Week 2 in Parijs, tijd voor maatschappelijke keuzes!

14.000 Belgen verzamelden gisteren in Oostende om een symbolische rode lijn in het zand te trekken. Om een ambitieus en rechtvaardig klimaatakkoord te vragen dat zowel op mondiaal niveau als in België de transitie naar een duurzame samenleving binnen de grenzen van de planeet in een stroomversnelling kan brengen.

Ook in Parijs voeren burgers en het middenveld de druk op.

Gisteren bijvoorbeeld kwamen de ‘Paddlers to Paris’ toe: een groep inheemse kanovaarders die via een afvaart van de Seine de kwetsbaarheid van inheemse gemeenschappen tegenover klimaatverandering wilden in de verf zetten.

Ook nu op mijn derde COP blijft het moeilijk om ook mijn eigen drang naar daadkrachtig, rechtvaardig en ambitieus beleid te proberen verzoenen met wat hier gebeurt.

Een bilan van week 1

© Bram Cleys

Wat sommigen ook mogen zeggen, het Parijsakkoord blijft belangrijk in de strijd tegen klimaatverandering.

Want een ding is duidelijk: de onderhandelingen de voorbije week zijn slechts aan een slakkengang gevorderd. Zaterdag rond de middag heeft de ADP, de COP-werkgroep die in Durban het mandaat had gekregen een nieuw internationaal akkoord voor te bereiden, zijn werk zoals voorzien afgerond en een ontwerpakkoord overgemaakt aan de Conference of the Parties. Sindsdien zijn de Fransen aan zet om door onderhandelingen tussen ministers alle resterende knopen door te hakken om tegen donderdag dat ontwerpakkoord om te zetten in een definitief akkoord.

De tekst die zaterdag op tafel kwam telt nog steeds 21 pagina’s voor het Parijsakkoord (daarnaast werd ook tekst voorbereid voor aanvullende ondersteunende beslissingen), 60 opties (waar ministers de keuze hebben om tussen minstens twee tekst-opties te kiezen) en vele honderden brackets (stukjes tekst die al dan niet in de tekst moeten belanden). Alsof dat nog niet genoeg was, kregen landen de vrijheid om in de loop van het weekend hun geprefereerde tekstopties die ze niet terugvonden in deze ontwerptekst toe te voegen in een annex bij het document. Dat resulteerde nog eens in vele pagina’s extra toevoegingen.

De ontwerptekst voor het Parijsakkoord is dan wel een stuk gestroomlijnder dan bij het begin van de onderhandelingen in Parijs, in de praktijk blijven alle keuzes nog te maken. Of je het bilan laat doorslaan naar de ene of de andere kant, hangt dan ook af van je perspectief. De eeuwige optimist die ik ben, ziet nog veel mogelijkheden.

De sterke druk van de meest kwetsbare landen met de volle steun van heel wat lokale en internationale sociale bewegingen om expliciet te verwijzen naar maximaal 1,5° opwarming als ultieme doelstelling van het Parijsakkoord blijft als optie in de tekst. Dat is belangrijk omdat een review van de meest recente wetenschappelijke literatuur die binnen UNFCCC tussen 2013 en 2015 werd opgemaakt, heeft uitgewezen dat bij 2° opwarming – de voorlopig nog officiële doelstelling – met name die kwetsbare landen enorm zullen lijden. Het is tekenend dat Saoudi-Arabië, met steun van China en India, vorige week tijdens een van de vergaderingen hier geweigerd hebben het rapport over deze review officieel goed te keuren…

Maar ook andere opties die essentieel zijn voor een ambitieus en rechtvaardig akkoord, blijven overeind in de ontwerptekst. Rond Loss & Damage bijvoorbeeld werd belangrijke vooruitgang geboekt. Het zijn opnieuw de meest kwetsbare landen die er al vele jaren voor ijveren om binnen het kader van het VN-Klimaatverdrag een mechanisme te creëren om om te gaan met de onherstelbare impacten van klimaatverandering waarmee ze nu al worden geconfronteerd. Terwijl in een eerdere versie van het ontwerpakkoord de mogelijkheid overeind was gebleven om dit helemaal niet aan te pakken, is die optie nu uit de tekst verwijderd. Ook andere indicatoren van kwetsbare landen en het middenveld om te bepalen of de uitkomst van Parijs een ambitieus en rechtvaardig resultaat kan worden genoemd zijn nog steeds terug te vinden.

Maar soms bekruipt me toch een meer pessimistisch gevoel. Hoewel al deze opties nog op tafel liggen, zijn het ook niet meer dan dat: opties. De ontwerptekst die nu op tafel is dan wel al wat meer opgekuist dan de versie bij het begin van de week, in de praktijk is nog geen enkele keuze gemaakt. De 1,5° staat dan wel in de tekst, een 2°-bovengrens is ook nog steeds een optie. Maar het blijft ook nog steeds mogelijk dat het uiteindelijke akkoord geen enkele verwijzing zal maken naar een bovengrens of een ultiem doel. De tekst rond Loss and Damage staat er dan wel, het blijft al bij al een zwak engagement.

Bovendien hebben de interventies van de voorbije week duidelijk gemaakt dat er nog een stevig gevecht op ons ligt te wachten. Met name Saoudi-Arabië blijft zich met hand en tand verzetten tegen zowat alles wat het akkoord moet bevatten om een robuust en ambitieus engagement te zijn. Ook andere landen blijven zich verzetten tegen een aantal sleutelelementen. In de plenaire bijeenkomsten bleven de interventies van heel wat landen – en maak je geen illusies, ook die van de EU – al te vaak beperkt tot het louter herhalen van hun al bekende posities. Een geest van consensus-zoeken bleef veraf.

Tijd voor maatschappelijke keuzes

Maar misschien is dat ook niet meer dan normaal. De eerste week waren de handen in grote mate in handen van de technici: de onderhandelaars van de verschillende delegaties, doorgaans ambtenaren van ministeries van Milieu, Klimaat, Buitenlandse Zaken, Energie, Petroleum (in het geval van Saoudi-Arabië),… Maar een ding is overduidelijk: de keuzes die op tafel liggen zijn geen technische keuzes. Ze kunnen niet anders dan politieke keuzes zijn die moeten genomen worden door politieke leiders. Het gaat immers om de keuze voor welke maatschappij we willen, zowel binnenlands als internationaal.

Zeggen dat de keuzes die voor liggen eenvoudige keuzes zijn waar hard werk op een paar pagina’s tekst volstaan, is een miskenning van de complexe aard van deze onderhandelingen en de gecontesteerde aard van de meeste keuzes die moeten worden gemaakt. Want hoewel het steeds duidelijker wordt dat acties ondernomen om klimaatverandering aan te pakken heel wat opportuniteiten op andere terreinen kunnen meebrengen, er zullen altijd winnaars en verliezers zijn. De onderhandelingen in Parijs gaan in essentie dan ook over hoe de verliezen verdeeld worden en wie met welke winsten gaat lopen. Geen klein bier dus.

Wat sommigen ook mogen zeggen, het Parijsakkoord blijft belangrijk in de strijd tegen klimaatverandering. Een ambitieuze uitkomst zal toelaten dat de impacten op de zwaksten beperkt worden en de winsten gelijker verdeeld. Dus ja, de vooruitgang is te traag, maar er lijkt geen weg naast te zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Onderzoekt ontbossing in Congo

    Wij geloven dat innovatieve verhalen en sterke onderzoeksjournalistiek de beste manieren zijn om MO* te “verkopen”.