“WEWA! Les taxi-moto de Kinshasa”

Onder deze titel loopt momenteel in Kinshasa de audiovisuele tentoonstelling die MO*wereldblogger Alexandre Popowycz ineenstak samen met fotograaf Robert Carrubba. 

© MO* / Alexandre Popowycz

Kinshasa, Institut français

Wewa en wees

In september berichtten we over wat voorafging aan de tentoonstelling, die op 16 februari aftrapte in het Institut Français van Kinshasa. We hadden het toen o.m. over de sociale inbedding van de taxi-moto’s in de hoofdstad, hun problematische relatie met de politie en de manieren waarop politici hen voor hun kar trachten te spannen: traditioneel vindt de UDPS (Union pour la Démocratie et le Progrès Social) van de op 1 februari overleden Etienne Tshisekedi een grote aanhang onder de chauffeurs, die voor een groot deel kasaïens zijn, net zoals hijzelf er een was.

Anderzijds wierp stadsgouverneur André Kimbuta, van PPRD-signatuur (Parti du Peuple pour la Reconstruction et la Démocratie, de partij van Joseph Kabila) zich de laatste jaren meermaals op als patroonheilige van de wewa, en orchestreerde maar al te graag scenario’s waarbij hij voor hen de kastanjes uit het vuur kwam halen bij een zoveelste uitvaardiging van een rijverbod door de politie. Veelbetekenend in dit licht was ook de (al bij al niet zo) massale gratis helmbedeling in mei 2016, op initiatief van de “chef de l’état”.

De Wewa zijn wezen in een wees geworden staat

In een van de interviews op de tentoonstelling is te horen hoe een chauffeur uit Mbuji Mayi (hoofdstad van de provincie Kasaï-Oriental) deze laatste term in de mond neemt om er subtiel op te wijzen dat in zijn ogen het woord “president” voorbehouden blijft voor Tshisekedi, die destijds de officiële uitslag van de laatste presidentsverkiezingen (23.12.2011) met veel bombarie naast zich neerlegde door diezelfde dag bij zich thuis, in de tuin, de eed af te leggen als nieuwe president van RDC. Vandaar dat vele wewa, en veel Congolezen met hen, zich nu dubbel verweesd voelen: ze zijn wezen in een wees geworden staat.

© MO* / Alexandre Popowycz

Kinshasa, Institut français

Meegenomen Claude

Op de tentoonstelling hangen negentien portretfoto’s van chauffeurs, op canvas, A0-formaat. Ze poseren op, voor of achter hun moto’s. Alle moto’s zijn van het merk Boxer. Slechts één chauffeur draagt een helm, twee anderen hebben er één over het stuur hangen of naast hen op het zadel liggen. Als een soort vanitasmotief, bedenk ik, nu de herinnering aan Claude Muamba door m’n hoofd flitst.

Claude was één van de wewa die we het eerst interviewden en fotografeerden. Claudes afbeelding wordt beheerst door een soort tegendraadse, opmonterende symmetrie, die via zijn te korte das opwaarts uitmondt in een dromerige glimlach. Hij kwam op 3 januari om het leven, in een verkeersongeluk… zo lijkt het. De precieze omstandigheden heeft niemand ons helder kunnen vertellen. ‘Ils l’ont enlevé’, zo luidde het bij monde van een collega.

De andere geportretteerden hebben geen helm. De negentien gezichten schouwen onderzoekend, zelfzeker, breed lachend, bedeesd of afwachtend vanop de vier muren de rechthoekige expo-ruimte in. Hun blikken kruisen elkaar allemaal ergens in de zaal, op tussen de dansende deeltjes stilte en stof hangende snijpunten. Vanop hun doek waken sommige ogen over Claude.

Wie de expo bezoekt, krijgt een koptelefoon op met een mp3-speler erbij waarop negentien tracks staan. Elk tracknummer correspondeert met een cijfer dat onder één of meerdere foto’s hangt en brengt de foto tot “leven”. De luisteraar krijgt telkens één à drie minuten interview te horen met de afgebeelde chauffeur(s).

Vijf nummers hebben geen bijbehorende afbeelding, maar een uitgeprinte tekst. Het gaat om gedichten, geschreven door chauffeurs. Op elk van de vijf “parkings” (moto-stands, plaatsen waar de taxi-moto’s verzamelen en samenwerken in een sterk gehiërarchiseerd coöperatief, en waar ze hun passagiers opwachten) die Rob en ik het voorbije jaar bezochten, hebben we iemand bereid gevonden om een gedicht voor ons te schrijven.

© MO* / Alexandre Popowycz

Kinshasa, IF, foto en gedicht M. Cray Mpanzu

Een elegisch cv

Dat ging als volgt. Telkens we ons werk op een parking hadden afgerond (foto’s en interviews), gingen we samen door het audiomateriaal en beslisten (altijd intuïtief en, belangrijker, altijd unisono) wie naar ons aanvoelen het meest in aanmerking kwam om parking-dichter te worden. Eens die keuze gemaakt, begon ik uit de audio-opnames woorden en zinswendingen te selecteren die mij karakteristiek leken voor het idiolect van de gekozen persoon – omdat ze als stopwoorden fungeerden, omdat ze op een fascinerende of emfatische manier werden uitgesproken, of gewoon, omdat ze bleven hangen.

Toen we daarna de geselecteerde dichters opnieuw ontmoetten, gaven we ze elk een geïndividualiseerde lijst van een twintigtal woorden of woordgroepen die ze zo veel mogelijk dienden te integreren in hun gedicht. Voor de rest mochten ze doen wat ze wilden. Eens de chauffeurs hun gedicht geschreven hadden, lazen ze dit voor en wij namen het op.

De resultaten waren fascinerend. Niemand had gedaan wat we gevraagd hadden: wat we te zien en te horen kregen, waren vijf prozateksten, bladzijden met doorlopende tekst. Soms was de spelwijze van het Frans zo fonetisch dat ik er achteraf nooit aan uit zou zijn geraakt zonder bandopname. De chauffeurs waren zich hier goed van bewust, en vroegen spontaan om hun teksten streng te redigeren, alvorens ze in geschreven/gedrukte vorm weer te geven. We hebben ons veroorloofd om hun teksten in een meer poëtische bladspiegel te presenteren.

Wat deze gedichten tekortkomen om naar onze westerse smaak “goede” poëzie te zijn, maken ze goed doordat ze in hun doorgedreven realisme en ontegensprekelijke zeggingskracht laten doorschemeren wat er van deze jonge mannen zou geworden zijn als ze waren opgegroeid in een land dat zich bekommert om hun toekomst. Flitsen van helderheid zijn nu eenmaal niet mis te interpreteren.

Elk gedicht loodst ons binnen in een andere wereld. Zo begint de tekst van M. Cray Mpanzu (foto) als een rechtoe rechtaan cv, om zich gaandeweg te ontwikkelen tot een elegie waarin hij het ontvallen van zijn broer betreurt, die omkwam in een… moto-ongeluk.

Onze bedoeling is nu om dit project te laten toeren, omdat we geloven dat er een verhaal in zit dat ook buiten Kinshasa harten kan beroeren (maar ook lachspieren: bij zo veel streetwise gevatheid van sommige geïnterviewden kan je alleen maar lachen). Na vandaag zouden we deze expo graag gerealiseerd zien in andere Congolese steden, maar misschien proberen we eerst… België?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur