Over de verdwijning van solidariteit en waarom circulaire economie sociaal moet zijn

Wat als de postbode verdwijnt?

© Jef Wuyts

Zelfs in de sneeuw werken postbodes.

Wendy Wuyts is lid van Bold Branders, een collectief dat circulaire economie door storytelling leuker wil maken. In deze blog reflecteert ze over een oud “sociaal” beroep dat door technologie helemaal veranderde in naam van productiviteit. Het is het verhaal van haar vader, de postbode.

Nadat hij “overwerk” maakte door naar het verhaal van een vrouw te luisteren die haar man aan kanker had verloren, zei hij dat de postbode de nieuwe pastoor is. Die brengt niet alleen brieven, klonk het, maar is ook vaak een luisterend oor. Vandaag worden postbodes meer en meer onzichtbare robots. Brieven en postkaartjes worden minder geschreven. We communiceren via sociale media en emails. Alles moet sneller. Ten koste van wat? De verdwijning van de postbode en andere beroepen is misschien wel een signaal dat onze maatschappij minder tijd maakt voor solidariteit en meer voor snelheid en geld.

Wie we vandaag zijn, werd jaren geleden deels bepaald door de personen en verhalen in ons verleden. Dat ik graag “boodschappen” over circulaire economie en duurzaamheid overbreng, komt waarschijnlijk door mijn papa. Ik ben de dochter van de facteur. Communicatie was altijd centraal in ons gezin. Ik heb ook de hele evolutie van de “post” in de afgelopen dertig jaar op de eerste rij kunnen aanschouwen. Als kind ging ik zelfs tijdens vakanties op bezoek in het postkantoor of fietste mee met mijn papa. In mijn tienertijd werkte ik ook als jobstudent en trotseerde zelf ook weer en wind, wat mijn vader bijna nog steeds dagelijks doet. Ik zag ook dat meer diversiteit en meer mechanisatie zijn intrede maakte en begrijp nu wat dit juist weerspiegelt.

Voor Bold Branders werk ik aan een science fiction roman over circulaire economie waarin we ons hoofdpersonage ook laten nadenken over bepaalde sociale praktijken en hoe bepaalde beroepen, ambachten en vaardigheden minder “waardevol” worden gezien, omdat ze minder geld opbrengen.

Waarom ze meer moeten verdienen dan bankiers

Iemand raadde me aan om het werk van Rutger Bregman te lezen. Enkele weken terug las ik de Engelse vertaling van het boek “Gratis Geld voor Iedereen” van en was zeer geïntegreerd door zijn argumenten waarom vuilnismannen meer zouden moeten verdienen dan bankiers. Stel je voor… als alle vuilnismannen zouden staken voor enkele dagen. Dat zou voor een ramp zorgen. Hetzelfde met verplegers, leraars, schoonmakers of andere sociale beroepen.

Het was de tijd waarin postbodes ook zelf postzegels verkochten of pensioengeld aan mensen uitbetaalden.

Hij (en ik ook) begreep niet waarom we niet meer investeren in het opleiden, en vooral aanwerven, van mensen voor beroepen die je niet echt productiever per beroep kan maken. Maar door de privatisering van geneeskunde, scholing, afval-en materialenbeheer zie je wel hoe meer geëist wordt van deze mensen. Ze worden ook niet veel betaald. Meer nog, aangezien ze vaak zwaar werk doen, worden ze sneller invalide. Ik ben de enige ‘hoogopgeleide’ (wat dat woord ook mag betekenen) in de familie en ben omringd door verhalen over prachtige mensen die nuttige jobs doen, weinig betaald worden en ook allemaal kampen met arbeidskwaaltjes.

Daarna hebben die beroepen een zekere sociale vaardigheid nodig. Wanneer ik hem over mijn idee voor deze blog vertelde, vertelde hij dat het super leuk was om een brief te brengen voordat sociale media bestond. Het was ook de tijd waarin postbodes zelf ook postzegels verkochten of pensioengeld aan mensen uitbetaalden. Ook was er een speciaal boekje waarmee postbodes rekeningen betalen als de mensen cash geld meegaven. Vooral handig voor mensen die minder goed ter been waren. Toen de gsm kwam, waren er veel klanten die zijn gsm nummer hadden om op te bellen als ze een zending moesten hebben of ze een afwezigheidsbericht in de brievenbus kregen.

Nu is het via whatsapp dat sommige mensen hem contacteren voor hulp, maar door privacywetten is dat nog maar een enkeling. Hij zei dat alleen de chauffeurs die pakjes leveren nauwer bij de mensen staan, maar door de werkdruk hebben ze amper tijd om te luisteren.

© Jef Wuyts

Mijn papa aan het werk

Wederzijdse solidariteit

Dat sociaal contact loont trouwens. Onderzoek bewijst dat bloemisten en bakkers de gelukkigste mensen zien (en bankiers trouwens de minst ongelukkigen) omdat ze het resultaat van hun werk direct op het gezicht van hun klanten zien, waardoor hun werk betekenis krijgt.

Papa merkte ook dat postbodes meer waren dan boodschappers; voor veel mensen waren postbodes vooral “vertrouwde gezichten”. Vertrouwde gezichten maken mensen gelukkiger op langer termijn. Enkele weken geleden las ik nog in Yes!Magazine een artikel waarom we meer suiker bij onze buren moeten lenen (of postzegels aan de postbode moeten vragen). Onderzoek toont aan dat kleine praatjes en toevallige connecties gelukkige gemeenschappen en minder eenzame individuen creëren.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Volgens mij zijn daarom sociale of solidaire circulaire economie praktijken, zoals repair cafés populair bij mensen die op zoek zijn naar meer “contact”, maar ook juist eng voor anderen die liever met machines communiceren dan met mensen. (Trouwens, op het Japans eiland Ama hebben ze de drinkautomaten verbannen zodat mensen terug naar winkels gaan om met mensen te praten. Daar kozen ze voor socializing boven technologische efficiëntie.)

Papa had een vertrouwensrelatie met veel klanten van zijn vaste ronde. En hij kreeg zoveel terug. De zusters van een klooster op zijn ronde, die ook akkoord gingen dat daar enkele zakken post onderweg werden bewaard, trakteerden hem altijd op een kom soep en beschutting. Met het nieuwjaarsgeld dat hij kreeg, kon papa ons een keer per jaar op vakantie naar Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland of Engeland nemen; want het loon van een postbode is niet genoeg.

© Jef Wuyts

In de jaren 1990, wanneer mijn broer en ik nog klein waren en mensen nog brieven schreven

Sneller en efficienter ?

Sinds 2005 voerden ze van bovenaf de “Georoute” in. Computers rekenden de meest snelle rondes uit op basis van taylorisme. Elke handeling werd in seconden gemeten. Een brief in een bus steken zou 3 seconden mogen duren. Een persoon die rijk is krijgt meer brieven, dus die brievenbus is 5 seconden waard. Die afstand fietsen is 5 seconden. Ze rekenden dan uit wat de meest effectieve rondes waren zodat je zo weinig mogelijk postbodes (binnen hun 7.5 uur werk) nodig had om zo veel mogelijk postbussen te laten bestellen.

Om het jaar kwam er een nieuwere versie, waarbij elke postbode een grotere ronde met meer postbussen kreeg. Geen tijd voor kleine praatjes. Maar het programma zat vol fouten. Zo dacht de computer dat het ok is dat een postbode een drukke straat constant moest oversteken, in plaats van eerst een zijde af te werken en dan later de andere. Ik was apetrots op papa wanneer die de computerversie overtrof door een snellere route in elkaar te maken, gebaseerd op zijn ervaring, inzicht en creativiteit. Papa kon tijd winnen.

Sociale vaardigheden

Maar na een tijd leerden de machines (of de ingenieurs) bij en was er minder tijd voor het sociale aspect dat papa juist van zijn beroep deed houden. Hij stak zijn energie trouwens in een opleiding als reisgids; en door de sociale vaardigheden als postbode doet hij dat goed. Met vreemde mensen contact kunnen maken, is iets wat ik van hem (en zijn vader) heb geleerd, waardoor ik er een beetje uitspring in Japan.

Onbekende mensen aanspreken is voor veel mensen eng, vooral voor Japanners die nog meer met machines en schermen bezig zijn dan Vlamingen. In literatuur van circulaire economie vind je nauwelijks iets terug over vaardigheden die consumenten en producten moeten hebben, maar voor mij zijn die sociale vaardigheden belangrijk om die circulaire businessmodellen, zoals delen of gebruiken in plaats van te bezitten “meer comfortabel” te maken voor meer mensen.

Ironisch genoeg installeerde de Nederlandse supermarkt Jumbo al de eerste kletskassa’s voor mensen die behoefte hebben aan een praatje, als reactie op zelfscankassa’s. Ik weet niet wat ik er van moet denken dat we alsmaar meer en meer tegen schermen dan tegen mensen praten.

Meer diversiteit en minder zekerheid

Als kind was de postbode voor mij vooral een oude blanke man. Ook in televisieseries in de jaren ’90, zoals met Nonkel Jef, zagen we alleen blanke mannen. Maar nu is mijn papa een van de weinige blanke mannen. De blanke postbode lijkt precies uit te sterven. Daarnaast is hij vast benoemd. In 1980 deed hij zelfs een examen, maar dat bestaat nu al lang niet meer. Nu kun je niet meer benoemd geraken. Geen zekerheid.

Nu is de in- en uitstroom van postbodes in hetzelfde kantoor enorm versneld. En die in- en uitstroom is gekleurd. Papa heeft nu collega’s die hem meer over de Filippijnen, Chili, Ghana… vertellen. Papa staat nogal open voor andere culturen en hij deelde vroeger tijdens het avondmaal ook regelmatig weetjes van zijn collega’s over andere landen.

Dus worden gekleurde mensen uitgebuit om zwaar werk aan een laag loon te doen. Mijn papa is waarschijnlijk een zeldzame vogel die toch nog blijft.

Maar waarom willen blanke mensen geen postbode meer worden? Postbode is een knelpuntberoep. Ik weet waarom. Ik heb als tiener zelf ervaren dat het niet de meest comfortabele job is. Opstaan om 4 uur, honderden brieven sorteren, brieven die door de regen aan elkaar plakken, een gevaarlijke hond, een vastgeroeste brievenbus… Oh, ik kan een hele waslijst aan redenen geven waarom postbode niet zo comfortabel is als veel andere beroepen. De sociale voordelen, zoals contact met je klanten, eroderen weg.

En het nettoloon is laag. Door de belastingvoordelen die jobstudenten hebben, verdiende ik per maand meer dan mijn vader. Ik maakte veel meer fouten in het sorteren, was trager (en mijn papa was soms zelfs zo lief om na zijn ronde ook mij te steunen), maar ik verdiende meer geld. Dus worden gekleurde mensen uitgebuit om zwaar werk aan een laag loon te doen. Mijn papa is waarschijnlijk een zeldzame vogel die toch nog blijft.

Sociale circulaire economie: van fictie naar eigen leven

Toen we met Bold Branders besloten om een boek te schrijven waarin we de circulaire economie introduceren en zo interessant mogelijk proberen voor te stellen, was het belangrijk dat we vooral de sociale circulaire economie belichten. In het begin van verhaal kijkt het hoofdpersonage en haar vader neer op haar broer die dingen kan maken en repareren, deels omdat onze maatschappij alles beoordeelt in termen van loon en bezit.

Ik heb er ook mijn eigen ervaringen in verwerkt, want enkele jaren geleden keek ik ook neer op bepaalde beroepen en vaardigheden, maar nu ben ik zelf in een renaissance waar ik wil leren hoe ik dingen kan maken, onderhouden en repareren. Vanuit Japan heb ik met enkele makers in de sociale economie zoals Dirk van Hou’t Hart in Antwerpen geskypet om de “wetenschap” in het boek te onderbouwen en al afgesproken dat zodra ik terug in Vlaanderen ben zelf mijn handen uit de mouwen ga steken. Het is een beetje eng om nieuwe dingen aan te leren en ook toe te geven dat je sommige dingen niet kan.

Gelukkig weet ik door mijn studie van de Vlaamse circulaire economie dat er zoveel “goedkope”, zelfs gratis leerkrachten en spullen ter beschikking staan om die vaardigheden aan te leren. Ik heb al het voordeel dat mijn papa en mijn vava me destijds geleerd hebben om niet bang te zijn om onbekenden aan te spreken.

Toch ben ik soms ongerust voor een toekomst waarin postbodes, bakkers en vuilnismannen niet meer bestaan en een kletskassa mijn beste vriend is.

Midden september lanceren Bold Branders een crowdfunding waarbij ze hun fictief science fiction roman over een meer circulaire economie in Vlaanderen in voorverkoop aanbieden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Wendy Wuyts deed haar bachelor in geografie aan de Katholieke Universiteit van Leuven en haar Erasmus Mundus Master in Industrial Ecology aan de Universiteit van Graz (Oostenrijk), Asian Institute