Supersnelle CO2-opslag

Koeien kunnen mee het klimaat redden

PxHere (CC0)

Koeien kunnen het klimaat én de biodiversiteit helpen. Uiteraard is er hier een zéér grote maar. Koeien zijn pas voordelig als ze het jaar door in hun natuurlijke habitat leven. En hun natuurlijke habitat is allesbehalve een door de mens gebouwde (mega)stal.

In het klimaatdebat wordt niets liever gedaan dan met de vinger wijzen naar de een of andere schuldige. Koeien, of beter koeienhouders, worden bijvoorbeeld vaak geviseerd. De dieren stoten methaan uit en daarom moeten we ze ophokken en hun uitlaatgassen opvangen, klinkt het dan. Maar klopt dat wel?, vraagt Zeronaut-blogger Louis De Jaeger zich af.

Onze maatschappij is kortzichtiger dan een blinde mol en focust zich maar al te graag op een of ander detail dat het verschil zou maken. Het klimaat is één grote puzzel met oneindig veel stukjes die allemaal hun rol spelen. En toch slagen we erin om onze pijlen op slechts enkele puzzelstukjes te richten, zoals de koe.

Een koe is een dier dat van nature voorkomt in Europa en hier een zeer mooie ecologische functie vervult. Meer nog: prairies waar koeien in grazen staan in de top drie van grootste CO2-vangers ter wereld. Belangrijk hierbij is wel dat er een doordachte rotatiebegrazing is en dat er niet té veel koeien per hectare staan.

De natuurlijke habitat van koeien is allesbehalve een door de mens gebouwde megastal.

Grassen hebben een exponentiële groeicurve. Als koeien net in die volle groe beginnen grazen, slaan zij enorm veel koolstof op. Op die manier, enkel en alleen door slimme begrazing, is het mogelijk om woestijngronden weer vruchtbaar te maken. De positieve impact die koeien hebben, maakt hun methaanuitstoot meer dan goed. Zie het werk van de Zimbabwaanse ecologist Allan Savory of agro-ecoloog Alain Peeters.

Koeien bieden klimaatvoordelen, én hun prairies staan in de top van de meest biodiverse gebieden in de landbouw. Koeien kunnen dus het klimaat helpen én de biodiversiteit.

Natuurlijke habitat?

Uiteraard is er hier een zéér grote 'maar'. Koeien bieden die voordelen pas als ze het hele jaar door in hun natuurlijke habitat leven. En hun natuurlijke habitat is allesbehalve een door de mens gebouwde (mega)stal.

Op dit moment doet onze regering het meest onzinnige dat je in de veeteelt kan doen. Ze denkt dat het beter is voor ons milieu en het klimaat om als veevoer soja in Zuid-Amerika te telen, met verboden pesticiden, waarvoor regenwouden gekapt worden. Deze soja wordt geoogst met vervuilende traktoren en dan met dito schepen naar Europa gebracht. Daardoor ontstaat bij ons een overschot van voedingsstoffen.

De soja wordt vervolgens per vrachtwagen vervoerd, van groothandel naar kleinhandel naar de boer. Daar wordt het gevoederd aan koeien, die niet eens gemaakt zijn om dit voer te eten.

De koeien zelf zitten hun hele leven in een gebouw dat gemaakt werd met milieuvervuilende en klimaatonvriendelijke materialen. En de dieren produceren dan nog bergen mest waar niemand een weg mee weet en die een stikstofoverschot veroorzaken.

Zet je dieren in hun natuurlijke habitat, dan wordt het dier een deel van de oplossing.

Op de archilelijke koeienstallen zetten we dure filters om het methaangas op te vangen. En dat laatste zou heel deze onnatuurlijke kringloop dan plots moeten goedmaken?

Deel van de oplossing

Vlaanderen is een aquarium vol stront dat permanent overstroomt. Wat doen wij? Wij investeren in dweilen, terwijl men misschien beter de strontkraan zou dichtdraaien.

Laten we stoppen met eiwitten te importeren en in de plaats daarvan onze kringloop in Vlaanderen sluiten. Vlaanderen investeert in circulaire economie, laat ons dat asjeblieft doortrekken naar de landbouw. Wanneer koeien het jaar rond buiten leven en enkel voedsel eten dat niét door de mens kan opgegeten worden, hebben we duurzame en circulaire voeding.

De enige technologie die je hiervoor nodig hebt, is het transport van de dieren naar het slachthuis en eventueel een tractor. Dit geldt overigens ook voor andere dieren. Varkens, kippen, koeien: vanaf het moment dat je ze loskoppelt van het ecosysteem heb je dure inputs nodig en creëer je een destructieve afvalstroom. Zet je ze in hun natuurlijke habitat, waar geen ander voedsel kan worden geteeld, dan wordt een dier deel van de oplossing.

Louis De Jaeger is tuin-, landbouw- en landschapsarchitect, is lid van verschillende agro-ecologische denktanks en is auteur van het boek We eten ons dood, over de toekomst van de landbouw.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift