De onstilbare honger van de Indonesische palmolie-industrie

Je smeert het op de boterham en poetst er je tanden er mee: palmolie. Ruim de helft van alle levensmiddelen in de supermarkt bevat de olie. De productie ervan loopt echter verre van vlekkeloos. In Borneo moeten zowel mensen als dieren en bossen wijken voor de productie. MO* bezocht een plantage in Indonesië.

Het regende klachten, ‘ik moest er iets aan doen’, vertelt Gusti Gelombang. Tsjirpende krekels luiden de avond in op de houten veranda van de istana, ooit het vorstelijke onderkomen in Kotawaringin Lama.

Vanuit deze post regeerden Gelombangs voorvaderen als sultan over dit district in Centraal Kalimantan, een Indonesische provincie op het eiland Borneo. Gelombang behartigt als nazaat de belangen van de bewoners, al vertegenwoordigt hij niet langer officieel politieke macht. ‘Ik voel me verantwoordelijk voor de mensen hier, net als mijn vader.’

© Kemal Jufri / Friends of the Earth

 

Achter slot en grendel

In die hoedanigheid startte Gelombang zijn zoektocht naar het geld dat de bewoners beloofd was, de vergoeding door het palmoliebedrijf Bumitama Gunajaya Adabi, een dochteronderneming van Bumitama Agri.

‘Ik werd overvallen door twintig politiemannen, middenin in de nacht terwijl ik op bezoek was in Bogor’

Gelombang ging naar de bank en kwam er naar eigen zeggen een miljoenenfraude op het spoor, gelieerd aan het bedrijf dat het geld aan de bewoners van de oliepalmplantage moest uitkeren. Hij deed aangifte, er gebeurde niets. Althans, niet met zijn aanklacht.

Kort daarna, eind 2015 werd Gelombang zelf gearresteerd op verdenking van fraude van ongeveer 570 euro, van de periode toen hij als pr-manager werkte voor het palmoliebedrijf.

‘Ik werd overvallen door twintig politiemannen, middenin in de nacht terwijl ik op bezoek was in Bogor (stad in West-Java, nvdj).’ Hij belandde een half jaar achter slot en grendel, tot de rechter hem vrijsprak.

Volgens Indonesisch mensenrechtenexpert Leila Noor Seila die getuigde in de rechtszaak is er sprake van een schending van mensenrechten. Er is immers geen gehoor gegeven aan de eerder verrichte aangifte van Gelombang.

© Kemal Jufri / Friends of the Earth

 

 

Onzichtbaar vet

Palmolie. Je smeert het op je boterham en wast er je haar mee, het ‘onzichtbare’ vet vormt de basis voor meer dan de helft van alle producten in de supermarkt: van chocoladepasta tot koekjes, van babymelkpoeder tot shampoo en van saus tot douchegel.

Onderzoekers melden in Nature Climate Change dat tussen 2000 en 2012 zes miljoen hectare aan primair bos in Indonesië verdween.

Bovendien wint de olie aan populariteit als ingrediënt voor biodiesel. In 2010 was slechts 8 procent bestemd voor biodiesel, en 57 procent voor voedsel binnen de Europese Unie, vier jaar later was dat respectievelijk 45 en 34 procent, zo blijkt uit cijfers van onderzoeks- en lobbyorganisatie Transport and Environment.

De exploitatie van deze lucratieve plantaardige olie verloopt echter verre van vlekkeloos, ook in productieland Indonesië, dat met 35 miljoen ton per jaar de wereldwijde koploper is. Tropisch regenwoud met haar bewoners dienen letterlijk te wijken voor de oliepalmplantages.

Zo verdween er tussen 2000 en 2012 6 miljoen hectare aan primair bos in Indonesië, melden onderzoekers in Nature Climate Change. Dat komt overeen met de helft van de oppervlakte van Engeland. Hoewel de mijnbouw en de papierindustrie mede verantwoordelijk zijn voor deze kaalslag blijft de palmolieteelt een van de belangrijkste boosdoeners.

© Kemal Jufri / Friends of the Earth

 

Rook en vuur

Donkere wolken stapelen zich op. Gelombang manoeuvreert de auto door een moerassige weg tussen de 30.000 hectare oliepalmen -pakweg 60.000 voetbalvelden- op de plantage. We slaan dan ook regelmatig de verkeerde weg in. Het is moeilijk oriënteren met al die rijen palmen, alles lijkt op elkaar.

Plots houdt de auto stil, wij hebben het einde van de plantage bereikt zo ook het vergunningsgebied. Uit de grond piepen kleine oliepalmen van zo’n 20 tot 50 cm hoog, sommigen zijn al een meter hoog.

In 2015 werden naar schatting 69 miljoen mensen blootgesteld aan de ongezonde lucht, wat duizenden premature sterftegevallen tot gevolg had.

Voor ons ligt een recht kanaal, afgegraven om natte veengronden te ontwateren zodat de bodem geschikt wordt voor cultivatie.

Ranke boomstammen rijzen verderop boven het maaiveld uit, afgebrand, zo is te zien van dichterbij. Aan de horizon ligt een stukje overgebleven bos.

De terugkerende bos- en veenbranden zijn een groot probleem voor Indonesië dat een dieptepunt meemaakte in 2015 toen naar schatting 69 miljoen mensen werden blootgesteld aan de ongezonde lucht, wat duizenden premature sterftegevallen tot gevolg had.

De verstikkende rook vormde niet enkel een bedreiging voor de volksgezondheid. De walmen, die koolstof, methaan, ammoniak en cyanide bevatten volgens onderzoeker Tom Smith van Kings College London, dragen eveneens bij aan ernstige luchtverontreiniging.

Het moratorium oftewel het verbod dat het Zuidoost-Aziatische land hanteert op het afbranden en ontginnen van koolstofrijke veengrond, blijkt in de praktijk lastig te handhaven. Indonesië is dan ook één van de grootste broeikasgas-uitstotende landen ter wereld.

© Kemal Jufri / Friends of the Earth

 

Ongeval of kwaad opzet?

Wie is verantwoordelijk voor deze branden? Milieuorganisaties beschuldigen palmoliebedrijven, en die wijzen op hun beurt naar kleinere palmolieboeren. Bumitama meldt dat ze, net als hun afnemer Wilmar, het zero-burning beleid strikt toepassen, ook als het gaat om het gebied dat ze uitlenen aan bewoners om zelf palmolie telen.

‘Het is niet duidelijk wie er verantwoordelijk is voor de bosbranden, maar het bedrijf heeft er zeker baat bij’

Rolf Schipper van de Nederlandse actiegroep Milieudefensie die de plantage eveneens bezocht, vindt het op zijn minst schimmig.

‘Het is niet duidelijk wie er verantwoordelijk is, maar het bedrijf heeft er zeker baat bij, want het nabijgelegen gebied is nu geen ongerept natuurgebied meer, maar een potentiele uitbreiding voor de plantage.’

Deze moeder met haar kind in de draagdoek herinnert zich de branden van anderhalf jaar geleden rond de plantage. ‘Door de rook konden we moeilijker ademen. Ik was bang dat het vuur dichterbij ons huis zou komen.’ Haar buurman “Mario” is inmiddels ook aangeschoven tijdens het gesprek in haar woning. Met een lach op het gezicht vertelt-ie me dat hij al ‘over de veertig is.’

Beiden willen ze anoniem blijven uit angst voor repercussies. De buurman beschrijft de streek voor Bumitama zijn intrede deed in 2004. ‘Er zaten allerlei apen, herten, wilde zwijnen, zelfs orang-oetans met hun baby’s. Die zijn nu allemaal verdwenen.’

Het leven van de Borneose orang-oetan (letterlijk de mensen van het bos) staat onder grote druk, omdat de mensapen in de oliepalmvelden niet langer voldoende voedsel kunnen vinden. De internationale natuurorganisatie IUCN classificeerde deze mensaap als met uitsterven bedreigd.

‘Ik had nooit gedacht dat het hier zo zou veranderen’, concludeert Mario. ‘Vroeger plukte ik fruit in het bos, ik haalde er hout en ik verbouwde mijn eigen rijst.’ Maar sinds het plantagebedrijf zijn intrede deed, is die levensstijl verleden tijd.

Het woud ging tegen de vlakte. Er waren weinig andere opties dan in dienst te treden bij het palmoliebedrijf.

© Kemal Jufri / Friends of the Earth

 

Zorgen om oude dag

Mario vertelt dat hij al meer dan tien jaar op de plantage werkt, waar hij onkruid wiedt en oude palmbladeren verwijdert. ‘Ik heb nog steeds geen vast contract.’ Hij maakt zich zorgen over zijn oudedagsvoorziening. ‘Ik heb nog een schuld bij de warung (lokaal eethuis, nvdj)’, gaat hij verder. ‘Als ik aan de toekomst denk, dan lach ik die weg. Wat moet ik anders?’

Amnesty International constateerde sociale uitbuiting, gedwongen arbeid en kinderarbeid bij vijf dochterondernemingen en toeleveranciers van multinational Wilmar.

Erbarmelijke werkomstandigheden vormen geen uitzondering binnen de palmoliesector. Het afgelopen najaar bracht Amnesty International in het rapport The Great Palm Oil Scandal arbeidsrechtenschendingen aan het licht in de Indonesische oliepalmplantages.

De mensenrechtenorganisatie constateerde onder meer sociale uitbuiting, gedwongen arbeid en kinderarbeid bij vijf dochterondernemingen en toeleveranciers van multinational Wilmar.

’s Werelds grootste palmoliebedrijf met pakweg 43 procent van alle palmolie in handen, beloofde beterschap en ging de samenwerking aan met de non-profit organisatie Verité.

Volgens een onafhankelijke Indonesische vakbond waren er maandenlang nauwelijks verbeteringen zichtbaar, alhoewel er de laatste maanden progressie is geboekt. Zo hebben sommige tijdelijke werknemers nu een vast contract.

© Kemal Jufri / Friends of the Earth

 

Naar de haven van Rotterdam

Wilmar is eveneens een belangrijke afnemer van Bumitama. Afgelopen jaar verscheepte het bedrijf de ruwe olie van de bezochte plantage onder meer naar de haven van Rotterdam, blijkt uit traceergegevens van de multinational die de dataredactie van de Nederlandse magazine OneWorld analyseerde. Het traceerbare spoor loopt dood in Rotterdam.

Het is niet ondenkbaar dat deze palmolie verwerkt wordt door ’s werelds grootste palmolieverbruiker Unilever. Deze levensmiddelengigant gebruikt palmolie als ingrediënt in producten zoals Calvé pindakaas, Knorr wereldmixen, Becel en Blue Band, alhoewel Unilever momenteel deze margarinemerken in de verkoop heeft.

Unilever stond, samen met onder meer het Wereldnatuurfonds in 2004 aan de wieg van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO), het keurmerk voor duurzame palmolie. Aan de tafel zetelen alle ketenspelers zoals producenten, handelaren, supermarkten, biobrandstofproducenten en financiële instellingen met als doel kwesties als ontbossing van het regenwoud en landroof tegen te gaan.

© Kemal Jufri / Friends of the Earth

 

Landgeschillen

Ook Wilmar en Bumitama zijn lid van de RSPO. Die hebben naast de nationale wetgeving hun eigen huisregels, de zogenaamde principles & criteria. Indien leden zich hier niet aanhouden, kan er een klacht worden ingediend.

Daarom klopte Gelombang samen met de Indonesische organisatie Sawit Watch, bij de RSPO aan. Ze dienden een klacht in, die niet enkel Gelombangs affaire omvatte, maar ook de voortdurende landconflicten betrof die de bewoners hebben met het bedrijf.

“Adinda”, een bewoonster uit het plantagedorp Sukajaya, licht haar confict met het bedrijf toe. Ze wenst evenmin met haar echte naam genoemd te worden, bang dat ze is voor repressies. In de jaren negentig migreerde ze vanuit Java naar Centraal Kalimantan en kreeg twee hectare grond cadeau, een maatregel om dichtbevolkte gebieden te ontlasten en dunner bevolkte regio’s te stimuleren.

© Kemal Jufri / Friends of the Earth

 

‘Eén hectare verkochten we via een tussenpersoon aan het bedrijf. De andere hectare hielden we om ons eigen voedsel te verbouwen.’ Maar dat mocht niet, ‘de mandor (supervisor op de plantage, nvdj) vernielde onze gewassen.’

Wilmars duurzame aspiraties
Wilmar hanteert sinds eind 2013 het No deforestation, no peat, no exploitation (NDPE)-beleid, dat ook van kracht is voor alle toeleveranciers, zoals Bumitama. Hierin staat onder meer dat er geen bos mag worden afbrand; dat de arbeidsrechten van werknemers en de landrechten van inheemse en lokale gemeenschappen gerespecteerd dienen te worden; en dat het principe van vrije voorafgaande en geïnformeerde toestemming, oftewel free, prior and informed consent, gehandhaafd dient te worden.

Bumitama reageert schriftelijk dat de landcertificaten van de bewoners destijds via de gangbare procedure zijn overgedragen aan het nationale landagentschap, een overheidsinstelling die verantwoordelijk is voor het beheren van de eigendomsrechten. Volgens het bedrijf zijn sommige certificaten echter per ongeluk teruggegeven.

Adinda en haar echtgenoot zijn niet de enige bewoners die gebukt gaan onder landconflicten. De Indonesische milieuorganisatie Walhi schat het probleem op zo’n 13 dorpsgemeenschappen, oftewel 13.000 bewoners, in Kotawaringin Lama. De meesten bezitten geen aantoonbaar document in tegenstelling to Adinda.

Neem de inheemse inwoners, de Dayaks, die voor de komst van de plantage hun voedsel uit de bossen haalden of op eigen akkers verbouwden, maar nooit grondbezitter zijn geweest op papier. Arie Rompas, directeur van de Indonesische milieuorganisatie Walhi op Centraal Kalimantan legt uit, ‘de mensen zijn vaak bang voor repercussies, waardoor ze niet durven te vragen waar ze precies recht op hebben.’

Dat is in strijd met free, prior and informend consent, een internationale richtlijn die ook Wilmar en RSPO hanteren. Deze moet garanderen dat bewoners in vrijheid kunnen beslissen én dat ze vooraf goed geïnformeerd zijn indien ze toestemming geven voor het landgebruik door palmoliebedrijven.

© Kemal Jufri / Friends of the Earth

 

‘De meest uitdagende cases’

We rijden verder en passeren de molen waar de oliepalmvruchten binnen 24 uur binnenkomen per vrachtwagen en geperst worden tot ruwe olie. Ondertussen vraag ik Gelombang hoe hij de klachtenprocedure ervaart. ‘Het gaat erg langzaam’, stelt hij. ‘En er is tot nu toe weinig verandering.’

Europees Parlement wil ban op palmolie in biodiesel
Vanwege de hoge mate ontbossing van het regenwoud met alle gevolgen van dien voor de bewoners, de biodiversiteit en het klimaat, stemde het Europees Parlement april dit jaar in met een niet-bindende motie om palmolie als ingrediënt voor biodiesel in de ban te doen. Dit op basis van een rapport. Het is nu aan de Commissie om hier een besluit over te nemen.

RSPO reageert dat landconflicten ‘de meest uitdagende cases’ zijn, mede omdat het de betrokkenheid van overheidsinstanties op verschillende niveaus betreft. Het keurmerk stelt dat het als systeem niet perfect is, maar dat juist omdat het keurmerk bestaat, het zijn leden kan ondervragen en uitdagen omtrent het niet naleven van de regels.

Sawit Watch meldt dat ze problemen ondervinden bij de klachtenprocedure, en ze opnieuw aan de bel gaan trekken omdat volgens hen de conflictmediators niet neutraal zijn. RSPO kon hier niet op reageren.

Ook Wilmar geeft aan deze zaak te volgen. De palmoliehandelaar antwoordt in een schriftelijke reactie eerst de conflicten op te lossen in plaats van de leverancier af te stoten, omdat ‘ dat nooit zal leiden tot een transformatie van de palmoliesector’, meldt het bedrijf. Als er echter geen verbetering is, dan neemt het bedrijf wel de beslissing om te stoppen met aankopen, meldt Wilmar.

De rijen palmbomen laten we achter ons, we reizen af naar de dichtstbij gelegen havenstad Pangkalan Bun. Hier vertrekken de tankschepen gevuld met ruwe olie, klaar voor verdere raffinage met ook overzeese bestemmingen, op weg naar de rekken van de supermarkt, naar onze keuken- en badkamerkastjes.

© Kemal Jufri / Friends of the Earth

 

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

LEES OOK

Ambassadeur Patrick Herman
De Europese internationale diplomatie is van oudsher een toneel met veel spektakel. Vandaag staat ze op een keerpunt.
CC ILO/Ferry Latief (CC BY NC-ND 2.0)
CEPA, de handels- en investeringsovereenkomst waarover de EU en Indonesië onderhandelen, vormt een ernstige bedreiging voor de mensenrechtensituatie in Indonesië.
© Tenunkoe
Indonesische kleermaaksters en weefsters hebben vaak geen stabiel inkomen, omdat ze hun koopwaar niet altijd verkocht krijgen op de lokale markt.
© Keoma Zec/11.11.11
In Zuidoost-Azië branden maandelijks duizenden hectares natuur af. Het milieu, de lokale bevolking en de buurlanden blijven niet ongemoeid.