Publiek-private samenwerkingen hefboom van de circulaire economie in de bouwsector

Als we de circulaire economie-benadering ingang kunnen doen vinden in de publiek-private samenwerkingen, die vaak worden opgericht voor grote, langlopende projecten, dan zullen zowel private als publieke spelers daar op termijn allebei veel bij winnen. Onderzoeker Wouter Thierie (VUB) legt uit waarom. 

  • square(tea) (CC BY-NC-ND 2.0) Kuggen, Göteborg square(tea) (CC BY-NC-ND 2.0)
  • © Plan C © Plan C

Ons consumptiepatroon is niet duurzaam. De huidige lineaire benadering waarbij grondstoffen worden ontgonnen, verwerkt in een product en op het einde van hun levensduur worden vernietigd brengt veel schade toe aan het milieu en we verspillen zo veel waardevolle grondstoffen. In een ‘circulaire’ economie worden producten en materialen hergebruikt. Zo behouden de grondstoffen hun waarde en vermijden we heel wat afval.

De shift naar een circulaire economie kan naast ecologische voordelen ook heel wat economische voordelen opleveren. Aangezien 45% van de investeringen in een bouwproject gaan naar de materialen kunnen er heel wat kostenbesparingen gerealiseerd worden in de bouwsector.

De rol van de bouwsector

Ook de Europese Commissie wil sterk inzetten op deze shift naar een meer circulaire economie. Zo ging in September 2015 het BAMB-project – Buildings As Material Banks - van start waarin 16 partners, waaronder de Vrije Universiteit Brussel, uit 8 verschillende landen gaan samenwerken om deze shift in de bouwsector te realiseren. Dit project is op verschillende domeinen vooruitgang aan het boeken. Zoals door het creëren van een elektronische ID voor producten die informatie bijhoudt over de materialen verwerkt in dat product. Zodat deze later gemakkelijker kunnen worden gerecycleerd. Het ID helpt ook om het onderhoud effectiever te laten verlopen.

Het toepassen van een ‘circulaire’ benadering is eerder de uitzondering dan de regel in Publiek-private-samenwerking-projecten (PPS) waar de focus vooral ligt op het kostenplaatje en de timing.

Het project zet daarnaast ook sterk in op het ontwerpen van gebouwen die verschillende functies (commercieel, woning, kantoorruimte) aankunnen. Door gebouwen op een neutralere manier in te plannen kan het gebouw gemakkelijker getransformeerd worden tussen verschillende functies zonder heel het gebouw telkens af te breken. Dit laat ook toe om op een efficiënte manier herstellingen, hergebruik of het recupereren van bouwmaterialen toe te laten omdat verschillende lagen zoals vloeren, ramen, elektrische bedrading, ventilatie, binnenmuren, etc. gemakkelijk weggenomen kunnen worden zonder andere delen van het gebouw te beschadigen.

Ten slotte wordt er ook nagedacht over hoe deze nieuwe ideeën in de markt zouden kunnen worden geplaatst en welk business model we rond deze nieuwe toepassingen zouden kunnen creëren.

Het toepassen van een ‘circulaire’ benadering is eerder de uitzondering dan de regel in Publiek-private-samenwerking-projecten (PPS) waar de focus vooral ligt op het kostenplaatje en de timing. Het zal een grote uitdaging worden om de principes van de circulaire economie binnen te brengen in het traditionele PPS kader.

Een eerste hinderpaal is dat PPS’en zeer complexe projecten zijn waar veel actoren bij betrokken zijn die vaak tegenstelde belangen hebben. Om een PPS gebaseerd op het idee van de circulaire economie te doen slagen, komt het er op aan de neuzen van alle actoren in dezelfde richting te krijgen. Er wordt ook beroep gedaan op een groot aantal verschillende leveranciers die niet allemaal produceren volgens de principes van de circulaire economie.  Om de circulaire benadering ingang te doen vinden in PPS’en zal de circulaire benadering al van bij het selecteren van leveranciers moeten gebeuren.

Risico’s van de vernieuwing

Daarnaast zijn de investeerders in een PPS-project vooral bekommerd om het rendement op hun investering. Ze willen dat er zo snel mogelijk een stabiele cash flow wordt gegenereerd. Innoveren is inherent risicovol en de circulaire benadering wordt nog niet op grote schaal toegepast. Daarom lopen investeerders niet warm voor de circulaire economie tenzij dat kan aangetoond worden dat deze kunnen zorgen voor een hoger rendement of dat ze een vergoeding krijgen voor het hogere risico dat ze lopen in het project.

De bouw heeft een grote impact op ons milieu. 40% van alle grondstoffen die we ontginnen wordt gebruikt in de bouwsector en 40% van al het afval dat we generen komt voort uit de bouw van woningen en infrastructuur. 

Ook vanuit de overheid worden innovatieve oplossingen niet altijd aangemoedigd. De publieke sector hecht veel belang aan het naleven van het contract en het op tijd opleveren van het project. Innovatie is risicovol en kan er voor zorgen dat het hele project vertraging oploopt.

De private partners gaat daarom eerder gekende technologieën en incrementele innovaties doorvoeren om boetes bij vertragingen te vermijden. Radicale vernieuwingen gebaseerd op de circulaire economie zijn zo minder vanzelfsprekend.

De bouw heeft een grote impact op ons milieu. 40% van alle grondstoffen die we ontginnen wordt gebruikt in de bouwsector en 40% van al het afval dat we generen komt voort uit de bouw van woningen en infrastructuur.

Aangezien PPS’en een grote omvang en lange looptijd hebben zou een circulaire benadering in deze projecten aanzienlijke voordelen kunnen opleveren voor de samenleving. De overheid zal het voortouw moeten nemen in deze ontwikkeling.

© Plan C

 

Niet louter de laagste prijs

Overheidsopdrachten worden nu vaak toegekend aan het project met de laagste prijs. De publieke opdrachtgever zou duurzaamheid ook als een van de gunningscriteria moeten opnemen in een PPS-project. Tenzij de principes van de circulaire economie al duidelijk worden gespecificeerd in de biedingsfase en expliciet worden opgenomen in de KPI’s van het project zal het moeilijk zijn om de private sector mee te krijgen in het ‘circulaire’ denken en hem aan te moedigen te komen met innovatieve oplossingen. Deze circulaire benadering laat PPS’en toe om meer ‘value for money’ te realiseren en een win-win situatie te creëren voor alle betrokken stakeholders.

Deze circulaire benadering staat nog in haar kinderschoenen, maar is onomkeerbaar. Daarom zullen we de shift naar een circulaire economie binnen PPS’en gradueel moeten opbouwen. We gaan daar leergeld voor betalen, maar de maatschappelijke opbrengsten zullen op termijn veel zwaarder doorwegen.

De VUB Leerstoel voor publiek-private samenwerking doet onderzoek naar het potentieel en de succesvolle realisatie van PPS-projecten. De leerstoel werd opgericht in 2010 door de Vrije Universiteit Brussel, Deloitte, Sweco en Laga. Eind 2014 traden KBC en Triodos Bank toe. De leerstoel wordt bezet door Prof. Lieven De Moor en Elvira Haezendonck. Wouter Thierie is als onderzoeker verbonden aan de leerstoel en auteur van dit artikel.

LEES OOK

uzaigaijin (CC BY-NC-SA 2.0)
Tijdens de Kick-off campagne van 11.11.11 en ook Manifiesta zal ze haar ongezouten mening geven over de Europese migratiepolitiek.
© Alessandro Frigerio
Sociale ongelijkheid is het grootste dogma van onze tijd, maar hoe ongelijkheid zich in de gebouwde omgeving vertaalt, is onderbelicht.
© Ruth Govaerts
Ieder land gaat op zijn manier om met zandtekort. In India spelen overheid en zandmaffia een kat-en-muisspel.
© Nnof
‘Het klinkt misschien raar, maar “zitten als dienst” in plaats van “een stoel als product” is eigenlijk de logica zelve.’ Aan het woord is Marc Ti