Afrikaanse exportzones brachten bitter weinig op

De speciale zones voor exportontwikkeling
(EPZ’s) in Afrika zijn geen wondermiddel. Integendeel, de projecten
verslinden een massa geld en trekken amper investeerders aan. Bovendien zijn
de arbeidsomstandigheden er ondermaats. Tot die conclusie komt een streng
rapport van de Zuid-Afrikaanse ngo ILRIG.


Het principe van de zone voor exportontwikkeling is eenvoudig. In de buurt
van een haven of luchthaven wordt een zone ingesteld met een
investeringsvriendelijk belastingsregime, een soepele arbeidsreglementering
en in sommige gevallen staatssteun voor de infrastructuur. De belangrijkste
doelstelling is de bevordering van een exportgerichte groei. In de jaren
tachtig werd dit model populair in Zuid-Amerika en Azië. De laatste jaren
wordt het ook in een aantal Afrikaanse landen toegepast. Volgens de
Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) werken momenteel in 850 zones in
zeventig landen zo’n 27 miljoen mensen.

De Zuid-Afrikaanse ngo International Labour Resource and Information Group
(ILRIG) nam de zones in de Afrikaanse regio - Zuid-Afrika, Zimbabwe,
Tanzania en Namibië - onder de loep. Het rapport Bevordering van groei of
bevordering van armoede toont aan dat de zones in de vier landen een
pijnlijk fiasco zijn ondanks de miljardenstroom aan overheidsgeld. Er worden
amper investeerders aangetrokken, het aantal gecreëerde jobs ligt ver
beneden de verwachtingen, en arbeidswetgeving wordt met de voeten getreden
of steeds soepeler gemaakt. Een groot aantal van de opgestarte zones is
volgens ILRIG reeds opgedoekt wegens gebrek aan belangstelling.

Het rapport stelt ook vragen bij de exportgerichte strategie van de zones.
Ontwikkelingslanden beconcurreren elkaar stuk met verlaagde belastingvoeten
en versoepelde arbeidswetgeving. Bovendien wordt Afrika door de nadruk op de
export van ruwe grondstoffen afhankelijk gehouden: de ontwikkeling van een
eigen industrie wordt niet gestimuleerd. Machines en afgewerkte goederen
moeten dus geïmporteerd worden.

De overvloedige cijfers van het rapport zijn hallucinant. Meer dan de helft
van de projecten in Namibië en Zimbabwe is volledig mislukt, het aantal
geschapen jobs bedraagt nog geen honderdste van wat beloofd was, en op vele
plaatsen zijn de gemiddelde lonen onder druk van de concurrentie alarmerend
diep gedaald. Door de abominabele resultaten zijn de nieuwe jobs ook
absoluut niet kosteneffectief gebleken. In bepaalde zones kostte de creatie
van een job gemiddeld maar liefst 200.000 euro.

Ondanks dit fiasco gaat Zuid-Afrika gewoon door met de zones. Ongeveer een
zesde van de 222 geplande projecten is al uitgevoerd. Drie bredere
ruimtelijke initiatieven omvatten het gros van de ontwikkelingsprojecten:
het Fish River-initiatief in de Oostkaap-provincie, de Maputo
Ontwikkelingscorridor die de industriële provincie Gauteng met het
Mozambikaanse Maputo verbindt, en het Lubombo-initiatief rond Kwazulu en het
noorden van Mozambique. Onderzoekers van ILRIG hebben vastgesteld dat
sommige van die projecten van voor de EPZ’s stammen, en nu slechter renderen
dan voorheen.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift