles and the reptiles gonna produce shit, right?’

‘Yes, animals do that.’

‘Ha, funny guy! With the shit, I’m gonna fertilize land – farmland – and I’m gonna grow pumpkins, the biggest pumpkins of Vietnam! Pumpkins of 100 kilo’s! Enough to feed 100 Vietnamese!’

‘That’s very, very clever, waw, I didn’t see this coming.’

‘Yeah man, I’m gonna be rich! Gonna make millions! The first year already, maybe 300.000 dollar.’ 

‘Waw.’

‘Hey, you wanna grab a beer?’

‘Sorry Rick, I have a schedule to make, this flat tyre-thing has costed me an hour already. Have to teach in one hour. But thanks anyway.’

‘No problem, I gotta go too. Nice meeting you.’

‘Nice meeting you too, good luck with the business.’

‘You bet!’

Vreemde snuiters en lesgeven zonder extra-curriculaire stress. Wat moet een mens nog meer?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Op avontuur

    Jonas Van Weerst is een dertiger die, samen met zijn vriendin, besloten heeft om zijn job als leraar op te zeggen en te kiezen voor een avontuur in Vietnam. Of in Cambodja.