'Soms valt het zwaar te moeten zeggen dat hun pad in België ook niet altijd over rozen zal lopen'

Mensen die hun thuis en familie achterlieten om zichzelf te kunnen zijn, verdienen onze bescherming

Nathan Rupert / Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Homoseksuele vluchtelingen en migranten prijzen ons “Belgen” om onze tolerantie en beweren dat ze zich nog nooit ergens zo gerespecteerd hebben gevoeld. Dat dit gevoel soms wat te voorbarig of rooskleurig is, durf ik hen niet altijd te vertellen.

Ons land is zo goed als wereldkampioen wat betreft de wettelijke bescherming van mensen met “andere” genderidentiteit of seksuele oriëntatie. We mogen er als klein land trots op zijn dat we een aantrekkingspool zijn voor zij die om precies die redenen in hun thuisland vervolgd worden, schrijft blogger Pablo Alonso.

Kent U ILGA (International Lesbian and Gay Association)? Het is een ngo en lobbygroep die, verspreid over 54 landen, 600 verenigingen samenbrengt die werken rond rechten van LGBTQIA+-personen (voor een goed begrip: Lesbian, Gay, Bisexual, Trans, Queer, Intersex, Asexual and Ally).

De Europese afdeling ervan brengt elk jaar een “rainbow index” uit waarin de landen op ons continent in een soort van hitparade worden geklasseerd. Het land dat het beste scoort op het vlak van wetgeving, maatschappelijke inclusie en aanvaarding, bescherming en positieve impact van dit alles op LGBTQIA+-ers staat op nummer 1.

Misschien zal het verbazen, maar voor het vierde jaar op rij staat België in die index op de tweede plaats. We moeten enkel Malta laten voorgaan. Luxemburg volgt ons op de voet.

We mogen als land trots zijn op deze prestatie. Temeer omdat onze regering in het regeerakkoord expliciet vermeldt dat ‘de regering bijzondere aandacht schenkt aan kwetsbare groepen, met name kinderen en LGBTQIA+-personen’.

Dat feit ontgaat velen die in hun land van herkomst vervolgd worden wegens genderidentiteit of seksuele vervolging niet. Vaak laten zij in hun thuisland alles achter om bij ons een veiliger toekomst te vinden.

Terechte trots

Eindelijk zijn ze ergens aanbeland waar hun ‘zijn’ niet in vraag wordt gesteld.

Als lid van het team “startpunt” van Vluchtelingenwerk Vlaanderen dat dagelijks aan het Klein Kasteeltje staat om mensen die een asielaanvraag in willen dienen met raad en daad bij te staan, gaat er geen dag voorbij zonder dat we met vragen rond asiel, genderidentiteit en seksuele oriëntatie worden geconfronteerd.

Ook al is elk verhaal verschillend en gaat er veel leed vooraf aan de aankomst in België, het valt me telkens op met welk optimisme deze asielzoekers hun verdere leven bij ons tegemoet zien. Eindelijk zijn ze ergens aanbeland waar hun ‘zijn’ niet in vraag wordt gesteld. Vaak zijn ze ook trots op hun moed. Terecht ook, als je bedenkt in hoeveel landen ze vervolging of zelfs de doodstraf riskeren. Ze zien ons land als een veilig baken waar ze zich niet meer hoeven te verbergen.

Ze prijzen ons, “Belgen”, om onze tolerantie en beweren dat ze zich nog nooit ergens zo gerespecteerd hebben gevoeld. Dat dit gevoel soms wat te voorbarig of rooskleurig is, durf ik hen niet altijd te vertellen.

Ik zie gelukkig dat het personeel van Fedasil en van de Dienst Vreemdelingenzaken aan de poorten van het Klein Kasteeltje bijzondere aandacht heeft voor die mensen waarvan ze vermoeden – de vraag mag en kan niet expliciet op straat worden gesteld – dat ze als LGBTQIA+-persoon een “kwetsbaar profiel” vertonen. Als van twee mannen vermoed wordt dat ze een koppel vormen worden ze vriendelijk uit de “single men” rij gehaald en geleid naar de rij waar families aanschuiven.

Het voelt warm aan het hart te zien hoe die jongemannen (want meestal zijn het twintigers) dan stralen omdat ze zich erkend voelen. ‘Yes sir, this guy here next to me is my boy’, zei een Tsjetsjeen me onlangs in gebroken Engels terwijl hij de hand van zijn partner nog eens extra vast nam.

Hetzelfde met transgenders. Zij staan soms in de mannen-rij, zichzelf zoveel mogelijk wegcijferend, terwijl ze daar duidelijk niet thuishoren. Zij worden naar de vrouwenrij geleid.

Erkende liefde

Als man die zichzelf als gay omschrijft, hebben deze mensen mijn bijzondere aandacht. Enkele ontmoetingen hebben me bijzonder getekend en met sommigen houd ik contact.

Zo was er die jongen uit de Westelijke Sahara die bij mij kwam omdat hij op een formulier dat hij moest invullen zeker geen fout wilde maken. Hij was samen met zijn Marokkaanse partner gevlucht en hij wou er zeker van zijn dat hun liefde ook in de administratieve molen van de asielprocedure blijvend erkend zou worden.

Ze waren zover gekomen, hadden veel ontberingen gekend en werden zo vaak respectloos en vijandig behandeld. Dat wilden ze niet meer laten gebeuren.

Of de twee Georgische queer-activisten uit Tbilisi die het beu waren weer eens door de politie te worden mishandeld na een uit elkaar geranselde Gay Pride. Om maar te zwijgen over de herhaaldelijk verkrachte transgenders uit hetzelfde land.

Of nog de eerst heel erg bedeesde jongen – want veel ouder dan 20 was ook hij niet – uit Ethiopië. Eindelijk voor zijn geaardheid uit kunnen komen was duidelijk een bevrijdende ervaring.

Natuurlijk zijn er ook al die mannen en vrouwen die ook aan de deuren van het asielcentrum staan en zo getekend zijn door trauma, schuld en schaamte dat ze niet of nauwelijks hun geaardheid durven te vermelden als reden, of een van de redenen, die hen naar Brussel bracht. Soms ontdekten ze pas tijdens hun tocht dat ze “anders” waren.

Een jonge Tanzaniër die naar Gent kwam met een studentenvisum, werd tot zijn eigen grote verbazing hier verliefd op een man. Zijn familie kwam dat te weten, waardoor hij onder geen beding meer terug durfde keren.

Wat valt het me soms zwaar om al die mannen en vrouwen erop te wijzen dat hun pad ook bij ons niet altijd over rozen zal lopen.

Een Oegandese man zag zijn verzoek om bescherming al een keer afgewezen worden. Nadat hij in Duitsland opnieuw zijn kans waagde, werd hij door de Duitse politie in het kader van de Dublin-akkoorden teruggestuurd naar België. Ook zijn tweede verzoek in ons land werd afgewezen.

Zijn “redenen” werden niet zwaarwichtig genoeg gevonden. De voornaamste reden voor zijn vlucht, zijn homoseksualiteit, had hij uit diepgewortelde schaamt en angst niet durven vermelden in zjn dossier in België. Nochtans is hij in Oeganda als homo, mét foto, naam en toenaam in de pers geout, wat er als vrijbrief kan gelden voor ieder die hem wil mishandelen of zelfs doden. Zijn familie en werkgever gooiden hem daarop op straat.

Na lange gesprekken met ons, durfde hij zijn verhaal uiteindelijk wel te doen. Zijn procedure loopt nog.

Ook een jonge vrouw uit Togo durfde haar verhaal eerst niet doen. Ze werd gefolterd en mishandeld door haar eigen familie en dorpsgenoten omdat ze een heks wou zijn. Met horten en stoten durfde ze uiteindelijk toegeven dat ze was “betrapt” met een vriendin. Lesbisch zijn staat in Togo gelijk aan heks zijn. En met een heks mag je doen wat je wil.

De zoektocht naar tolerantie en aanvaarding

Wat valt het me soms zwaar om al die mannen en vrouwen erop te wijzen dat hun pad ook bij ons niet altijd over rozen zal lopen. Om te beginnen zijn asielcentra hier meestal geen baken van tolerantie en aanvaarding.

Veel hangt af van toevaligheden: is er plaats om de asielzoeker de nodige privacy te bieden? Heeft de directie of hebben de maatschappelijke assistenten voeling met de bijzondere omstandigheden van de man of vrouw die voor hen staat? Is er in de stad of gemeente waar het asielcentrum zich bevindt een netwerk waar men terecht kan? …

Op die manier halen de discriminatie en verwerping waarvan deze mensen dachten te ontsnappen, hen weer in. Om van de nog steeds aanwezige homofobie in de Belgische samenleving nog maar te zwijgen.

Naar wat ik hoor, verlopen gesprekken bij de Dienst Vreemdelingenzaken door de meeste ambtenaren respectvol, maar kan hetzelfde niet altijd gezegd worden van de tolken. Het vergt heel wat lef om hiervan iets te durven zeggen.

Ik heb weet van tenminste één geval waarin een Venezolaanse asielzoeker op het Commissariaat-Generaal getrakteerd werd op een venijnige dosis homohaat. Gelukkig was zijn advocaat aanwezig en is er tegen de betrokkene meteen klacht ingediend.

Wat mij als “eerste opvanger” in dit soort van gevallen nog het meeste frustreert, is de moeilijkheid om de m/v/x die voor me staat – als hij/zij/hun dat wil tenminste – in contact te brengen met de diverse organisaties die professioneel bezig zijn met wat ik gemakshalve maar even holebirechten zal noemen.

Koude douche

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Er is goede wil in overvloed, maar geen tijd, overbevraagd, ‘ga eens ergens anders aankloppen’, of, vaker dan je denkt, gewoon geen antwoord. Dat komt op mij, meer nog dan op de persoon die voor mij staat, als een koude douche aan.

Hoog tijd dat we, meer dan de rapporten die af en toe worden gepubliceerd en de seminaries die op geregelde tijdstippen worden gehouden – over te gaan tot meer coördinatie met, en informatie aan, zij die ‘in het veld staan’.

De mensen die al hun moed bij elkaar hebben geraapt om hun huis en familie achter te laten en voor zichzelf hebben uitgemaakt dat zij geen slachtoffer van nog meer discriminatie en minachting willen zijn, verdienen dat.

Maar die tweede plaats voor België, daar ben ik stiekem heel erg trots op.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur