Laetitia Forst: 'We moeten vandaag zó durven ontwerpen dat er overmorgen geen afvalberg meer is'

De kringloop loopt spaak: wie maakt het textiel van de toekomst?

© Laetitia Frost

 

Sinds mensenheugenis doen we aan ‘blending’: we mengen materialen om een sterkere grondstof te bekomen. Van leem en stro tot de composieten van kunststof die vandaag de dienst uitmaken: materiaalwetenschappers sleutelen voortdurend aan nieuwe combinaties en toepassingen. Zo ook in de textielsector, waar stoffen steeds sneller drogen, minder kreuken en comfortabeler aanvoelen. De ‘blends’, waarbij verschillende vezels aan elkaar worden gehecht, maken het echter moeilijk om de stof te recycleren. Daar wil de Brits-Franse ontwerpster Laetitia Forst iets aan doen. Zij ontwerpt het textiel van de toekomst. 

Laetitia, wanneer en waarom zijn we überhaupt begonnen met het mengen van textielvezels? 

Laetitia Forst: Oh, that goes way back. Het Oud Testament spoort aan om weefsels van wol en linnen achterwege te laten en in één stof gekleed te gaan. Dat verbod was bedoeld voor het volk, dat sober en godvruchtig diende te leven, maar niet voor de priesters. Tijdens de Industriële Revolutie gebeurde het blenden dan weer om de prijs te drukken: het goedkopere katoen werd massaal gemengd met wol. Maar de grote omslag kwam er met de kunstmatige vezels, die via chemische processen uit petroleum worden vervaardigd. Wanneer je het vocht-opslorpende katoen mengt met het stevige, kreukvrije polyester, krijg je de perfecte mix. 

Polykatoen komt inderdaad ontzettend veel voor, in onze bedden, kleerkasten en tapijten. Het blijkt ook één van de minst geschikte combinaties voor recyclage. Waarom is het zo moeilijk om dat weer uit elkaar te halen? 

Laetitia Forst: Blends verschijnen in alle mogelijke gedaantes. Je kan blends onderscheiden naargelang hun “intimiteit”, zoals we dat noemen: bij intieme blends spinnen we verschillende vezels tot één draad, terwijl de gemengde blends verschillende draden in dezelfde stof samenbrengen. Maar de materiaalpercentages variëren sterk, en je kan zelfs gemengde draden gaan combineren in een nieuwe mix. Er zijn een paar onderzoekers die blends trachten te categoriseren, maar de textielindustrie zelf lijkt het eigenlijk niet bij te houden. Zo komt het dat recycleerders vaak geen idee hebben van hoeveel katoen, wol, polyamide of polyester er precies in een kledingstuk zit. 

‘We moeten vandaag zó durven ontwerpen dat er overmorgen geen afvalberg meer is’

Wanneer we textiel recycleren wordt de vezel of, bij synthetische stoffen, de monomeren in die vezel, gerecupereerd. Gemengde vezels moet je dan ook eerst uit elkaar halen. Dat vraagt een chemisch proces, niet eenvoudig wanneer er ook nog eens verfstoffen en metalen in de stof aanwezig zijn. H&M heeft heel wat geïnvesteerd in het Britse Worn Again, dat met behulp van een oplosmiddel katoen en polyester van elkaar scheidt. Zo’n processen verslinden energie en staan nog niet helemaal op punt.

Met mijn werk probeer ik een stapje terug te zetten. Dankzij Worn Again zijn we beter gewapend voor de afvalberg van morgen, maar we moeten vandaag zó durven ontwerpen dat er overmorgen geen afvalberg meer is. 

© Laetitia Frost

 

Wat voor stoffen moeten we dan gaan maken? 

Laetitia Forst: Ik pleit voor modulair design, waarbij je de verschillende componenten kan demonteren. Als je kledingstukken met een laserstraal in elkaar zet, kan je ze manueel terug uit elkaar halen. Je kan ook werken met een draad die oplost bij hoge temperatuur, zoals ontwikkeld door het Belgische Resortecs. Wanneer je zo’n draad gebruikt voor de naad, valt het kledingstuk onder sterke warmte eenvoudig uit elkaar. De juiste assemblagetechniek kan het verschil maken, en natuurlijk de keuze van stoffen en vezels die je samenbrengt. Maar wondermiddeltjes bestaan vooralsnog niet: je moet in de eerste plaats met monomaterialen werken. Al hoeft dat niet zo saai te zijn als het klinkt: de industrie staat niet stil. Polyester dat vandaag wordt gemaakt absorbeert bijvoorbeeld veel beter dan enkele decennia geleden. 

Waarom zijn designers schijnbaar niet bezig met dit alles? 

Laetitia Forst: Ontwerpers staan voortdurend onder druk. Ze moeten een bepaald aantal prints en prototypes per dag realiseren aan een genadeloos werkritme. In zo’n context is er weinig ruimte voor verandering en al helemaal niet voor nieuwe regels en principes die hun leven alleen maar moeilijker lijken te maken. Als ik terugdenk aan mijn eigen ervaring als textielontwerpster, denk ik dat we het bewustzijn alleen kunnen vergroten als we inspelen op creativiteit. Wie circulair ontwerpt, wordt beperkt in zijn mogelijkheden — en dat biedt net een geweldig creatieve impuls. Dat moet de boodschap zijn.

© Laetitia Frost

 

Wat denk je dat er verder gaat gebeuren met je werk? Gaat de industrie er mee aan de slag?

Laetitia Forst: Ik ga nu verder met het ontwikkelen van prototypes, die kunnen worden ingezet in productieprocessen. Via het Mistra Future Fashion programma werk ik onder meer met het Zweedse kledingmerk Philippa K. Dat is ontzettend waardevol, want zo kan je aan de hele wereld tonen dat het mogelijk is om iets moois én recycleerbaars te ontwerpen voor een grote modespeler. 

Maar ik voer ook veel gesprekken buiten de modewereld en ben altijd verrast te ontdekken hoe creatief met mijn ideeën wordt omgesprongen. Mensen denken meteen na over hoe modulair design in hun eigen sector kan worden toegepast, bij het produceren van schoenen, meubels of interieurtextiel. De weg is nog lang, maar veelbelovend.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur