'Akkoord met Sudan betekent doodssteek voor LRA'

Nieuws

'Akkoord met Sudan betekent doodssteek voor LRA'

Katy Salmon

15 maart 2002

Sudan gaat akkoord om buurland Uganda toe te laten
op zijn grondgebied om de kampen van het Weerstandsleger van de Heer (LRA)
aan te vallen. Dat heeft de Sudanese ambassade in de Ugandese hoofdstad
Kampala gisteren (donderdag) aangekondigd. Sudan stelt zijn grenzen open
voor de bevriende Ugandese strijdkrachten om beperkte militaire operaties
uit te voeren tegen het LRA. De rebellenbeweging kon 16 jaar lang
ongestraft terreur zaaien onder de bevolking in het noorden Uganda. Sudan
tolereerde het LRA uit wraak voor de Ugandese steun aan zijn eigen gesel,
het Sudanese Volksbevrijdingsleger (SPLA).

Na vijf dagen onderhandelen zijn Sudan en Uganda overeen gekomen om elkaar
te helpen bij de uitroeiing van hun rebellenbewegingen, respectievelijk het
SPLA en het LRA. Het akkoord kan de doodssteek betekenen voor het
Weerstandsleger van de Heer, dat een staat wil stichten gebaseerd op de tien
geboden uit de Bijbel. Het LRA opereerde van op bases vanuit het zuiden van
Sudan. Bij aanvallen op het noorden van Uganda werden duizenden burgers
gedood. Het LRA staat ook bekend om het gebruik van kinderen als soldaten,
personeel en seksslaven. Zo’n 10.000 kinderen zouden de afgelopen 16 jaar
ontvoerd zijn door het LRA.

Nu het akkoord er is, kunnen we voor eens en voor altijd afrekenen met het
LRA, zegt de woordvoerder van het Ugandese leger, majoor Shaban Bantariza.

De dooi tussen beide landen werd ingezet in 1999 met de ondertekening van
een akkoord dat de diplomatieke betrekkingen herstelde na zes jaar
stilzwijgen. Sudan beloofde om de kinderen die door het LRA waren ontvoerd,
te redden uit de handen van de rebellen. Uganda beloofde in ruil om zijn
steun aan het SPLA stop te zetten.

Na meer dan een jaar feitelijke wapenstilstand voerde het LRA de jongste
weken opnieuw aanvallen uit in het noorden van Uganda. Op 23 februari vielen
honderden LRA-strijders de grensstad Agoro aan. Ze plunderden de stad,
trokken zich terug op Sudanees grondgebied en doodden daarbij drie mensen.
Tachtig burgers die werden ‘buitgemaakt’ werden later weer vrijgelaten -
volgens waarnemers een merkwaardige toonverandering in de harde tactiek van
het LRA. Het Ugandese leger antwoordde prompt en doodde 80 LRA-strijders op
Sudanees grondgebied.

In het verleden gebeurden dergelijke achtervolgingen in het kader van
hoofdstuk 51 van het Charter van de Verenigde Naties, dat vervolgingen over
de landsgrenzen toelaat onder bepaalde voorwaarden. Nu hebben we de
toelating van de Sudanese autoriteiten om de rebellen uit hun nesten te
roken. Onze acties zullen nu meer succes kennen, argumenteert majoor
Bantariza.