Eeuwig leven... in de productiecycli

De circulaire economie: het droomdiscours

Unsplash (CC0)

 

De circulaire economie is de droom van het eeuwige leven van materialen en hun componenten. Het is een model waarin onze grondstoffen in verschillende productiecycli reïncarneren en dat in soms totaal onherkenbare gedaantes. Katoenvezels geplukt door een Senegalese boer krijgen een tweede leven als biobrandstof, terwijl ons koffiedik wordt gebruikt voor de kweek van Brusselse oesterzwammen. Het circulaire denken spreekt tot ieders verbeelding – maar waarom blijkt dit alles zo overtuigend? 

Iedereen circulair 

Het circulaire of kringloopdenken kan in de meest diverse uithoeken op aanhangers rekenen, van recalcitrante ecologische bewegingen als Friends of the Earth tot de strategische managers van multinationale bedrijven. IKEA is een fan. Coca-Cola belooft haar PET-flessen te recycleren. Philips kiest gezwind voor een modulair ontworpen verlichting en verkoopt voortaan een dienstverlening (licht) in plaats van een product (lamp).

Ook overheden hebben het concept in het hart gesloten: de Europese Commissie zwaait sinds eind 2015 trots met haar “Circular Economy Package” en Vlaanderen maakte onlangs 10,7 miljoen euro vrij voor circulaire projecten. Hoe dat is kunnen gebeuren is op z’n minst opvallend, en bijzonder interessant. Wellicht heeft het alles te maken met de ideologische soepelheid van het concept, dat uiteenlopende visies op de organisatie van ons economisch systeem weet te verzoenen. Hoe valt anders te verklaren dat je circulaire pioniers zowel in de verpakkingsvrije winkel om de hoek als in de vermogende Londense City vindt? 

Een ontnuchterende vaststelling is dat een kwalitatief en hoogwaardig hergebruik voor vele grondstoffen, vezels en materialen niet altijd mogelijk is.

In feite is “circulaire economie” een veredelde term voor wat we amper een decennium geleden nog ietwat misprijzend “afvalbeheer” plachten te noemen. Dat is echter precies waar de circulaire economie zich tegen afzet.

In het circulaire denken, althans in haar zuiverste vorm, bestaat afval simpelweg niet langer: niets gaat verloren. Het zal niet verbazen dat de reële, alledaagse productie- en consumptiepatronen vooralsnog weinig genegen zijn aan dit kringloopdenken. De scheidingstechnologieën staan nog niet op punt en ontwerpers gaan zelden te raad bij recycleerders wanneer ze materialen en assemblagetechnieken bepalen.

Bovendien blijft het vooralsnog een ontzettend dure onderneming om secundaire materialen op te halen, te vervoeren en te sorteren.

Daarbij komt de ontnuchterende vaststelling dat een kwalitatief en hoogwaardig hergebruik voor vele grondstoffen, vezels en materialen niet altijd mogelijk is. Zo worden textielvezels korter wanneer je ze recycleert in nieuwe garens, waardoor ze wel een tweede, maar geen derde of vierde leven kunnen verwachten. 

Unsplash (CC0)

 

Vier troeven

Het kringloopidee is zo aantrekkelijk omdat het vier grote troeven uitspeelt. Zo biedt het circulaire discours een softe versie van het groeidenken. Het benadrukt samenwerking ten nadele van concurrentie en verlost ons bovendien van schuldcomplexen tegenover het Zuiden, dat in een kringloopmodel zó naar een groener productiesysteem kan springen (“leapfroggen”). Tot slot verzoent het kringloopdenken ons met de smoezelige gevolgen van een systematische overproductie en al even buitensporige consumptie: afval. Het ideaalbeeld van de circulaire economie heeft voor elk wat wils en weet zo de onderliggende spanningen (bijvoorbeeld tussen economische groei en klimaatadaptatie) gedeeltelijk te ontmijnen.

1. Groen groeien 

Terwijl het klassieke duurzaamheidsdiscours prat gaat op de strijdkreet “minder!”, komt de circulaire economie met “meer!”. Door slimmer om te gaan met materialen en de levensduur van producten te verlengen, hoeven we onze consumptie niet bijster veel in te krimpen, zo lijkt het wel. We kunnen met andere woorden met een gerust hart blijven vernieuwen en vooral, blijven “groeien”. 

Uiteraard zullen er winnaars en verliezers zijn, zoals dat altijd gaat in een veranderende arbeidsmarkt. Door de bank genomen zullen er echter meer jobs bijkomen dan verdwijnen, zo wordt beweerd door hoog aangeschreven consultancybureaus als McKinsey. Zij voorspellen een mogelijke groei van maar liefst 7% van het Europese bbp, indien de EU de circulaire omslag maakt.

Die economische winst komt niet alleen voort uit besparingen dankzij een efficiënter gebruik van onze hulpbronnen. Er komen ook nieuwe, “circulaire” jobs aan. Bedrijven die kiezen voor dienstverlening en dus eigenaar blijven van hun producten, creëren werkgelegenheid in activiteiten als terugname, reparatie en hergebruik van waardevolle onderdelen. Kortom, de circulaire economie biedt een feestelijk overvloedsdenken, waarin de behoefte aan grondstoffen wordt losgekoppeld van onze welvaart en waarin we efficiënter, slimmer en vooral milieuvriendelijker in onze noden blijven voorzien. 

Unsplash (CC0)

 

2. Samen circulair 

Circulariteit wil echter meer zijn dan technologische en economische innovatie. Het is een alomvattend wereldbeeld waarin waardeketens op elkaar worden aangesloten en burgers, bedrijfs- en beleidswereld de handen in elkaar slaan. Een overheid geeft haar onbenutte grond uit handen aan een grasteler, die het olifantsgras verkoopt voor het 3D-printen van beton en papier. Keramiekspecialisten zorgen voor gerecycleerde bakstenen, in samenwerking met door de overheid gefinancierde ophalers van bouwmateriaal. 

Hier leunt de kringloopeconomie dicht aan bij de deel- of platformeconomie: een visie van kleinschalige, lokale en gezamenlijk gerunde productie- en handelssystemen. Denk maar aan de deel- en repareerplatformen voor afgedankt kantoormeubilair, fietsen of tuingereedschap. 

De circulaire economie presenteert zich telkens weer als een publiek-privaat verhaal.

Samenwerking, vertrouwen en het delen van risico staan voorop, in een gedecentraliseerde en sterk gedigitaliseerde waardecreatie. Geen spoor dus van de op winstbejag en individueel succes gerichte logica van de vrije markt.

Toch zien ook grote spelers brood in de circulaire economie: zo investeert bouwgroep Machiels samen met Vlaanderen en Europa in “urban mining”, het terugwinnen en hergebruiken van industrieel afval.

De circulaire economie presenteert zich telkens weer als een publiek-privaat verhaal: terwijl de overheid het onderzoek naar verbeterde recyclagetechnologie ondersteunt en het wettelijk kader voor inzameling schept, blijft het aan de markt om te zorgen voor commercieel levensvatbare producten. 

3. De grote sprong voorwaarts in het Zuiden

Een veelgehoord argument in het circulaire discours is dat de kringloopeconomie ook goed nieuws brengt voor het Zuiden en in het bijzonder voor Afrika. De Afrikaanse economieën kunnen namelijk “leapfroggen”, zoals dat ook met de mobiele telefonie is gebeurd (waarbij het koperen netwerk aan telefoonlijnen er nooit gekomen is). 

Feit of fictie, het circulaire discours gaat vaak voorbij aan het hypergeglobaliseerde karakter van de waardeketens.

Talloze opiniestukken maken zich sterk dat het sneller, efficiënter en goedkoper is om een circulaire infrastructuur uit te bouwen in Afrika, in vergelijking met de vastgeroeste energie- en materiaalstromen in het Westen. Zo kan Afrika in sneltempo overstappen naar een flexible, geëlektrificeerde en gedecentraliseerde kringloopeconomie, onder meer dankzij 3D-printers en off-grid energievoorziening.  

Feit of fictie, het circulaire discours gaat vaak voorbij aan het hypergeglobaliseerde karakter van de waardeketens. In Europa wordt vooral ingezet op de “einde-leven”-fases en mogelijk hergebruik van producten – niet op het maakproces, dat zich doorgaans in Azië situeert.

Bovendien spelen de Aziatische en Afrikaanse afzetmarkten een sleutelrol in het Europese afvalbeleid. Van elektronisch schroot tot afgedankt textiel: het reist allemaal de EU weer uit. China’s National Sword-campagne lijkt hier weldra echter verandering in te brengen: niet alleen moet kunststoffenafval voortaan aan strengere normen voldoen om China binnen te komen, bovendien vaardigde Peking een importverbod uit op onder meer plasticafval, ongesorteerd papier, kunststof, glas en oude medicijnen.

Europa zit dan ook met de handen in het haar. 

Unsplash (CC0)

 

4. Van afval tot goud

De vierde component van de circulaire triomftocht is meteen de eenvoudigste: de beweging van een lineair naar een circulair systeem is esthetisch verantwoord en beantwoordt bovendien aan het nieuwe streven naar authenticiteit. 

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Wat tot voor kort als amper presentabele “bric à brac” werd beschouwd (oude visnetten, afgedankte telefoons, voedseloverschotten) krijgt plots sier en glans, dankzij een slimme marketing met veel aandacht voor design, creativiteit en verbondenheid met de natuur.

Michiel Schwarz en Joost Elffers opperden tien jaar geleden al: sustainism is the new modernism. Dat is een tijdsgeest waar de circulaire droom probleemloos bij aanhaakt. 

Recycleren en hergebruiken is hip: het past in de groeiende vraag naar eerlijke, authentieke en lokale producten en aan de goesting om zelf de handen uit de mouwen te steken (“DIY”). 

Voor de “wij-generatie” die de millennials worden genoemd, is delen het nieuwe hebben en schenkt de creatieve ervaring meer voldoening dan de impulsieve aankoop.

Kortom, zoals auteurs Michiel Schwarz en Joost Elffers tien jaar geleden al opperden: sustainism is the new modernism. Dat is een tijdsgeest waar de circulaire droom probleemloos bij aanhaakt. 

De tegenbeweging 

Intussen krijgt ook het tegendiscours vorm. Kritische stemmen waarschuwen voor de Jevon’s paradox, waarbij circulaire initiatieven net méér primaire productie tot gevolg hebben.

Ook wordt met enig wantrouwen gekeken naar megabedrijven en hun monopolie op de waardeketen – kleinere spelers die hun brood verdienen met het ophalen, sorteren en valoriseren van restmateriaal worden zo in een afhankelijke positie gedwongen.

Repareren en recycleren mogen dan wel sinds jaar en dag bestaan, het circulaire denken staat nog in de kinderschoenen. 

Daarnaast spreken de circulaire pleitbezorgers zich niet of amper uit over de structurele overproductie die aan de basis van onze groeiende afvalberg ligt.

Tot slot hekelt de tegenbeweging het gebrek aan socio-economische rechtvaardigheid in het circulaire plaatje, schijnbaar onverschillig jegens scheefgetrokken arbeidsrelaties in de wereldeconomie. Dat is inderdaad merkwaardig, omdat een circulair model zal moeten steunen op nieuwe arbeidskrachten in het sorteren en recycleren van materiaalstromen.

Repareren en recycleren mogen dan wel sinds jaar en dag bestaan, het circulaire denken staat nog in de kinderschoenen.

In de komende jaren wordt de rolverdeling tussen privaat en publiek aangescherpt in meer structurele samenwerkingsverbanden. Het is binnen die krijtlijnen dat de circulaire droom zal moeten worden waargemaakt.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur