“Meer consumeren” is geen indicator van vooruitgang

Liefste Kerstman, ik wil meer tijd, niet meer spullen

Andy Atzert (CC BY-NC-ND 2.0)

Gisteren zag ik een video over Japan op de Facebookpagina van een van de meest invloedrijke platforms rond (duurzame) economie in de wereld. ‘Japan kent zijn langste periode van groei sinds meer dan een decennium. Hier is een waardevolle economische les.’ Ik wist dat Japan sinds de jaren ‘90 in een economische stagnatie verkeerde en dat de nieuwe leider Abe maatregelen neemt om zijn land uit ‘die stagnatie te halen.’ Hoewel er niets nieuws werd verteld, stoorde ik mij geweldig aan de inhoud.

De video berichtte over consumenten die meer televisies, auto’s en huishoudapparaten kopen. Alsof dat een indicator voor vooruitgang was! Geen woord over tijdsgebruik, geestelijke gezondheid, gendergelijkheid, levensvoldoening ecologische voetafdruk of andere indicatoren die iets meer over de gezondheid van het milieu en de mens zeggen.

Een van mijn vroegere nieuwsjaarsresoluties was om minder op posts op sociale media te reageren, maar hier jeukten mijn vingers toch. Waarom is de logica van een 20ste eeuwse economist een waardevolle les? Hallo, we zijn in de 21ste eeuw. Nieuwe problemen, nieuwe opportuniteiten, nieuwe economie alsjeblieft!

Wat is zeker (g)een waardevolle les voor België?

België hoeft zeker niet te rade te gaan bij Japan raad over consumptie of grondstoffenbeheer of recyclage. In Japan zie ik hoe de recycleereconomie verkeerd kan gaan. België en Japan hebben trouwens dezelfde bevolkingsdichtheid en niet veel land meer over -of in het geval van Japan “bruikbaar land”- om te bouwen. Beide landen hebben ook niet veel andere grondstoffen.

‘Japanners begrijpen niet dat al die afvalconsumptie en recycling of verbranding niet echt de beste afvalstrategie is, maar toch zijn ze apetrots op hun afvalbeheer’

Het is dan niet verbazingwekkend dat België (en vooral Vlaanderen) en Japan meesters in recyclage zijn. Maar Japan is niet de meest milieuvriendelijke natie op aarde.

Ik dacht dat Thailand, mijn vorige thuishaven, verslaafd was aan plastiek… tot ik naar Japan verhuisde. Japan is het land bij uitstek waar Thailanders naar opkijken en soms te graag willen kopiëren, heb ik het gevoel.

Japanners consumeren veel en gooien zo veel afval weg. Ik vrees dat het iets te maken heeft met hun “derde religie van properheid” en hun fout geloof dat alles toch gerecycleerd wordt. Japanners begrijpen niet dat al die afvalconsumptie en recycling of verbranding niet echt de beste afvalstrategie is, maar toch zijn ze apetrots op hun afvalbeheer.

Vorm boven inhoud

Als ik een kunstvoorstelling over de problemen in Japan in elkaar moest steken, zou ik vooral met verpakkingen werken. Terwijl fabrikanten in duurzame kringen in Europa voor zo weinig mogelijk verpakking gaan (meestal om de kostprijs te drukken), is verpakking hier gelijk aan kwaliteit. Hoe mooier, hoe duurder. Ik ben al vaak in een winkel geweest waar ze dezelfde dingen in verschillende verpakkingen verkopen.

Ik heb het niet louter over producten. Japanners blijven gemiddeld zeer lang op kantoor. Niet dat ze de meest productieve mensen zijn. Ik heb al Japanners met hun hoofd zien slapen op hun bureau. Ze blijven meestal tot de baas weg is, zodat ze een goede indruk maken.

‘Terwijl fabrikanten in duurzame kringen in Europa voor zo weinig mogelijk verpakking gaan, is verpakking in Japan gelijk aan kwaliteit’

Ook heb ik geleerd kritische opmerkingen persoonlijk en in een kleine kamer te uiten, vooral niet in een grote vergaderkamer of een auditorium, want Japanners lijden niet graag gezichtsverlies en voelen zich in hun eer gekrenkt ten aanzien van anderen.

Bovendien besteden ze veel geld aan uiterlijk en luxeproducten. Een Japanse vriend vertelde me dat er in Japan meer kappers zijn dan supermarkten. Een andere vriend legde het “Starbucks fenomeen” uit. Jonge vrouwen maken zich helemaal op, om dan alleen met een boek in de Starbucks te zitten. Het is immers chique. Vaak, zei hij, weten ze daarna niet wat ze hebben gelezen.

Ik denk niet dat dit alleen in Japan voorkomt, maar in elke consumptiemaatschappij. Mooie verpakkingen verkopen.

Van recyclage-economie naar circulaire economie

Japan heeft ook veel sterke punten. Wat mij aantrekt is de oude filosofie. Vroeger hadden ze ideeën zoals Mottainai, een concept dat niet echt een Vlaamse vertaling heeft. Mijn sensei [supervisor aan de universiteit] heeft me uitgelegd dat Japanse grootvaders dat woord zouden roepen als iemand iets wou weggooien. Het heeft te maken met een idee uit hun oude geloof, dat elk object een ziel heeft.

‘Mottainai, de idee uit het oude Japanse geloof dat er in ieder object een ziel, misschien zelfs een god huist’

Mijn grootvader, legde mijn sensei uit, zou zelfs geloven dat er een soort van god van de Iphone bestaat. Als je jouw oude iphone weggooit, maak je die god kwaad. Ik haalde me trouwens Steve Jobs voor de geest wanneer mijn sensei dat voorbeeld gaf. Mottainai is niet zo aanwezig in de Japanse steden. Soms maken goede oude ideeën plaats… voor wat eigenlijk?

De visie van Japan is een materieel gezonde samenleving. Er wordt (nog niet) gesproken over circulaire economie. Vlaanderen is in mijn ogen ambitieuzer dan Japan. Maar, wanneer wij -inclusief Vlamingen- over circulaire economie praten, praten we vaak over recycleerbare economie en upcycling.

Ik was opgelucht toen ik hoorde dat Vlaanderen Circulair, met de lancering van hun green deals, vooral op zoek waren naar ondernemingen en organisaties die iets meer doen dan upcycling. Begrijp me niet verkeerd. Recyclage en vooral upcycling zijn belangrijk, vooral om burgers en bedrijven bewust te maken, maar het stelt het probleem alleen maar uit. Circulaire economie is meer dan recyclage.

Afval in de verbrandingsoven

Ik hoop dat de Belg niet zoals de Japanner wordt: laten we maar consumeren en dan weggooien, want het wordt toch gerecycleerd. Fout! Ik sprak onlangs met een andere onderzoekster in Japan die rond afvalbeheer werkt. Zij vertrouwde me toe dat veel afval in de verbrandingsoven belandt. Soms is het economischer om te verbranden dan te recycleren.

‘We moeten naar een economie waar niet groei, maar gelijkheid en “genoeg” centraal staan, een economie die zijn grenzen erkent’

We moeten daarom oppassen dat de circulaire economie een 21ste eeuws kader heeft: een economie waar niet groei, maar gelijkheid en “genoeg” centraal staan, een economie die deel is van iets groters en tegelijk ook haar grenzen erkent, een economie waar “externe milieueffecten” geen marktfalingen zijn….

Voor efficiëntie gaan is niet goed genoeg. We hebben een visie van economie nodig waar tijd ook als een grondstof wordt gezien. Misschien wel als de meest waardevolle.

Japan en België -met hun hoge bevolkingsdichtheid- zijn meesters in efficiënt gebruik van grondstoffen. De cijfers bestaan. De Verenigde Naties, de Europese Unie en OECD hebben cijfers om dat te evalueren en te zien of onze economie groener wordt. De materiaalintensiteit (de hoeveelheid materialen er per euro of dollar wordt gebruikt) is gedaald voor landen als Japan en België. Je zou kunnen zeggen dat die landen de economische groei ontkoppelen van materiaalgebruik.

Danny Choo (CC BY-NC-ND 2.0)

Ontkoppeling en terugkaatseffect

Die ontkoppeling is trouwens een van de doelen van circulaire economie, uiteraard naast andere belangrijke indicatoren. Wanneer men de consumptie van materialen per capita bekijkt, wordt duidelijk dat, ondanks alle investeringen in efficiëntie, niets veranderd is. Twee jaar geleden ontkoppelden de “progressieve” Europese landen en Japan, volgens een academisch artikel, hun economische groei helemaal niet van materialen.

‘Je koopt bijvoorbeeld een auto die efficiënter is en je spaart per kilometer meer geld uit. Wat gebeurt er? Je gaat meer kilometers rijden’

Aangezien andere landen, zoals Chili en China, veel materialen opdelven en verwerken, heeft er alleen een geografische verschuiving plaatsgevonden.

Maar ja, landen zoals Japan en België, zijn efficiënter. Je zou zeggen dat Japanners en Belgen minder moeten werken om hetzelfde te produceren. Ja, dat gebeurt niet in een consumptiemaatschappij. In de economie hebben ze daar een mooi woord voor: terugkaatseffect. Je koopt bijvoorbeeld een auto die efficiënter is en je spaart per kilometer meer geld uit. Wat gebeurt er? Je gaat meer kilometers rijden.

Je bent bijvoorbeeld een bedrijf dat efficiënter met metaal werkt, dus je spaart geld uit. Met dat extra geld kan je nog meer produceren. Aangezien de kosten dalen, zien zowel consumenten als producenten hun besteedbaar inkomen stijgen, dus ze kunnen meer grondstoffen consumeren en produceren.

Minder werkuren, ja!

Investeren in efficiëntie is niet genoeg. De Verenigde Naties hebben een mandaat gegeven aan het International Resource Panel (IRP) dat onderzoek doet naar grondstoffen. Mijn sensei, die me over de god in de iPhone vertelde, zit in dat panel.

‘Als we kortere werkdagen hebben, kunnen we die extra vrije uren investeren in belangrijke zaken zoals onze gezondheid en onze sociale relaties’

Een van de suggesties van deze experts is een complexe beleidsmix van investeringen en incentieven rond efficiëntie, de prijsverhoging van vervuilende producten, en -ik denk dat veel burgers dit graag horen- minder werkuren.

Als we kortere werkdagen hebben, kunnen we die extra vrije uren investeren in belangrijke zaken zoals onze gezondheid, onze sociale relaties enzovoort. Ik heb immers in academisch verantwoorde bronnen vaak gelezen dat mensen met meer tijd ook meer kennis hebben over bijvoorbeeld economischer en vaak ecologische alternatieven te vinden, bijvoorbeeld in de deel- en repareereconomie.

Als mensen minder geld hebben, gaan ze ook bewuster nadenken over wat ze kopen. Ik geloof dat het trouwens de god van de iPhone -ik bedoel Steve Jobs - was die zei dat gezondheid belangrijker was dan geld of wat dan ook.

Meer vrije tijd houdt ons langer jong

Kortere werkdagen zorgen ervoor dat we langer jong, sterk en succesvol blijven. Dat is belangrijk, want we leven in een tijdperk waarin rekeningen van rusthuizen zo duur worden, regeringen praten over het verhogen van de pensioenleeftijd en werkzekerheid meer droom dan realiteit is. Ik denk dat de regering eerst zelf maatregelen moet treffen opdat we langer zouden leven en werken niet als een vloek zien.

‘In Japan zouden kortere werkdagen zeker welkom zijn. Karoshi, zelfmoord door overwerk, is hier niet zeldzaam’

Als ons werk ook zingeving heeft, en er ook tijd is voor andere zinvolle activiteiten met familie, dan kunnen we over een later pensioen praten.

Het eerste wat overheden kunnen doen, is inderdaad voor een kortere werkweek te gaan. In een diensteneconomie zoals in Vlaanderen moet meer het delen van jobs aangekaart worden, zodat twee werknemers een bepaald mandaat delen, of zelfs -laten we visionair zijn- een mandaat met een robot delen.

Pendelen zuigt ook energie weg, dus ik zou eerder ook voor minder dagen opteren. Weekends van drie dagen, of woensdag vrijaf. Op woensdag krijgen kinderen bijvoorbeeld les van een robot, zodat de leerkracht kan uitrusten en tijd kan besteden aan andere belangrijke zaken.

In Japan zouden kortere werkdagen zeker welkom zijn. Karoshi, zelfmoord door overwerk, is hier niet zeldzaam. Mensen zouden meer tijd hebben om met hun familie door te brengen, vooral de mannen, die nog vaak in de rol van de hardwerkende salarisman-die-nooit-thuis-is wordt gedwongen.

Erich Stüssi (CC BY-NC-ND 2.0)

Nieuw materialisme

Dat betekent echter ook dat we minder zullen verdienen. Is dat echt slecht? Ik ben meer en meer in de richting van minimalisme aan het gaan en ik voel me vrijer, gezonder en sterker dan ooit. Ik noem het nieuw materialisme, want ik ben nog wel gehecht aan enkele spullen en ik wil toch nog een zeker niveau van comfort.

In Japan, deze consumptiemaatschappij met al zijn verlokkingen, is dit toch een uitdaging, maar tegelijk ook niet. De huizen in Japan zijn kleiner. Iets wat de Belg wel van de Japanner mag overnemen. Maar de Japanners consumeren meer huizen dan Belgen, of anders gezegd: huizen hebben gemiddeld een kortere levensduur dan in België. Terugkaatseffect? Misschien. Ik onderzoek het momenteel.

‘Een van mijn grootste werkpunten is nog steeds dat ik te vaak het vliegtuig neem. Ik wil dat niet meer compenseren, alleen nog consu-minderen’

In Japan bezit ik geen televisie, geen auto of huishoudapparaten. Ik huur een kleine kamer en deel een keuken, badkamer en al die spullen met andere mensen, tot enkele maanden geleden nog vreemdelingen voor mij, maar nu een derde familie voor mij.

Al mijn bezit past in een groene koffer. Ik heb trouwens geen smartphone, maar ik gebruik al vijf jaar mijn iPod. Dankzij wifi kan ik nog steeds mensen bereiken wanneer ik wil, maar heb ook tijd voor mezelf, want ik word niet afgeleid. Die iPod ziet er al verouderd uit en mensen vinden het vreemd, maar misschien ervaar ik ook een soort van Mottainai en wil ik de god van de iPod niet kwaad maken.

Ik heb veel respect voor Steve Jobs. Die had trouwens ook altijd een minieme wardrobe en kocht ook niet veel dingen, omdat het hem te hard afleidde van dingen die hij belangrijker vond.

Ik ben trouwens geen moeder Teresa van deze beweging. Een van mijn grootste werkpunten is nog steeds dat ik te vaak het vliegtuig neem. Ik wil dat niet meer compenseren, want je kan dat niet compenseren, alleen consu-minderen. Gelukkig zijn de treinen in Japan sneller dan de binnenlandse vluchten. Japan is trouwens twaalf keer groter dan België.

Ik heb ook een resolutie om in de volgende drie jaar maar een keer per jaar te vliegen, wat nog steeds te veel is. Op het einde van mijn doctoraat zal ik zelfs met de trein via Rusland terug naar België terugkeren. Maar toch, zie me niet als een rolmodel.

Liefde is… een app

En ja, nu staat Kerstmis aan de deur. Japanners zijn geen christenen, maar net zoals met Valentijnsdag is Japan tijdens de kerstperiode een walhalla van marketing en consumptie. Ik probeer de winkels te mijden, maar ja, ze vinden je overal. Facebook en Google denken dat ze weten wat ik voor Kerstmis wil. Op de tijdlijn van mijn sociale media zie ik nu vooral veel berichten over eco-vriendelijke hippie-producten.

‘Er zijn nu al liefdesapps en virtuele partners voor alle eenzame mensen die geen tijd hebben om te daten, omdat ze te hard werken’

Ik ben zelfs een van de targets van een reistas voor minimalisten. Het klinkt een beetje paradoxaal, toch? Ik zie artikels met advies om mijn kerstcadeaus uit de wereldwinkel of de kringloopwinkel te halen. Ik koop geen kerstgeschenken, maar het is vaak moeilijk om een aankoop te doen. Heb ik die reistas echt (niet) nodig? Of een jurkje van de tweedehandswinkel?

Ik probeer mijn geld nu steeds meer uit te geven aan ervaringen in plaats van aan cadeaus, maar sociale media maakt het toch moeilijk. Ik ga niet voor de nieuwste gadgets of iPhones. Niet meer.

Technologie helpt je nochtans de pijn te vergeten. In Japan zijn er nu al liefdesapps en virtuele partners voor alle eenzame mensen die geen tijd hebben om te daten, omdat ze te hard werken (om de nieuwste mode te kunnen betalen?). Is dat de toekomst? Veel Japanners krimpen in elkaar als je hen een knuffel wil geven.

Ik wil geen iPhone 8, 10 of X. Ik wil liefde in alle vormen en kleuren. Liefde 8, 10 of X. Klinkt dat niet progressiever?

Maar om Liefde 8, 10 en X te kunnen krijgen, heb je geen geld nodig. Alleen tijd. De god van de iPhone zei het ook: zijn favoriete dingen in leven kosten geen geld. Voor hem was het ook duidelijk dat tijd de meest kostbare grondstof is.

 

Wendy Wuyts bestudeert de economie in Europa en Azië met een holistische bril. Momenteel maakt ze deel uit van Bold Branders, een groep Vlaamse jonge storytellers die organisaties met een circulaire achtergrond een platform biedt. Bovendien schrijft ze haar doctoraat in milieutechniek en architectuur aan een van de topuniversiteiten in Japan.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Wendy Wuyts deed haar bachelor in geografie aan de Katholieke Universiteit van Leuven en haar Erasmus Mundus Master in Industrial Ecology aan de Universiteit van Graz (Oostenrijk), Asian Institute