“Transisiteit” ... onder de notenboom

Vrijdag 28 oktober. Vandaag is het transitiefestival in de Vooruit. Ik zou er heen gaan, omdat zulks bol staat van initiatieven die aan onze intenties om het anders te gaan doen, aanschurken. Niet dat ik er meteen een verklaring voor had -mijn gevoel zei me dat het zo moest- maar na mijn ochtendkoffie beslis ik evenwel om er niet heen te gaan. 

  • © Wim Schrever © Wim Schrever
  • © Wim Schrever © Wim Schrever
  • © Wim Schrever © Wim Schrever

Ik kies voor een dagje aarde en mezelf: noten rapen, dat is wat ik ga doen. Van transitie gesproken. Even zelf zíjn wat je wil doen.

In een uitgesleten jeans, warm ingeduffeld fiets ik gezwind de deur uit, bij het laatste restje ochtendgrijs. De fietskar bungelt achter me aan, gevuld met wat proviand, enkele zakken om de buit in te doen en nog een extra warme trui -want ik ben niet zinnens om meteen weer huiswaarts te keren; nee, ik wil me echt onderdompelen in de herfstdag, me overgeven aan de aarde, dat ze me haar eigenheid toont, haar ruwe bolster, de grond, het gras, de heuvelrug, de akker en het dal; de dampende weide, het patattenveld, koeien en misschien ook paarden, waaiende bomen en wat regen, een zonnestraal, grijze luchten. Ik wil het voelen.

© Wim Schrever

Als start kies ik de gang van de rivier te volgen, stroomafwaarts, symbolisch. Ook omdat ik daar een boomgaard weet, met notenbomen. En wie weet nog ander moois.

ik wil me echt onderdompelen in de herfstdag; de dampende weide, het patattenveld, koeien en misschien ook paarden, waaiende bomen en wat regen, een zonnestraal, grijze luchten. Ik wil het voelen.In een sentiment dat ik nu beslist alles achter me laat, voel ik me de vrijheid tegemoet fietsen, alsof het voor de rest van mijn leven zo zou kunnen zijn. Het voelt heerlijk ouderwets en tegelijk ook een beetje nieuw.

Na de stroom doorkruis ik een buitenwijk, vol puilende villa’s, gerenoveerde fermettes, ware landhuizen, niet zonder bijhorende versgewassen, stralend blinkende automobielen, die mijn vrees bevestigen: het festival van de transitie gebeurt niet hier. Zoveel is zeker.

Wat ik er eveneens constant aantref, langs bermen, in en op grachten, midden op de straat, aan een landweg, in de weide, op de akker, werkelijk overal, is rommel. Vuilnis. Dat er zomaar gegooid is. Gooivuil. Mensen hebben het er gegooid. Zomaar. Alsof ze er een ander mee willen plezieren. Zoveel is het dat het overkomt als is het een ware weldaad, om de grond zomaar vol te gooien met afval. Hallucinant.

© Wim Schrever

Zoals zo vaak maak ik er foto’s van. En zoals zo vaak raap ik enkele stukken op om ze thuis in de vuilnisbak te gooien. Zoals zo vaak. Niet dat het iets verandert: ons tapijt blijft vuil. Het stukje aarde dat we mogen gebruiken geeft de aanblik van een onderontwikkeld land. Van een land waarvan bewoners niet de minste aanzet tot schoonheid weten, niet de minste primitieve kennis hebben van hoe een goed met respect en aanzien te verzorgen.

De foto’s dienen om er een bericht over te kunnen posten, op facebook. In your face. Dat is de bedoeling. Om mensen even aan te manen. Wie weet of het helpt.

Viraal, nog zo iets. Het welzijn van ons wereldje. Viraal omdat het anders niet echt kan heten. Niet genoeg. Nooit genoeg.

Hopelijk moet dat bericht om enige impact te hebben dan niet viraal gaan, zoals zoveel andere commerciële troep die ons ervan wil blijven overtuigen dat enkel de tools die zij ons aanprijzen garant staan voor ware vrijheid. Viraal, nog zo iets. Het welzijn van ons wereldje. Viraal omdat het anders niet echt kan heten. Niet genoeg. Nooit genoeg.

Mijn doel naderend, fietswiel ik langsheen een kast. Een riante villa. Een kasteel eerder. Tenminste, voor wat ik ervan kan zien, want eromheen houdt een dichtgegroeide, netjes getrimde groene haag alle pottenkijkers buiten. Hetgeen je van de straatkant kan zien, doet het ergste vermoeden: dit lijkt wel een gevangenis. Erg. Het moet erg moeilijk zijn om in zo’n gevangenis gelukkig te worden.

En dan gebeurt het: een eindje voor ik mijn notendoel bereik, merk ik een reuzenboom. Een kanstanjelaar. Onder de takken die als masten uit de stam hangen, ligt de grond vol met lekkers: noten vullen de gehele oppervlakte. Ik parkeer m’n fiets en begin te rapen. Ik voel m’n adem. Mijn handen vullen zich. Ik ritsel tussen de netels en de blaren. De boom beweegt even. Er vallen nieuwe noten. Ik kijk naar m’n vuile vingers. De aarde neemt me op. Het festival is hier.

© Wim Schrever

Wat die transitie betreft en de aanzetten die de samenleving daarvoor begint te nemen -toegegeven, dat is het licht in het duister- is er een domein waar ook in Vlaanderen nog heel wat verbetering op ons ligt te wachten. Omdat het iets is dat we allemaal doen. Iets waaraan we allemaal deelnemen: mobiliteit. En daar hoeven we geen vegetariër voor te zijn. Of een verbeten wereldverbeteraar. Of een “groene”. We doen het elke dag. De hele dag vaak. En de weinige momenten dat we het niet doen, bedenken we dingen waarvoor we het opnieuw kunnen gaan doen.

Slok op de borrel

De bewoners van de buitenwijken, die daar wonen omdat ze zich zo hoognodig het recht op rust gunnen -toeëigenen eerder-, doen met het vervullen van hun stiltebehoefte net het tegendeel: zij hossen hele dagen zowat constant heen en weer tussen hun buitenhuizen en de stad waar het leven zich tenslotte blijft afspelen. Om te winkelen (volgens statistieken het hoogste percentage), naar werk of school te gaan, vrienden of familie te bezoeken, en ga zo maar door.

Allemaal mooi en dat mag heus wel. Maar misschien kunnen zij zich om te beginnen ’s beraden over het nut en de dringendheid van al die verplaatsingen. Dat zou al een slok op de borrel kunnen schelen.

Iets eenvoudig als de fiets kan ons met andere woorden een heel erg groot end op weg helpen. In die transitie.

Bovenal zou het een zeer goed idee zijn om voor veel van die verplaatsingen vaker de fiets te gebruiken. Omdat de gemiddelde afgelegde afstand slechts 5 km bedraagt, omdat we het dichtste wegennet in de wereld hebben, omdat heel Vlaanderen eigenlijk een langgerekt stedelijk gebied is. Een suburbane leefwereld, zoals dat officieel heet.

In steden waar al langer aan een degelijke fietsmobiliteit wordt gewerkt, heet het normaal dat de fiets gebruikt wordt, zelfs voor langere afstanden dan dat gemiddelde. Bewoners van de rest van het suburbaan Vlaanderen hebben die stap blijkbaar nog niet gezet. Het zou nochthans een heel groot verschil kunnen maken. In verkeersdrukte, in fijn stof, in stress, in milieuvervuiling, in vermenselijking.

Om die reden blijf ik erbij dat als we de transitie in Vlaanderen echt willen een boost geven, er in slimme fietsmobiliteit nog een heel groot stuk verbetering op ons ligt te wachten.

Iets eenvoudig als de fiets kan ons met andere woorden een heel erg groot end op weg helpen. In die transitie.

Dat zou pas een festival zijn.

 

Deze post verscheen eerder op de blog van Wim Schrever.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • fotograaf - reclamemaker - activist

    Fotograaf, reclamemaker, bovenal activist voor superdiverse samenleving, duurzame mobiliteit, transitie en hernieuwbare energie, met de fiets als dagelijks verplaatsingsmiddel.