Over het imperialisme van moedertaal: geboren worden in een taal geeft je er levenslang recht op

Ik zoek werk maar ik ben niet in de juiste taal geboren

CC0

‘Om als anderstalige gelijke kansen te krijgen op de arbeidsmarkt, moet je eigenlijk beter tweetalig zijn dan de andere Belgen.’

Vijftien jaar werkervaring heeft MO*blogger Staša Pavlović. Toch blijkt talenkennis een grote drempel bij sollicitatiegesprekken. Niet omdat ze “slechts” vier talen, waaronder Nederlands, spreekt. Is het omdat in een andere taal geboren worden toch bepaalde (onbewuste?) verwachtingen met zich meebrengt?

Ik zoek werk. Hoewel ik als zelfstandige genoeg opdrachten heb om mijn dagen te vullen, weekends inbegrepen, krijg ik mijn portemonnee er niet genoeg mee gevuld.

Ik ben literair vertaler, tekstschrijver, adviseur en doe daarnaast nog tal van andere dingen. Maar dit soort werk betaalt slecht. Bovendien komen de meeste van mijn opdrachtgevers uit Slovenië, waar de honoraria nog lager zijn dan in België.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Negen jaar geleden verhuisde ik uit Slovenië naar België. Ik was toen 25 en hoewel ik tot dan al als een soort van nomade leefde, had ik toen al 5 jaar degelijke internationale professionele ervaring.

Ik was net artistiek leider van het grootste poëziefestival geworden, werkte als redacteur, vertaalde poëzie en proza bij een gevestigde uitgeverij, schreef, coördineerde en modereerde evenementen, was betrokken bij internationale projecten en had grote dromen.

Niets winstgevend doen staat in onze maatschappij gelijk aan niets doen.

Om met mijn lief samen te kunnen zijn, kwam ik naar België. Het eerste jaar deed ik niets, of toch niets winstgevend alleszins, wat in onze kapitalistische maatschappij gelijk staat aan niets. Want ik leerde wel Nederlands, ging elke dag voltijds naar school en las thuis boeken.

Toen al wist ik dat ik zonder de taal hier niet zou kunnen of willen blijven. Het werk dat ik in Slovenië deed, kon ik niet verder beoefenen (dat was nog voor het concept telewerk massaal was doorgedrongen). Ik moest me in België heruitvinden.

‘Kan je ook schrijven?’

Ondertussen ben ik 34 en heb ik al 15 jaar professionele ervaring. Ik spreek en schrijf vlot Nederlands en vertaalde in tandem zelfs teksten naar het Nederlands.

Toch krijg ik telkens wanneer ik solliciteer vragen over mijn Nederlands. Zoals: ‘We horen dat je kan spreken, maar kan je ook schrijven?’

Van natuur ben ik bescheiden, een soort bescheidenheid die vrouwen werd aangeleerd. Ik ben vooral eerlijk en streng voor mezelf. Dus antwoord ik dat ik natuurlijk ook kan schrijven, maar er wel zaken zullen zijn die ik nooit volledig zal begrijpen en kunnen toepassen. (Zoals die eeuwige loterij tussen de en het.)

Kruip ik zelf in de positie van onvolmaaktheid of word ik daarin geduwd?

Na zo’n sollicitatiegesprek ben ik dan altijd boos op mezelf, omdat ik telkens weer in een positie kruip waar ik me zogezegd excuseer voor mijn onvolmaaktheid. Maar kruip ik daar echt zelf in of word ik daarin geduwd? De onvolmaaktheid die ik, als ervaringsdeskundige wat leven in nieuwe talen betreft, omarm en niet meer zie als een belemmering, wordt door potentiële werkgevers als een zwakte gezien.

Bestaat er überhaupt een manier om die “zwakte” van mij af te schudden? En zo ja, wil ik dat echt?

Ik herinner me hoe mijn vader zijn Servische nationaliteit in 1991 moest afstaan om de Sloveense te kunnen krijgen, zodat ons gezin samen in Slovenië zou mogen blijven. Dat was ook het moment waarop hij zijn moedertaal van zich af liet glijden.

Hij reageerde sindsdien verontwaardigd of boos als iemand hem in het Servisch aansprak. Of reageerde lomp als iemand hem als zemo, landgenoot, aansprak.

Als kind begreep ik dat niet. Iedereen wil toch in de taal van zijn jeugd spreken, waarom ergerde hij zich daar zo aan? Was het schaamte, was het angst, was het trots?

Ik heb het hem nooit gevraagd, maar ik hoor hem de laatste jaren wel vaker weer in het Servisch praten. Het is een Servisch dat al 20 jaar geleden door zijn neefjes als een “boeren-Servisch” bestempeld werd.

Nooit goed genoeg

Als ik dus tegenover een potentiële werkgever zit, praten we in plaats van over mijn competenties vaak over mijn al dan niet voldoende kennis van het Nederlands. Als kers op de taart komt er nog mijn gebrek aan kennis van het Frans bij.

Ik word meestal niet gezien als iemand met specifieke ervaring en kennis, maar als iemand die in eerste instantie niet Nederlandstalig is, en in tweede instantie geen Frans kan. Al de rest komt pas daarna.

Waarom leer ik dan geen Frans? Frans leren om een job te krijgen waar ik al voor gekwalificeerd ben en waar de kennis van het Frans niet eens nodig is, lijkt me toch een beetje vergezocht.

Ik snak naar het moment wanneer ik een job níet zal krijgen door mijn gebrekkige jobgerelateerde competenties, niet door de taal. De boodschap die ik daarmee krijg is eigenlijk telkens weer: je zult nooit genoeg zijn.

Ik snak naar het moment wanneer ik een job níet zal krijgen door mijn gebrekkige jobgerelateerde competenties, niet door de taal.

Ik heb het een beetje gehad met het concept “moedertaal”. De taal was altijd mijn primaire en meest belangrijke materie. Het concept moedertaal hield me lang, en houdt me nog steeds bezig, al blijft mijn blik erop veranderen.

Ik groeide op met aangeleerde trots op mijn taal. Het Sloveense volk zou er vandaag niet meer zijn als ze niet zo lang en onder ongunstige omstandigheden trouw waren gebleven aan hun taal. Ik vond dat een mooi idee en was er echt trots op, maar met de jaren begon ik me ook af te vragen wat dat Sloveens eigenlijk is (en ook: wat is die trots?).

De taal waarin ik mijn eerste 18 jaar doorgebracht was niet Sloveens, maar een dialect dat meer met het Hongaars en het Duits verwant is. En mijn vader is dus Servisch. De enige plaats waar ik met “het echte Sloveens” in aanraking kwam, was in boeken. Zelfs op school praatten leerkrachten in het dialect. Mijn Sloveens is dus, net als het Sloveens van elke Sloveen trouwens, of om het even welke taal van eender welke persoon, een persoonlijk bepaalde mengeling van verschillende invloeden en voorkeuren.

Automatisme

Ergens begrijp ik wel waarom potentiële werkgevers in diezelfde valkuil trappen. Het is een soort automatisme. Ze willen de beste kandidaat voor hun functie. Als iemand met Nederlands als tweede taal (en mogelijk nog zonder Frans), wek je meteen achterdocht.

Er is de veronderstelling dat moedertaalsprekers bekwamer en beter zijn in taal. Maar als je weet dat de algemene taalbeheersing al jaren in een dalende lijn is, is het niet meer dan dat: een veronderstelling.

Toch geeft de stempel “moedertaalspreker” blijkbaar nog genoeg vertrouwen. Als je in een taal bent geboren heb je er levenslang recht op. Dat maakt in mijn ogen van moedertaal een imperialistisch concept dat zichzelf, hoe leeg en onvolmaakt ook, sterker maakt door voortdurend in tegenstelling te staan tegen andere, “vreemde” talen en hun sprekers, die nooit toegang tot de essentie van een andere taal zullen krijgen.

De arme moedertaal heeft daar niet zelf voor gekozen. Maar die kwestie gaat de werkgevers te boven, het imperialisme van de moedertaal (en het onderlinge gevecht tussen hen) is opgelegd door de politiek.

Wat betekent een gelijkekansenclausule onderaan een vacature? ‘Kwaliteiten van mensen zijn doorslaggevend, ongeacht hun sekse, leeftijd, afkomst, nationaliteit of beperking?’

Om als een anderstalige gelijke kansen te hebben op een arbeidsmarkt, moet je eigenlijk beter tweetalig zijn dan de andere Belgen.

Dat het niet stoort dat je ergens anders geboren bent, maar dat er met de verschillen die dat met zich meebrengt geen rekening wordt gehouden? Om als anderstalige gelijke kansen te krijgen op de arbeidsmarkt, moet je eigenlijk beter tweetalig zijn dan de andere Belgen.

Ik heb niets tegen gesprekken over taal, ook niets tegen taaltesten. Maar dan denk ik wel: laat die voor iedereen gelden, ongeacht afkomst. Dát zouden pas gelijke kansen zijn.

Drempels

In al die jaren kreeg ik amper één enkele vacature onder ogen waar de gelijkekansenclausule niet gewoon gekopieerd en geplakt was, maar waar ook verder over was nagedacht. Daar stond: ‘Je kunt goed mondeling communiceren in het Nederlands. We verwachten niet dat je vlekkeloos schrijft en bieden je de kans deze en andere vaardigheden via opleidingen aan te scherpen.’

Deze houding toont de juiste reflectie en begrip. Het veronderstelt op voorhand waar mogelijke drempels zouden kunnen liggen, maar beschouwt die drempels niet meteen als doorslaggevend.

Dit stuk kwam er niet door een teleurstelling of boosheid over een bepaalde job die ik niet kreeg. De zoektocht naar een job is een spel. Een veeleisend, uitputtend spel. Het zet de sollicitant telkens in positie om zich een potentiële toekomst voor te stellen en anderen ervan te overtuigen dat hij of zij zich daar goed in zal voelen. En dat telkens opnieuw met zo veel potentiële, nooit vervulde toekomsten.

Dit stuk is niet ontstaan uit frustratie over een bepaalde gemiste toekomst. Het is meer een observatie van de mechanismen die telkens opnieuw, in alle nieuwe contexten lijken naar boven te komen.

Die observatie leidt wel eens tot een vraag: wat is mijn toekomst in het land waar ik door een arbitraire factor – moedertaal – altijd als iemand met een gebrek gezien zal worden?

Voor alle andere talen die ik beheers — Sloveens, Pools en Servisch-Kroatisch — krijg ik geen extra punten. Soms acht ik de kans dat ik in een professionele context net die talen zal nodig hebben even groot als de kans dat ik Frans zou nodig hebben.

Waarom wekt het verbazing dat ik jobs in callcentra met Servische klanten of in logistieke hubs met Poolse truckchauffeurs weiger? Zijn mijn buitenlandse masterdiploma en professionele ervaring met heel wat vakkennis dan echt zo nutteloos dat ik dankbaar moet zijn voor een kans waarbij ik een van de talen die ik toevallig spreek mag gebruiken? Ook dat kan een braindrain genoemd worden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Literair vertaalster en schrijfster

    Staša Pavlović is een Sloveense literair vertaalster en woont in België. Ze vertaalde vanuit het Nederlands werk van onder andere Stefan Hertmans, Toon Tellegen, Marjolijn van Heemstra.