Tijd om witheid in de Belgische milieu-organisaties aan te kaarten​​​​

Toen een wit natuurmens over witheid wou schrijven

© Wendy Wuyts

Een taktha, een ontmoetingsplek, in Pakistan, lente 2014.

Dit gaat niet de meest comfortabele blog zijn. Ik ben een witte vrouw. Ja, wit. Niet blank. Het woord blank heeft een koloniaal verleden. Het lijkt fout Nederlands om witte vrouw of wit mens te zeggen, maar het is juister. Op vele vlakken.

Vandaag las ik een artikel in the Guardian: Being black while in nature: ‘You’re an endangered species’ (Zwart zijn in de natuur: ‘Je bent een bedreigde diersoort’.) Ik zag dat de journalist ook geen witte persoon was. Zou ik dit artikel wel schrijven? Ik had al enkele weken het idee om eens een zeronautenblog te schrijven, maar het wrong een beetje. Zou ik de ruimte niet beter aan een niet-witte persoon geven? Witte mensen nemen al zoveel ruimte in. Of moet ik juist hierover praten zodat niet-witte mensen eens kunnen schrijven over andere onderwerpen?

Twee geleden luisterde ik naar een podcast van DeBuren met Warda El-Kaddouri: “Weg met de witte redacties”. In de podcast vertelde Warda hoe weinig niet-witte mensen in beeld komen, tenzij om over een stereotiep onderwerp als migratie of criminaliteit te praten. Ik besefte ook dat je niet veel niet-witte experten over ontbossing, maatregelen tegen droogte of circulaire economie op televisie hoort praten. Hoe kan ik dat veranderen? Door vooral niet stil te zijn.

Witte stilte

Al een tijdje volg ik ook Instagramaccounts van organisaties die andere stemmen dan die van mij vertegenwoordigen en andere verhalen tonen. Ik probeer bewust om niet alleen witte jonge heteroseksuele cisgendervrouwen te volgen, niet alleen om hen te steunen en meer zichtbaar te maken, maar ook zodat ik bruggen kan vinden.

Soms lees ik ook verhalen die ik vaak herken. Ik volg Unlikely Hikers die bijvoorbeeld fatshaming in de outdoor industry aankaarten en voel me verbonden met andere mensen die geloven dat de natuur een plek is voor iedereen. Een tijdje terug las ik ook enkele ideeën van Latino Outdoors over witheid in de buitenrecreatie. Daar leerde ik: Het is ok om fouten te maken. Ik heb veel fouten gemaakt. Ik zal meer fouten maken. Maar zwijg niet. Witte stilte helpt ook niet om racisme te bestrijden.

Ik moest iets schrijven en mezelf op voorhand vergeven dat ik sowieso fouten ga maken. Dus daarom begon ik deze blog met te zeggen dat ik een witte vrouw ben. Bijgevolg is deze blog egocentrisch.

Jim Roberts Gallery (CC BY-ND 2.0)

Twee witte mensen op een bergtop

Wandelen met een niet-witte persoon

Met een van mijn beste vriendinnen heb ik vorige week een nieuw natuurpunt in de buurt ontdekt. Ik ken haar al meer dan 15 jaar. Zij is geen witte vrouw. Voor mij is het niet belangrijk of ze wit is of niet, want ik zie haar als mijn beste vriendin. Ze verrijkt mijn leven met haar verhalen over België, maar ook van haar reis naar haar geboorteland. Af en toe luisterden we tijdens onze wandeling (uiteraard op anderhalve meter afstand van elkaar) naar de koekoek of keken we naar regendruppels op de roze kelkblaadjes van een prachtige bloem. Dan vertelde ik haar over de podcast met Warda El-Kaddouri.

Ik zei dat ik toen in een bos aan het wandelen was en dat het iets had geraakt. Ik zag alleen witte mensen tijdens die wandeling. We praten te weinig over culturele diversiteit in het Vlaamse buitenleven. Of laten te weinig niet-witte mensen over de natuur praten? Ook ken ik geen enkele niet-witte natuurgids in Vlaanderen. Waarom? België is toch een van de meest multiculturele landen? Toch? Als witte persoon ga ik dat antwoord nooit kunnen geven. Ze raadde me aan om Brief aan Cooper en de wereld van Dalilla Hermans te lezen.

Toen vroeg ik haar of ze racisme in de natuur heeft gemerkt, want zij was ook een natuurmens. Ik heb van haar veel geleerd. Ze dacht eventjes na en zei dat vreemde mensen haar wel eens feliciteren dat haar Nederlands zo goed is of zelfs schrikken als ze hen in een winkel aanspreekt om te vragen waar iets staat. Of dat ze vroeger op school zwarte piet moest spelen.

Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ze deelde zelfs meer voorbeelden. Meestal ging het over subtiel racisme. Ik kon alleen luisteren. We wandelden verder, langs knotbomen, over een knuppelpad vol wollige kunstwerkjes van vlinderlarven. Dan kwamen we uit aan een beek vol riet. Racisme is een structureel probleem en daarom juist moeten we er meer over praten. Niet alleen in klaslokalen, tijdens straatprotesten en politieke arena’s. Maar ook in een plek vol inheemse bomen. Racisme is immers overal.

Reflecteren over je witte redder complex

In Japan heb ik mensen uit verschillende continenten begeleid, vooral omdat ik zelf een expat was. Ik was vaak de enige witte persoon. Ik was me ervan bewust dat ik misschien mijn leidende positie had vanwege mijn witte privilege en heb vele malen gereflecteerd op dit wittereddercomplex. De term wittereddercomplex verwijst naar een witte persoon die op een egoïstische manier hulp biedt aan niet-witte mensen. De rol wordt beschouwd als een moderne versie van wat in Rudyard Kiplings gedicht “The White Man’s Burden” (1899) wordt verwoord.

Begeleidde ik deze bosbaden aan niet-witte mensen voor mijn eigen plezier of welzijn? Nee, zei ik tegen mezelf, omdat ik geloof dat de voordelen van bosbaden voor iedereen toegankelijk moeten zijn. Voor mij was het belangrijk om hierover te reflecteren en op ideeën te broeden over hoe ik die ongelijkheid kon aankaarten. Zo werd ik me ook meer bewust van de meerwaarde van prachtige verhalen die de deelnemers tijdens een bosbad konden delen. Ik heb ook gekozen om meer met kringen te werken waar ieders stem gelijk is. Meestal hou ik mijn mond. Het verhaal van de witte vrouw kennen de meesten al.

Sinds enkele maanden ben ik terug in dit multiculturele land. Het is duidelijker dat de Belgische projecten waar ik aan meewerk of wil meewerken zich voornamelijk in witte bubbels bevinden. Gelukkig zijn andere witte mensen zich ook bewust van de witheid in de milieusector en praten ze over diversiteit. Mooi, maar niet genoeg. Vorig decennium ging over het waarom. Laten we dit decennium eens praten (en niet alleen dat) over hoe we dat gaan aanpakken.

Ongemakkelijke gesprekken

We kunnen beginnen met onze sociale media te diversifiëren. Daarnaast moeten we ongemakkelijke gesprekken durven aangaan waarbij we eraan herinnerd mogen worden dat er iets mis is met ons, niet met anderen. Tijdens de lockdown heb ik bijvoorbeeld met een vriend in Kaboel, Afghanistan, aan de telefoon gesproken over de maatregelen. Gelukkig kon ik wandelen, zei ik. Hij luisterde geduldig en zei toen dat hij zich zo gelukkig voelde voor mij. Ik pauzeerde, omdat ik me herinnerde dat hij niet kan genieten van de natuur rondom Kaboel. Wat een naïef verwend nest ben ik toch, dacht ik.

De onstabiele politieke situatie in Kaboel maakt het riskant om buiten te gaan wandelen of een picknick te houden. Hij leefde bijna heel in zijn leven in een soort van lockdown. Hij vertelde me dat hij nooit te verre toekomstplannen maakte en altijd eerst aan de gezondheid en veiligheid van zijn familie dacht, omdat het virus van terrorisme en geweld onzichtbaar tussen de muren sluipt en op elk moment kan toeslaan. Hij gelooft erin dat Europese landen COVID-19 snel onder controle zullen krijgen, maar hij vreesde voor Afghanistan. Ik luisterde. Ik kon het me niet inbeelden wat voor psychologische impact dit op een mens kon hebben.

Van schaamte via verbeelding naar ruimte creëren

Nog altijd weet ik niet of ik deze blog wel zou schrijven. Is deze blog geen resultaat van mijn witreddercomplex of een manier om dat complex te maskeren? Ik wil ook niet deelnemen aan de witte stilte. Ik ben niet de enige witte persoon die schaamte voelt, omdat ik eigenlijk profiteer van de ongelijkheden in de wereld, en die zich schuldig voelt omdat ik niet meer doe.

Het is ok om eventjes droevig en teleurgesteld te zijn, want als je niet die gevoelens doorlaat, doof je jezelf uit. Die gevoelens kunnen trouwens juist je creativiteit aanwakkeren om die machtsverhoudingen te veranderen en de relaties tussen ons allemaal opnieuw te verbeelden. Maar dan is het tijd om niet meer droevig, teleurgesteld en egocentrisch te zijn en die bruggen te bouwen en kringen te organiseren waar we vooral onderdrukte verhalen van onze cultuur naar boven laten komen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Zelf kijk ik uit naar het moment waarop bosbaden in groep terug is toegelaten. Ik droom immers dat het bos wel eens de ontmoetingsplek van 2020 (en erna) kan zijn waar mensen hun diverse verhalen kunnen verweven tot een nieuw en beter verhaal voor de maatschappij. We moeten ruimte maken voor die verhalen. Ook in de milieusector. Dus moeten we eerst ons egocentrisme opzij zetten. We moeten het luidop kunnen zeggen. Er is iets mis met witte mensen. Het is niet omdat we walvissen redden, circulaire economie promoten, bomen knuffelen en de trein in plaats van het vliegtuig nemen dat we over de witheid in de milieusector mogen zwijgen.

Ik ben blij als ik lees dat Warda El-Kaddouri en Yousra Benfquih gaan spreken op een evenement als Ecopolis 2020. Ik droom ook dat de volgende blog over milieu eens niet door een witte persoon wordt geschreven. En ik hoop vooral dat iedereen, zonder angst en zonder zorgen voor discriminatie, een mooie relatie met de rest van de natuur kan opbouwen en onderhouden. De blog is af. Nu ga ik terug eventjes zwijgen om te luisteren en meer te leren.

Wendy is een academicus en een gecertificeerde bosbadgids met een focus op relationele ecotherapie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Wendy Wuyts deed haar bachelor in geografie aan de Katholieke Universiteit van Leuven en haar Erasmus Mundus Master in Industrial Ecology aan de Universiteit van Graz (Oostenrijk), Asian Institute