Wat de staat Israël ons zou moeten leren over Europa’s heden en verleden

MO*columniste Anya Topolski is verbaasd dat de huidige generatie amper iets weet over Europa’s beschamende verleden. De oprichting van de staat Israël in 1948 was een pleister op Europa’s antisemitisme en verantwoordelijkheid. Het zorgde ervoor dat Europa zijn verleden nooit onder ogen hoefde te zien en nooit hoefde te leren om zichzelf te veranderen. Dat is vandaag pijnlijk duidelijk.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Anya Topolski

MO*columnisten
Assistant Professor
3 maart 2017

Om te beginnen moet ik toegeven dat ik mezelf in mijn eerste column vorige maand een doel had gesteld… om niet over Israël te beginnen. Het wordt zo vaak aangenomen dat alle joden Israëlisch zijn of tenminste pro-Israël, dat het soms beter is om Israël maar niet te noemen.

Maar deze aanname is vaak onterecht. Als in de diaspora geboren jood identificeer ik me juist sterk met de principes van het diasporische jodendom. Principes zoals geloof in het samenleven tussen verschillende groepen mensen, en de afwijzing van het idee van een homogene Israëlische natiestaat waarnaar joden moeten “terugkeren”.

Welke link heb ik met de staat Israël? Het eenvoudige antwoord is: geen enkele. Het complexe antwoord is dat ik daar familie heb (hoewel ik ook familie had in meer dan tien andere landen), en als ik op Sabbat in de synagoge bid, naar Israël verwijs– maar niet naar de huidige staat Israël (met de uitzondering van één gebed dat ik weiger uit te spreken). Pro-Israël kun je me niet noemen.

Het is te makkelijk om de zoveelste column te schrijven waarin links zichzelf op de borst klopt voor zijn blinde steun aan Palestina en onkritische aanval op Israël.

Vorige maand heb ik mijn doel bereikt. Deze maand heb ik een ander doel. Ik wil wat tijd nemen om de link te leggen tussen Europa en Israël. Ik hoop dat dit ons, wanneer we als “Europeanen” over Israël en Palestina spreken, bewuster maakt van onze rol en verantwoordelijkheid voor wat daar gebeurt – zowel in het verleden als in het heden.

Het is te makkelijk om de zoveelste column te schrijven waarin links zichzelf op de borst klopt voor zijn blinde steun aan Palestina en onkritische aanval op Israël. We hebben wel genoeg met een beschuldigende vinger naar Israël gewezen, zonder ons te realiseren dat wij deze leviathan hebben gecreëerd. Laten we beginnen onze eigen monsters onder ogen te zien.

Aangezien ik niet in Vlaanderen op school heb gezeten, kan ik de oorzaak niet goed inschatten, maar ik schrok ervan hoe weinig de huidige generatie weet over Europa’s beschamende verleden. Ik geef vaak lezingen over jodendom op Vlaamse middelbare scholen, waarin we het altijd over de Shoah hebben. Het valt me op dat de verantwoordelijkheid van Belgen hierin, net als hun koloniale verleden, onbekend terrein of zelfs taboe is. En niet alleen bij de jeugd.

Wanneer ik deze onderwerpen bij volwassenen aansnijd, is hun reactie bijna altijd defensief – zelden steken ze de hand in eigen boezem. Hoe vaak hoorde ik wel niet (zelfs van zelfverklaarde progressieve denkers) de zin: ‘Maar Congo was het bezit van de Koning – wij namen geen deel en profiteerden er niet van’. Serieus?

De schuld wordt maar al te makkelijk afgeschoven op de Duitsers, of de Nazi’s, of Hitler. Zij waren de misdadigers en al de rest was slechts slachtoffer.

Wanneer het over de Shoah gaat, wordt de indruk gewekt dat er geen collaboratie plaatsvond. Het wordt maar al te makkelijk afgeschoven op de Duitsers, of de Nazi’s, of Hitler. Zij waren de misdadigers en al de rest was slechts slachtoffer.

Wordt geschiedenis dan niet eerlijk onderwezen in Vlaanderen? Natuurlijk, er was verzet, maar er was ook veel te veel medewerking – zowel passief als actief. Nazi-Duitsland had het niet alleen kunnen doen. Dat maakt het des te verontrustender dat er vandaag de dag nog politieke partijen met een Naziverleden (waarvan ze weigeren afstand te nemen) in de regering zitten.

Of het dus ligt aan het Vlaamse onderwijs, of omdat mensen gewoonweg niet met hun eigen verleden geconfronteerd willen worden – er is duidelijk een vorm van geheugenverlies over verantwoordelijkheid waaraan veel Belgen en andere Europeanen lijden.

Dit geheugenverlies bestaat ook als het gaat om de oprichting van de staat Israël. Die geschiedenis zou ik graag hier vertellen. Laten we beginnen met Theodor Herzl, de 19e-eeuwse oprichter van politiek zionisme – één specifieke vorm van zionisme, die nu de ideologie van de staat Israël is.

Europeanen, zo dacht Herzl, waren fundamenteel antisemitisch, het was onderdeel van hun cultuur. Daarom was de enige hoop voor joden om een eigen plek te hebben.

Wat vaak voor het gemak vergeten wordt, is dat Herzl’s politiek zionisme veronderstelde dat het onmogelijk was om antisemitisme in Europa te voorkomen. Europeanen, zo dacht Herzl, waren fundamenteel antisemitisch, het was onderdeel van hun cultuur. Daarom was de enige hoop voor joden om een plek te hebben, of het nu Madagaskar of Palestina was, waar ze niet “de ander” zouden zijn.

Dit was dezelfde oplossing die Europa in 1648 koos met het Verdrag van Westfalen, waar het principe cuius regio, eius religio (wiens gebied, diens gebed) werd geïnstitutionaliseerd. Het idee was om conflict te vermijden door mensen met verschillende opvattingen van elkaar te scheiden.

Destijds was het problematische verschil religieus – katholiek versus protestant – en de oplossing werd gevonden in het creëren van religieus homogene natiestaten. Frankrijk was voor de katholieken, Nederland voor de protestanten. Overigens leidde deze oplossing tot de eerste vluchtelingen, namelijk de Franse protestante Hugenoten, die naar Nederland vluchtten.

Geen vertrouwen in Europeanen

Herzl had geen vertrouwen in tolerantie, inclusie en dialoog – geen vertrouwen in Europeanen. Een vergelijkbare positie lag aan de basis van de Balfour-verklaring uit 1917. Deze verklaring beloofde een joods thuisland in Palestina, zolang er ‘niets zal worden ondernomen dat de burgerlijke en godsdienstige rechten van niet-joodse gemeenschappen in Palestina zou kunnen aantasten, of de rechten en de politieke status die joden genieten in enig ander land’.

Joden waren een vreemd en ongewenst “ras” in Europa – ze zouden hier nooit thuis kunnen zijn. Dat zou snel genoeg blijken. Wat Herzl en Rothschild (aan wie Balfour zijn brief schreef) niet voor elkaar kregen, werd pas mogelijk in 1947 – in de nasleep van de Shoah. Er was de moord op zes miljoen joden en talloze zigeuners, homoseksuelen, communisten gehandicapten en anderen voor nodig.

Met de oprichting van Israël had Europa de mogelijkheid een eind te maken aan het antisemitisme door zijn slachtoffers te verwijderen, in plaats van een echte oplossing te zoeken voor haar eigen misdaden.

De staat Israël was de perfecte diplomatieke oplossing: terwijl joodse mensen plots de mogelijkheid kregen om te migreren en daarmee aan toekomstige herhalingen van gruwelijkheden uit het verleden konden ontsnappen (niet alleen de Tweede Wereldoorlog), had Europa (en zeker niet alleen Duitsland) de mogelijkheid een eind te maken aan het antisemitisme door zijn slachtoffers te verwijderen, in plaats van een echte oplossing te zoeken voor zijn eigen misdaden.

Honderdduizenden joden migreerden naar Israël, de Verenigde Staten en andere landen. Er waren minder dan een half miljoen joden over in het Europa na de Shoah, waarvan ongeveer de helft in het Verenigd Koninkrijk. Europa’s oplossing voor antisemitisme was in lijn met Herzl en Balfour.

De oprichting van de staat Israël was een pleister op Europa’s antisemitisme, schuld en verantwoordelijkheid. Het zorgde ervoor dat Europa zijn verleden nooit echt onder ogen hoefde te komen en nooit hoefde te leren om zichzelf te veranderen. Dit wordt pijnlijk duidelijk wanneer we vandaag nog steeds spreken over de “integratie” en “assimilatie” van een andere religieuze “ander”.

De Israëlische premier Netanyahu speelde hierop in, toen hij in de nadagen van de aanslagen in januari 2015 tegen alle joden in Europa zei dat ze hier nooit veilig zouden zijn. Misschien had Bibi wel gelijk – hoewel hij onterecht denkt dat het in Israël veiliger is.

Het lijkt het er inderdaad op dat Europa nog steeds niet veilig is voor zijn “anderen”.

Met het oog op de komende verkiezingen in verschillende Europese natiestaten en de toenemende populariteit van radicaal rechts, het racisme dat Brexit ontketende en de vluchtelingen “crisis”, lijkt het er inderdaad op dat Europa nog steeds niet veilig is voor zijn “anderen”.

Konstanty Gebert, een joodse Pool betrokken bij de oprichting van Solidarnosc, en immer een bron van briljante oneliners, zei: ‘Israël is de natte droom van rechts in Polen’. En niet alleen in Polen. Dit is de realiteit die terugkeert naar Europa. Dit is wat Brexit en Trump willen. Dit is waar zoveel politici, en niet alleen Jambon en Francken (hoewel zij in het bijzonder weerzinwekkend zijn) over fantaseren – een sterke en uniforme natie, oftewel een racistische staat.

Wat ik hier zeg is niet nieuw. Maar het valt onder het algemene geheugenverlies over ons pijnlijke verleden dat we besloten te vergeten. Dit is wat James Baldwin in 1979 in The Nation schreef:

De staat Israël werd niet opgericht voor de redding van de joden; hij werd opgericht voor de redding van de westerse belangen.

Dat is duidelijk aan het worden (ik moet zeggen dat het voor mij altijd al duidelijk was). De Palestijnen betalen al meer dan dertig jaar voor het Britse koloniale beleid van “verdeel en heers” en voor Europa’s schuldige christelijke geweten.

De geschiedenis hoeft zichzelf niet noodzakelijk te herhalen, maar ze heeft ons belangrijke lessen te leren. We moeten alleen willen luisteren, ook als het pijn doet.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

Bart Denys

aha,

dus de kolonisatie van Palestijns gebied is de schuld van Europa, daar kan men in Israël niks aan doen

Geschiedenis verklaart het heden. Wat Europa in de eeuwen voor WOII met de joden gedaan heeft is inderdaad niet goed te praten. Dat Europa het nog altijd moeilijk heeft met racisme, daar kan ik ook mee leven.

Maar dat Israël een dergelijk passieve staat is, niet in staat om fouten in het verleden recht te trekken lijkt mij heel zwak. De schuld op een ander steken is altijd het gemakkelijkste. Ik denk dat vandaag in Europa racisme tegenover joden eerder marginaal is, als je het vergelijkt met racisme tegenover andere bevolkingsgroepen.

Ik denk zelfs dat de joden de meest weerbare groep zijn.  Excuseer me als ik verkeerd ben, maar ik heb ze nog nooit voor een andere groep in de bres weten springen. Altijd op zichzelf aangewezen. Maar als ik dat schrijf ben ik weer de hater en racist, ze zijn het slachtoffer van het verleden en nu moet ik vanwege deze schrijfsels mijn boetekleed aandoen.

Ik snap dat het heden het resultaat is van het verleden. Bovenstaande tekst is vernieuwend en interessant, maar wat doen we er mee naar de toekomst toe?

Tot volgend artikel

 

Bert Laon

En waren de Arabieren enkel passieve slachtofferes, pionnen van Westerse mogendheden die enkel lijdzaam ondergingen? Als je de auteur gelooft wel: “De Palestijnen betalen al meer dan dertig jaar voor het Britse koloniale beleid en voor Europa’s schuldige christelijke geweten.

Zou het niet kunnen dat de Palestijnen misschien ook een heel klein beetje het slachtoffer zijn van de leiders van de Arabische buurlanden, die hen nooit een staat gunden, die het vluchtelingenprobleem lieten verrotten door de Palestijnse vluchtelingen niet als volwaardige burgers op te nemen in hun maatschappijen? Zou de bezetting van de West-bank en Gaza misschien ook niet een heel klein beetje het gevolg kunnen zijn van de zinloze oorlog die de megalomane Egyptische president Nasser uitlokte? Zou het ontbreken van vrede misschien niet kunnen liggen aan de onverzettelijkheid en het dubbel spel van aartsterrorist Arafat, die door Peres en Rabin helaas door de grote poort werd binnengehaald als president van de Palestijnse autoriteit? Heeft de penibele situatie van de Palestijnen dan echt niets te maken met hun fanatisme, het maximalisme in hun doelstellingen en hun religieuze intolerantie?

Nee. Het is de fout van Europa en van het Britse koloniale beleid. Zo eenvoudig is het in de zwart-wit wereld van MO*

Egbert Talens, ...

Een column die tot nadenken stemt. Of moet stemmen. Hoewel een buitenstaander  –  ik ben nóch joods, nóch godsdienstig  –  is de materie mij niet vreemd. Sterker, ik heb mij erin verdiept en erover gepubliceerd; voor wat het waard is. Propagandistische instanties van politiek-zionistische kant lieten en laten geen ruimte voor nuanceringen. Wie tegen dít Israel is, tegen déze Joodse staat, wordt beschouwd als antisemiet; wat éigenlijk neerkomt op anti-judaïsme. 

Het betoog van mevrouw Topolski zou ik op onderdelen kunnen corrigeren, maar ik zie daarvan af omdat zij nmbm duidelijk is in haar standpunt dat Israeliërs en Palestijnen eigenlijk slachtoffer zijn van eenzelfde ziekte: het politieke zionisme, dat gebaseerd is op hersenspinsels met een fascistische ondergrond. Let wel, het is niet dat mevrouw T. deze insteek hanteert; zij komt geheel en al voor mijn rekening. 

Of er überhaupt een oplossing gevonden zal worden voor de miskleun van de VN op 29 november 1947? Dit hangt nmbm af van de invloed die joden zullen weten uit te oefenen binnen hun eigen leefwereld; ín Israel en daarbuiten. Als zij daarin niet slagen  –  en die optie is helaas zeer waarschijnlijk  –  zal de geschiedenis dat doen. Deze hoeft zich niet noodzakelijk te herhalen, zoals mevrouw T. stelt, maar de vooruitzichten zijn vérre van rooskleurig. Een armageddon? Om nog een kreet van die signatuur te hanteren: mene mene, tekel upharsim… 

B.J. De Cordier

Wat intussen in de vergetelheid is geraakt is, dat het jonge Israël, toch tot ongeveer aan de Zesdaagse Oorlog (1967), een nauwere band en omgang had met de Sovjet-Unie dan met West-Europa, de VS en de zionistische protestanten. 
a) Ten eerste kwam het gros van de joodse immigranten naar Israël in de periode 1948-53 uit de Sovjet-Unie en uit de door deze bezette stukken van Oost- en Centraal-Europa. Ook daarna bleven ze een belangrijke instroom vormen. 
b) Ten tweede won Israël de eerste Israëlisch-Arabische oorlog (1948) onder meer door leveringen van Russische en Tsjechische wapens en militaire expertise aan de jonge Israëlische strijdkrachten en de Mahal-milities. Stalin zag Israël als een socialistische-bondgenoot-in-wording in de Arabische regio.
c) En ten derde waren de zionisten die in de jaren ’40 de idee van Israël in de praktijk brachten, aanvankelijk meer geïnspireerd door socialistische opvattingen en door de experimenten met de joodse autonomieën die onder Stalin in de USSR waren opgericht (jaren ’20 en ’30, eerst in het noorden van de Krim, later rond Birobidzjan in het Siberische Amoer-gebied) in een poging om er het zionisme te recupereren.

Bert Laon

Dat is juist, maar niet tot aan de zesdaagse oorlog in 1967, hoogstens tot aan de Suez crisis in 1956. Vanaf de jaren 1950 en de opkomst van het Arabisch socialisme werd aartsvijand Egypte immers een belangrijke Sovjet-bondgenoot. En na de Egyptisch-Tjechische wapendeal van 1955 werd de USSR (via Tsjechië) de belangrijkste wapenleverancier van Egypte.

Het jonge Israël had vooral erg sterke banden met Frankrijk. Israël spande samen met Groot-Brittanië en Frankrijk tegen Egypte tijdens de Suez crisis. Nadat Nasser het Suez kanaal nationaliseerde, viel Israël Egypte binnen zodat Frankrijk en GB het kanaal zouden kunnen heroveren. Frankrijk beschouwde Israël ook als een strategische bondgenoot tegen het radicale Arabische nationalisme waarmee het geconfronteerd werd in Algerije. Israël won de zesdaagse oorlog in 1967 dankzij de gewaagde luchtaanval waarbij de hele Egyptische luchtmacht in minder dan 24 uur op de grond vernietigd werd. Alle Israëlische jachtbommenwerpers waren van Franse makelij, met de Dassault Mirage als krachtigste type. De tankoorlog in de Sinai die daarop volgde won Israël met oude Sherman tanks uit WO2 die het Israëlische leger met de hulp van Frankrijk had geupgraded met een performant Frans kanon. Het was ook Frankrijk dat Israël de nucleaire technologie leverde die aan de basis ligt van het Israëlische kernarsenaal. In de eerste twintig jaar bestond er ook een sterke Franse invloed op het Israëlische culturele leven. Tot Charles de Gaulle Israël in 1967 kort voor de zesdaagse oorlog als een baksteen liet vallen, net toen Israël existentieel bedreigd werd en buitenlandse steun het hardst kon gebruiken. Charles de Gaulle had de strategische beslissing genomen om de kant van de Arabische wereld te kiezen. Vaak wordt gezegd dat Charles de Gaulle de relaties met de Arabische wereld wou herstellen na de bloedige onafhankelijkheidsoorlog in Algerije. Maar Frankrijk zag uiteraard ook het toenemende commerciële en strategische belang van de Arabische landen die erg snel erg rijk aan het worden waren nadat steeds meer olie ontdekt werd en na de oprichting van OPEC in 1960.

Weinigen weten dat Israël pas een Amerikaanse bondgenoot werd na de zesdaagse oorlog. De VS zagen toen in dat de Arabieren en met name Egypte niet te vertrouwen waren, en dat de VS nooit een betere bondgenoot in het Midden-Oosten zouden hebben dan Israël.  De VS hadden na WO2 onder president Eisenhower de kant van de Arabieren gekozen. Net zoals de VS goede banden had met de Sjah in Iran, wilde ze die ook met de conservatieve Arabische koninkrijken en met president Nasser van Egypte. Daarom vernederde Eisenhower Frankrijk en GB tijdens de Suez-crisis en dwong beide landen om zich uit Egypte terug te trekken. Eisenhower liet zelfs toe dat de Sovjet-Unie Frankrijk en GB afdreigde met nucleaire vernietiging. Het was een desastreuze beslissing van Eisenhower met verstrekkende gevolgen. De Russen leerden uit de crisis dat dreigen met nucleaire wapens erg productief kan zijn, waardoor Chroestjov later de Cuba crisis veroorzaakte. De Suez crisis wordt vaak ook als trigger gezien voor de oprichting van de EU. Eisenhower verwachtte van Nasser aan zijn kant te krijgen. Maar die bespeelde de VS én de Sovjet-Unie voor zijn eigen prestige en zijn megalomaan plan van een pan-Arabisch rijk. Zo zaaide de interventie van de VS tijdens de Suez crisis de kiemen van zesdaagse oorlog. Eisenhower betreurde later zijn beslissing om Nasser te steunen en gaf zijn vergissing toe.

Wie daar meer over wil weten kan ik het uitstekende boek aanraden: https://www.amazon.com/Ikes-Gamble-Americas-Dominance-Middle/dp/1451697759

Egbert Talens, ...

Een mens kan zich vergissen, maar het lijkt er volgens mij sterk op dat Bert Laon een geheel andere insteek er op na houdt m.b.t. Israël dan mevrouw Anya Topolski. Waar de laatste zich kritisch opstelt, veroorlooft Laon zich een apologetische benadering. Het zou nmbm geen kwaad kunnen als Laon de recente politiek-maatschappelijke ontwikkelingen binnen Europa als model zou hanteren voor de situatie in het Palestina van rond de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw. Toen arriveerden daar vele joden vanuit (Oost-)Europa met een mentaliteit die heftig botste met de aanwezige bevolking, en dat niet alleen met de niet-joodse maar in meer of mindere mate ook met de joodse. Het is deze mentaliteit van de politieke zionisten die een samenleving met andere niet-joodse groeperingen frustreert, en sommige joden, binnen Israël als daarbuiten, zien dit, zacht uitgedrukt, als verontrustend. Mijns inziens is dit terecht, en het is daarom dat ik mij in de benadering van Anya Topolski zo goed kon vinden. Het zou een goede zaak zijn als zij zich in deze discussie zou mengen. Gisteren schreef ik een verhaal dat als tegenhanger bedoeld was ter zake van Laons benadering, maar door technische oorzaken kreeg ik dit hier niet  geplaatst. Dus ga ik het op een andere manier proberen. Dat vergt enige tijd, maar bij leven en welzijn gaat het mij lukken.

 

Egbert Talens, ...

Het kan m.i. geen kwaad nóg enkele opmerkingen te plaatsen, bij de tweede reactie van Bert Laon. Dit verhaal lijkt ervan uit te gaan dat de politieke zionisten zelf minder initiatief toonden dan de Sovjet Unie en de VS. Het p-zp, het politiek-zionistische project Der Judenstaat, werd tijdens het vredesproces in Versailles (1919) min of meer in de steigers gezet. De garantie daarvoor, publiek-rechtelijke steun, werd in stappen verworven. De besprekingen  –  beter aangeduid als afpersingspraktijken van de kant van de politieke zionisten  –  later, in de Algemene Vergadering van de VN, voerden tot VN-AV-resolutie 181-II (29 november, 1947) welke een aanbeveling was tot het verdelen van Palestina in een Joodse Staat, een Arabische Staat, en een corpus separatum voor Groot-Jeruzalem. Ben-Gurion greep die aanbeveling aan om (op 14 mei 1948) de staat Israël uit te roepen. De oorlog die volgde was door Ben-Gurion c.s. goed doorzien. De reactie van Arabische zijde wordt algemeen als een aanval op het kersverse Israël beschouwd; dat het mogelijk een poging was om de aanbevolen Arabische Staat uit handen van de politieke zionisten te houden, valt geenszins uit te sluiten. Dat wapenstilstandsakkoorden tussen enerzijds Israël en anderzijds de Arabische buurlanden al in 1949 tot stand kwamen, kan hiervoor een aanwijzing zijn.

B-G was ontevreden met ‘zijn’ VN-deel van Palestina. Al in 1951 werd HET PLAN opgezet; het beoogde deel van Palestina dat nog niet kon worden veroverd, bij Israël trekken, ook al was in die eerste oorlog een fors deel van de Arabische Staat ingenomen. Van de oorspronkelijke 42,88% bleef door die oorlogshandelingen slechts 22% voor de Palestijnen over, maar de politieke zionisten wilden méér. In 1956 roken ze een kans, in samenhang met de hier genoemde Suez-crisis. VS-president Eisenhower corrigeerde de onruststokers. Toen kwam John F. Kennedy aan de macht. Deze wilde van Israëls wens tot kernwapen-bezit niets weten. [Of dit een aanleiding voor de moord op JFK is geweest, moet nog worden uitgezocht. Over ca. twintig jaar kan dit gebeuren.]

In 1967 lag er weer een gouden kans, voor de politiek-zionistische haviken. De capriolen van Jamal Abd-al Nasser in de Sinaï-woestijn, waarvan Israëlische generaals láter zouden zeggen dat die géén serieuze bedreiging voor Israël inhielden, werden enthousiast aangegrepen, ter uitvoering van HET PLAN: van het hele gebied, tussen de Middellandse Zee en de Jordaan, Israëls grondgebied maken. Zoals destijds met een dure eed bezworen, toen Winston Churchill rond 1922 een streep had getrokken door de plannen die in Versailles met betrekking tot de politiek-zionistische veroveringsplannen waren opgesteld. Wie deze zaken vergeet mee te nemen, zoals Bert Gaon lijkt te willen doen, maakt een karikatuur van wat zich in de feitelijke werkelijkheid in deze heeft voorgedaan.

Egbert Talens, ...

In het laatste deel van mijn verhaal hierboven, maak ik de fout Gaon te schrijven, in plaats van Laon. Mijn oprechte excuus daarvoor. 

Bert Laon

U interpreteert de geschiedenis met de “comfort of hindsight”.

Israël was zowel in 1948 als in 1967 existentiëel bedreigd. De geschiedenis had perfect anders kunnen lopen. Achteraf gezien is het makkelijk om te zeggen dat het allemaal volgens PLAN liep. Zowel in 1948 als in 1967 waren de Arabieren van plan om Israël te annihileren. Dat was althans wat ze zegden dat ze gingen doen. Dat was het Arabische PLAN. Israël heeft daar enkel op gereageerd. Zo gaat dat in oorlog en bij uitbreiding in het leven zelf. Mensen nemen beslissingen op basis van de beschikbare en doorgaans onvolledige informatie. Achteraf als de uitkomst gunstig is, lijkt het dan alsof het allemaal op voorhand bedacht was.

B-G was ontevreden met zijn VN deel? Nee. De Israëli’s aanvaardden het VN partitieplan voor mandaat-Palestina. De Arabische leiders wezen het af want ze wilden het hele territorium. Dat is de geschiedenis.

In 1967 lag er een gouden kans? Waarom gouden, alsof de uitkomst van de zesdaagse oorlog op voorhand gekend was. Maar waarom die kans er lag legt u niet uit. Het afsluiten van de straat van Hormuz was een casus belli. En Nasser maakte een enorme stommiteit om de VN op te roepen hun peacekeepers terug te trekken uit de Sinai, wat die tot zijn verbazing ook deden. Over wat Nasser bezielde om die zinloze oorlog te starten en zo’n enorm risico te nemen, hebben historici ettelijke boeken volgeschreven. We zullen het nooit weten, tenzij de Egyptische archieven opengaan. Als er al een gouden kans was, dan is het omdat megalomaan Nasser die gecreëerd heeft. De Palestijnen hebben ook ettelijke gouden kansen op vrede en een eigen staat gekregen, maar geen enkele gegrepen.

Mijn beschrijving van de geschiedenis is niet apologetisch. Noch Israël, noch de Arabische buurlanden of de Palestijnen waren pionnen op een schaakbord bespeeld door de Westerse machten. Ze waren actieve betrokkenen die gehandeld hebben en keuzes gemaakt hebben. De huidige penibele situatie van de Palestijnen is grotendeels het gevolg van de desastreuze keuzes die de Arabische leiders maakten.

Verder staat uw verhaal bol van de anti-semitische clichés. Volgens u arriveerden er vele joden vanuit (Oost-)Europa met een mentaliteit die heftig botste met de aanwezige bevolking. De realiteit was anders. Doordat de Joden het land en de economie ontwikkelden, kwam er een immigratiegolf uit de Arabische buurlanden op gang. Veel van de “Palestijnen” die vluchtelingen werden in 1948 waren zelf (nakomelingen) van recente Arabische immigranten.

HV

“Een immigratiegolf uit de Arabische buurlanden…” wat een leugen!  Of is dit blind geloof in propaganda van extreemrechtse Joden?

Toen de eerste Joden naar Palestina uitweken, was de overgrote meerderheid van de plaatselijke bevolking Arabisch! Toen de Joden, met o.a.  miljarden steun van vooral rijke Joden uit de VS, Israël oprichtten op de gronden van de Palestijnse (of noem ze gewoon Arabische) bevolking was die Arabische bevolking voor een groot deel na terreur van de Joodse milities gevlucht naar de buurlanden en niet omgekeerd!

Vervalste geschiedenisschrijving heeft heel veel Joden naar Israël gelokt, waar ze voor voldongen feiten komen te staan.

 

Pagina's

LEES OOK

© Brecht Goris
Vandaag de dag zijn er ongeveer zes miljoen Palestijnse vluchtelingen verspreid over de hele wereld, zegt Anya Topolski in haar column.
Aref Daraghmeh, B’Tselem (CC BY 4.0)
Dat er grenzen zijn aan geweld is een terechte vaststelling van hoofdredacteur Karel Verhoeven van De Standaard.
© Joe Sacco
Als iemand vanuit journalistiek oogpunt de kracht van beelden begrijpt, dan is het Joe Sacco, maker van wereldvermaarde journalistieke beeldverhalen over conflictplekken in Palestina en Bosnië.
© Nele Bauwens
‘Mijn camera is mijn wapen.’ Nafar, een voormalige inwoner van een vluchtelingenkamp in Ramallah, werkt als journalist en fotograaf in de Palestijnse Westbank.

Meest recent van Anya Topolski

© Brecht Goris
Het privilege van kennis. Mijmeringen uit Dakar.
MO*columniste Anya Topolski reisde afgelopen maand naar Senegal en bezocht er onder andere “La maison des Esclaves”, een trieste herinnering aan de slavernij.
© Brecht Goris
Onze apathie is hun overwinning: samen onverschilligheid bestrijden
Tijdens het zoeken naar inspiratie voor een column, voelde Anya Topolski een zekere apathie opkomen.
© Brecht Goris
Genoeg is genoeg: verwerp de Wet op Terugkeer en omarm de rechten van Palestijnse vluchtelingen
Vandaag de dag zijn er ongeveer zes miljoen Palestijnse vluchtelingen verspreid over de hele wereld, zegt Anya Topolski in haar column.
© Brecht Goris
Het is niet omdat jij geen racisme ziet, dat het niet bestaat
Anya Topolski doet een oproep voor meer gemeenschappelijke en gedeelde ruimtes om fundamentele kwesties als racisme te kunnen bespreken.
Nooit meer tonen X

Ontdek

MO*nieuwsbrieven

Schrijf je in op onze gratis nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

Facebook/Twitter

Blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

MO*magazine

Abonneer je op ons unieke kwartaalmagazine voor slechts € 28.

Een abonnement nemen

MO*papers

Abonneer je op de gratis digitale achtergronddossiers (pdf) over actuele mondiale thema’s.