‘We blijven muziek spelen voor een resultaatgericht klimaatbeleid’

© Willem Devriendt

 

Zondag was ik in Brussel met mijn trompet om er te spelen in de gelegenheidsband “Fanfare For Future”. We waren er een uurtje vroeger dan de grote menigte om elkaar te leren kennen en een korte repetitie houden. Langzaam maar zeker zagen wij, al spelend in het modderige gras, de mensen arriveren. Moedig en enthousiast, met prachtige, op karton geschilderde slogans. Het was nat en koud, maar dat zette geen rem op de 70.000 marcherende mensen.

Nog voor we ons onder de marcherende massa mengden, kwam er een stuk van mijn trompet los. De buis landde in de modder en was aan het langste uiteinde verstopt. Op zo’n momenten moet je creatief zijn. Met de stylo voor het treinticket prikte ik er een gaatje in en blies even heel hard op de buis. De modder vloog eruit, naar achter, pal op de microfoon van een journalist die net een opname aan het maken was. Er liep nog geen plasje regen van mijn kap, maar we wisten allemaal voor aan we de route begonnen, dat daar geen ontkomen aan was.

Zo miserabel was het weer op de klimaatmars vorige zondag dat zelfs ik, moeder van een sterk geëngageerde jongere, bleef twijfelen om al dan niet te gaan. Wel, het werd een van de betere marsen uit mijn geschiedenis. 70.000 mensen verenigd rond het thema van klimaatopwarming, rustig, vriendelijk en absoluut gedetermineerd, en alle leeftijden door en met elkaar. We hebben met de gelegenheidsfanfare de pannen van het dak gespeeld en zo veel mensen de miserabele, natte winterkou even laten vergeten.

Als je muziek maakt, val je op en word je vaker aangesproken door onbekenden. De hele namiddag door speelden we met ijskoude vingers en kletsnatte instrumenten. De massa hield ons gaande, en wij hen. ‘Wat heeft u naar hier gebracht?’, vroeg ik onder de vele paraplu’s. De antwoorden waren eenduidig: ‘het zijn de jongeren. Zij hebben heel veel mensen hard gemotiveerd. Een goede maand geleden was ik er ook, maar deze week waren mijn redenen anders. Ja, ik kom op straat voor het klimaat, maar nu ook om de jongeren te steunen. Op de trein hadden we zitten vrezen: de regen zal mensen thuishouden. De organisatoren hadden 30.000 mensen verwacht. Het werden er meer dan het dubbele.’

Deze keer hadden we gietende januari-regen en nog meer volk, en dan hebben we het nog niet eens over de explosieve groei van de jongerenbeweging.

Laat ons even recapituleren, want het is mooi. Vorige keer was het al fris maar nog niet koud. Vorige keer hadden we geen mooi weer maar was het ook niet nat. Deze keer hadden we gietende januari-regen en nog meer volk, en dan hebben we het nog niet eens over de explosieve groei van de jongerenbeweging, die in drie weken tijd gegroeid is van zo’n twintigtal naar 35.000. Morgen komen de studenten uit het hoger onderwijs daar nog eens bij. Onze politici kunnen zich maar beter van alle illusies ontdoen, lijkt mij. Het is immers een waanbeeld, een schaduw, want wanneer er op kille en zeer natte winterdagen zoveel volk door de straten van Brussel stapt en blijft stappen voor een gemeenschappelijk en zeer duidelijk geformuleerd doel, dan is het draagvlak nog veel groter.

Wellicht zouden we met onze klimaatfanfare een feestje gebouwd hebben, waren de weergoden ons beter gezind. Zo ver is het zondag niet gekomen, maar dat we veel mensen doen glimlachen hebben, zingen ook, dat wel.

Naar het schijnt zou er na afloop een van onze volksvertegenwoordigers in het avondnieuws sussend gezegd hebben: we zullen het stap voor stap doen. Ik heb het niet meer gehoord. Na 5 uur spelen, waren we wel degelijk uitgeput. Wie nog een plaatsje vond op de trein kon zich zetten. De rest zakte ineen in de gangen.

In de trein was het nieuws dat enkele mensen die met hun kinderen waren gaan zitten op de banken van de eerste klasse-rijtuigen, wandelen gestuurd waren. Tja, het illustreerde eigenlijk precies wat het volk niet langer aanvaardt: dat de mensen met verantwoordelijkheid hun macht gebruiken om te onderdrukken, dat ze hun eigenbelang voorop zetten. We zullen het stap voor stap doen? Schat, die trein is al ettelijke keren gepasseerd en komt niet meer terug!

Jonathan Holslag schreef ooit over de Pink Lady appels die de halve wereld rondreizen voor ze hier in de supermarkt liggen. Hier, dat is het Land van de appels en peren.

Wat is dat dan, de verantwoordelijkheid van de overheid? Men noemt het naïef als een van de jonge initiatiefnemers spreekt over sinaasappelen uit Spanje. Naïef. Natuurlijk is dat een valide argument. Jonathan Holslag schreef ooit over de Pink Lady appels die de halve wereld rondreizen voor ze hier in de supermarkt liggen. Hier, dat is, Het Land van de appels en peren. Schaamt de overheid zich niet dat ze invoer van appels uit New Zeeland toestaan aan een invoerbelasting die het mogelijk maakt die appels hier even goedkoop te maken als die aan de bomen even verderop?

Schaamt de overheid zich niet dat ze invoer van kledij toelaten zodat ze hier aan dumpingprijzen kunnen worden aangeboden? Als je €2 betaalt voor een T-shirt, hoeveel krijgt de arbeider dan? De energie die verbruikt wordt in de massale productie van dergelijke goederen, komt die van klimaatneutrale bronnen? Wat met de schepen die deze bergen goedkope t-shirts naar Europa brengen? Wat met de overproductie? Elke week is er op onze televisies wel een documentaire die handelspraktijken blootlegt, die onze economie en de natuur ernstige schade toebrengen. Als er een label komt op onze voeding, waarom dan ook niet op goederen? Dáár ligt de verantwoordelijkheid van onze overheid.

David Attenborough sprak op de COP24 van op de “people’s seat” bracht daarbij de resultaten van een grote rondvraag: mensen zijn massaal bereid om hun leven aan te passen. Wel, overheid, bepaal de eindmeet, omschrijf uw doel, beschrijf hoe u dat gaat bereiken, wanneer. Kom eens in De Afspraak vertellen – op een S.M.A.R.T. manier – hoe u dat gaat doen? Zeg eens hoe u de wetenschappelijk aantoonbare feiten gebruikt in uw beleid en acties.

Wij zullen u alvast blijven motiveren door op straat te komen, massaal, de jongeren en studenten op donderdag en de volwassenen, ouders, grootouders, tantes en nonkels op zondagen. We stand together, you be careful not to fall!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift