Het is ochtend in het Avondland

Waarheen leidt de weg?

© Kris Janssens

Cambodjanen lijken vaak onderweg te zijn met een belangrijke bestelling. Bij voorkeur iets dat twee of drie keer zo groot is als de motorfiets waar het mee vervoerd wordt

‘Waarom zo ver?’, vraagt de moeder van Kris Janssens tijdens een van hun wekelijkse Skypegesprekken. ‘Waarom zoek je het zo ver?’ Ze zou liever hebben dat hij weer naar huis komt. Dat zet hem aan het denken.

Toegegeven, ik ben een beetje op de dool. Dat wil zeggen: ik heb geen heel duidelijk toekomstplan. Niet in Cambodja, maar ook niet in België of in een ander land. God schept de dag en we ploeteren ons erdoor. En morgen is een andere dag. Het is een Cambodjaanse mentaliteit en intussen heb ik er ook een slag van weg.

Hoewel ik ook een groot twijfelaar ben. Ik twijfel aan alles. Ik ben me ervan bewust en ik probeer dat los te laten, maar ik merk toch dat de twijfel mij nog heel vaak in een greep houdt. Eerst ergens heel zeker van willen zijn, voor ik een stap durf te zetten.

Als kind had ik daar geen last van, dan deed ik maar, onbezonnen. Zo stond ik een hele “theatervoorstelling” te spelen, bij ons thuis op de vensterbank, met de overgordijnen als theaterdoek. Of ik sprak cassettebandjes vol voor een denkbeeldig publiek dat zogenaamd geïnteresseerd was om elk detail te horen over de autovakantie die ik maakte met mijn ouders en mijn boer. Dat zelfvertrouwen kreeg rond mijn elfde een knauw.

Een uurtje eenvoudigweg naar Cambodjaanse weggebruikers kijken, kan me instant vrolijk maken.

Toen ik later ik auditie deed in de hoop televisiepresentator te worden, wat toen mijn grote droom was, kreeg ik vaak de opmerking: ‘Je doet te hard je best’ of ‘Je ziet er zo braaf uit.' Wat haatte ik dat woord, “braaf”.

Nu begrijp ik beter wat ermee bedoeld werd. Door mijn grote getwijfel was mijn presentatie niet authentiek genoeg. Misschien ben ik daarom wel zo ver van huis, om hier op zoek te gaan naar die verloren spontaneïteit.

Als ik het even niet meer weet, ga ik hier aan de straatkant zitten. Een uurtje eenvoudigweg naar Cambodjaanse weggebruikers kijken, kan me instant vrolijk maken. Ik heb de indruk dat ook zij niet altijd weten waar ze naartoe gaan. En dat geeft troost. Ik probeer dan ook dat zorgeloze kind opnieuw naar boven te halen.

Uit mijn verste jeugdherinneringen kan ik nog een beeld opdiepen van een scharensliep, die bij ons door de straat kwam. Hier zie ik er ’s morgens vaak één voorbijfietsen tijdens zijn tocht langs restaurants, om er de grote keukenmessen bij te vijlen. Dat slijpen doet hij niet met een draaiend wiel, maar hij beweegt de messen over een puimsteen die vastgemaakt is aan een rekje naast zijn bagagedrager.

Cambodjanen lijken ook vaak onderweg te zijn met een belangrijke bestelling.

Als hij klaar is, brengt hij de messen tergend langzaam terug naar binnen, hij mankt ook een beetje, en mompelt een bedrag. 7000 riel, nog geen twee dollar, vraagt hij, voor een volledige messenset. Hij is er moe van geworden en aanvaardt dankbaar een gratis koffietje. Daarna stapt hij weer op zijn fiets en rijdt verder, altijd weer verder.

Cambodjanen lijken ook vaak onderweg te zijn met een belangrijke bestelling. Bij voorkeur iets dat twee of drie keer zo groot is als de motorfiets waar het mee vervoerd wordt. Een lange buis, bijvoorbeeld, of buigzame metalen latten die over de schouder van de bestuurder hangen en achter zijn rug over de grond slepen. Aan het uiteinde is een plastic zakje vastgeknoopt. Zo kunnen andere weggebruikers inschatten hoeveel afstand ze moeten houden.

Je staat er versteld van hoeveel je op een bagagedrager van een brommer kwijt kan. Als je de poten op de juiste manier bijéén bindt, past er zelfs een koe op. Een Cambodjaanse weliswaar, die zijn een stuk smaller dan onze dikbillen. Om zo’n transport mooi in beeld te brengen, gaan fotografen meestal achter de brommer staan, zodat je de bijzondere lading op de voorgrond ziet, tegen de rug van de motorrijder.

Ik let vooral op het gezicht van de bestuurder. Vaak zie ik dan een gespannen blik van iemand die zijn opdracht heel ernstig neemt. Een vanzelfsprekendheid ook: ‘Dit moet naar de andere kant van de stad, ook al is mijn brommer er drie maten te klein voor’.

Soms komt er een passagier aan te pas. Die houdt dan bijvoorbeeld een metershoge spiegel voor zich, zodat hij voortdurend naar zichzelf kijkt, maar niet kan zien waar zijn kompaan naartoe rijdt. Ik kan dan weer wél de reflectie van zijn gezicht zien, wat vreemd is, want van wegrijdende motorrijders zie je meestal enkel de rug.

Maar mijn favoriet in deze categorie is het transport van ladders, op zich al het symbool van kolder en slapstick. Cambodjanen zijn er zó vaak mee onderweg, dat het mij intrigeert. Ik bedoel, je kan toch niet elke dag je plafond opnieuw schilderen of een kadertje aan een hoge muur hangen?

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Ze rijden er alle kanten mee uit. Je hebt maar net twee mannen met een ladder de hoek om zien draaien, of uit de andere richting komt alweer een volgend duo. Om één of andere reden gaat het beter als je met z’n tweeën bent.

In een flits bedenk ik dat het makkelijker zou zijn om een app te ontwikkelen, ‘Where is my ladder?’, zodat je op elk moment de dichtst bijzijnde kan lokaliseren. Zo hoef je niet voortdurend heen en weer te rijden. Maar ik moet ophouden met een logica achter de dingen te willen vinden. “Het grote waarom”, waar ik al zo lang naar zoek, bestaat misschien helemaal niet.

Deze blog werd eerder gepubliceerd op kris-janssens.com

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift