Onderzoek: hoe de Europese vrijhandel toch boomt na TTIP

Vlees in ruil voor auto's. Het cynisme in de handelsverdragen tussen de EU en Zuid-Amerika

<p&p>photo (CC BY-NC-ND 2.0) & Juan Carlos Martins (CC BY-ND 2.0)

 

Het is zonnig in de Oost-Duitse Uckermark. De dunbevolkte streek ligt ruim een uur rijden boven Berlijn, tegen de Poolse grens aan. In de glooiende landschappen wisselen natuurgebieden, graanvelden en veeboerderijen elkaar af. Er worden asperges en aardbeien geteeld voor de boerenmarkten in Berlijn. Het graan gaat via de Oostzeehaven van Rostock richting Noord-Afrika. Verreweg het meeste geld verdienen de Oost-Duitse boeren met de productie van vlees en melk, vertelt Udo Hemmerling van brancheorganisatie Deutschen Bauernverbandes (DBV): ‘Dertig jaar na de ineenstorting van de DDR is landbouw hier nog relatief bepalend binnen de economie. Er is weinig industrie en de meeste boerderijen zijn grootschaliger en arbeidsintensiever dan de familiebedrijven die je in West-Duitsland of Nederland ziet. Voor de werkgelegenheid is het dus cruciaal dat boeren concurrerend blijven.’

Maar Hemmerling maakt zich zorgen over toekomst van de Oost-Duitse boer. In het verre Brussel onderhandelt de Europese Commissie namelijk achter gesloten deuren over een vrijhandelsverdrag met het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur. En dat zou de economische, sociale en dus ook politieke verhoudingen in de Uckermark wel eens danig in de war kunnen gaan schoppen.

‘Voor Oost-Duitse boeren is het onmogelijk concurreren met de industriële vleesproductie zoals we die kennen uit Brazilië of Argentinië,’ legt Hemmerling uit. ‘Net over de grens wordt die concurrentieslacht nog erger. Poolse suikerfabrieken zullen failliet gaan als ze opeens moeten opboksen tegen goedkoop Braziliaans suikerriet. Dit verdrag gaat hoe dan ook arbeidsplaatsen kosten. Politiek is dat heel risicovol in een regio waar toch al klappen vallen.’

Middenklasse

Mercosur (Mercado Común del Sur) is een Zuid-Amerikaans handelsblok. Vier landen zijn lid: Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay (het lidmaatschap van Venezuela is sinds enkele jaren opgeschort). Gezamenlijk produceren ze op grote schaal soja, suikerriet, ethanol, tropisch fruit en vooral veel goedkoop vlees.

Maar dat vlees wordt in Europa maar in beperkte hoeveelheden toegelaten. Na een tariefvrije hoeveelheid gooit de EU zware importtarieven op geïmporteerde vleesproducten – tot grote onvrede van de Zuid-Amerikaanse vleesindustrie. Sinds 1999 al proberen de EU en Mercosur daarom een handelsverdrag te sluiten dat zulke barrières aan de grens moet wegnemen. Als tegenprestatie zou Mercosur dan de tot 35 procent oplopende invoertarieven op auto’s en andere industriële en chemische producten elimineren. Een uitgelezen kans voor Europese bedrijven om toegang te krijgen tot de opkomende middenklasse in metropolen als Rio de Janeiro of Buenos Aires.

De gesprekken lopen keer op keer spaak op de hoeveelheid vlees die Europa wil toelaten. 

Maar de gesprekken lopen keer op keer spaak op de hoeveelheid vlees die Europa wil toelaten. Sinds de Europese Commissie de in 2004 gestokte onderhandelingen nieuw leven heeft ingeblazen het tonnage vlees dat Europe nog extra wil toelaten geleidelijk opgevoerd van 70.000 naar 100.000 ton. Maar zelfs dat is voor de Zuid-Amerikaanse onderhandelaars een onacceptabel kleine hoeveelheid.

Tegelijkertijd voert de Europese landbouwkoepel COPA COGECA een ongekend harde tegenlobby. Alle belangrijke boerenorganisaties, van de Duitse DBV tot aan de Nederlandse Land- en Tuinbouworganisatie (LTO), zijn lid. COPA COGECA houdt kantoor aan de Brusselse Rue de Trèves, op een steenworp van het hoofdkwartier van de Europese Commissie. Namens miljoenen Europese boeren stuurt secretaris-generaal Pekka Pesonen sinds het hervatten van de gesprekken met Mercosur de ene brief na de andere aan de Europese Commissie. De Fin belegt vergaderingen met hoge ambtenaren, organiseert congressen en probeert uit alle macht de koers van de Europese Commissie te beïnvloeden en het handelsverdrag tegen te houden.

Slagveld

Mocht de overeenkomst toch materialiseren, dan met een uitzonderingspositie voor de Europese suikerindustrie, bepleit Pesonen eind 2017 tijdens een symposium in Brussel.

‘De Europese Commissie zou beter moeten weten dan Europese boeren bloot te stellen aan ongunstige handelsvoorwaarden omdat Volkswagen meer auto’s wil verkopen in Brazilië.’

Niet veel later drukt hij hoofdonderhandelaar Sandra Gallina op het hart dat de rundvleessector eigenlijk ook uit de onderhandelingen zou moeten verdwijnen. Want net als DBV vreest COPA COGECA een waar slagveld onder Europese boeren als de grenzen opengaan voor Braziliaans kippenvlees, suiker of Argentijnse steaks, beaamt Pesonen: ‘In vergelijking met de in Brazilië en Argentinië gebruikelijke farms zijn Europese boeren allemaal kleinschalig. Alles wat we in Europa bereikt hebben op het gebied van duurzame landbouw kan linea recta het raam uit als we met zulke industriële plantages moeten gaan concurreren.’

Daarbij komt nog dat Zuid-Amerikaanse landbouwproducten de laatste jaren in het ene schandaal na het andere verwikkeld geraakten.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Bij een grote politieactie in de Braziliaanse havenstad Paraná werden in 2017 grote hoeveelheden bedorven vlees ontdekt. Met chemicaliën probeerden tientallen Braziliaanse vleesproducenten de rottingsgeur te maskeren en het vlees toch te exporteren. Kippenvlees was met aardappelpasta geïnjecteerd om het gewicht te verhogen en tijdens inspecties begin 2018 werd er nog salmonella aangetroffen in verschillende partijen Braziliaans vlees.

‘Het track-record van de Zuid-Amerikaanse vleessector is niet al te best,’ benadrukt Pesonen dan ook. ‘Ik heb er weinig vertrouwen in dat alle beloftes over verbetering opeens wel nagekomen worden als er een handelsakkoord ligt. Het opengooien van de landbouwmarkt is geen picknick. De Europese Commissie zou beter moeten weten dan Europese boeren bloot te stellen aan ongunstige handelsvoorwaarden omdat Volkswagen meer auto’s wil verkopen in Brazilië.’

Japan

Tussen 9 en 13 juli vond in Brussel de 34e gespreksronde plaats voor de handelsovereenkomst met Mercosur. Die onderhandelingen staan niet op zichzelf. Want sinds het aantreden van Donald Trump als Amerikaans president is de Europese Commissie begonnen aan een waar vrijhandelsoffensief. Naast EU-Mercosur zijn er sindsdien verdragen ondertekend met Canada, Mexico, Vietnam en gesprekken gestart met India, Australië en Nieuw Zeeland. In de leemte van Trumps eenzijdig protectionistische beleid probeert Brussel zich internationaal te profileren als beschermer van wereldwijde vrijhandel bij uitstek. Zeker nu de Europees-Amerikaanse megavrijhandelsdeal TTIP is vastgelopen willen de Europese Commissie laten zien dat ze er toe doet.

Dat gaat niet onverdienstelijk. Tijdens de chaotisch verlopen G20-top in Hamburg vorig jaar werd een vrijhandelsakkoord met Japan (JEFTA) gepresenteerd. Volgens Brussel zelf is JEFTA goed nieuws voor exporteurs van zuivel en verwerkte voedingsmiddelen. Ook Europese dienstenaanbieders die dankzij het verdrag kunnen gaan meedingen bij Japanse overheidsaanbestedingen zullen gaan profiteren. Voor de Europese Commissie zelf is JEFTA (qua volume de grootste mogelijke vrijhandelszone na TTIP) een politiek succes van formaat.

© European Union/Etienne Ansotte

Donald Tusk, Shinzō Abe en Jean-Claude Juncker, 4 juli 2017, in Brussel

Scepsis

Maar ook dit verdrag is niet vrij van controverse. Europese autofabrikanten vrezen een miljardenstrop door de toenemende concurrentie met Japanse megaconglomeraten als Toyota en Mitsubishi. De European Automobile Manufacturers’ Association (ACEA) rekent in een persbericht over JEFTA aan de Europese Commissie voor dat deze handelsdeal zeventigduizend banen kan gaan kosten: ‘Door dit verdrag kan de Europese export van auto’s naar Japan met 7.800 stuks kan toenemen. Daar tegenover staat dat de export van Japanse auto’s naar Europa met 443.000 stuks groeit. ACEA ziet geen enkele rechtvaardiging om de auto-industrie – een belangrijker pijler van de Europese economie – bloot te stellen aan een onevenwichtig handelsverdrag met een belangrijke concurrent.’

‘Mercosur is een blok met 300 miljoen consumenten. In 2017 hebben we in dat hele gebied maar vijftigduizend auto’s afgezet. Voor ons ligt daar een enorme groeipotentie.’

Om omzetverliezen te compenseren eist de auto-industrie van de Europese Commissie dan weer meer markttoegang in Mercosur. In februari 2018 ontvangt de Europese Commissie daarom enkele vertegenwoordigers van autofabrikant Volkswagen in haar Brusselse hoofdkwartier. Topambtenaren van het kabinet van Europees Handelscommissaris Cecilia Malmström hebben de toplobbyisten van Volkswagen uitgenodigd om in een persoonlijk gesprek uitleg te geven over hun ‘kijk op en verwachtingen van’ het voor de Commissie ‘geostrategisch belangrijke’ vrijhandelsverdrag met Mercosur, zo lezen we in een via een WOB-verzoek verkregen e-mailconversatie over de ontmoeting.

‘Net als elke andere economische sector proberen wij onze eigen belangen zo goed mogelijk te behartigen,’ legt Cara McLaughlin van belangenorganisatie ACEA in een gesprek achteraf uit. ‘Mercosur is een blok met 300 miljoen consumenten. In 2017 hebben we in dat hele gebied maar vijftigduizend auto’s afgezet. Voor ons ligt daar een enorme groeipotentie. Maar het is aan de onderhandelaars van de Europese Commissie om een gezonde balans te vinden tussen alle verschillende belangen die meespelen.’

Nattigheid

Maar de eis van autofabrikanten om een ambitieuze overeenkomst te sluiten met de vier Mercosurlanden is onacceptabel voor de Europese agrarische industrie. Die deal zou immers het voortbestaan van miljoenen boerenbedrijven op het spel zetten. Daarom melden zich op een zonnige septembermiddag vier topfunctionarissen van COPA COGECA bij het hoofkwartier van de Europese Commissie. Ook zij spreken met de kabinetstop van Malmström en ook tijdens deze meeting komen exportkansen, gevaren, JEFTA en de aankomende handelsdeal met Mercosur te sprake.

Voor Europese boeren die graan, fruit, blauwschimmelkaas of rundvlees exporteren is toegang tot de Japanse markt van (grotendeels welvarende) consumenten namelijk wel een mooie kans. Toch benadrukt het viertal de Japanse handelsovereenkomst ook te zien als compensatie voor geleden marktverliezen door een deal met Mercosur, lezen we in de gespreksnotulen: ‘De bescherming van de belangen van de auto-industrie’ mag een ‘ambitieus pakket voor Europese landbouwexporten [in de deal met Japan] niet ondermijnen’ en ‘een goede uitkomst voor de EU-Japan handelsdeal’ is voor COPA COGECA bepalend ‘of EU boeren een EU-Mercosur deal kunnen accepteren’.

Muur

De Europese Commissie houdt kwartier in het Berlaymontgebouw aan het Brusselse Schumanplein. Honderden verschillende werkgroepen, experts, economen, onderhandelingsteams en adviseurs werken er elk aan een stukje van de mondiale vrijhandelsspaghetti die Europa over de aardbol uitrolt. Hoe binnen die verschillende onderhandelingsprocessen afgewogen wordt wanneer de belangen van Volkswagen voorrang krijgen op Europese boeren of regionale baanzekerheid, blijft helaas onduidelijk. Mailtjes aan economische experts blijven onbeantwoord en telefoontjes naar het kantoor van hoofdonderhandelaar Gallina worden keer op keer doorgezet naar de onontkoombare muur van woordvoerders.

Zelfs de economen van de Commissie kunnen niet ontkennen dat er wel degelijk economische sectoren zijn die klappen gaan vangen

Volgens woordvoerder Daniel Rosario kunnen handelsdeals alleen maar leiden tot meer export en economische groei. Dat werkgelegenheid en welvaart daardoor uiteindelijk zullen stijgen staat buiten kijf, benadrukt hij. Om te zorgen dat de verschillende verdragen elkaar niet bijten heeft de Europese Commissie een extra team van ambtenaren gecreëerd om te zorgen voor de nodige ‘horizontale coördinatie’ tussen de verschillende onderhandelingsteams.

Toch kunnen zelfs de economen van de Commissie niet ontkennen dat er wel degelijk economische sectoren zijn die klappen gaan vangen, schrijven ze in een impactrapport over de twaalf geplande Europese vrijhandelsverdragen. ‘Wij consulteren nauwkeurig binnen verschillende sectoren van de Europese economie voor er over een verdrag onderhandeld wordt,’ vertelt Rosario licht geïrriteerd. ‘Intern worden alle verdragen door “separate teams” afgehandeld. Over EU-Mercosur zijn de gesprekken nog gaande, daarover kan ik dus geen uitspraken doen. Maar het handelsverdrag met Japan is een absolute overwinning voor de Europese landbouw.’

Importeurs

De Europese Commissie moet de winst die de agrarische sector kan behalen uit betere markttoegang in Japan echter niet overdrijven, vindt Pekka Pesonen. Want als de markt wordt geopend voor Braziliaans kippenvlees en Argentijnse steaks worden Europese boeren alsnog op het offerblok gelegd om zo de Duitse auto-industrie te dienen.

‘Als dat verdrag doorgaat kun je toenemende politieke onrust op het platteland verwachten.’

‘Dat handelsverdrag met Japan compenseert maar een klein deel van de afzetmarkten die wij gaan verliezen aan Zuid-Amerikaanse importen,’ verzucht de Fin boos. ‘Dit hele schaakspel gaat om banen en om boeren. Tijdens de JEFTA-onderhandelingen werd ik gebeld door de branchevereniging voor Europese auto-importeurs. Zij verzochten me de druk op te voeren zodat er sneller meer Japanse auto’s geïmporteerd zouden kunnen worden. Dat heb ik geweigerd. Het is immers niet mijn doel om Europese autofabrikanten dwars te zitten. Maar het is ook een feit dat we als agrarische sector weigeren op te draaien voor economische groei elders. Het Japanse verdrag is voor autofabrikanten even ongunstig als een deal met Mercosur voor Europese boeren. Als dat verdrag doorgaat kun je toenemende politieke onrust op het platteland verwachten.’

 

Onderzoek uitgevoerd in opdracht van Follow the Money.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Hans Wetzels (Heerlen, 1982) is cultuurwetenschapper en freelance journalist. Hij schrijft over vrijhandel, ontwikkeling en het mondiale voedselsysteem.