Vivek Chibber: ‘Populistisch succes toont gebrek aan creativiteit van links’

Frankrijk kiest dit weekend voor of tegen extreemrechts, terwijl Hart Boven Hard een Grote Parade organiseert om in België een socialer, duurzamer en inclusiever beleid te eisen. De Amerikaanse socioloog Vivek Chibber pleit voor een nieuwe beweging die de behoeften van werkende mensen écht ernstig neemt, om zowel de kapitalistische uitbuiting als de rechtse verdeel-en-heers politiek van antwoord te dienen.

CC Solidair/Karina Brys (CC BY-NC-ND 2.0)

Vivek Chibber: ‘Vanaf de jaren tachtig begonnen sociaaldemocraten, die steeds meer in handen kwamen van professionele politici in plaats van bewegingsmensen, op te schuiven naar rechts en werden ze mee verantwoordelijk voor een soberheidsbeleid dat erg nadelig was voor de werkende bevolking.’

Pankaj Mishra noemt het een Tijd van Woede, elders wordt de tijdsgeest omschreven als een wereldwijde golf van -hoofdzakelijk rechts- populisme. In elk geval staat de liberale democratie, met haar rechtsstaat, gemondialiseerde markteconomie en parlementaire politiek, zowat overal onder druk. MO* sprak daarover met de Amerikaanse socioloog Vivek Chibber, professor aan de New York University.

Chibber is niet gespecialiseerd in het becommentariëren van de waan van de dag, maar in het analyseren van onderliggende belangen en tegenstellingen. ‘Het gaat vandaag minder om het succes van extreemrechts dan om het falen van alle andere partijen om een programma voor te stellen dat de werkende bevolking een geloofwaardig perspectief op verbetering en vooruitgang geeft’, zegt hij. Chibber fileert trendy begrippen ter linkerzijde zoals het precariaat en intersectionaliteit, maar laat ook weinig heel van de liberale mythe van de creatieve klasse. Een gesprek dat de politieke emoties van dit weekend van een radicaal en uitdagend perspectief voorziet.

Hoe verklaart u de “populistische golf” die de voorbije jaren nationalistische én pro-kapitalistische regimes aan de macht bracht van de VS over Hongarije en Turkije tot India?

Sociaaldemocraten werden mee verantwoordelijk voor een soberheidsbeleid dat erg nadelig was voor de werkende bevolking

Vivek Chibber: Wat je eigenlijk ziet, is de consequentie van het verbrokkelen van traditioneel links, van communisten tot sociaaldemocraten. Deze partijen, en vooral de sociaaldemocraten, slaagden er gedurende een kleine halve eeuw in reële en betekenisvolle verbeteringen te realiseren in het leven en in de perspectieven van werkende mensen in Europa, maar ook in de VS en in landen als India. Vanaf de jaren tachtig begonnen sociaaldemocraten, die steeds meer in handen kwamen van professionele politici in plaats van bewegingsmensen, op te schuiven naar rechts en werden ze mee verantwoordelijk voor een soberheidsbeleid dat erg nadelig was voor de werkende bevolking.

Uiteraard leidt dat uiteindelijk tot een vertrouwensbreuk tussen de traditionele basis van deze partijen en hun leiders. Radicaal links is traditioneel te sektarisch, te verdeeld en te slecht georganiseerd om een alternatief te bieden voor de sociaaldemocratie, waardoor het terrein open kwam te liggen voor extreemrechts om zich op te werpen als de enige verdedigers van de verarmde arbeidersbasis.

CC Vinciane Convens (CC BY-NC-ND 2.0)

Vivek Chibber: ‘Het huidige “klassiek links” faalt niet alleen in het vatten van krachtige culturele symbolen, het faalt in bijna elk opzicht om nog betrokken te zijn bij het leven en de belangen van de werkende bevolking.’

Is de achteruitgang van de klassieke arbeiderspartijen ook niet het gevolg van het verdampen van de arbeidersklasse op zich?

Vivek Chibber: In het kapitalisme kan de arbeidersklasse gewoon niet “verdampen”, want iedereen die voor zijn of haar inkomen afhankelijk is van een loon, behoort daartoe. Wat wél verdwenen is, is de gepolitiseerde, strategische arbeidersklasse. Door de langdurige depolitisering van de arbeiders, heeft de werkende bevolking op dit moment de analytische instrumenten niet meer om het rechtse en verdelende verhaal te onderscheiden van de populistische beloften op werk en waardigheid.

Zorgt de versnelde robotisering toch niet voor een krimpend belang van de werkende mens in de politieke verhoudingen?

De staat zelf organiseert de herverdeling van rijkdom van onder naar boven. Waarom zou je dan nog investeren in dure en kwetsbare fabrieken?

Vivek Chibber: Mechanisering en robotisering zijn niet nieuw en komen met golven: in de jaren 1890, 1920, 1990, en nu opnieuw. Toch lijkt onderzoek er op te wijzen dat de trage groei in tewerkstelling in de maakindustrie niet echt te wijten is aan robotisering, maar eerder aan de extreem lage investeringsgraad van de voorbije tien, vijftien jaar.

De uitstoting van arbeid is dus eerder het gevolg van de eindeloze besparingspolitiek en van het beleid dat investeerders een snellere en zekerdere manier biedt om meer geld te verdienen dan door investeringen: de staat zelf organiseert de herverdeling van rijkdom van onder naar boven. Waarom zou je dan nog investeren in dure en kwetsbare fabrieken?

Dan is de vraag waarom nationale kapitalisten -die met hun kmo’s nog steeds zorgen voor het grootste deel van de nationale economieën- bereid zijn om de globalisering van economie en financiën te ondersteunen, terwijl die ook aan de bovenkant van de samenleving de winst steeds meer concentreert in de handen van een steeds kleinere kring van gemondialiseerde kapitalisten?

Vivek Chibber: De politieke richting waarin Europese of Noord-Amerikaanse landen uitgaan, is nooit bepaald door een soort referendum binnen de kapitalistische klasse. Politieke invloed wordt niet verworven door een opgeteld gewicht van kleine firma’s, maar door het financiële en maatschappelijke gewicht van de grootste bedrijven.

Er waren al in de jaren 1930 krachten in Frankrijk, de VS en Londen die druk uitoefenden om het kapitaal veel meer internationaal te integreren en een “vrije rol” te laten spelen. Het probleem was dat de georganiseerde arbeidersbeweging zich verzette samen met belangrijke delen van de kapitalistische klasse. Die coalitie tussen een arbeidersbeweging die geloofde in nationale planning en kapitalisten die overtuigd waren van het voordeel van een nationaal economisch beleid zorgde tussen de jaren 1930 en 1970 voor de verzorgingsstaat.

Maar het hart van die alliantie was nooit het kapitaal, het was de macht van de arbeidersbeweging. En het was de afbrokkeling van die macht die de politieke invloed van de meer internationaal georiënteerde kapitaalgroepen deed toenemen, zelfs tegen de belangen en overtuigingen van een ander deel van de kapitalistische klasse in.

In dezelfde periode, zegt u, wierp extreemrechts zich op als de verdediger van de arbeidersbelangen. Hoe kon extreemrechts dat doen op een moment dat de arbeidersklasse in Europa in sneltempo diverser werd vanuit cultureel-etnisch perspectief?

Vivek Chibber: In veel landen, zoals de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en India, heb je natuurlijk geen meerderheid nodig om verkiezingen te winnen. Met een winner-takes-all systeem kan de BJP in India een meerderheid in het parlement halen met nooit meer dan 27 procent van de stemmen. Dat maakt het makkelijker om minderheden te negeren, op voorwaarde dat je de meerderheid echt achter je programma kan scharen. Toch blijft je vraag relevant.

Het gaat minder om het succes van extreemrechts dan om het falen van alle andere partijen om een programma voor te stellen dat de werkende bevolking een geloofwaardig perspectief op verbetering en vooruitgang geeft

Mijn antwoord is dat het minder gaat over het succes van extreemrechts dan over het falen van alle andere partijen om een programma voor te stellen dat de werkende bevolking een geloofwaardig perspectief op verbetering en vooruitgang geeft. Extreemrechts positioneert zich in dat politieke vacuüm met een uitgesproken xenofobe, racistische boodschap en een duidelijke verklaring voor de sociale achteruitgang die plaatsvindt: het is de schuld van immigranten.

Het is de economie en mensen stemmen op basis van economische belangen. Dat is een klassiek linkse stelling. Intussen mobiliseert rechts ook op basis van culturele symbolen en belangen.

Vivek Chibber: Ik ben niet zeker dat die culturele symbolen dezelfde kracht zouden hebben indien ze losgemaakt zouden zijn van de sociaal-economische beloften. In de VS toont onderzoek aan dat de tegenstellingen tussen raciale groepen de voorbije decennia voortdurend afgenomen is. Trumps appeal bij de witte arbeidersklasse kan je dan ook moeilijk verklaren op basis van ras alleen. Opiniepeilingen stellen trouwens dat een verkiezingsstrijd tussen Trump en Bernie Sanders door die laatste gewonnen zou zijn, ook al bevindt hij zich volledig aan het andere eind van het culturele spectrum, omdat hij wél een geloofwaardig verhaal had voor werkend of werkloos Amerika. Dat had Clinton niet.

En wat jij “klassiek links” noemt, is het links van voor dat de beweging gekaapt werd door hooggeschoolde bestuurders die zich achter het mondialiseringsprogramma schaarden. Het huidige “klassiek links” faalt niet alleen in het vatten van krachtige culturele symbolen, het faalt in bijna elk opzicht om nog betrokken te zijn bij het leven en de belangen van de werkende bevolking. In feite hebben marxisten altijd beseft dat je verandering niet realiseert door de juiste statistieken te presenteren, maar dat je daarvoor de werkende mensen ook op hun manier van leven en zijn, in hun gemeenschappen en hun relaties moet kunnen aanspreken. Krachtige symbolen ontstaan net door een diepgaand en volgehouden engagement van politieke krachten mét de werkende bevolking.

CC Han Soete (CC BY-NC-ND 2.0)

Vivek Chibber: ‘Kapitaal is een abstract gegeven, arbeid daarentegen is heel concreet. Als je met je medestanders geen doorvoelde kameraadschap kan opbouwen en het slechts abstracte werkelijkheden blijven, dan kom je nooit tot krachtige beweging.’

De term arbeidersklasse roept al snel beelden op van vroegkapitalistische massaproductie en de daarmee gepaard gaande verpaupering. Vandaag is er, zeker in het Noorden, nauwelijks nog sprake van de grote concentraties van arbeiders in megafabrieken, terwijl het belang van zelfstandig werk toeneemt.

Vivek Chibber: Dat “zelfstandig werk” is grotendeels een ideologische fictie, want in feite gaat het meestal om langdurige werkloosheid waarin mensen zichzelf op tijdelijke basis verhuren aan het kapitaal. Zij bezitten hun eigen productiemiddelen niet en kunnen niet op eigen kracht en ritme goederen of diensten produceren die ze dan proberen te verkopen. Deze nieuwe “zelfstandigen” functioneren helemaal niet zelfstandig op een vrije markt, ze zijn afhankelijk van de opdrachten van het kapitaal. In plaats van je eigen baas te zijn, moet je van de ene baas naar de andere gaan om te overleven. Het is niet omdat je thuis, in de keuken of in de sofa, werkt dat je geen loonarbeider bent.

De nieuwe “zelfstandigen” functioneren helemaal niet zelfstandig op een vrije markt. Het is niet omdat je thuis, in de keuken of in de sofa, werkt dat je geen loonarbeider bent.

De reden waarom we die loonarbeid vandaag zelfstandig werk noemen, is omdat de kapitalisten dan ontsnappen aan de verplichting om bij te dragen aan de sociale verzekering die de wet oplegt aan loonarbeid. Het is dan ook niet toevallig dat Bernie Sanders tijdens de Democratische voorverkiezingen tot 92 procent van de stemmen kreeg uit de leeftijdsgroep -18 tot 35- die gezien wordt als de voorhoede van die nieuwe golf van zelfstandig werk. Zij beseffen immers welke sociale achteruitgang hun zelfstandigenstatuut met zich meebrengt.

Met andere woorden: de huidige economie produceert niet zozeer een nieuwe creatieve klasse, maar een hooggeschoold precariaat?

Vivek Chibber: Inderdaad. Al mag je de factor hooggeschoold niet overdrijven. De meeste banen die in de Verenigde Staten gecreëerd worden, zijn net laaggeschoolde banen: barrista’s, stapelhuiswerkers, distributiewerk, vervoer… De arbeidsmarkt is extreem gepolariseerd, met een kleine, hooggeschoolde en goed betaalde creatieve bovenlaag, en daaronder de massa van slechtbetaald, onzeker en laaggeschoold werk.

Is “het precariaat” een nuttig begrip om de nieuwe sociale verhoudingen te beschrijven en te begrijpen?

Vivek Chibber: In zekere zin wel, maar er zitten twee fundamentele weeffouten in het gebruik ervan. Ten eerste is het géén nieuw fenomeen: zowel de kwetsbaarheid als de onzekerheid van tewerkstelling zijn al van het begin van industrieel kapitalisme de norm, eerder dan de uitzondering. Enkel tussen 1930 en 1970 kon de arbeidersbeweging dat ombuigen in meer langetermijntewerkstelling. Bovendien ben ik het niet eens met de tegenstelling die mensen als Guy Standing, die de term precariaat op de kaart zette, zien tussen het precariaat als de nieuwe onderklasse en de arbeiders mét een contract die niet alleen een soort geprivilegieerde, klasse worden, maar in feite deelnemen aan de uitbuiting van dat precariaat.

Toch wijst die laatste stelling op een reëel probleem voor de arbeidersbeweging, die in de verdediging van de belangen van haar leden en de defensieve positie die daarmee samenhangt, vaak heel weinig manoeuvreerruimte heeft om marginale nieuwkomers op de arbeidsmarkt te verdedigen.

Vivek Chibber: Dat klopt. De vraag is of de arbeidersbeweging beter had kunnen reageren op de plotse en massale veranderingen die teweeggebracht werden door de val van de Sovjet-Unie en de intrede van China in een gemondialiseerde, kapitalistische economie. Daardoor werd zo’n gigantische hoeveelheid goedkope arbeid beschikbaar, dat de macht van arbeid in de relatie met kapitaal fataal verzwakt werd. Bovendien zorgde de communistische staat in China voor extreem lage lonen en een volledig gecontroleerde arbeidersbeweging, waardoor produceren in semi-slavernij-omstandigheden mogelijk werd.

De communistische staat in China zorgde voor extreem lage lonen en een volledig gecontroleerde arbeidersbeweging, waardoor produceren in semi-slavernij-omstandigheden mogelijk werd.

Tezelfdertijd viel de economische groei in de ontwikkelde wereld sterk terug, waardoor de toename van tewerkstelling veel moeilijker werd -wat opnieuw knaagde aan de onderhandelingspositie van de werkende bevolking. Door vooral behoudend te reageren, zagen de vakbonden hun basis versmallen. En dus moeten ze nu terug naar de positie van de jaren 1910, toen ze ook een aanpak moesten bedenken voor een economische situatie die ze daarvoor nooit gekend hadden.

Wat noodzakelijkerwijze een effectieve mondialisering van de beweging inhoudt.

Vivek Chibber: Daar is iedereen het over eens, maar niemand weet echt hoe dat moet, want echt organisatiewerk gebeurt lokaal, met lokale symbolen, rond lokale thema’s en betekenissen. Kapitaal is een abstract gegeven, arbeid daarentegen is heel concreet. Als je met je medestanders geen doorvoelde kameraadschap kan opbouwen en het slechts abstracte werkelijkheden blijven, dan kom je nooit tot krachtige beweging. Echt bewegingswerk vraagt immers veel opoffering en brengt veel risico met zich. Daarom werkt het best onder mensen die een minimum aan betrokkenheid en empathie voor elkaar voelen.

CC Solidair (CC BY-NC-ND 2.0)

Vivek Chibber: ‘Een beweging kan niet alles voor iedereen zijn, maar moet uiteindelijk antwoorden op de vraag of ze het opneemt voor de armen en uitgeslotenen, of voor de middenklasse en de rijken.’

Als gedeelde symbolen en doorvoelde empathie zo belangrijk zijn, verklaart dat dan mee waarom het zoveel moeilijker geworden is de veel diverser geworden arbeidersklasse te organiseren?

Vivek Chibber: Ik denk het niet, want de snelheid waarmee nieuwkomers zich integreren in de landen van aankomst is historisch gezien opmerkelijk. De etnisch-culturele verscheidenheid én afstand binnen de Amerikaanse arbeidersklasse was in de jaren 1920 veel groter dan wat we vandaag in Europa zien. De arbeiders spraken of verstonden vaak elkaars taal niet eens. Toch was het net in die periode dat de arbeidersbeweging er op zijn sterkst en militantst was. De reden: ze hadden te maken met dezelfde werkgevers, dezelfde arbeidsomstandigheden, dezelfde omgeving. Als het moeilijk is om vandaag de arbeidersbeweging opnieuw uit te vinden in divers Europa, dan heeft dat vooral te maken met een gebrek aan betrokkenheid en creativiteit aan de kant van partijen en vakbonden.

Rechts én links lijken beide te antwoorden op de toegenomen diversiteit met hun versie van identitaire politiek. Is dat problematisch?

Vivek Chibber: Ja, maar niet omwille van de interesse in identiteit, maar omdat het de achterliggende klassepolitiek verhult. Aan de linkerkant zie je twee soorten identitaire politiek: aan de ene kant is er een emancipatorische beweging die verdrukking wil afwerpen, aan de andere kant is er het discours dat gebruikt wordt door de mensen uit upwardly mobile middle classes die zelf behoren tot minderheden of gemarginaliseerde gemeenschappen. De identititaire politiek van vandaag behoort meestal tot de tweede categorie, waarbij het toebehoren tot een etnische groep, nationaliteit of andere minderheid zodanig geformuleerd wordt dat de belangen van de armen uit die groep onzichtbaar gemaakt worden en de ambities van de hooggeschoolden voorgesteld worden als collectieve belangen.

Het toebehoren tot een etnische groep, nationaliteit of andere minderheid wordt zo geformuleerd dat de belangen van de armen uit die groep onzichtbaar gemaakt worden en de ambities van de hooggeschoolden voorgesteld worden als collectieve belangen

Uiteindelijk legitimeert dat echter de extreemrechtse, uitsluitende versies van identiteitsdenken en -politiek. De progressieve aandacht voor gender en ras is in de VS deel gaan uitmaken van de bedrijfscultuur, maar niet op een manier dat het aan de onderkant van de samenleving collectief betere kansen creëerde, wel op een geïndividualiseerde manier die zichtbaar wordt in raden van bestuur of topkaders. De klemtoon ligt niet op structuren, maar op het tellen van koppen. De burgerrechtenbeweging in de jaren zestig legde daarentegen vanaf het prille begin de klemtoon op sociale eisen en rechten. De middenklasse en de kaders hebben de symbolische strijd voor vrouwenrechten en etnisch-culturele diversiteit gekaapt, en de strijd van arme vrouwen en arme zwarten wordt daardoor geschaad.

Identiteit is voor de meeste mensen meer dan “symbolisch”, ze is wezenlijk. Moet links dan niet eerder meer dan minder aandacht geven aan het belang dat diverse groepen geven aan die identiteit?

Vivek Chibber: Uiteraard zijn identiteit, gender en het toebehoren tot etnische, sociale of culturele gemeenschappen essentieel voor mensen. Dé vraag is hoe bepalend ze zijn voor armoede of uitsluiting. Als het antwoord uitsluitend terug te voeren is op die identiteiten, dan moet de strijd voor emancipatie zich daar en daar alleen mee bezighouden. Maar als de armoede ook veroorzaakt wordt door economische structuren, door slecht georganiseerd of onaangepast onderwijs, door ongelijkheden in huisvesting of andere zaken, dan moet je ook die structuren aanpakken.

Wat u voorstelt is dus eigenlijk wat tegenwoordig intersectionaliteit genoemd wordt?

Intersectionaliteit is ofwel een banaal concept of het is een fictief concept

Vivek Chibber: Niet echt. Intersectionaliteit is een begrip dat alleen maar populair is bij universiteitsstudenten en consultants, en het is ofwel een banaal concept of het is een fictief concept. Banaal wil zeggen: het feit dat onderdrukking meer dan één dimensie heeft, is iets wat al decennia evident is in de strijd voor sociale rechtvaardigheid. Fictie: het begrip pretendeert een nieuwe theorie van onderdrukking en emancipatie te zijn, maar is op zijn best een beschrijving van hoe individuen hun leven leiden en ervaren, terwijl er geen echte sociale theorie achter zit. Er wordt geen inzicht gegeven in de manier waarop bijvoorbeeld ras, gender en klasse zich onderling verhouden en elkaar beïnvloeden -wat nodig is als je op dat vlak een beleid wil ontwikkelen of voorstellen. Een sociale beweging kan je niet bouwen op individuele ervaringen, maar heeft inzicht in structurele mechanismen nodig.

Toch zorgden een aantal vrouwen die sterk vanuit dat perspectief naar de samenleving kijken voor de enorme demonstratiegolf daags na de eedaflegging van president Trump. En hun boodschap was niet beperkt tot het genderperspectief, ze was ook sociaal.

Vivek Chibber: Het was een fantastische zaak -al was de boodschap wel wat minder divers dan je denkt en meer gemonopoliseerd door middenklassebelangen en Democratische politici. Maar in de mate dat de eisen en protesten inderdaad breed en divers waren, is de volgende vraag hoe van daaruit een echte beweging opgebouwd wordt. En een beweging kan niet alles voor iedereen zijn, maar moet uiteindelijk antwoorden op de vraag of ze het opneemt voor de armen en uitgeslotenen, of voor de middenklasse en de rijken.

Kan de beweging rond Bernie Sanders die verbindende en tegelijk radicale beweging vormen of voortbrengen?

Bernie Sanders is nooit bezig geweest met het bouwen van een beweging

Vivek Chibber: Ik twijfel er sterk aan of we op Sanders moeten rekenen om een sociale beweging te starten, aangezien hij toch altijd vooral begaan geweest is met electorale politiek, met verkozen worden -om dan consequent progressieve standpunten in te nemen en te verdedigen, dat zeker wel. Het is dus niet dat ik Sanders misprijs of zijn belang onderschat, maar hij is nooit bezig geweest met het bouwen van een beweging. Anderzijds geloof ik wel dat de sociale krachten en de energie die vrijgemaakt werden door de kandidatuur van Sanders, het begin kunnen zijn van die noodzakelijke nieuwe sociale beweging.

Maar de Democratische Partij hervormen of volksvertegenwoordigers onder druk zetten, volstaan niet. We hebben nood aan ouderwets organisatiewerk in wijken en werkplaatsen. Maar we moeten eerlijk zijn: de instrumenten om echt macht uit te oefenen van onderuit zijn grotendeels afwezig. We hebben wel een eerste, belangrijke stap gezet in het heropbouwen van de macht van het volk met het bewustzijn van de reële ongelijkheid en van de onaanvaardbare macht van het bedrijfsleven over alle aspecten van het leven. Mensen beseffen voor het eerst sinds lang ook opnieuw dat massa-organisaties nodig zijn om echte veranderingen af te dwingen.

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

AV

Eindelijk gezond verstand van iemand die opgeleid is en lijkt te behoren tot radicaal links. Deze man houdt de kern van de zaak in het oog.

LEES OOK

© Kevin Lamarque/Reuters
Wil het klimaat Donald Trump een lesje leren?
Agencia CNT de Noticias (CC BY 2.0)
Honderdvijftig Amerikaanse burgemeesters hebben inmiddels beloofd in hun stad volledig over te stappen op hernieuwbare energie.
Craig Sunter CC BY-ND 2.0)
Wie zich voortdurend ergert, bijvoorbeeld in het verkeer, gaat na een tijd rechtser denken. Vooral je kijk op de economie verandert erdoor, stellen twee Amerikaanse wetenschappers.
EVP (CC BY 2.0) & Gage Skidmore (CC BY-SA 3.0)
De lokale verkiezingen in Italië tonen dat Berlusconi en zijn partij Forza Italia nog lang niet zijn uitgespeeld.

Meest recent van Gie Goris

CC US Government / Campaign to Abolish Nuclear Weapons
Nucleaire spreidstand van België?
België zal, samen met Irak, de volgende twee jaar voorzitter zijn van de conferentie over het Kernstopverdrag.
CC Richard Messenger (CC BY-NC 2.0)
Jobs, jobs, jobs anno 2017: 40 miljoen slaven, 152 miljoen kinderen
Iedereen wil werk, maar niemand wil dat die banen eruit zien als een kind dat in een steengroeve werkt, een volwassen man die niet weg kan uit een uitbuitende werksituatie omdat zijn paspoort afgen
CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)
Mogherini zet Trump op zijn plaats: atoomakkoord met Iran wérkt
Donald Trump lanceerde dinsdag een frontale aanval op het nucleair akkoord met Iran.
CC Mustafa Khayat (CC BY-ND 2.0)
Niet alleen mondiale elite heeft recht op veilige migratie
Woensdag werd in New York een stand van zaken opgemaakt van het werk aan mondiale verdragen over vluchtelingen en migratie.