'Maak je vooral geen zorgen over de beerdiertjes, zij overleven het wel. Wij zijn de watjes.'

Klimaatverandering: aanpassen of oprotten?

Darron Birgenheier (CC BY-SA 2.0)

Het beerdiertje.

In verschillende opiniestukken in de media laten sommige auteurs uitschijnen dat het allemaal wel zal meevallen met klimaatopwarming. Wij passen ons wel aan. Met nieuwe innovatieve technieken, door te leven in nieuwe groene steden, door nieuwe genetisch gemanipuleerde gewassen te telen die hitte en droogteresistent zijn… het komt allemaal wel goed.

Om het klimaatprobleem op te lossen is het volgens deze vooruitgangsoptimisten zelfs helemaal niet nodig om onze consumptie en onze economie aan te passen. Ze zijn zelfs sterk gekant tegen de traditionele milieubewegingen die wel systemische veranderingen eisen om het klimaatprobleem op te lossen. Voor deze nieuwe, zelfverklaarde, ecomodernisten is het enkel aanpassen wat telt. Aanpassen of oprotten.

Bij het uitstippelen van een klimaatbeleid hanteren wetenschappers nochtans twee duidelijke begrippen: adaptatie en mitigatie. Deze twee termen zijn dominant aanwezig in het klimaatdebat. Het IPCC heeft zelfs een aparte werkgroep, WGIII, die zich uitsluitend buigt over adaptatie en mitigatie. Er worden in deze werkgroep aanbevelingen gedaan om ons aan te passen (adaptatie) aan de onvermijdelijke klimaatopwarming en scenario’s opgesteld om de uistoot en de gevolgen van klimaatopwarming te verminderen (mitigatie).

Adaptatie en mitigatie kunnen enkel succesvol zijn binnen een strikt tijdskader waar we de opwarming binnen de perken houden. Vooruitgangsoptimisten durven dat al eens over het hoofd te zien.

Een schoolvoorbeeld van adaptatie is het bouwen van hogere dijken om ons te beschermen tegen de stijgende zeespiegel en een voorbeeld van mitigatie zijn de emissiereductie scenario’s om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen om gevaarlijke opwarming te vermijden.

Adaptatie en mitigatie staan vanzelfsprekend niet los van elkaar. Hoe meer we inzetten op mitigatie hoe minder adaptatie er nodig zal zijn. Beide strategieën hebben elk ook hun eigen beperkingen. Zowel aanpassen als verminderen kunnen enkel binnen een strikt kader.

Als we op een punt komen dat de door ons veroorzaakte klimaatopwarming een domino-effect veroorzaakt waarbij de planeet zelf gaat bijdragen aan de opwarming (runaway climate), door bvb het smelten van permafrost of het verdwijnen van regenwouden, dan heeft het letterlijk geen zin meer om onze uitstoot trachten in te dijken (mitigatie). Het klimaat op onze planeet glijdt onherroepelijk af naar een hothouse klimaat, een nieuwe stabiele status: een warme, ijsvrije planeet.

Er is met andere woorden een punt, een tijdstip, waar het te laat is om in te grijpen: een zogenaamd kantelpunt waar we de controle verliezen. Waar dat kantelpunt nu juist ligt weet niemand, maar hoe meer we onze planeet laten opwarmen hoe groter de kans dat dat omslagpunt wordt bereikt. Vanaf 2°C opwarming is er al een reële kans dat we afglijden naar die voor ons onleefbare warme wereld.

Samengevat zijn adaptatie en mitigatie onlosmakelijk met elkaar verbonden en kunnen beide strategieën enkel succesvol zijn binnen een strikt tijdskader waar we de opwarming binnen de perken houden. Vooruitgangsoptimisten durven dat al eens over het hoofd te zien. Zij trekken volop de “adaptatiekaart” waar het menselijk vernuft, de vooruitgang, ons uit de problemen gaat houden.

Een tweede probleem dat opduikt in onze adaptatie-mitigatie strategie is dat we handelen vanuit een antropocentrisch perspectief. Dit terwijl de term ‘adaptatie’ zijn oorsprong vindt in de evolutieleer: door natuurlijke selectie zijn bepaalde soorten beter uitgerust om te overleven in een wijzigend milieu, klimaat in ons geval.

Dat is de tweede blinde vlek in onze adaptatie-mitigatie aanpak van de klimaatcrisis: andere levende wezens tellen niet mee.

Mensen kunnen vluchten voor de hitte en droogte in hun regio. Een oude beuk kan dat niet, hij sterft. Andere soorten zijn dan wel mobiel maar stuiten op grenzen. Vlinders kunnen steeds meer noordwaarts trekken tot ze op de grens stuiten waar hun waardplanten niet langer aanwezig zijn. Koraalriffen, het tweede grootste ecosysteem op onze planeet, kunnen maar een beperkt aantal ‘verblekingen’ doorstaan (warmer zeewater) voor ze afsterven.

Dat is dan de tweede blinde vlek in onze adaptatie-mitigatie aanpak van de klimaatcrisis: andere levende wezens tellen niet mee. Dat is natuurlijk een domme fout, wij zijn verbonden en overleven dankzij dat complexe web van het leven op deze planeet. Heel de biosfeer is deel van het ‘life support system’ waar wij en onze kunstmatige beschaving aanhangen en op overleven zoals een comapatiënt via een ademhalingstoestel.

We moeten dus af van onze antropocentrische hoogmoed. Adaptatie is enkel mogelijk als wij zo vlug mogelijk aan mitigatie doen: de uitstoot van broeikasgassen naar nul herleiden. Laat ik de dwaze illusie dat we ons wel kunnen aanpassen doorprikken met een levend wezen op onze planeet dat dit veel beter gaat kunnen dan wij.

Het beerdiertje (zie foto) komt nagenoeg overal voor op onze planeet en kan overleven in de meest extreme omstandigheden. Het beweegt zich nogal onhandig voort zoals een waggelende beer, is minuscuul klein, maar een held in overleven. Uitdroging, hoge druk, UV-straling, Röntgenstraling,… alles overleeft het beerdiertje. Zowel NASA als onze ESA hebben het diertje blootgesteld aan de ruimte en toch kon het overleven.

Wij daarentegen zijn watjes. Een relatief kleine stijging in temperatuur in combinatie met hoge luchtvochtigheid is dodelijk voor ons. We overleven het niet. We zijn even kwetsbaar als de beuk die zich niet kan verplaatsen, als de vlinder die geen waardplant meer vind in het noorden. Ook onze samenleving, onze beschaving, is kwetsbaar. Een aanhoudende hittegolf, stortregens, stormen zetten onze maatschappij onder druk.

Laten we dus onze eigen kwetsbaarheid en afhankelijkheid maar vlug onder ogen zien en onze adaptatie en mitigatie strategie afstemmen op onze gelijken: de meest kwetsbare levensvormen op onze planeet . Want wij zitten ook in deze groep, de groep waar de klappen vallen: grote zoogdieren die niet in staat zijn om iets hogere temperaturen te overleven. Dan blijft er enkel ‘oprotten’ over op termijn.

Maak je vooral geen zorgen over de beerdiertjes, zij overleven het wel. Wij zijn de watjes.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift