Alternatieve voedseltop pleit voor bescherming kleine boeren

Nieuws

Alternatieve voedseltop pleit voor bescherming kleine boeren

Sabina Zaccaro

04 juni 2008

Parallel met de driedaagse topontmoeting over Voedselveiligheid houden kleine boeren in Rome een alternatieve bijeenkomst. Ze vrezen dat er op de VN-conferentie nog meer stemmen opgaan om de handel in landbouwproducten te liberaliseren. Daarmee dreigen de fouten uit het verleden nog te worden versterkt, waarschuwen de boeren.

De oplossingen van de voedselcrisis kunnen niet worden overgelaten aan regeringen alleen, zeggen meer dan honderd vertegenwoordigers van boerenorganisaties, actiegroepen, inheemse bewegingen en hulporganisaties. Ze werden in Rome bij elkaar gebracht door het International Planning Committee (IPC), een internationaal netwerk van niet-gouvernementele organisaties die rond voedselveiligheid werken. “Boeren zijn niet voldoende vertegenwoordigd op de officiële conferentie”, vindt Antonio Onorati van het IPC.

Voor de zetel van de VN-Voedsel-en Landbouworganisatie in Rome hebben activisten een tafel neergezet met lege borden, een symbool voor de honger in de wereld. “Binnen maken pleitbezorgers van grote landbouwbedrijven en instellingen als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds de dienst uit”, zegt Onorati. “Die dringen aan op een verdere liberalisering van de landbouwhandel. Dat zou de stijging van de voedselprijzen nog in de hand werken.”

Op de eerste dag van de conferentie (3 juni) brak onder meer Pascal Lamy, directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), een lans voor die liberalisering. “Internationale handel zorgt voor meer en eerlijkere concurrentie en kan zo de prijzen helpen dalen. Makkelijkere en vrijere handel kan de productiecapaciteit van ontwikkelingslanden versterken en hen minder kwetsbaar maken,” zei Lamy. Volgens de Franse WTO-baas bevinden zich onder de landen die het meest kwetsbaar zijn voor de voedselcrisis heel wat staten die nauwelijks landbouwproducten in- of uitvoeren. Voorbeelden zijn Zambia, dat maar 4 procent van zijn totale graanverbruik invoert, en Cambodja, dat maar 5 procent van zijn voedsel uit het buitenland haalt.

Terra Preta

Bij de deelnemers aan Terra Preta, de alternatieve voedseltop, kan dat er absoluut niet in. Volgens hen zal de liberalisering van de landbouwhandel de prijzen alleen nog volatieler maken, arme landen nog meer afhankelijk maken van de import en de macht van grote landbouwbedrijven nog doen toenemen.

“De top mag niet hervallen in de fouten die vroeger werden gemaakt”, zegt Ndougou Fall, de voorzitter van de West-Afrikaanse boerenorganisatie Roppa. “Het liberaliseringsbeleid ligt aan de oorsprong van de problemen waar we in Afrika mee geconfronteerd worden. Vooral de kleine boeren lijden eronder – ze kunnen niet meer verkopen wat ze produceren. Velen van hen hebben hun akkers verlaten en zoeken nu in de steden vruchteloos naar werk. De Afrikaanse landbouw en met name de landbouw in West-Afrika moet beschermd worden om zich te kunnen ontwikkelen”, argumenteert Fall.

Roppa en honderden andere boerenorganisaties steunen een oproep van het IPC om meer te investeren in kleinschalige landbouw en op die manier de voedselproblemen in de wereld lokaal aan te pakken.

De conclusies van de alternatieve voedseltop worden donderdag (5 juni) overgemaakt aan de deelnemers aan de officiële bijeenkomst. Die zal waarschijnlijk een slotdocument verspreiden over de aanpak van de voedselcrisis.

Actievoerders van boerenorganisatie die hun standpunten gisteren (3 juni) al op de officiële top probeerden duidelijk te maken, werden uit de conferentie gezet. Ze protesteerden tegen het feit dat er niet gesproken wordt over de rol van speculatie en over de macht van de grote voedings- en landbouwmultinationals. Reuzen als Monsanto en Cargill hebben het afgelopen jaar grote winsten gemaakt terwijl er steeds meer arme mensen moeten hongeren door de stijgende voedselprijzen.