Vlaanderen voor duurzaamheid in de petrochemische sector

Catalisti: matchmakers van de circulaire chemie

© Jonathan Debeer/Iso800

Jan Van Havenbergh van Catalisti

Chemie is big business in Vlaanderen, niet enkel in de haven van Antwerpen, maar in alle provincies. Van de West-Vlaamse textielindustrie tot de kunststofproducenten aan het Albertkanaal. De chemische en kunststofindustrie staat voor state-of-the-artwetenschap, jobs, prestige, maar is ook resultaat van een lange fossiele traditie. De matchmakers van Catalisti zijn een uiterst waardevolle link die daar mede verandering in kan brengen.

Catalisti is een organisatie die innovatie en duurzaamheid wil (what’s in a name?!) katalyseren bij chemie- en kunststofbedrijven. Het is een verzameling van wetenschappers en consultants, geleid door manager Jan Van Havenbergh. Catalisti brengt bedrijven, kennisinstellingen en overheden samen, en wil daarmee de internationale voorsprong verzekeren die Vlaanderen heeft op gebied van chemie en kunststof.

Op een zonnige late zomerdag troont Jan Van Havenbergh van Catalisti ons mee door het nieuwe Havenhuis, daar waar het Eilandje met zijn oude droogdokken, het Albertkanaal en de Antwerpse haven samenkomen. ‘Misschien is het een beetje vreemd dat onze bureaus in het havenhuis liggen’, verontschuldigt hij zich, ‘want eigenlijk zetten we ons als organisatie in voor alle chemische en kunststofbedrijven in Vlaanderen. We werken samen met bedrijven van West-Vlaanderen tot in Limburg.’

Matchmakers van de kunststofsector

De medewerkers van Catalisti zijn matchmakers. Dat doen ze door op zoek te gaan naar nieuwe samenwerkingen, efficiëntere processen en duurzame oplossingen. Resultaat waar ze naar streven: een competitieve, internationale, innovatieve, duurzame chemie- en kunststofsector.

‘Onze sector is vaak gericht op bepaalde aspecten van een element. Een wetenschapper kan zich bijvoorbeeld zijn hele carrière bezighouden met de eigenschappen van vertakte alcoholen’

We praten in het Havenhuis over duurzaamheid in de chemie- en kunststoffensector, en welke rol Catalisti daarin speelt. Is er een transitie bezig van de in petroleum verankerde chemie naar een chemiesector waarin de grondstof biomassa is -planten, of onderdelen van planten? Op welke manier zit het circulaire denken -een product integraal benaderen, van grondstof tot grondstof, ingebed in de chemie?

In essentie is chemie ‘de kunst van deeltjes scheiden’. Chemie is een versnipper(en)de bezigheid. ‘De processen die de chemie hanteert zijn zeer gefocuste processen. De hele levensloop van een grondstof bekijken door een circulaire bril -cradle-to-cradle- is niet evident,’ legt Van Havenbergh uit.

‘Onze sector is vaak gericht op bepaalde aspecten van een element. Een wetenschapper kan zich bijvoorbeeld zijn hele carrière bezighouden met de eigenschappen van vertakte alcoholen.’

Speerpuntclusters

Omwille van die zeer specifieke focus initieerde Essenscia, de sectorfederatie van de chemie, kunststoffen en life sciences in Vlaanderen, in maart 2012 het innovatieplatform Flanders Innovation Hub for Sustainable Chemistry (FISCH). FISCH ging op zoek naar duurzame kruisbestuivingen binnen de chemische sector. ‘Ook bij FISCH was ik verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur’, aldus Van Havenberg. 

In december 2016 werd FISCH onder de nieuwe naam Catalisti een speerpuntcluster. Deze organisatie staat in voor de ontwikkeling en uitvoering van een ambitieuze lange termijnstrategie en competitiviteitsprogramma voor strategische domein in Vlaanderen. Dat doen ze door samenwerkingen tussen ondernemingen, kennisinstellingen en overheid op te zetten - een strategie die bekend is als triple-helix. Naast Catalisti bestaan er nog vier speerpuntclusters: voor de agrovoedingsindustrie Flanders Food, voor materialen SIM, voor energie FLUX50 en voor logistiek en transport VIL

Door Catalisti te ondersteunen, spreekt de Vlaamse Overheid zich uitdrukkelijk uit voor de duurzame innovatie binnen de chemie en kunststofverwerking om op zoek te gaan naar alternatieve of biogebaseerde grondstoffen, meer energie-efficiëntie en het hergebruik van afval- en nevenstromen in een circulaire economie.

‘Als we het bij Catalisti over duurzaamheid hebben, letten we op vier dingen’, vertelt Van Havenbergh. ‘Er zijn drie tactieken die we toepassen om zo circulair mogelijk te werken. Ten eerste proberen we nevenstromen of afvalstromen in kaart te brengen om die slim te verwerken. Vervolgens gaan we op zoek naar duurzamere industriële processen en zetten we in op innovatieve, duurzame producten. Ten slotte streven we er als vierde strategisch punt naar, biomassa naar voren te schuiven als hernieuwbare grondstof.’

© Jonathan Debeer/Iso800

 

Suikerbieten en afvalwater

‘Een voorbeeld van zo’n hernieuwbare grondstof is suikerbiet’, licht Van Havenbergh toe. ‘Dat gewas wordt al eeuwenlang gekweekt in deze streken, de Vlaamse en Nederlandse grond is er uitermate geschikt voor. Van suikerbieten weet men dat ze relatief gemakkelijk CO2 in suiker kunnen omzetten. Met Catalisti geven we dat idee een duwtje in de rug’, zegt Van Havenbergh.

‘suikerbieten kweken als grondstof voor de chemie heeft dat natuurlijk heel wat positieve effecten op het aantal transportkilometers, op tewerkstelling, en het kan onze CO2-uitstoot doen dalen’

‘Onlangs lanceerden we een oproep bij bedrijven en kenniscentra uit ons netwerk om samen een plan uit te werken om het chemisch potentieel van het gewas te onderzoeken. Als we op termijn hier suikerbieten kunnen kweken als grondstof voor de chemie, heeft dat natuurlijk heel wat positieve effecten op het aantal transportkilometers, of op bijvoorbeeld lokale tewerkstelling, en het kan onze CO2-uitstoot doen dalen.’

Een andere piste om de sector duurzamer te maken, is door nevenstromen op te waarderen. Nevenstromen of reststromen zijn bijproducten waar een producent zelf niets mee aanvangt - ze vormen het ‘afval’ van de industriële productie.

‘In 2015, nog ten tijde van FISCH, ondersteunden we de oprichting van InOpSys, een spin-offbedrijf van de KULeuven dat een mobiele mini-zuiveringsinstallatie ontwierp om occasionele reststromen te zuiveren’, legt Van Havenbergh uit. ‘Geneesmiddelenfabrikant Janssen Pharmaceutica was op zoek naar een oplossing voor tijdelijke, relatief kleinschalige reststromen.’

‘In dit geval ging het om het afvalwater van een geneesmiddel dat Janssen slechts enkele keren per jaar produceerde. InOpSys verwerkte dat afvalwater en verkocht de stoffen die Janssen opnieuw kon gebruiken terug aan hen. Het voordeel van die reststromen op te speuren en te valoriseren is dubbel. Bedrijven hoeven geen grote investeringen te maken in risicovol en duur onderzoek naar die relatief kleine afvalstromen, en we dragen verder bij aan een meer circulaire industrie waarbij de reststromen van de ene grondstof worden voor de andere.’

Het ecologische gat in de markt

Een derde manier waarop de chemische en kunststoffensector groener kan worden, is wanneer hun processen efficiënter en minder vervuilend worden. ‘Die inspanningen brengen we onder bij “procesoptimalisatie.” We brengen bedrijven, en kennisinstellingen dan ook regelmatig samen om processen die nu soms energieverslindend of vervuilend zijn te optimaliseren. Zo zochten we samen met Agfa Gevaert in Mortsel, 3M in Zwijndrecht en Janssen Pharmaceutica in Geel naar manieren om de flow-technologie (oftewel de lopende band in de chemie) te introduceren.’

Beeld je een continu stromende pijp in waarin de verschillende ingrediënten apart, op verschillende plaatsen gecontroleerd worden toegevoegd. ‘Het voordeel is dat je continu kan doseren en bijsturen, en de temperatuur en druk ook beter beheerst’, aldus Van Havenbergh. ‘Die flowprocessen kunnen grote mengketels vervangen, die vaak energieverslindend zijn en duur in onderhoud. De techniek vermindert de afvalstroom en maakt het mogelijk om energie en kwaliteit beter te controleren.’

‘Ten slotte gaan we op zoek naar het ecologische gat in de markt’, vertelt Van Havenbergh. ‘We identificeren producten die vandaag een al te grote ecologische impact hebben, en stimuleren onderzoek naar manieren om de bestanddelen van die producten duurzamer te maken.

Zo hebben we een project lopen samen met overheidspartners, kunststofproducenten en universitaire onderzoeksgroepen. Het project heet FREE FOAM. We gaan er samen met fabrikanten van schuimpolymeren, het materiaal gebruikt wordt in onder andere PUR, isolatiemateriaal of lichtere plastics, op zoek naar minder schadelijke manieren om hun kunststoffen lichter en sterker te maken.’

‘Onderzoek toonde aan dat er bij de klassieke productie van bepaalde schuimpolymeren, milieuonvriendelijke stoffen kunnen vrijkomen. Binnenkort worden die stoffen verboden en zijn de producenten verplicht om een andere productiewijze toe te passen. De partners die we bij elkaar brachten werken nu samen een duurzaam alternatief uit’, aldus Van Havenbergh.

© Jonathan Debeer/Iso800

Jan Van Havenbergh van Catalisti

People-planet-profit

Die vier pistes, inzetten op hernieuwbare grondstoffen, opwaardering van nevenstromen, duurzame processen en innovatieve duurzame materialen, vormen de kern van ons beleid’, vat Van Havenbergh samen. ‘Maar duurzaamheid binnen chemie en kunststoffen is onvermijdelijk breder dan dat.

‘Bio-based producten zijn niet per se biologisch afbreekbaar of gemakkelijk recycleerbaar wat nodig is om deel uit te maken van de circulaire economie’

Vanuit Catalisti stimuleren we ook onderzoek naar nieuwe biogebaseerde materialen die gemakkelijk recycleerbaar zijn. Hoewel dat misschien onlogisch lijkt, zijn vele bio-based producten niet per se biologisch afbreekbaar of gemakkelijk recycleerbaar. Goed afbreekbare stoffen zorgen ervoor dat producten vlot deel kunnen uitmaken van de circulaire economie.’

‘Als je de websites van de chemische reuzen in Vlaanderen erop na leest, zou je misschien verbaasd zijn hoe belangrijk duurzaam zaakvoeren voor de meeste bedrijven vandaag al is. We zien dat organisaties, ook zonder onze impulsen, zwaar inzetten op duurzaamheid - in de brede zin dan.

Duurzaamheid betekent letterlijk de eigenschap van lang en goed te blijven bestaan. Voor de Vlaamse bedrijven bestaat dat veelal uit people-planet-profit: de combinatie van sociaal juist handelen, de ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden en een goed financieel beheer’, vertelt Van Havenbergh.

Alternatieven nodig

‘Eigenlijk is het aandeel van de chemische sector in de fossiele industrie beperkter dan de meeste mensen denken’, oppert Van Havenbergh. ‘Van de totale wereldvoorraad aan petroleum, wordt er slechts zo’n vijf procent door de chemie verwerkt. Wat daaruit voortkomt zijn hoogwaardige, moeilijk te vervangen stoffen, bijvoorbeeld bestanddelen voor geneesmiddelen of voor hoogwaardige kunststoffen of textielen.

Je hoort me niet in twijfel trekken dat we alternatieven voor die fossiele afhankelijkheid moeten zoeken, dat is zeker nodig’, vindt hij, ‘maar fossiele brandstoffen als energiebron gebruiken is eigenlijk een pak minder waardevol dan ze in de chemie te gebruiken. Energie kan je ook uit niet-fossiele stoffen halen. Volgens mij is het wijzer om op dit moment in te zetten op alternatieven voor fossiele energie, dan het volledig bannen van fossiele stoffen uit chemie.’

© Jonathan Debeer/Iso800

 

Dit artikel verscheen eerder bij Vlaanderen Circulair.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur