"Everyday Nakba": (over)leven in de Palestijnse Jordaanvallei

Vorige week stelde de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry zijn ‘veiligheidsplan’ voor aan de Palestijnse en Israëlische onderhandelaars. Het moet de Palestijns-Israëlische vredesgesprekken, die op sterven na dood zijn, opnieuw tot leven wekken. Het plan voorziet in een ‘tijdelijke’ voortzetting van de Israëlische militaire aanwezigheid in de strategisch en economisch erg belangrijke Jordaanvallei, om zo tegemoet te komen aan Israëlische veiligheidsbekommernissen. Achter de Israëlische veiligheidsretoriek gaat echter een veel bredere strategie schuil, gericht op de gedwongen verplaatsing van de Palestijnse bewoners en de annexatie van de Jordaanvallei bij Israël.

Willem Staes

20 december 2013
MO*wereldbloggers

Fasayil al-Wusta, een slaperig en zanderig dorpje ten noorden van Jericho, 10h ‘s ochtends. Een korte autorit vanuit Jericho door het woestijnachtige landschap bracht me in het dorp, dat samen met Fasayil en Fasayil al-Fauqa een cluster van drie dorpjes vormt die ingeklemd worden door de omliggende Israelische landbouwnederzettingen Petzael, Tomer en Ma’ale Efraim. Deze nederzettingen zijn groene oases die dankzij hun overvloedige toegang tot water scherp afsteken tegen het vaak droge en zanderige landschap van de Jordaanvallei. Ze produceren op grote schaal landbouwproducten bestemd voor buitenlandse afzetmarkten, de Europese Unie op kop.

Bij het binnenrijden van de Palestijnse dorpjes, die nauwelijks toegang tot stromend water hebben, kan je moeilijk naast het enorme contrast met de omliggende nederzettingen kijken. We rijden een dorre en woestijnachtige vlakte binnen. De armzalige infrastructuur valt onmiddellijk op. Stenen huizen zijn een zeldzaam ras in deze dorpjes. Verschillende inwoners leven noodgedwongen in tenten als gevolg van het discriminatoire Israëlische planningsbeleid, terwijl tal van huizen gemaakt zijn uit bakstenen van modder. De dorpjes worden door de Israëlische autoriteiten bovendien afgesneden van het elektriciteitsnetwerk, en de inwoners hebben slechts toegang tot stromend water om de vier dagen. Het zijn pure derdewereldtaferelen, op nog geen 1,5 uur rijden van Jeruzalem.

We rijden verder door een desolate vlakte. Veel activiteit valt er niet te bespeuren, de occasionele passage van enkele ezels en kamelen niet te na gesproken. Plots stopt de asfaltweg. Een bewoner vertelt hoe de Israëlische autoriteiten keer op keer weigeren een vergunning uit te reiken om de asfaltweg door te trekken. De site vlak naast de weg biedt ondertussen een troosteloze aanblik van puin. Het zijn de restanten van verschillende huizen die de afgelopen 2,5 jaar in totaal 4 keer afgebroken, weer opgebouwd door de bewoners, en opnieuw afgebroken zijn door het Israëlische leger. De kost van het telkens opnieuw opbouwen van hun huis is voor vele inwoners onmogelijk te dragen.

De kolonisering van de Jordaanvallei

Zoals Fasayil-al Wusta en Fasayil al-Fauqa zijn er talloze dorpjes in de Jordaanvallei, een uitgestrekt gebied in het oosten van de bezette Palestijnse Westoever. De Jordaanvallei maakt 28,8 percent uit van de Westoever, en herbergt ongeveer 60 000 Palestijnen en 11 000 Israëlische kolonisten. 88 percent van de vallei is geclassificeerd als ‘Area C’, en valt hierdoor onder exclusieve Israëlische controle.

Sinds de start van de Israëlische bezetting van de Westoever is de Jordaanvallei, samen met Oost-Jeruzalem, de centrale spin in het web van het Israëlische expansie-en annexatiebeleid in Palestijns gebied.

Dat hoeft niet te verbazen. De economische waarde van de Jordaanvallei is aanzienlijk: het bevat erg vruchtbare landbouwgronden en aanzienlijke water-, grondstoffen- en mineraalvoorraden, terwijl de aanwezigheid van tal van Bijbelse sites garant staat voor een goudmijn aan toeristische inkomsten.

Stellen dat Israël zich bewust is van het economisch potentieel van de Jordaanvallei is dan ook een understatement van formaat. Diezelfde Jordaanvallei wordt door specialisten tegelijk echter naar voren geschoven als de onmisbare ruggengraat van een toekomstige onafhankelijke Palestijnse economie. Haar gigantische landbouwpotentieel maakt het gebied niet alleen tot potentiele ‘broodschuur’ van een onafhankelijk Palestina, de Jordaanvallei is bovendien de enige landcorridor tussen Palestina en de rest van de Arabische wereld en moet dienen als landreservoir voor de natuurlijke expansie van de huizenmarkt, energiemarkt en industrie binnen zo’n onafhankelijke Palestijnse staat. Niet verwonderlijk dus dat men langs Palestijnse zijde niet bepaald warm loopt voor Kerry’s plannen.

Onder het mom van ‘veiligheid’ eist Israël ondertussen steeds openlijker de soevereiniteit over de Jordaanvallei op. Dat veiligheidsoverwegingen echter niet de volledige lading dekken, is ook UNOCHA, het coördinatieorgaan voor humanitaire zaken van de Verenigde Naties, niet ontgaan: “Israël zet haar kolonisering van de Jordaanvallei voort onder het voorwendsel van ‘veiligheid’, middels het consequent verminderen van beschikbare ruimte voor Palestijnse gemeenschappen, het genereren van de voorwaarden voor hun verplaatsing, en het creëren van ‘feiten op de grond’ die de creatie van een leefbare Palestijnse staat in de weg staan”.

Sinds de verovering van de Westoever in 1967 wordt het Israëlische beleid in de Jordaanvallei immers gekenmerkt door het bemoeilijken van het dagelijkse leven en de daaruit volgende gedwongen verplaatsing van de inheemse Palestijnse bevolking enerzijds, en het aantrekken van nieuwe Israëlische kolonisten anderzijds. Op die manier moet het gebied ‘klaargestoomd’ worden voor haar uiteindelijke annexatie en incorporatie in Israël. Israëlische politici als de huidige Minister van Economie Naftali Bennet, viceminister voor Defensie Danny Danon en Minister van Huisvestiging Uri Ariel ijveren steeds openlijker voor zo’n scenario.

De gedwongen verplaatsing van de Palestijnse bevolking

Het dient gezegd dat de Israëlische staat de afgelopen decennia erg effectief was in haar streven: daar waar er in 1967 nog 320 000 Palestijnen in de Jordaanvallei leefden, bleven er volgens UNOCHA in 2012 nog ongeveer 60 000 Palestijnen over.

Alle middelen lijken dan ook goed om het leven van de Palestijnse gemeenschappen in de Jordaanvallei onmogelijk te maken. Het bemachtigen van een vergunning voor de bouw van Palestijnse huizen, wegen, scholen, medische infrastructuur, stallen of waterputten wordt door de Civiele Administratie, de Israëlische planningsautoriteit in de Jordaanvallei, zo goed als onmogelijk gemaakt, waardoor Palestijnen vaak geen andere keuze hebben dan illegaal te bouwen. Diezelfde illegale constructies worden vervolgens keer op keer neergehaald door het Israëlische leger. De Israëlische mensenrechtenorganisatie B’tselem heeft het in dit verband over een beleid “gericht op het verwijderen van de Palestijnse bevolking om zo de Israëlische controle over de Jordaanvallei te vestigen en het gebied de facto te annexeren bij Israël, en ondertussen de natuurlijke grondstoffen te exploiteren en de Palestijnse aanwezigheid tot een minimum te beperken”.

De cijfers spreken voor zich. Sinds begin 2013 werden meer dan 630 Palestijnse gebouwen in Area C gebieden en Oost-Jeruzalem vernietigd door de Israëlische autoriteiten, waardoor 1035 Palestijnen gedwongen verplaatst werden. 70 percent van de door Israël gesloopte gebouwen in Area C gebieden en 80 percent van alle daaruit volgende gedwongen verplaatsingen deden zich voor in de Jordaanvallei. Afgelopen week alleen al werden op één dag, 10 december, nog eens 30 Palestijnse constructies in de Jordaanvallei met de grond gelijk gemaakt. 41 Palestijnen kwamen zo, aan de vooravond van een hevige winterstorm, op straat te staan.

Een van de activisten in Fasayil al-Fauqa waarmee ik spreek kan erover meepraten. Gevraagd of ze licht aan het einde van de tunnel van huizenvernietigingen ziet, haalt ze haar schouders op: “Ik weet het niet. Wij focussen op het bouwen van constructies uit goedkope bakstenen van modder, ongeacht of het Israëlische beleid al dan niet verandert. Als het beleid verandert zullen we bouwen, indien niet zullen we ook blijven bouwen. Dit is ons land, we zijn hier en we blijven hier”. Dat dit allesbehalve eenvoudig is, mag duidelijk zijn: “De Israëli’s kunnen alles wat wij in 7 jaar opgebouwd hebben in slechts 1 minuut vernietigen, enkel en alleen om controle uit te oefenen, om duidelijk te maken wie hier aan de touwtjes trekt”.

De meeste Palestijnse dorpen in de Jordaanvallei zijn daarnaast niet of nauwelijks aangesloten op het water- en elektriciteitsnetwerk. Een doorsnee Palestijnse bewoner beschikt gemiddeld over 20 liter water per dag, vergeleken met een gemiddelde waterconsumptie van 300 liter per dag van een kolonist die vaak maar 10 minuten verderop woont.

Dit alles hoeft niet te verbazen als je weet dat Israël, dat als bezettende macht onder het internationale recht nochtans de verplichting heeft om het welzijn van de lokale bevolking te garanderen, voor welgeteld 1 Palestijns dorp in de Jordaanvallei een masterplan heeft ontwikkeld. Minder dan 1 percent van alle ‘Area C’ gebieden in de Westoever is afgebakend voor Palestijnse ontwikkeling, terwijl 94 percent van de Palestijnse bouwaanvragen in Area C in de periode 2000-2007 afgewezen werd door de Civiele Administratie, het Israëlische planningsorgaan in Area C gebieden.

Eerder dan het welzijn van de lokale bevolking ter harte te nemen, gaat men onverstoord voort met het op grote schaal confisqueren van Palestijns land. 46 percent van de hele Jordaanvallei is uitgeroepen als ‘gesloten militaire zone’, 20 percent als ‘natuurreservaat’ en 15 percent als grondgebied van nederzettingen. Het uitroepen van een gesloten militaire zone leidt tot de ‘tijdelijke’ verplaatsing van de lokale bewoners, terwijl natuurreservaten en nederzettingen per definitie uitgesloten zijn voor Palestijns gebruik. Hoeft het te verbazen dat gesloten militaire zones enkel uitgeroepen worden op privaat Palestijns land, en het grondgebied van Israelische nederzettingen wonderwel buiten schot blijft?

Talloze checkpoints en andere wegbelemmeringen beperken bovendien de bewegings- en commerciële vrijheid van de Palestijnse bevolking in de Jordaanvallei. De extra transportkosten die voortvloeien uit het ontwijken van de checkpoints zijn volgens UNOCHA goed voor 1,9 miljard dollar per jaar. Cijfers van het Palestijnse Ministerie van Landbouw tonen daarnaast aan hoe de door Israël opgelegde beperkingen in het gebruik van meststoffen en andere productiefactoren in de Palestijnse landbouw hebben geleid tot een productiviteitsverlies van 30 percent. De Wereldbank berekende in 2012 dat de opheffing van alle Israëlische beperkingen in slechts een beperkt deel van de Jordaanvallei, 50 vierkante kilometer, 1 miljard extra dollar aan inkomsten zou genereren voor de Palestijnse economie.

De Israëlische staat voorziet ondertussen echter wel in tal van voordelen voor Israëlische kolonisten in hetzelfde gebied. Kolonisten in de Jordaanvallei ontvangen een korting van 75 percent op drinkwater en elektriciteit, krijgen gratis een huis en 70 000 vierkante meter aan grond erbovenop, en genieten van gratis onderwijs, gezondheidszorg en irrigatiewater. Dit alles terwijl enkele kilometers verderop Palestijnen het recht ontzegd wordt huizen, scholen, ziekenhuizen en andere essentiële infrastructuur te bouwen, en nauwelijks toegang hebben tot landbouwgronden, water of elektriciteit.

Everyday Nakba

Het etnocratische karakter van het Israëlische beleid is ook de Israëlische krant Haaretz niet ontgaan: “De brutale activiteiten van het Israëlische leger en de Civiele Administratie maken onderdeel uit van de consistente implementatie van een nationalistisch beleid gebaseerd op het verlangen om gehele Palestijnse gemeenschappen te ontwortelen uit Area C en hen te verplaatsen naar Area A (de gebieden die onder de controle van de Palestijnse Autoriteit vallen, 18 percent van de Westoever, nvdr).

De Palestijnse bevolking blijft desondanks strijdvaardig: “Het bouwen van huizen, scholen en klinieken uit modder en het aanplanten van bomen is onze eigen vorm van verzet. Ik wil geen derde intifada, ik wil op een geweldloze manier vechten. Een nieuwe intifada is net wat de Israëli’s willen”, aldus één van de activisten waarmee ik spreek. Ze laat echter geen twijfel bestaan over de Israëlische intenties die schuilgaan achter de harde dagdagelijkse realiteit in de Jordaanvallei: “Ze willen niet enkel onze huizen en scholen vernietigen, maar ook onszelf, wij, de Palestijnen als een volk. Het is hier elke dag opnieuw een Nakba” (de Nakba of ‘catastrofe’ is een Palestijnse term voor de verdrijving en het op de vlucht slagen van ongeveer 750 000 Palestijnen voorafgaand en tijdens de oorlog van 1948, nvdr).

Oost-Jeruzalem, 20 December 2013. 

LEES OOK

Foto: Kashfi Halford (CC BY-NC 2.0)
Tien jaar na de inname van de Gazastrook door Hamas, verslechteren de leefomstandigheden van de 2 miljoen mensen in de Palestijnse enclave ‘verder en sneller’ dan voorspeld was in 2012, zeggen
Lisa Goldman (CC BY-NC 2.0)
Hagai El-Ad is algemeen directeur van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem. De Israëlische jood is begaan met de veiligheid en de stabiliteit van zijn land.
Bron: Flickr (CC BY-ND 2.0)
Terwijl de Israëlische bezetting deze week vijftig jaar wordt, zoekt de Palestijnse vluchtelingengemeenschap al bijna zeventig jaar een onderkomen.
© Willem De Maeseneer
In het najaar van 2016 staken Belgische en Palestijnse studenten de koppen bij elkaar om de publieke ruimte van Nablus en Ramallah leefbaarder te maken.

Meest recent van Willem Staes

UNODA (CC0)
NoNukesBlog #5: Quo vadis, nucleaire NAVO?
Het is gebeurd. 122 landen keurden vrijdag in New York een internationaal verbodsverdrag goed dat kernwapens verbiedt. Kernwapens zijn vanaf nu illegaal onder internationaal recht.
© Vrede vzw
NoNukesBlog #4: Nucleaire Gollums in Brussel
In maart 2017 gingen binnen de Verenigde Naties historische onderhandelingen van start, die deze week zullen leiden tot een nieuw internationaal verbodsverdrag op kernwapens.
© Willem Staes
NoNukesBlog #3: Lobbyen voor een kernwapenverdrag
In maart 2017 gingen binnen de Verenigde Naties historische onderhandelingen van start, die deze week zullen leiden tot een nieuw internationaal verbodsverdrag op kernwapens.
Tim Wright (CC BY 2.0)
NoNukesBlog #2: De laatste rechte lijn naar een kernwapenverbod
In maart 2017 gingen binnen de Verenigde Naties historische onderhandelingen van start, die deze week zullen leiden tot een nieuw internationaal verbodsverdrag op kernwapens.