Afrikanen willen zelf hun kleren maken

Het voortbestaan van de katoensector wordt één van de belangrijkste doelstellingen voor Centraal- en West-Afrika op de WHO-conferentie in Cancun in november. Dat bleek vorige week op een internministeriële vergadering in Burkina Faso. De noodlijdende katoensector heeft nog twee strohalmen om zich aan vast te klampen: een klacht tegen de VS bij de WHO en een economisch actieprogramma om een katoenverwerkende industrie uit de grond te stampen.


Een baal zuiver katoen is tegenwoordig op de internationale markt nog maar de helft waard van de prijs waard in vergelijking met 1990. Net als bij koffie heeft overproductie de prijs gekelderd. In de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie (WAEMU), waar katoen in 2001 nog voor een derde van de inkomsten uit de export zorgde, dreigt dat voor een economisch debacle te zorgen.

De WAEMU-lidstaten (Benin, Burkina Faso, Ivoorkust, Guinee-Bissau, Niger, Senegal en Togo) hebben een investeringsplan klaargestoomd samen met de Economische Commissie van Centraal-Afrikaanse Staten (CASEC). Op een interministeriële top op 18 juni in Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso, ondertekenden de WAEMU en de CASEC een plan om een verwerkende industrie uit de grond stampen. De ironie wil dat er in de katoenproducerende Afrikaanse landen nauwelijks een textielsector bestaat. Er zijn welgeteld 20 textielbedrijven in West-Afrika en Centraal-Afrika en die nemen slechts een vijfde van de regionale textielmarkt voor hun rekening.

Tegen 2010 willen de Centraal- en West-Afrikaanse landen een vierde van hun ruwe katoen zelf verwerken. Nu wordt in de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie (WAEMU) slechts vijf procent van de oogst verwerkt, de rest wordt verscheept naar het buitenland. Om daar verandering in te brengen, start de WAEMU een opleidingsprogramma voor textielarbeiders. De Unie heeft ook een ambitieus investeringsprogramma om de infrastructuur voor een verwerkende industrie uit te bouwen. Het plan zou 50.000 jobs kunnen opleveren. “Als we hemden en t-shirts kopen die uit Azië en Europa, komen creëren we jobs en lonen voor andere mensen,” zegt Victor Ndiaye, de auteur van een studie over Afrikaans katoen.

“De vergadering in Ouagadougou bood een gelegenheid om te bevestigen dat er een gecoördineerd actieplan nodig is om de overlevingskansen van duizenden producenten in West- en Centraal-Afrika te garanderen,” verklaarde de Burkinese minister van handel, Benoit Ouattara, achteraf. De enige vraag blijft echter waar de Afrikaanse landen de tientallen miljoenen euro’s vandaan gaan halen om het investeringsplan te financieren.

De katoenproducerende landen hebben al een idee: ze hebben bij de Wereldhandelsorganisatie (WHO) een klacht ingediend tegen de Verenigde Staten, die hun katoenboeren vorig jaar voor 4 miljard euro subsidies toekenden. Die subsidies zijn mee verantwoordelijk voor de overproductie. De West-Afrikaanse bedrijven schatten dat de Amerikaanse katoensubsidies hun jaarlijks een 173 miljoen euro kosten. Met dat bedrag, uitgedrukt in een schadeclaim voor de WHO, is het investeringsplan al een flink eind op weg.

De Burkinese president Blaise Compaore ging op 10 juni in Genève persoonlijk pleiten voor de afbouw van de Amerikaanse landbouwsubsidies bij de commissie handelsgeschillen van de WHO. “Onze landen hebben een heel fragiele economie die aanpassingen hebben doorgevoerd om meer competitief te worden, onder meer de afschaffing van onze katoensubsidies,” zei Compaore. “Maar de impact van deze hervormingen werden weggeveegd door het feit dat bepaalde WHO-leden steun zijn blijven verlenen aan hun landbouwsector, wat totaal in tegenstrijd is met de basisdoelstellingen van de WHO.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift