Afrikaans Cultureel Kapitaal

Essay van lezer Afra Dekie
Eind juni lanceerden MO*, AIR FRANCE KLM en Koning Boudewijnstichting een grote zomerwedstrijd waarbij twee lezers van MO* een reis naar Zuid-Afrika konden winnen. Deelnemers moesten voor 15 augustus een essay over de relaties tussen Afrika en het Westen insturen. In totaal kregen we maar liefst 41 inzendingen binnen. Uit deze 41 inzendingen heeft een jury de 6 beste essays uitgekozen. We presenteren hier een van de 6 genomineerde essays.

Afrika en het Westen, de relatie herzien

‘En wat als we de hulp stoppen?’, klonk het enige tijd terug in Nederland. Dat deze vraag naar voren trad in een land dat meer investeert in ontwikkelingshulp (0.8 procent van het BNP) dan de doelstelling van de Europese Unie voorschrijft (0.7 procent van het BNP), mag enigszins verwonderlijk blijken. Maar niet alleen de noodzaak van ontwikkelingshulp vormde onderwerp van debat, maar de gehele verhouding tussen het Westen en de Derde Wereld werd in vraag gesteld. Zelfs het begrip ‘Derde Wereld’ ging aan het wankelen. Een wankelen dat niet sneller genoeg kon beginnen.

Een herziening van de relatie tussen het Westen en Afrika is meer dan noodzakelijk. ‘Ontwikkelingshulp’, en beschouw daarbij het begrip op zichzelf, vooronderstelt een geloof in lineariteit en evolutie. Daarbij wordt hard getimmerd aan de weg naar het beste; een weg die absoluut naar het Westen leidt. Onoverkomelijk daarbij is een relatie van ongelijkheid en afhankelijkheid. De Ander, hetzij Afrika, wordt niet alleen van zijn ‘moderniteit’ beroofd en als onderontwikkeld beschouwd, maar alle ruimte tot erkenning en ontmoeting wordt teniet gedaan. De ouder die zijn kind slechts als een kind beschouwt dat geen zeggenschap heeft voor het zich geheel ‘ontwikkeld’ heeft zal immers ook geen oog en oor hebben naar kritiek.

Kunst en ontwikkeling

Een bescheiden onderwerp in het huidige ontwikkelingsbeleid betreft de economische ontwikkeling van cultureel-artistieke sectoren in Afrikaanse landen (cinema, televisie, beeldende kunsten, muziek, dans, literatuur, maar ook mode, design, grafische vormgeving enz.). Een onderwaardering van het economische potentieel van kunst en cultuur, zowel vanuit het Westen, de ontwikkelingshulp, als vanuit Afrikaanse overheden, zorgt ervoor dat kunst en cultuur slechts de laatste jaren een bescheiden plekje op de ontwikkelingsagenda krijgen. Meer een meer wordt de promotie, stimulering, financiering en ontwikkeling van de cultureel-artistieke sectoren als doelstelling opgenomen in de verdragen van internationale bijeenkomsten zoals tussen de ACP-landen, de UEMOA (Union Economique et Monétaire Ouest Africaine), de AU (African Union) enz. Op de agenda staat de financiering van artistieke projecten, de oprichtingen van kunstonderwijs en (technisch)artistieke vormingen, de bescherming van de kunstensector, de stimulering van private ondernemingen, de inrichting van auteursrechten, internationale artistieke uitwisselingen, onderzoek naar het economische potentieel van deze sector enz. Deze waslijst aan nobele doelstellingen komt echter maar beperkt tot uitvoering vanwege een gebrek aan financiële en menselijke middelen.

Ook de Europese Unie wordt zich steeds meer bewust van het cultureel kapitaal in Afrikaanse landen en binnen het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) werd de PSIC (Programmes de Soutien aux Initiatives Culturelles) opgericht, dat per land een budget voorziet voor de cultureel-artistieke sector. Desondanks zijn vele van deze investeringen niet aangepast aan de lokale artistieke behoeften en worden weinig kansen geboden aan Afrikaanse ondernemers om een winstgevende productie en distributie van Afrikaanse culturele producten tot stand te brengen. Bovendien blijft de  afzetmarkt van deze culturele producten doorgaans beperkt tot het Westen, waardoor een economisch cultureel-artistieke markt in Afrika zo goed als niet gestimuleerd wordt. Zo zijn vele Afrikaanse striptekenaars aangewezen op een Europese uitgeverij en komen hun strips vaak nooit op de markt in eigen land terecht. Of zien Afrikaanse filmmakers zich genoodzaakt zich aan te passen aan de esthetiek en het publiek van Europese productiehuizen, waardoor mogelijk een Afrikaans publiek verloren gaat. Ook kan er sprake zijn van commercialisering en standaardisering, waardoor de vrijheid van expressie van de Afrikaanse kunstenaar uitermate beperkt wordt. Dat de distributie van deze producten doorgaans in Westerse handen ligt, zorgt eveneens voor een gebrek aan winst en kapitaal om te investeren in de eigen markt.

Er is dus sprake van onderwaardering van het Afrikaanse cultureel kapitaal, inefficiëntie in het ontwikkelingsbeleid omtrent kunst en cultuur, exploitatie van Afrikaanse culturele producten en dominantie van het Westen op de culturele globale markt.

Van maskers naar kunst-an-sich

Deze toenemende aandacht voor en investeringen in de cultureel-artistieke sectoren vanuit de ontwikkelingshulp kan dus slechts een positieve bijdrage met zich meebrengen wanneer de relatie tussen het Westen en Afrika fundamenteel herzien wordt. Daarbij dient afgestapt te worden van primitivisering en exotisering van Afrikaanse culturele producten, waarbij voorbij wordt gegaan aan ‘tamtams, maskers en sculpturen’ en men oog heeft voor designers als Balthazar Faye, beeldende kunstenaars als Olu Oguibe, beeldhouwers als El Anatsui en choreografen als Syhem Belkhodja. Niet alleen veronderstelt dit een erkenning van de Andere, maar meer nog, dient het Westen een concurrende en nieuwe economische markt te aanvaarden.

Op de vraag of men de hulp dan dient te stoppen, kan ten volle ‘ja’ geantwoord worden, want wat als ‘hulp’ wordt beschouwd dient plaats te maken voor ontmoeting, erkenning en samenwerking. Investeringen in individuele kunstprojecten, in het oprichten van ateliers, in lokale artistieke private ondernemingen, in internationale ontmoetingen tussen Westerse en Afrikaanse kunstenaars enz. creëren een artistiek platform waarin geen plaats is voor een ‘ontwikkeling van Afrikaanse kunsten naar Westers model’, maar waarin kunst de ruimte krijgt om zichzelf te zijn en Afrika economisch profijt haalt.

De andere genomineerde essays

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift