TTIP, een buitenkansje voor ontwikkelingslanden?
.jpg)
.jpg)
Vincent Harmsen
19 maart 2015
De Europese Commissie weet het zeker: het grote vrijhandels- en investeringsakkoord tussen de EU en de VS biedt ontwikkelingslanden veel kansen. Minister De Croo is het daarmee eens. Maar op welke feiten baseren zij zich precies? ‘De aannamen die worden gedaan zijn utopisch.'
TTIP (Transatlantic Trade and Investment Partnership) heeft een imagoprobleem dat met de dag groeit. Daarom nam de Europese Commissie recent een toch wel erg verrassende vlucht naar voren. Naast de veronderstelde TTIP-vruchten die de Europese burger zal plukken, is een mogelijk vrijhandelsverdrag met de Verenigde Staten volgens de Commissie ook een buitenkansje voor ontwikkelingslanden. De Commissie ontleent haar optimisme aan een studie van het Duitse Ifo Instituut, uitgevoerd in opdracht van het Duitse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking.
‘Met TTIP zullen de meeste importproducten nog maar aan één standaard hoeven te voldoen’, lichtte Marc Vanheukelen, hoofd van het EU-handelsdepartement (DG Handel), toe tegenover nieuwswebsite EurActiv tijdens de presentatie van de Ifo-studie in Berlijn. ‘Voor landen die exporteren naar de trans-Atlantische markt maakt dat het leven een stuk makkelijker.’ Ook zullen ‘derde landen’ volgens de Commissie profiteren van meer exportmogelijkheden door TTIP.
‘Om een race to the bottom te voorkomen, moeten we ervoor zorgen dat de béste standaarden gelden.’
Gevraagd naar een reactie, laat ook Belgisch minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo datzelfde argument horen. ‘De samenwerking tussen de EU en de VS over standaarden moet de toegang tot de EU en de VS vereenvoudigen aangezien producenten uit derde landen geen verschillende standaarden meer moeten gebruiken voor hun uitvoer naar de VS en naar de EU. TTIP wil verder internationaal hoge arbeidsstandaarden en leefmilieustandaarden promoten.’
Op onze vraag of België er op zal toezien dat steeds gekozen wordt voor de hoogste standaarden, antwoordt de minister: ‘Om een race to the bottom te voorkomen, moeten we ervoor zorgen dat de béste standaarden gelden. En welke de beste norm wordt, wordt bepaald door de uitkomst van de onderhandelingen.’ Daarom, voegt de minster eraan toe, is het juist belangrijk dat de mondiale normen bepaald worden door een EU-VS TTIP en niet door het grote Amerikaans-Aziatische vrijhandelsakkoord TTP, dat ook in de steigers staat.
De ene studie en de andere
Het optimisme over de positieve impact van TTIP op het Zuiden, gebaseerd op de Ifo-studie, blijkt echter op z’n minst eenzijdig. ‘In onze studie identificeren wij twee krachten die tegen elkaar opwegen’, zegt hoofdonderzoeker professor Gabriel Felbermayr. ‘Economische groei in de EU en VS -een mogelijk gevolg van TTIP- zal de vraag naar import versterken. Het gaat dan met name om producten die Europa en Amerika zelf niet produceren.’ Felbermayr noemt palmolie uit Indonesië en Ghanese cacao.
‘Aan de andere kant leidt TTIP tot handelsverstoring. Neem Bangladesh, een land dat negentig procent van zijn textiel exporteert naar de EU en VS. Als Amerika de invoertarieven voor Europese kleding schrapt, dan worden landen als Roemenië en Bulgarije gelijk competitiever. Dat kost Bangladesh marktaandeel.’
De Ifo-studie concludeert dat de ‘twee krachten’ elkaar zullen uitbalanceren, en dat daarom de gevolgen van een EU-VS vrijhandelsverdrag voor ontwikkelingslanden ‘beperkt’ zullen zijn.

CC IFA (CC BY-NC 2.0)
Opmerkelijk is dat professor Felbermayr in 2013 nog tot een heel andere conclusie kwam. ‘Ontwikkelingslanden zijn de grote verliezers’ stelde hij toen in een studie in opdracht van de Duitse Bertellsman stiching. ‘De lijst met verliezers wordt aangevoerd door Ivoorkust en Guinee. Hun exportgoederen worden van de EU-markt weggedrukt door Amerikaanse import.’
De onderzoekers gaan uit van een hervorming van het hele wereldwijde handelssysteem. Dat is onrealistisch en wordt niet overwogen binnen de huidige TTIP-onderhandelingen.
Waarom de studie in opdracht van de Duitse regering nu tot een mildere conclusie komt? Felbermayr stelt dat de nieuwe methodiek ‘realisitischer’ is. Er zou bijvoorbeeld nu wel zijn gekeken naar wat landen buiten de TTIP-zone precies produceren. ‘We maakten geen verschil tussen de productiestructuur van de EU en een land als Ghana. Het was een simplistische aanpak.’
Maar volgens Foodwatch Duitsland is er nog een andere reden waarom de recente studie van het Ifo Instituut een stuk rooskleuriger is. ‘De aannamen die in de studie worden gedaan, zijn politiek utopisch’, zegt woordvoerder Martin Rücker. ‘Om de gunstige effecten voor ontwikkelingslanden te creëren, gaan de onderzoekers uit van een hele reeks politieke maatregelen, waaronder hervorming van het hele wereldwijde handelssysteem. De lijst is onrealistisch, en het gaat om zaken die niet worden overwogen binnen de huidige TTIP-onderhandelingen.’
Hoera. We weten het niet.
Ook ligt de Ifo-studie om nog een andere reden onder vuur. Want wat zeggen macro-economische effecten op gehele landen nu werkelijk over welvaartsverdeling in de wereld? ‘De Ifo-studie kijkt helemaal niet naar de gevolgen van TTIP op de sociale en economische rechten van mensen in ontwikkelingslanden’, zegt Sven Hilbig van Brot für die Welt, een Duitse ngo die het dossier ook kritisch volgt.
‘Zo kaart de studie niet aan dat een grotere vraag naar grondstoffen zal leiden tot meer negatieve gevolgen verbonden aan de winning van mineralen en de productie van fossiele brandstof: mensenrechtenschendingen, conflicten over landrechten, vervuiling van oppervlaktewater met zware metalen, enzovoort.’
Een groep waar Brot für die Welt zich met name zorgen om maakt, zijn kleine boeren in ontwikkelingslanden. ‘De agrobusiness zal voornamelijk profiteren van de nieuwe handelsmogelijkheden die TTIP creëert. Dit zal de voedselzekerheid van honderden miljoenen kleine boeren, vissers en herders in gevaar brengen. Zelfs meer dan nu het geval is, zullen goedkope landbouwproducten uit de EU en de VS in arme landen de markt overspoelen.’

CC Martijn Meijerink (CC BY-NC-ND 2.0)
Europarlementariër en oud-vakbondsleider Agnes Jongerius (PvdA) deelt deze zorg met Brot für die Welt. Jongerius twijfelt of TTIP ontwikkelingslanden überhaupt wel voordeel zal opleveren. Het is volgens haar namelijk nog maar de vraag of alle hoera-berichten over economische groei in de TTIP-zone kloppen, en of er wel iets zal zijn om van te profiteren.
‘De positieve effecten van TTIP worden opgehangen aan het feit dat regelgeving in de EU en VS op elkaar wordt afgestemd’, zegt ze, ‘aan de veronderstelling dat er één set spelregels komt. Maar als mensen zich zorgen maken over voedselkwaliteit of, zoals ik, over sociale regels, dan zegt de Europese Commissie: ‘Nee, we houden aan onze eigen standaarden vast’. Doorredenerend kan je dus vraagtekens zetten bij de enorm positieve effecten van TTIP voor ontwikkelingslanden.’
Omdat ongewis is in welke mate de EU en VS in staat zullen zijn om regelgeving te harmoniseren erkent ook professor Felbermayr dat zijn studie eigenlijk koffiedik kijken is. ‘Als we eerlijk zijn is er heel grote onzekerheid. We weten niet wat er uit de onderhandelingen komt.’
Handel zorgt voor ontwikkeling?
De Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking en Handel, Lilianne Ploumen, heeft minder reserveringen. ‘Hoewel ontwikkelingslanden last kunnen hebben van het wegvallen van bepaalde voordelen en het krijgen van meer concurrentie’, zegt haar persvoorlichter Sietze Vermeulen, ‘is de algemene verwachting dat de positieve effecten van TTIP op lage- en middeninkomenslanden zwaarder zullen wegen dan de negatieve effecten.’ Vermeulen refereert ter onderbouwing naar een studie van de universiteit van Sussex, uitgevoerd in opdracht van de Britse regering.
TTIP zal de export van Niger naar de Verenigde Staten met 12,1 procent verminderen
De Sussex-studie concludeert dat de effecten op ontwikkelingslanden ‘minimaal’ zullen zijn. Toch stellen deze wetenschappers ook dat sommige individuele landen vanwege TTIP flink zullen inleveren. Zo loopt de export van Niger naar de Verenigde Staten met 12,1 procent terug in hun prognose.
Volgens Vermeulen is verder het beeld dat Brot für die Welt schetst over de effecten voor kleine boeren in ontwikkelingslanden onterecht. ‘Het kan zijn dat producenten in de EU en de VS door kostenbesparing in de trans-Atlantische handel ook goedkoper kunnen produceren voor derde landen, maar er zal geen spraken zijn van ‘overspoelen’ met goedkope landbouwproducten.’ Vermeulen verwijst wederom naar de studie van de universiteit van Sussex. Echter, de studie zegt niks over mogelijke gevolgen van goedkopere landbouwexporten naar ontwikkelingslanden.
‘Handel draagt bij tot ontwikkeling’, daar is minister De Croo van overtuigd. België, zelf een open economie, hamert daarom altijd op multilaterale handelsregels. De vorige Belgische regering heeft overigens beloofd ernstig werk te maken van een echt coherentiebeleid, waarin de belangen van ontwikkelingslanden altijd meegenomen worden in de beleidskeuzes op andere terreinen, zoals handel. Daar wordt aan gewerkt, bevestigt de minister.
‘Een aantal koninklijk besluiten uit 2014 vormt daardoor de basis. Dit resulteerde in de oprichting van de Adviesraad inzake beleidscoherentie –die is reeds in werking- en een Interdepartementale Commissie –die is in oprichting.’ Op maandag 23 maart vindt in het Federaal Parlement trouwens een seminarie over beleidscoherentie en ontwikkelingssamenwerking plaats. Een geschikt moment om de steun van de regernig voor TTIP eens kritisch tegen het licht te houden.