‘Het zou goed zijn dat er meer systematisch gezondheidsonderzoek in Afrika gebeurt’

Speelt jarenlange ervaring met infectieziekten vandaag in Afrika's voordeel?

World Bank / Ousmane Traore (CC BY-NC-ND 2.0)

Nog voor COVID-19 Afrika bereikte, voorspelden velen een apocalyps. De zwakke instellingen en gezondheidssystemen van de regio zouden de druk van de pandemie niet kunnen weerstaan. Maanden later blijft die apocalyps uit. Sterker nog, Afrikaanse landen doen het beter dan hun rijkere tegenhangers in Europa en Noord-Amerika.

Voor een doorsnee Belg, pal in een tweede lockdown, kunnen de Afrikaanse COVID-19-cijfers schokkend lijken, in positieve zin. Sinds het begin van de pandemie werden in het hele continent bijna 2 miljoen besmettingen* vastgesteld en vielen er 47.000 doden. Dat is veel minder dan in de rijkere regio’s.

*Het gaat om de actuele cijfers op 16 november 2020De VS, met maar een fractie van de bevolking (bijna 332 miljoen) van het Afrikaanse continent (ruim 1,35 miljard), telt ruim 11 miljoen besmettingen en 246.000 doden*. Europa (met ruim 520 miljoen inwoners) deed het even slecht, met 10,7 miljoen gevallen, en meer dan 267.000 doden*. Benin, een Afrikaans land met ongeveer dezelfde bevolking als België, telde begin november 2745 COVID-19 gevallen en 43 doden over de hele pandemie. België rondde toen de kaap van 13.000 doden.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

MO* sprak hierover met Prosper Tumusiime, waarnemend directeur van de Afrikaanse tak van de Wereldgezondheidsorganisatie, en Congolees cardioloog Kanigula Mubagwa. De Oegandese dokter en epidemioloog Prosper Tumusiime werkt al twintig jaar voor de Wereldgezondheidsorganisatie. Kanigula Mubagwa was jarenlang professor in de geneeskunde aan de KULeuven. Nu hij met emeritaat is, werd hij rector van Katholieke Universiteit van Bukavu in Oost-Congo.

Plannen lagen klaar

Aan het begin van de pandemie werd sterk gevreesd voor de gevolgen ervan op het Afrikaanse continent, vooral in Sub-Saharaans Afrika. Een continent waar instellingen zwak staan, alleen in Noord-Afrika en Zuid-Afrika voldoende beademingstoestellen voorhanden zijn, en waar de zorgvoorzieningen erg bescheiden zijn, zou een vloed van coronapatiënten moeilijk hebben kunnen verwerken.

‘Blijkbaar heeft het Afrikaanse continent zijn huiswerk gedaan.’

Ruim acht maanden later lijkt het continent de pandemie relatief goed door te komen. De gevreesde vloed is er niet gekomen. ‘Blijkt dat het continent goed zijn huiswerk had gedaan’, stelt Prosper Tumusiime. ‘46 landen kregen de afgelopen jaren onafhankelijke beoordelingen van hun paraatheid voor noodgevallen op het gebied van gezondheid, zoals een pandemie. 30 landen hadden zogenaamde National Plans for Health Security klaarliggen.’

Bovendien bleken heel wat Afrikaanse landen het gewoon te zijn om om te gaan met infectieziekten. Daardoor slaagden ze erin alerter te reageren dan de meeste westerse landen. ‘Toen de pandemie begon, hadden maar twee landen de infrastructuur om COVID-19-tests te verwerken’, vertelt Tumusiime. Eind februari hadden 42 landen voldoende eigen test-capaciteit. Het enige dat niet klaar lag, waren de fondsen om de nationale plannen uit te voeren, maar toen de pandemie er uiteindelijk was, reageerden landen snel. Het merendeel van de fondsen kwam van buitenaf. ‘Maar sommige overheden genereerden ook lokaal extra inkomsten.’

Cardioloog Kanigula Mubagwa treedt zijn collega daarover deels bij. ‘In Bukavu (in Oost-Congo, red.) werden de eerste gevallen al in maart gerapporteerd, maar de situatie bleef kalm tot mei. Allicht kenden we vele gevallen toch niet.’ Er was dan wel testcapaciteit in Congo, de tests moesten naar hoofdstad Kinshasa verstuurd worden en dat bracht een wachttijd van tien tot vijftien dagen met zich mee. ‘Eind mei kregen we dan meer mensen met ademhalingsmoeilijkheden in de ziekenhuizen.’

Toch zijn de cijfers ook volgens Mubagwa opvallend laag. ‘We schatten dat er zo’n vijftig mensen aan COVID-19 gestorven zijn in en om Bukavu, dat is toch een stad met een miljoen inwoners. Wellicht zijn het er meer omdat sommigen thuis zullen gestorven zijn, maar intussen is het virus min of meer verdwenen.’ In heel Congo werden tot nog toe 11.800 besmettingen vastgesteld en vielen 321 doden (cijfers van 17 november).

Bouwen op bestaande kennis en ervaring

Niet alleen de vooraf gemaakte plannen konden het gebrek aan infrastructuur compenseren. Ook de bestaande kennis en ervaring werden meteen toegepast. ‘Voor eerdere grote uitbraken van ziekten, zoals ebola, werden al sterke opsporingssystemen opgebouwd. Die recente ebola-uitbraak zat bovendien nog vers in het geheugen van burgers en instellingen’, aldus Tumusiime.

‘De recente ebola-uitbraak zat nog vers in het geheugen van burgers en instellingen.’

De waarnemend WHO-Africa-directeur zag trouwens hoe aan de nationale aanpak, op de meeste plekken meteen, ook een lokale aanpak werd gekoppeld. ‘Er werden teams opgezet om binnen lokale gemeenschappen het virus terug te dringen.’ Ethiopië is volgens hem een goed voorbeeld: ‘Hoewel het land aanvankelijk weinig gevallen rapporteerde, zette het goede systemen op zijn plaats. Het bouwde erg snel de test-capaciteit op en ging daarbij verder dan de hoofdstad. Zo werden uitbraken snel opgespoord.’

Het is een aanpak waar het Westen van kan leren, vindt Tumusiime. ‘Lokale participatie is cruciaal bij een pandemie, om snel uitbraken te detecteren en te isoleren. We steunen erg sterk op lokale gemeenschappen.’

Maar niet ieder Afrikaans land doet het daarom goed. ‘Het is tot nog toe moeilijk werken geweest met Tanzania. De ziekte is daar moeilijk in het oog te houden, want de overheid rapporteert geen cijfers aan ons. Sinds april hebben we er geen zicht meer op.’

Kent Afrika wél groepsimmuniteit?

Toch is die directe aanpak niet voldoende om de (aanzienlijk) lagere cijfers te verklaren. ‘En aan die cijfers zelf ligt het alleszins niet’, aldus Tumusiime. ‘Als er besmettingen zijn, dan sporen we die snel op, en verwerken we ze in onze data. We onderrapporteren geen gevallen.’

Toch is het opmerkelijk, want de voor ons intussen ‘klassieke’ maatregelen zoals een (semi)lockdown, zijn op het Afrikaanse continent minder toegepast. Bovendien zouden dergelijke maatregelen wel eens meer kwaad dan goed kunnen doen, op een continent waar minder sociale vangnetten bestaan voor inkomensverlies en toegang tot gezondheidszorg beperkter is. ‘Het klopt in elk geval dat er erg weinig social distancing is. Haast niet. Ook maskers worden weinig gedragen’, bevestigt Mubagwa. ‘Hoe het dan mogelijk is dat er amper coronazieken zijn, is onduidelijk. We weten dat het niet genetisch kan zijn vermits de Afro-Amerikanen en Afro-Europeanen minstens evenzeer getroffen worden, misschien zelfs meer dan hun medeburgers. Ook het klimaat biedt geen verklaring want Brazilië heeft een vergelijkbaar tropisch klimaat en lijdt zwaar onder de pandemie.’

‘Het is niet genetisch want Afro-Amerikanen en Afro-Europeanen zijn ook getroffen, misschien zelfs meer dan hun medeburgers.’

Ligt het dan aan een jongere populatie? De mediaan van de leeftijd op het Afrikaanse continent is 19,4, dat is half zo hoog als die van Europa. ‘Dat is een mogelijke factor. Jongeren zijn nu eenmaal minder kwetsbaar dan ouderen’, zegt Tumusiime. ‘Maar het kan dat niet alleen zijn’, maakt Mugabwa de kanttekening. ‘Congo telt tachtig tot negentig miljoen inwoners, waarvan toch twee procent boven de 65 jaar. Er zijn dus 1,6 miljoen 65-plussers. Toch zien we ook in die groep amper meer sterfte.’

Het laat nog één hypothese over, zegt de Congolese arts. ‘Een lokaal gegroeide immuniteit.’ Het idee is dat vergelijkbare ziektes al langer in Afrika circuleren, waardoor er meer kans op immuniteit bestaat. ‘Maar daarover zijn we niet zeker omdat er nog geen sterk bewijs voor is’, zegt Tumusiime. ‘We zouden dit daarom wetenschappelijk moeten onderzoeken’, zegt zijn Congolese collega. ‘Het zou goed zijn als er meer systematisch gezondheidsonderzoeken in Afrika gebeurt.’

Uitdagingen

Toch zijn de cijfers geen reden tot euforie op het continent, want de economische impact is reëel. ‘We zitten met een negatieve trend voor de volgende jaren. Dat zal een impact hebben op gezondheid en de economische ontwikkeling van de regio. In de komende jaren moeten landen waarschijnlijk lenen of besparen, en dat zal een negatieve impact op gezondheidssystemen hebben’, waarschuwt Tumusiime.

Bovendien heeft de pandemie niet alleen economisch gezin een impact op de bestaande gezondheidszorg, los van COVID-19. ‘Die wordt ook verstoord door de pandemie. We zagen een daling in dienstverlening en gebieden zoals vaccinatiecampagnes ondervonden hinder. Mensen krijgen in sommige gevallen geen of minder toegang tot gezondheidszorg.’

Na verloop van tijd bouwden heel wat ziekenhuizen wel triage-systemen op, nuanceert de WHO-directeur. ‘Zo wordt gewone gezondheidszorg gecombineerd met zorg voor COVID-19-patiënten. Voor mensen met chronische ziekten zoals hypertensie of HIV/AIDS zagen we dat ze in sommige landen medicijnen voor drie tot zes maanden kregen, zodat hun behandelingen toegankelijk bleven. Dat was een goede actie, die veel erger voorkwam.’

Maar ook (gewelddadige) conflicten gaan soms door. Zo brak pas nog in Ethiopië een burgeroorlog uit in de provincie Tigray.

En wat met vaccinatiecampagnes?

Het nieuws dat het Pfizer-vaccin goede resultaten kan voorleggen, werd wereldwijd zeer positief ontvangen. Maar wat is de kans dat een vaccin ook op het Afrikaanse continent verdeeld kan worden?

‘Het is een grote bezorgdheid. Iedereen moet een eerlijke toegang krijgen tot een vaccin. We werken daarom aan het COVAX-initiatief, dat ladingen vaccins wil vastleggen voor ontwikkelingslanden. Daarmee hopen we dat Afrika niet zal uitgesloten worden’, vertelt Tumusiime. COVAX is een initiatief van de Wereldgezondheidsorganisatie en GAVI, de globale alliantie voor vaccinaties. In COVAX brengen 92 rijkere landen middelen, tot nog toe 700 miljoen dollar, bijeen om tegen eind 2021 twee miljard vaccins ter beschikking te hebben die toegankelijk zijn voor hun eigen burgers maar ook die van 94 armere landen. Beschikbaarheid van vaccins is één ding, verdeling van die vaccins is een andere uitdaging, weet ook Tumusiime. ‘De Afrikaanse Unie werkt daarnaast aan plannen voor wanneer het vaccin er is. Want we moeten systemen bouwen om mensen op grote schaal te vaccineren.’

MO*Medewerker Tom Cassauwers sprak voor MO* met Prosper Tumusiime, waarnemend directeur van de Afrikaanse tak van de Wereldgezondheidsorganisatie. MO*journalist John Vandaele sprak met Congolees cardioloog Kanigula Mubagwa.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2945   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur