‘De manier waarop de rijke westerse mens leeft vergroot onze voetafdruk, niet de bevolkingstoename in Afrika’

Analyse

Een fragment uit "Het is allemaal de schuld van de Chinezen! En andere dooddoeners voor het klimaat"

‘De manier waarop de rijke westerse mens leeft vergroot onze voetafdruk, niet de bevolkingstoename in Afrika’

‘De manier waarop de rijke westerse mens leeft vergroot onze voetafdruk, niet de bevolkingstoename in Afrika’
‘De manier waarop de rijke westerse mens leeft vergroot onze voetafdruk, niet de bevolkingstoename in Afrika’

In haar nieuwe boek "Het is allemaal de schuld van de Chinezen" ontkracht journaliste Tine Hens tien dooddoeners over het klimaat. Ze klopte hiervoor aan bij allerhande klimaatwetenschappers en experts. Een fragment.

jozuadouglas / Pixabay

In haar nieuwe boek “Het is allemaal de schuld van de Chinezen” ontkracht journaliste Tine Hens tien dooddoeners over het klimaat. Ze klopte hiervoor aan bij allerhande klimaatwetenschappers en experts. Een fragment.

‘Van: J.D. Verzonden: maandag 30 november 2020 18:01

Onderwerp: artikel van Tine Hens

Er is m.i. in dergelijke discussies echter telkens een zeer grote onzichtbare olifant in de kamer waarover niemand het durft hebben, nl. de overbevolking van onze planeet. De wereldbevolking moet dringend achteruit. Wat willen de groene jongens en meisjes? Een overbevolkte planeet als een mierennest vol met groene energie (zon en wind) waar geen boom meer te bespeuren valt? Graag had ik daarop een antwoord gekregen.’

Favoriet argument van de:

  • klimaattwijfelaar

  • klimaatvertrager

  • klimaathater

  • klimaatsusser

  • klimaatrelativist

Dooddoener omdat:

De ultieme – en vooral absurde – consequentie van deze redenering een wereldwijd euthanasieprogramma is, waarbij de rijkste 10 procent die verantwoordelijk is voor 50 procent van de CO2 -uitstoot als eerste aan de beurt is. Want er worden niet te veel kinderen geboren, we leven vooral langer. En ook al neemt de bevolking vooral in Afrika toe, de uitstoot stijgt in de VS, Europa en China, plaatsen waar de bevolking krimpt of amper groeit.

Bedacht door:

Welgestelde, witte mensen

***

Het was schrikken voor het jonge, Democratische congreslid Alexandria Ocasio-Cortez. Op dinsdag 4 oktober 2019 gaf ze in het gemeentehuis van Queens in New York tekst en uitleg bij haar plannen voor een New Green Deal in de VS. Een vrouw vroeg het woord. Ze sprong recht van haar stoel waarop ze tot dan nerveus had zitten wiebelen en sprak gejaagd.

Een Green New Deal was niet genoeg, er was meer nodig om de klimaatcatastrofe waarin we ons bevinden tegen te gaan. Ze ritste haar jas open, stak haar borst vooruit en draaide van links naar rechts als een model op de catwalk. Iedereen moest zien wat ze te tonen had. ‘Eat the babies’, stond er in vette drukletters op haar T-shirt. Daarmee bedoelde ze niet haar borsten. Maar letterlijk wat er stond.

Om de klimaatcrisis af te remmen, moesten we kannibalen worden. ‘Dit’, krijste ze terwijl ze naar de woorden tussen haar borsten en buik wees, ‘moest de nieuwe campagneslogan van Ocasio-Cortez worden.’

Het Congreslid probeerde het gesprek aan te gaan, maar de vrouw was niet gekomen om te praten. Achteraf werd duidelijk dat ze lid was van een extreemrechtse fractie die niet geïnteresseerd is in een oplossing voor het klimaatprobleem, maar wel in het zwartmaken van Occasio-Cortez. De vrouw wilde vooral dat men geloofde dat Occasio-Cortez met haar inzet voor een doeltreffend klimaatbeleid uiteindelijk pleit voor een wereld met minder mensen.

Want, zo luidt de redenering, er is een rechtstreeks verband tussen het aantal mensen op aarde en het aantal graden waarmee de globale temperatuur dreigt te stijgen. Om het klimaat te redden, is het aangewezen niet langer kinderen te krijgen.

In Groot-Brittannië besloten de vrouwen van de Birthstrike Movement dat een kinderloos bestaan beter was in deze wereld. Het leek alsof ze de boodschap van ‘minder mensen’ als reddingsboei voor de planeet onderschreven. Toch hieven ze zichzelf in september 2019 op. ‘Te veel misverstanden’, verklaarde de woordvoerster. ‘We worden gekaapt door populatiefanatici.’

Ze waren, zo zei ze, verkeerd begrepen. Ze voelden zich vervreemd van een economisch systeem waarin natuur waardeloos is en winst alles en konden zich niet inbeelden kinderen groot te brengen in een wereld waarin schoonheid vernietigd wordt voor het profijt van een kleine groep. Stoppen met baren was hun wanhoopsdaad. Hun middel van verzet.

De populatiefanatici, zoals de woordvoerster ze omschreef, zetten die redenering moedwillig op hun kop en maakten van het middel het doel. Ze presenteerden minder kinderen graag als remedie voor zowat alles. Plastic eilanden in de oceaan? Wegkwijnende dolfijnen? Smeltend ijs? Brandende bossen? Met minder kinderen komt dat allemaal goed.

Het is een comfortabele gedachte die klinkt als een ongemakkelijke waarheid en het net daarom zo goed doet bij politici die graag de verantwoordelijkheid afschuiven op allerlei onbepaalde anderen.

In de aanloop naar de nationale, regionale en Europese verkiezingen van mei 2019 nodigde de Belgische afdeling van het Wereldnatuurfonds (WWF) één voor één de partijvoorzitters uit in een voor de gelegenheid gebouwde televisiestudio om te luisteren naar hun plannen over het herstel van de biodiversiteit en om de klimaatonwrichting tegen te gaan.

Ook Bart De Wever kreeg het woord. De burgemeester van Antwerpen, voorzitter van de rechts-nationalistische partij N-VA en op dat moment lijsttrekker voor het Vlaams Parlement, stond er ontspannen bij. In jeanskleurig hemd, zonder das en overjas. De eerste vraag was een opwarmertje. Mocht hij 24 uur de baas zijn van de planeet, wat zou hij dan doen om het razendsnelle tempo terug te schroeven waarin soorten verdwijnen en waarin CO2 zich ophoopt in de atmosfeer?

Het gebeurt wel vaker bij de voorvechters van ‘minder mensen’. Hoe ze willen bereiken wat ze ambiëren blijft in het ongewisse.

Lang hoefde De Wever niet na te denken. Zonder verpinken antwoordde hij dat hij ‘onmiddellijk maatregelen tegen de overbevolking zou nemen, zeker op het Afrikaanse continent, want voor de komende honderd jaar zijn de projecties echt niet goed’. De rimpels in zijn voorhoofd verdiepten zich als om zijn accute bezorgdheid over deze aangekondigde en blijkbaar onvermijdelijke bevolkingsexplosie te accentueren. Want die zou ‘de footprint van de mensheid fel vergroten en het komt eropaan die te verkleinen’, maar, voegde hij eraan toe ‘het is niet realistisch dat de mens zijn welvaart zou opgeven’.

Samengevat: omdat wij, hier, menen dat vijf beeldschermen, twee auto’s, drie vliegvakanties, een tweede verblijf, absoluut nodig zijn om gelukkig te zijn en te overleven, moeten de Afrikanen minder kinderen krijgen en dat zou dan een oplossing zijn voor het verlies van biodiversiteit en de klimaatverandering?

Hoe meneer De Wever dit concreet wilde aanpakken, werd niet gevraagd. Het gebeurt wel vaker bij de voorvechters van ‘minder mensen’. Hoe ze willen bereiken wat ze ambiëren blijft in het ongewisse. Het maakt deel uit van het gemak van het gedachte-experiment. Want wie de redenering werkelijk doortrekt, belandt al snel in totalitaire scenario’s.

Ook toen Dame Jane Goodall in een zaal gevuld met de economische elite van deze planeet verklaarde dat alles waar men zich dat jaar op het World Economic Forum in Davos het hoofd over brak, van uitstervende dieren tot een ontsporend klimaat, helemaal geen bedreiging zou zijn, mochten we nog met evenveel mensen zijn als vijfhonderd jaar geleden – zo’n 500 miljoen – werd niet gepolst naar wat haar plannen waren om de bevolking te decimeren tot het gewenste aantal.

Mevrouw Goodall, die in 2019 haar gezicht nog leende aan een reclamecampagne voor vliegmaatschappij British Airways, vergat daarbij ook te vermelden dat als die 500 miljoen mensen evenveel zouden vliegen als de gemiddelde Brit nu, ze net zoveel zouden uitstoten als de 7,8 miljard mensen die de aarde bevolken. Ze liet het allemaal in het ongewisse.

Haar publiek knikte bedachtzaam en omarmde wat graag haar waarschuwingen over overbevolking. Deels uit terechte bezorgdheid, deels uit opluchting. Er viel hen veel te verwijten, maar aan overbevolking deden ze meestal niet mee. Het pleitte hen vrij van verantwoordelijkheid en om een oprispend geweten toch enigszins te sussen, konden ze condooms naar Afrika sturen. Desnoods met hun privéjet.

Ch AFleks / Pixabay

Ch AFleks / Pixabay

Het is trouwens een interessante correlatie: hoe rijker, hoe groter de ongerustheid over ‘te veel mensen’. Tien jaar geleden kwamen David Rockefeller, George Soros, Warren Buffett, Michael Bloomberg, Ted Turner, Oprah Winfrey en Bill Gates samen in een luxueus appartement in New York. Samen vormen ze ‘The Good Club’ en delen ze de wens om als vermogende mensen goed werk te verrichten met het geld waarover ze beschikken. Dat wordt begroot op 125 miljard dollar.

Het is trouwens een interessante correlatie: hoe rijker, hoe groter de ongerustheid over ‘te veel mensen’.

Eensgezind kwamen ze tot de conclusie dat een probleem hun aller aandacht verdiende: overbevolking. Ook David Attenborough, de man die de natuur een stem gaf, en James Lovelock, de wetenschapper die de aarde als systeem beschreef en zijn theorie Gaia doopte, maken zich sterk dat mensen zich beter niet voortplanten als we het ecosysteem aarde willen beschermen en herstellen. Ze hebben zich daarvoor verenigd in de Optimum Population Trust.

Het zijn intelligente, briljante geesten die minstens een paar zaken delen. Ze zijn grotendeels mannelijk, kapitaalkrachtig, waren jong toen de Amerikaanse bioloog en demograaf Paul R. Ehrlich The Population Bomb publiceerde en ze zijn ervan overtuigd dat overbevolking het nieuwe, grote taboe is.

Gelukkig hebben we mannen van middelbare leeftijd die moedig genoeg zijn om te zeggen wat niemand anders durft. Dat niet klimaatverandering, maar overbevolking het echte zorgenkind van de mensheid is. Het klinkt aannemelijk. Veel mensen nemen veel ruimte in, ontginnen een hoop grondstoffen, hebben grond nodig om te wonen, voedsel te telen en in het beste geval hobby’s te beoefenen.

In sommige delen van de wereld leidt bevolkingsdruk tot ecologische schade, ontbossing en steeds verder uitdijnende steden. Meer mensen betekent meer druk op al onze natuurlijke hulpbronnen, betekent meer vervuiling, betekent minder voor iedereen. Maar is meer ook te veel?

Wie door een sleutelgat naar de bevolkingsstatistieken tuurt, ziet vooral een angstwekkend steile, stijgende lijn. Tussen 1950 en nu is de wereldbevolking verdrievoudigd. Dat kan zo niet verder, klinkt het dan alarmistisch. Het moet stoppen. Het goede nieuws is: daar zijn we mee bezig.

Toen Ehrlich in 1968 de wereld wakker schudde over de catastrofale gevolgen van de bevolkingsexplosie en onomwonden pleitte voor verplichte sterilisatie van Indiërs, lag de piek van die explosie alweer vijf jaar achter hem. Sinds 1963 neemt het tempo van de bevolkingstoename af, langzaam maar zeker. In dat jaar kregen vrouwen wereldwijd gemiddeld 4,8 kinderen, ondertussen is dat aantal gedaald tot 2,4 en kunnen we elk jaar het kantelpunt bereiken waarin er nooit méér mensenkinderen op deze planeet zullen rondlopen. ‘Peak child’ is de term die de Deense statisticus Hans Rosling daarvoor bedacht. Sommigen menen dat die al achter ons ligt en dat het in 2017 zo ver was.

Sinds 1963 neemt het tempo van de bevolkingstoename af, langzaam maar zeker.

Van alle wetenschappen is de demografie het nauwkeurigst in het voorspellen van de toekomst. De projecties zijn al sinds de jaren 1950 onveranderd en ogen niet zo catastrofaal als de populatie-alarmisten beweren. De kans is zelfs reëel dat we nooit met 10 miljard zullen zijn.

In oktober 2020 verscheen in The Lancet een onderzoek naar de evolutie van de wereldbevolking. De prognose is dat die met 9,73 miljard een absoluut maximum zal bereiken in 2064. Vanaf dan zal de bevolking stilaan afnemen. Een vrouw in 2100 zal gemiddeld 1,66 kinderen krijgen. Dat is minder dan het vervangingsniveau.

Toch hebben we de neiging de bevolkingsaanwas intuïtief groter voor te stellen dan hij is. ‘Demografische processen zijn trage processen’, vertelt Patrick Deboosere in zijn kantoor op de campus van de Vrije Universiteit Brussel. Als demograaf is hij vertrouwd met de kloof tussen wat de statistieken aantonen en wat mensen menen en denken.

Omdat de waarschuwingen over exploderende bevolkingsaantallen geregeld opdoken op de voorpagina’s van kranten en weekbladen, hebben ze zich ergens in het collectieve denken ingeprent. Tijdens lezingen stelt Deboosere dat met twee eenvoudige vragen keer op keer proefondervindelijk vast: ‘hoeveel kinderen krijgen vrouwen gemiddeld?’ en ‘wat is procentueel de jaarlijkse groei van de wereldbevolking?’.

Steevast liggen de schattingen van het publiek ruimschoots boven de werkelijke cijfers. Vier, klinkt het vanuit de zaal op de eerste vraag. Vijf. Soms zelfs zeven. Gelijkaardige getallen worden geroepen als antwoord op de tweede vraag. De realiteit die Deboosere onthult, onthutst en wekt ongeloof op bij de toehoorders: ‘de gemiddelde vrouw krijgt 2,17 kinderen’ en ‘de bevolking groeit met 1 procent per jaar’.

Sinds 2017 woont meer dan de helft van de mensen in een land waar de geboortecijfers onder het vervangingsniveau zijn gezakt van twee kinderen per vrouw. In België is dat het geval, in Japan, maar evengoed in Iran. In Hongarije is het een trend die de regering Orbàn al jaren probeert te keren. Tevergeefs. Ethiopië is erin geslaagd in twintig jaar de nataliteit van 8 naar 3,8 kinderen te brengen, een pijlsnelle daling die zich verder doorzet.

Sinds 2017 woont meer dan de helft van de mensen in een land waar de geboortecijfers onder het vervangingsniveau zijn gezakt van twee kinderen per vrouw.

In de VS verschijnen ondertussen krantenartikelen met de dreigende boodschap dat het Amerikaanse geboortecijfer het laagste is in 32 jaar. Het wordt een ‘barometer van wanhoop’ genoemd. Een interessante woordkeuze voor een land waarin een handvol miljardairs overbevolking nog als de grootste bedreiging voor de mens aanwees.

Blijkbaar zijn ‘minder mensen’ in de Verenigde Staten slecht nieuws, terwijl ‘minder mensen’ in Afrika de redding van de mensheid betekent. Deboosere glimlacht. ‘Het zegt iets over de ideologische grondslag van het overbevolkingsdiscours.’

Maar voor we ons in dat mijnenveld begeven, laten we nog even de naakte cijfers spreken. ‘Tussen 2050 en 2100 evolueren we naar een nulgroei. Dat is geen reden tot wanhoop, het is een normale evolutie.’ Deboosere tekent een langgerekte ‘S’ op papier en zet kruisjes op scharnierpunten. De S-curve of sigmoïde is de curve van de natuurlijke groei. In die zin verschilt de menselijke demografie amper van die van de fruitvlieg of de eenvoudigste micro-organismen.

Op een langzame toename volgt een explosie die uitmondt in een stabilisering en zelfs een afname. ‘We zitten op het einde van een transitie die tweehonderd jaar heeft geduurd. Het grote verschil met vroeger’ – Deboosere glijdt met zijn pen over de onderste, bijna vlakke lijn van de curve, die zich uitstrekt over de millennia tussen het onstaan van onze soort 200.000 jaar geleden en 1800 – ‘is dat mensen blijven leven.

Van een bevolking met een hoge sterfte – mortaliteit – en veel geboortes – nataliteit – die redelijk stabiel was, evolueerden we naar een wereld met veel geboortes en minder sterfgevallen. Doordat er minder kinderen stierven en we langer leefden, daalde de sterfte op alle leeftijden en krijg je dit: een snelle bevolkingstoename.’ Zijn pen schiet als een raket de hoogte in, de miljarden tikken aan en de jaartallen waarin dat gebeurt, volgen elkaar sneller op.

In 1804 waren we met een miljard mensen, 123 jaar later waren we al met twee miljard en in 1963 nam de wereldbevolking sneller toe dan ooit tevoren. Met twee procent per jaar. ‘Dat betekent een verdubbeling op dertig jaar.’ De oorzaken? ‘Uitvinding van antibiotica, het begin van vaccinatieprogramma’s, industrialisering van de landbouw. Ondertussen zitten we hier.’ Hij tikt op de volgende knik. ‘In een wereld waar minder kinderen geboren worden, maar mensen langer leven.’

Sommigen dromen zelfs van het eeuwige bestaan. Vaak zijn het dezelfden die klagen over te veel mensen op de planeet.

Hij haalt er een volgende tabel bij. Die van de levensverwachting. Ook daar kronkelt de lijn omhoog. In 1945 werden we gemiddeld 48 jaar, nu is dat wereldwijd 72 en het eindpunt is nog lang niet in zicht. Sommigen dromen zelfs van het eeuwige bestaan. Vaak zijn het dezelfden die klagen over te veel mensen op de planeet. Ironisch, meent Deboosere, want ‘ouder worden zorgt nu voor een even sterke groei van de wereldbevolking als een geboortecijfer dat niet zakt onder 2,4 kinderen per vrouw.’

‘Het is de absurditeit van het “overbevolkingsargument”’, stelt Deboosere. Hij zet aanhalingstekens in de lucht. ‘Als overbevolking de moeder van al onze problemen is, dan is een wereldwijde maximumleeftijd de oplossing. Maar ik hoor niemand pleiten voor een verplichte euthanasie op 85 jaar. Het gaat altijd over minder kinderen, nooit over hoe de mensen die nu leven en blijven leven de aarde verbruiken.’

‘Meer mensen nemen toch meer ruimte in?’, werp ik op. Deboosere knikt. ‘Zeker. Maar wie zegt dat minder mensen per definitie minder ruimte zullen innemen? Daar is geen empirisch bewijs voor. Het tegendeel blijkt waar. Het zijn net de landen waarin de bevolking amper groeit waar men het meeste CO2 uitstoot. En omgekeerd.’

Hij neemt er een grafiek bij die bijna identiek is aan de groei van de wereldbevolking. Alleen vertoont deze grafiek nog geen knik of afvlakking. Het is de visuele voorstelling van onze CO2-uitstoot door de verbranding van fossiele brandstoffen, eerst vooral steenkool, na de Tweede Wereldoorlog meer en meer stookolie en later ook aardgas en schaliegas.

Sinds het begin van de industriële revolutie omstreeks 1750 kostte het ons 210 jaar om 400 miljard ton CO2 in de atmosfeer te pompen, over de volgende 400 miljard ton deden we amper 22 jaar en sinds 1990, het jaar waarin de wetenschappelijke consensus over klimaatverandering zich gevormd heeft, hebben we nog eens 800 miljard ton in de lucht gedumpt. Dat vertaalde zich in een toename van 270 deeltjes CO2 per miljoen deeltjes in de atmosfeer (ppm) in 1750 naar 415 in mei 2019. In de 66 miljoen jaar geologische geschiedenis waarover we enigszins betrouwbare reconstructies hebben, heeft zich nooit eerder zo’n snelle groei voorgedaan.

‘De vraag of overbevolking een probleem is, kan je niet loskoppelen van de vraag hoe die mensen hun levens organiseren en leiden’, verduidelijkt Deboosere. ‘Minstens zo belangrijk als het aantal mensen is het consumptiepatroon van die mensen en de wijze waarop het voedsel dat ze eten, de stoelen waarop ze zitten en de bedden waarin ze slapen geproduceerd zijn.’ Er bestaat een formule voor die impact op de leefomgeving:

I = P x A x T

waarin P de hoeveelheid mensen is, A hun consumptiepatroon en T de technologie of productiemethodes. Wie CO2-uitstoot als graadmeter neemt voor de impact van de mens, komt tot de vaststelling dat die behoorlijk ongelijk over de wereld verdeeld is en dat die zelfs minder snel stijgt in landen waar de bevolking nu nog toeneemt.

Terwijl een zesde van de wereldbevolking zo arm is dat hun ecologische voetafdruk kleiner is dan die van onze koelkast, neemt de 10 procent rijkste mensen meer dan de helft van de globale CO2-uitstoot voor zijn rekening.

Tussen 1980 en 2005 waren de landen ten zuiden van de Sahara verantwoordelijk voor 18,5 procent van de bevolkingsgroei en voor amper 2,4 procent van de CO2 -uitstoot. De Verenigde Staten zijn goed voor 4 procent van de bevolkingstoename en voor 14 procent van de wereldwijde emissies. Terwijl een zesde van de wereldbevolking zo arm is dat hun ecologische voetafdruk kleiner is dan die van onze koelkast, neemt de 10 procent rijkste mensen meer dan de helft van de globale CO2 -uitstoot voor zijn rekening.

Zelfs binnen landen of regio’s zet die directe relatie tussen rijkdom en uitstoot zich door. Het Stockholm Environmental Institute bestudeerde in 2020 op vraag van Oxfam de CO2 -uitstoot veroorzaakt door consumptie in de Europese Unie. In totaal daalde die tegenover 1990 met 12 procent. Dat was het goede nieuws.

Maar wie inzoemt op de cijfers per inkomenscategorie botst op een opvallende ongelijkheid. Want de afname werd vooral gerealiseerd door de vijftig procent laagste inkomens. De rijkste 10 procent vergrootte de CO2-voetafdruk met 3 procent. Dat was het verbijsterende nieuws.

Arme mensen werden schoner, rijke mensen vuiler. Om in lijn te zijn met de afspraken van het Klimaatakkoord van Parijs mag de gemiddelde Europeaan in 2030 nog zo’n 2,1 ton CO2 per jaar uitstoten. De ecologische voetafdruk van de rijkste 10 procent was in 2018 twintig keer zo groot. ‘Niet overbevolking is het probleem’, schreef zoöloog en journalist George Monbiot in 2009 in een opinieartikel in The Guardian. ‘Wel overconsumptie.’

De rijkste mensen wereldwijd lepelen de aarde leeg. Terwijl de bevolking de voorbije vijftig jaar verdubbelde, verdrievoudigde de extractie van grondstoffen en verviervoudigde de wereldeconomie. Hoe hoger het bruto binnenlands product, hoe hoger de ecologische kost.

In Less is more. How degrowth will save the world legt de in Zuid-Afrika geboren economisch antropoloog Jason Hickel een paar tabellen naast elkaar. Over vleesconsumptie, plasticgebruik en grondstoffenhonger. Telkens verteren de Verenigde Staten en West-Europa een veelvoud van de rest van de wereld. Terwijl de gemiddelde Indiër zo’n vier kilogram vlees per jaar eet, verzet de gemiddelde Amerikaan 120 kilogram.

De laagste inkomens verbruiken zo’n 2 ton grondstoffen per jaar, de hoogste 28 ton. Het is niet de bevolkingstoename in Afrika die de voetafdruk van de mensheid vergroot, het is de manier waarop de rijke westerse mens consumeert en produceert.

Het is niet de bevolkingstoename in Afrika die de voetafdruk van de mensheid vergroot, het is de manier waarop de rijke westerse mens consumeert en produceert.

Plots krijgt de noodkreet over de ramp van de overbevolking door het miljardenclubje van Bill Gates een cynische weerklank. ‘Mensen die het meest verantwoordelijk zijn, schuiven zo de schuld af op de schouders van hen die het minst verantwoordelijk zijn maar wel de grootste gevolgen dragen’, aldus Monbiot. Want de effecten van de klimaatcrisis zijn op dit moment het meest voelbaar in streken met een verwaarloosbare CO2-uitstoot. ‘Dit is de kern van het verhaal.’

Deboosere legt het cirkelvormige schema op tafel dat de Zweedse aardsysteemwetenschapper Johan Röckstrom en zijn onderzoeksteam op 24 september 2009 in Nature publiceerden met als titel A safe operating space for humanity. De cirkel is als een taart in negen verdeeld, ieder stuk staat voor een planetaire grens. Klimaatverandering is er een van, biodiversiteitsverlies of het uitsterven van soorten een andere. Net zoals landgebruik, de zoetwatervoorraad, de verzuring van de oceanen, het gat in de ozonlaag, chemische verontreiniging en de meer technische grenzen als de stikstof- en fosforkringloop of de aerosolen in de atmosfeer.

Om goed te leven op aarde en het leven van dier- en plantensoorten te laten floreren, kan de mensheid beter in alles wat ze doet binnen die grenzen blijven. Momenteel kleuren zes van de negen grenswaarden rood; enkel de ozonlaag bevindt zich buiten de risicozone en voor de omvang van de chemische verontreiniging en de aerosolen in de atmosfeer ontbreken voorlopig de nodige gegevens om de veroorzaakte schade op te meten en te weten waar we ons bevinden op de schaal tussen veilig en alarmerend.

‘Het gaat niet alleen over de ombouw van een koolstofintensieve naar een koolstofarme economie, het is echt nadenken over die ene fundamentele vraag: hoe zorgen we ervoor dat we ons als menselijke samenleving zo organiseren dat we de natuurlijke grenzen van de planeet respecteren? Alles hangt met elkaar samen. Je moet de totaliteit zien, ook omdat die totaliteit aantoont waar je snel vooruit kunt gaan.’

Deboosere trekt zijn wenkbrauwen op en leunt achterover, alsof hij een schaker is die zonet de val van het schaakmat heeft opengeklapt. ‘Demografische processen zijn trage processen. Drie factoren spelen een rol. De nataliteit, de mortaliteit en het momentum. Stel: je slaagt er wereldwijd in het aantal kinderen per vrouw terug te brengen van 2,4, waar we nu zitten, naar 2, het vervangingsniveau, dan nog bots je op die toegenomen levensverwachting.’

Prediken over bevolkingsgroei om de klimaatverandering in te perken lijkt in die zin als lucht uit je fietsbanden laten om vaart te minderen terwijl je op een muur dreigt te knallen.

‘Maar er is ook de derde component. Het bevolkingsmomentum. Zelfs al beslissen alle vrouwen ter wereld vandaag dat ze gemiddeld slechts twee of minder kinderen krijgen, dan nog blijft de wereldbevolking minstens twintig jaar groeien omdat de moeders van morgen vandaag al geboren zijn.’

Prediken over bevolkingsgroei om de klimaatverandering in te perken lijkt in die zin als lucht uit je fietsbanden laten om vaart te minderen terwijl je op een muur dreigt te knallen. Of op meubels uit een brandend huis sleuren in de hoop dat het vuur uiteindelijk dooft. Er zijn betere en vooral meer doeltreffende manieren om de dreigende ramp te vermijden.

Deboosere knikt. ‘Wie snel resultaten wil boeken, bereikt meer door onze energiesystemen, mobiliteit en voedselproductie en -consumptie te veranderen. En dan hebben we het vooral over hier’ – hij tikt met zijn wijsvinger op tafel – ‘de westerse, geïndustrialiseerde wereld.’

Toch knaagt er iets. Ik haal Drawdown uit mijn tas, het meest veelomvattende plan ooit om de klimaatontwrichting te keren. Het is opgesteld door de Amerikaanse journalist Paul Hawken. Hij werkte samen met een honderdtal wetenschappers om de maatregelen op te lijsten die met bestaande technologieën de beste resultaten opleveren om de klimaatcrisis in te perken.

Op plaats zes en zeven staan respectievelijk onderwijs voor meisjes en familieplanning. Beide staan bekend als de noodzakelijke manieren om de groei van de bevolking af te toppen. Of dat dan niet tegenstrijdig is met de analyse van Deboosere?

De demograaf schudt het hoofd. ‘We staan voor de uitdaging iedere mens het uitzicht te geven op een kwaliteitsvol leven zonder daarbij een aanslag te plegen op onze natuurlijke leefomgeving. Onderwijs voor meisjes, zelfbeschikking over je lichaam zijn nodig voor de emancipatie. Wat is er mooier dan de kans krijgen je te ontwikkelen? Om op te groeien tot een gelijkwaardige mens?

‘1,1 miljard mensen hebben op dit moment geen toegang tot elektriciteit. Hoe zorg je ervoor dat dat mogelijk wordt?’ Mijn oog valt opnieuw op de grafiek met onze exploderende CO2-uitstoot. Hoe verzoen je die met een beter leven voor meer mensen? Hoe breng je het recht op welvaart van Nigerianen, Ghanezen, Soedanezen en zoveel anderen in balans met het uitfaseren van fossiele brandstoffen? Verlangt niet iedereen naar een eigen auto, airco om het huis te koelen en vaker vlees?

Is meer welvaart zonder uitputting van de natuurlijke omgeving mogelijk?

Eén tabel dreunt als een pneumatische hamer in mijn hoofd: de hoeveelheid vlees die in China gegeten wordt en hoe die op amper tien jaar tijd de hoogte in is geschoten. Is meer welvaart zonder uitputting van de natuurlijke omgeving mogelijk? Of zitten we hier ook gevangen in een vicieuze cirkel en zijn we gedoemd om de geschiedenis eindeloos te blijven herhalen?

‘De ontkoppeling tussen ontwikkeling en vervuiling. Dat zou het streefdoel van de mensheid moeten zijn’, stelt Deboosere. ‘Eenzelfde niveau van comfort bereiken zonder dezelfde ecologische voetafdruk. Dat is innovatie. In Nigeria zie je nu al dat dorpen ver van de hoofdstad Lagos investeren in plaatselijke zonnecentrales. Ze slaan de stap van de hoogspanningskabels over. Leap-frogging heet dat. Met mobiliteit gebeurt hetzelfde. Door auto’s te delen kan je mobiliteit bedenken waarbij je het bezit en het gebruik van een auto van elkaar loskoppelt.’

‘Als je economie circulair wordt, dan herstel en hergebruik je meer en bespaar je op het ontginnen van grondstoffen. En als we het hebben over efficiënt grondgebruik, dan is inzetten op plantaardige eiwitten de beste keuze.’

Hij gaat verder. ‘Hoogtechnologisch als wij zijn, is het aan ons om het goede voorbeeld te geven. Als landen als België, Duitsland, Frankrijk er niet in slagen de versnelling door te voeren, dan kan je moeilijk vragen aan anderen om het wel te doen. Dat is de ongemakkelijke waarheid. Misschien wel een groter taboe dan praten over overbevolking.’

Hij gnuift en spreidt zijn armen. ‘Het is tijd om het over ideologie te hebben.’ Hij vertelt het verhaal van een jongeman met wie hij ooit in een panel zat waarin men zich boog over de kwestie van de overbevolking. ‘Ik heb geen kinderen’ stond er als een vetgedrukt ereteken op zijn T-shirt. Ook hij noemde overbevolking het grote taboe.

‘Als je economie circulair wordt, dan herstel en hergebruik je meer en bespaar je op het ontginnen van grondstoffen.’

Tot op het bot uitgekleed kwam zijn finale argument hierop neer: als er minder mensen zijn, kan ik mijn levensstijl handhaven. De allereerste doemdenker over overbevolking dacht er net zo over. In 1798 publiceerde de Britse econoom en demograaf Thomas Malthus zijn An Essay on the Principle of Population. In de eerste druk noteerde hij: ‘De arme heeft geen recht om aan de tafel van de rijke te zitten.’

Op aandringen van de uitgever schrapte hij uiteindelijk die zin. Maar het vatte wel samen wat Malthus bedoelde. Armoede en honger waren geen gevolg van te lage lonen en slechte levensomstandigheden, ze waren de schuld van de arme die te veel kinderen kreeg. Omdat de rijke het recht had zijn levensstandaard aan te houden, was het beter dat de armen zich niet voortplantten.

Het is een gedachte die het fundamentele principe van de gelijkheid van de mens ondergraaft. Bovendien vergiste Malthus zich en onderschatte hij een andere, belangrijke menselijke eigenschap. ‘Hij zag niet dat de inventiviteit van de mens hem de mogelijkheid gaf technologische vooruitgang te boeken waardoor hij erin slaagde een groeiende bevolking te voeden en welvaart te bieden’, zegt Deboosere.

‘Ondertussen zijn we bij de volgende uitdaging aanbeland. Hoe verzoenen we onze welvaart met de planetaire grenzen en een goed leven voor iedereen? En daarvoor moeten we het over economische groei hebben.’ Hij grijnst. ‘Dat is misschien wel het allergrootste taboe. Is het niet vreemd,’ voegt hij eraan toe, ‘dat dezelfde mensen die zich het hoofd breken over bevolkingsgroei een heilig geloof koesteren in de absolute noodzaak van economische groei? Hoe moet die economie blijven groeien als er minder mensen zijn en voor wie moet die economie groeien?

Het boek “Het is allemaal de schuld van de Chinezen! En andere dooddoeners voor het klimaat” van Tine Hens is verschenen bij uitgeverij EPO en kan hier besteld worden. Ben je proMO*, dan geniet je een korting van 5 euro. Check hiervoor de proMO*facebookgroep, de proMO*nieuwsbrief of mail naar proMO@mo.be.