‘Vredesonderhandelingen’ in Palestina: faites vos jeux.

De vredesgesprekken tussen Israël en de Palestijnen zitten weer maar eens in het slop. Dat hoeft niet te verwonderen, als je de Israëlische Eerste Minister Benjamin Netanyahu moet geloven. De Palestijnen zijn immers “niet oprecht geïnteresseerd in vrede”. Een wel heel erg merkwaardige voorstelling van de feiten. Een analyse.

 

De ene dode is de andere niet

In een maand tijd werden drie Israëlische kolonisten gedood in de bezette Westelijke Jordaanoever, terwijl ook een negenjarig meisje in het ziekenhuis belandde. Hoewel tot vandaag de omstandigheden van deze aanvallen onduidelijk blijven, volstaan deze aanvallen voor velen binnen het Israëlische establishment om een onmiddellijke stopzetting van de vredesgesprekken met de Palestijnen te eisen. Palestijnse ‘terroristen’ en vrede, het komt nooit goed, weet u wel. Dat zelfs de Israëlische pers erg sceptisch staat tegenover het vermeende ‘terreur’karakter van deze aanvallen en de optie open houdt dat het individuele criminele gevallen zijn, lijkt er weinig toe te doen.

Merkwaardig genoeg haalt de dood van een Israëlische kolonist bovendien alle westerse krantenkoppen, terwijl de slachtoffers aan Palestijnse zijde nauwelijks het vermelden waard geacht worden. Recente cijfers van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’tselem tonen nochtans aan dat in de periode begin 2009-eind augustus 2013 eenenzestig Palestijnen in de Westelijke Jordaanoever gedood werden door Israëlische veiligheidstroepen, terwijl vijf Palestijnen om het leven gebracht werden door Israëlische burgers zelf. In de daaropvolgende twee maanden werden nog eens drie Palestijnen gedood. Één dode Israëli lijkt voor sommigen duidelijk veel meer waard dan een dode Palestijn. Maar we gaan er vrolijk van uit dat die Palestijnen het wellicht zelf gezocht hebben: je gooit toch geen stenen? ‘Veiligheidsredenen’, het dekt behoorlijk wat af. Alleszins voldoende om een verhaal te brengen waarin een bevolkingsgroep die sinds begin 2009 zeventig doden te betreuren had de andere groep (die in dezelfde periode twintig doden betreurde) keer op keer ‘terroriseert’. Afgezien van de vraag of er al dan niet sprake is van ‘terrorisme’, wordt bovendien nauwelijks nagedacht over wat de redenen van dat vermeend terrorisme zijn.

De dagelijkse realiteit van de bezetting

De bezetting van de Palestijnse gebieden sinds 1967 leidt immers tot geweld en verzet, niet andersom. Mensenrechten worden in de Westelijke Jordaanoever dagelijks op grote schaal geschonden, Palestijnse gronden worden op sluipende wijze geannexeerd, Palestijnse natuurlijke rijkdommen worden in beslag genomen door Israël, en Palestijnse huizen en nutsvoorzieningen vernietigd. Dit leidt vaak tot de gedwongen verplaatsing van de lokale bevolking, wat beschouwd kan worden als een oorlogsmisdaad, zoals onlangs nog bevestigd aan de Britse krant The Independent door Bill Van Esveld (Human Rights Watch). Palestijnen in de Westelijke Jordaanoever worden daarnaast berecht in militaire rechtbanken, vaak opgepakt tijdens nachtelijke raids (kinderen vormen hierbij geen uitzondering), en kunnen voor zes maanden vastgehouden worden zonder aanklacht (de zogenaamde ‘administratieve detentie’, die onbeperkt verlengd kan worden). De complexe puzzel van checkpoints, wegbelemmeringen en het ‘permit regime’ binnen de Westelijke Jordaanoever beperkt de dagelijkse bewegingsvrijheid van Palestijnen, terwijl er sinds begin 2011 sprake is van minstens 146 gevallen van zogenaamde ‘price tag attacks’ door kolonisten tegen Palestijnen. Dergelijke aanvallen hebben betrekking op het in brand steken van Palestijnse auto’s, het fysiek aanvallen van Palestijnen (inclusief kinderen) en het spuiten van racistische graffiti op Palestijns eigendom en moskeeën. De verantwoordelijken voor deze aanvallen worden zelden opgepakt of vervolgd door het Israëlische gerecht, laat staan effectief veroordeeld.

Dat is geen fictie, dat is de dagdagelijkse realiteit in Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever waar je echter nauwelijks iets over leest, terwijl de pers er als de kippen bij is om te berichten over een vermeende Palestijnse terreuraanval. Niet dat zulke zaken onvoldoende gedocumenteerd worden: de afgelopen jaren verschenen talloze rapporten van internationale organisaties als Amnesty International, Human Rights Watch, de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, OCHA, UNICEF en de Wereldbank, en van Israëlische NGO’s als Peace Now, B’tselem, Ir Amin, Breaking the Silence en het Israeli Committee against House Demolitions (ICAHD). Een recent rapport van de Wereldbank stelt bijvoorbeeld dat Israëlische beperkingen en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen in ‘Area C’ gebieden (61 percent van de Westelijke Jordaanoever, dat onder Israëlisch civiel en militair bestuur staat, en waaronder alle nederzettingen vallen) leiden tot een jaarlijks verlies van 3.4 miljard dollar aan inkomsten voor de Palestijnse economie, wat overeenstemt met 35 percent van het Palestijnse BBP in 2011. ICADH stelt daarnaast dat alleen al dit jaar 527 Palestijnse constructies vernietigd werden (en 862 Palestijnen gedwongen verplaatst), op een totaal van 27 000 vernietigde constructies sinds 1967. Sinds 1967 werden bovendien meer dan 750 000 Palestijnen opgepakt; 35 percent van de Palestijnse mannelijke bevolking heeft ooit vastgezeten in een Israëlische militaire gevangenis. Dat hoeft niet te verbazen, gezien de wijdverspreide toepassing van ‘administratieve detentie’, terwijl de veroordelingsgraad van Palestijnse gevangen die effectief voor een militaire rechtbank verschijnen 99.7 percent bedraagt. Marteling en andere vormen van fysiek geweld tegen Palestijnse gevangenen is anno 2013 bovendien nog steeds aan de orde van de dag in Israëlische militaire gevangenissen, zoals aangeklaagd door talloze NGO’s en bevestigd door het rapport van de door de Israëlische regering aangestelde ‘Turkel Commissie’ uit februari 2013.

Het Israëlische nederzettingenbeleid

Centraal in de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden staat echter de nederzettingenpolitiek van de Israëlische autoriteiten. Sinds 1967 vestigden meer dan 500 000 Israëlische ‘settlers’ of kolonisten zich in de bezette gebieden. Dergelijke transfer van de eigen bevolking naar bezet gebied is illegaal onder internationaal recht (in het bijzonder artikel 49 van de Vierde Conventie van Geneve). Het Rome-Statuut van 1998, dat aan de basis lag van de oprichting van het Internationaal Strafhof, stelt zelfs dat een dergelijke transfer van de eigen bevolking, direct of indirect, beschouwd kan worden als een oorlogsmisdaad. Dit terwijl artikel 55 van de Haagse reguleringen expliciet verbiedt om permanente wijzigingen aan te brengen in bezet gebied, wat moeilijk in overeenstemming gebracht kan worden met de transfer van 500 000 kolonisten. De Israëlische nederzettingenpolitiek schendt daarnaast talloze rechten die beschermd worden in de internationale mensenrechtenwetgeving: het recht op eigendom (onder meer de vernietiging van Palestijns eigendom), het recht op gelijke behandeling (onder meer de creatie van twee verschillende legale systemen in hetzelfde gebied: een civiele wetgeving voor kolonisten, een militaire wetgeving voor Palestijnen; de toewijzing van overheidsgrond op basis van etnische criteria), het recht op een voldoende levensstandaard (onder meer de Israëlische controle over Palestijnse waterbronnen; een verschil van 200 liter per dag in gemiddelde waterconsumptie tussen kolonisten en Palestijnen; de vernietiging van Palestijnse wooninfrastructuur en elektriciteitsvoorzieningen), het recht op vrijheid van beweging (onder meer de  bouw van tientallen checkpoints en wegbelemmeringen en de bouw van een ‘afscheidingsmuur’; een ‘permit regime’ dat bepaalt of je je tussen twee plaatsen kan bewegen), en het recht op zelfbeschikking (de creatie van een onafhankelijke Palestijnse staat die quasi onmogelijk wordt gemaakt doordat nederzettingen met elkaar verbonden worden door ‘settler-only’ wegen die de Westelijke Jordaanoever opdelen in tientallen mini-‘eilandjes’). Wie oprecht vrede wil, bouwt dan ook geen nederzettingen.

Toch wordt dit nederzettingenbeleid sinds 1967 steeds verder uitgebreid, dag na dag, maand na maand, jaar na jaar, een tijdelijke pauze niet te na gesproken. Meer nog, sinds het aantreden van de eerste regering-Netanyahu in maart 2009 is er een duidelijke versnelling merkbaar in de uitbouw van nederzettingen. “Going nuclear on settlements”, zoals Lara Friedman van Americans for Peace Now het nederzettingenbeleid van Netanyahu onlangs beschreef. Cijfers van de Israëlische NGO Peace Now tonen aan dat er in de periode maart 2009-januari 2013 sprake was van de start van de bouw van minstens 6867 nieuwe huizeneenheden in nederzettingen, terwijl daarbovenop nog eens 5302 vergunningen werden uitgedeeld. Nog volgens Peace Now was er in de periode januari 2013-juni 2013 sprake van een toename van zeventig percent in de bouw van nieuwe nederzettingen (in vergelijking met dezelfde periode in 2012), goed voor de bouw van nog eens 1794 huizeneenheden. De Middle East Foundation for Peace stelt daarnaast dat er in augustus 2013 alleen al sprake was van de goedkeuring van 3564 vergunningen voor nieuwe huizeneenheden in nederzettingen. Eind augustus werd bovendien een volledige nieuwe nederzetting ingehuldigd, de eerste in twintig jaar. Daarbovenop was er de afgelopen weken ook sprake van nieuwe vergunningen voor 58 wooneenheden in Pisgat Ze’ev en 100 wooneenheden in Hebron. Alsof dit niet volstaat, worden de komende dagen naar alle waarschijnlijkheid nog eens 1700 nieuwe wooneenheden aangekondigd. Het hoeft zo niet te verwonderen dat nederzettingen vandaag de dag meer dan 42 percent van de totale Westelijke Jordaanoever controleren. Indien men de evolutie van nederzettingen op langere termijn bekijkt, stelt men vast dat sinds het afsluiten van de Oslo-akkoorden begin jaren 1990 het aantal kolonisten in de Westelijke Jordaanoever verdrievoudigde, van 100 000 tot meer dan 300 000. Het aantal kolonisten in Jeruzalem groeide ondertussen aan tot ongeveer 200 000.

“Feiten op de grond” en het betonneren van de de status-quo

Dergelijk beleid dient één doel: het creëren van ‘feiten op de grond’, van een onomkeerbare realiteit en het betonneren van de Israëlische aanwezigheid in bezet Palestijns gebied. Het Israëlische establishment, en de huidige (extreem-)rechtse Israëlische regering in het bijzonder, lijkt dan ook niet bepaald geïnteresseerd in vrede. Ze is beter gediend met de status-quo: de sluipende annexatie van Palestijnse landbouwgronden, waterbronnen en mineraalvoorraden (middels de bouw van nog meer nederzettingen en een afscheidingsmuur die grote happen (tot 10 percent) uit Palestijns grondgebied neemt) en de graduele verwijdering van Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever. De ‘Jordan Valley’ (het oostelijke deel van de Westelijke Jordaanoever, nvdr) is een treffend voorbeeld van dit beleid. Via de bouw van nederzettingen, het slopen van ‘illegale’ Palestijnse huizen en de daaruitvolgende verplaatsing van Palestijnen is de bevolking ervan teruggebracht van 300 000 Palestijnen in 1967 tot 60 000 Palestijnen vandaag.

Van tijd tot tijd worden nieuwe ‘vredesonderhandelingen’ gelanceerd, die de Israëlische regering toelaten de internationale druk, dreigende sancties en kritiek op haar beleid in de Palestijnse gebieden tijdelijk te doen verzachten “om de vredesgesprekken niet te beschadigen”. In feite laten die gesprekken Israël echter vooral toe haar ‘geheime’ agenda ongestraft verder uit te voeren. Men gaat immers vrolijk voort met de bouw van nederzettingen in bezet gebied, de ‘verjoodsing’ van Arabische wijken in Jeruzalem en de gedwongen verplaatsing van de Palestijnse bevolking. Dit tot een ‘point of no return’ bereikt wordt en vrede quasi onmogelijk wordt.

Dat beleid is erg zichtbaar in en rond Jeruzalem, waar zich de heiligste plaats in het Jodendom (de Klaagmuur) en de derde heiligste plek in de Islam (de Tempelberg, al-Haram al-Sharif) bevinden. Hoewel het duidelijk is dat de Palestijnen nooit een onafhankelijke staat zullen aanvaarden zonder Oost-Jeruzalem als hoofdstad, wordt een ‘ring’ van nederzettingen rond Jeruzalem gebouwd die de stad van de rest van de Westelijke Jordaanoever dreigt af te snijden. Dit kantelpunt nadert snel: eens de geplande nieuwe nederzettingen in Givat Hamatos en E1, en de uitbreiding van bestaande nederzettingen in Gilo en Har Homa, voltooid zijn, is de ‘nederzettingenring’ rond Jeruzalem een feit. Het ‘vredesproces’ sterft zo een stille dood. Dat dit Netanyahu worst zal wezen mag duidelijk zijn: “Zolang ik Eerste Minister van Israël ben zal Jeruzalem de verenigde hoofdstad van Israël blijven”. Of nog, in de woorden van Minister van Huisvesting Uri Ariel: “Er zijn geen twee staten ten westen van de Jordaanrivier, en er zullen geen twee staten zijn, ongeacht of er onderhandelingen plaatsvinden of niet. Dit staat niet op de agenda”. Als om geen enkel misverstand te laten bestaan over de intenties van de Israëlische regering zette Ofir Akunis, een partijgenoot van Netanyahu en vice-voorzitter van het parlement, onlangs nog de puntjes op de i: “Iedereen in de wereld moet weten dat we bouwen, en zullen blijven bouwen, in Judea en Samaria (de Israëlische benaming van de Westelijke Jordaanoever, nvdr)”. Ook de speech van Netanyahu voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, begin oktober, is veelzeggend in dit opzicht. Deze stond in het teken van de vermeende nucleaire Iraanse dreiging voor Israël, terwijl de Israëlisch-Palestijnse gesprekken welgeteld 214 woorden waard werden geacht, ongeveer zeven percent van Netanyahu’s speech. Veel animo voor vrede valt er duidelijk niet te bespeuren bij de Israëlische Eerste Minister.

Naar een allesomvattende vredesdeal?

De huidige ‘onderhandelingen’ dienen nergens toe, en zullen hetzelfde voorspelbare patroon volgen als de afgelopen decennia: sporadische ontmoetingen onder Amerikaanse ‘bemiddeling’, een tijdelijke ‘intensifiëring’ van de gesprekken onder Amerikaanse ‘druk’, het naar voren schuiven van nieuwe (onhaalbare) eisen door de Israëlische regering, de aankondiging van de bouw van nieuwe nederzettingen (in het bijzonder vlak voor of na de vrijlating van Palestijnse gevangenen, om zo de Israëlische rechterzijde te sussen), Amerikaanse en Europese afgevaardigden die hun ‘diepe bezorgdheid’ uiten over het Israëlische nederzettingenbeleid en beide partijen oproepen ‘water bij de wijn te doen’, provocaties door extremisten aan beide zijden (in het bijzonder op en rond de Tempelberg), en de uiteindelijke afbreking van de gesprekken en het doorspelen van de zwarte piet aan elkaar. De sluipende annexatie van de Westelijke Jordaanoever en de creatie van ‘feiten op de grond’ gaat ondertussen ongehinderd voort.

In afwachting van interne druk van de Israëlische publieke opinie op haar regering moet de internationale gemeenschap haar verantwoordelijkheid opnemen en geloofwaardige druk uitoefenen op de Israëlische regering om na decennia van bezetting eveneens haar verantwoordelijkheid op te nemen. De klok tikt immers ongenadig voort. Vooralsnog lijkt het overdreven te spreken van het uitbreken van een Derde Intifada op korte termijn. Voorlopig alleszins. Dat de situatie op termijn echter onhoudbaar is moge duidelijk zijn: het net rond Jeruzalem sluit zich, de uitbreiding van bestaande nederzettingen en de bouw van nieuwe nederzettingen transformeren de Westelijke Jordaanoever steeds meer in een gigantisch netwerk van allerlei kleine eilandjes en Bantoestans, geweld van kolonisten én Israëlische soldaten tegen Palestijnen neemt steeds meer toe, honderden Palestijnen worden jaarlijks uit hun huizen verdreven en gedwongen verplaatst, Palestijns grondgebied wordt steeds openlijker de facto geannexeerd, en de gemoederen op en rond de Tempelberg tussen Joods-nationalistische extremisten en Palestijnen lopen steeds hoger op. Gaza blijft ondertussen een openluchtgevangenis die afgegrendeld wordt van de buitenwereld, en de interne weerstand tegen de Palestijnse Autoriteit (PA) van President Mahmoud Abbas neemt steeds meer toe. Het (voorspelbare) mislukken van de onderhandelingen zal wellicht leiden tot unilaterale stappen van de PA binnen de Verenigde Naties, wat op haar beurt kan leiden tot Israëlische ‘vergeldingsmaatregelen’ en een verdere verstrenging van het Israëlische beleid in de Westelijke Jordaanoever.

Het behoeft weinig verbeelding om te zien wat er vervolgens kan gebeuren. De situatie is explosief, en heeft slechts een kleine ‘trigger’ nodig om helemaal te ontploffen. De vredesklok tikt ondertussen ongenadig voort. Weldra zal er weinig overblijven om over te onderhandelen of om überhaupt te verdelen. Wees dan vooral niet verbaasd of verontwaardigd over het uitbreken van een nieuwe Intifada.

Jeruzalem, 29 oktober 2013. 

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift