Amerikaans oliebedrijf voor de rechter voor bombardement opColombiaans dorpje

– Vorige vrijdag spanden de advocaten van twee
mensenrechtenorganisaties een rechtszaak in tegen de Amerikaanse oliereus
Occidental Petroleum en zijn beveiligingspartner, AirScan. De advocaten
eisen miljoenen dollars schadevergoeding voor de rol die de twee firma’s
speelden bij een bombardement op een Colombiaans dorpje, waarbij 12
volwassenen en 6 kinderen omkwamen.


De eis tot schadevergoeding steunt op de ‘Alien Tort Claims Act’, een
achttiende-eeuwse Amerikaanse wet die in oorsprong dienst deed als wettelijk
instrument tegen piraterij, maar daarna al een aantal keer werd aangewend om
Amerikaanse staatsburgers te veroordelen voor misdaden die ze in het
buitenland hebben begaan.

De rechtszaak tegen Occidental Petroleum en AirScan heeft te maken met de
bewaking van de 750 kilometer lange Cano Limon-pijplijn, die van Colombia
naar Venezuela loopt. De pijplijn is eigendom van Occidental Petroleum, maar
doet geregeld dienst als doelwit van linkse guerrillero’s. President George
W. Bush, die zich graag de beveiligingsproblemen in zijn zuiderbuur
aantrekt, kreeg vorig jaar kreeg van het Amerikaanse Congress 131 miljoen
dollar om een speciale Colombiaanse legereenheid uit te rusten en te trainen
voor het bewaken van de pijplijn. Voor het komende jaar werd 110 miljoen
dollar opzij gezet.

De feiten zelf speelden zich vijf jaar geleden af. Op 13 december 1998 waren
rebellen en Colombiaanse regeringstroepen aan het vechten om de controle
over het dorpje Santo Domingo, dat op 50 kilometer van de pijplijn ligt.
Volgens het bureau van de inspecteur-generaal van Colombia dropte een
Colombiaanse legerhelikopter een - Amerikaanse - clusterbom op het dorpje.
Achttien dorpelingen kwamen om. Later getuigde de helikopterbemanning dat de
operatie gepland was in het regionale hoofdkwartier van Occidental Petroleum
en dat de helikopter er was volgetankt. De bemanning kreeg bovendien haar
doelwitinformatie van een Amerikaanse patrouillevliegtuig dat eigendom was
van AirScan, een Amerikaans beveiligingsbedrijf dat een contract had met de
Colombiaanse luchtmacht en het gebied bewaakte.

Twee van de vier Colombiaanse bemanningsleden werden daarop administratief
gestraft voor het foute bombardement, maar hun zaak is nog in beroep. Vorig
jaar besliste ook het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken om de
Colombiaanse luchtmacht geen financiële steun meer te verlenen zo lang het
onderzoek over het bombardement loopt. De Amerikaanse wet verbiedt het
bieden van militaire steun aan een legereenheid die verdacht wordt van
ernstige misdaden. Maar ook twee mensenrechtenorganisaties, het
International Labour Rights Fund (ILRF) en het Center for Human Rights van
de Northwestern University School of Law dienden een klacht in tegen
Occidental Petroleum en AirScan.

Zowel AirScan als Occidental Petroleum ontkennen elke betrokkenheid. “Al
hebben we de aanklacht nog niet goed kunnen bestuderen, we zijn van oordeel
dat elke suggestie dat Occidental Petroleum op enige manier verantwoordelijk
was voor de tragedie in Santo Domingo - die het resultaat was van een
militaire actie waarbij Colombiaanse militairen en elementen van de
terroristische groepering FARC (Gewapende Strijdkrachten van Colombia)
betrokken waren - compleet onjuist is. Occidental Petroleum staat, noch
stond de Colombiaanse strijdkrachten bij met ‘dodelijke’ hulp,” luidt de
verklaring die het bedrijf vorige vrijdag verspreidde.

“In feite zijn Occidental Petroleum en haar werknemers regelmatig het
slachtoffer van gewapende terroristische groeperingen die blijven opereren
nabij Santo Domingo en in de provincie Arauca,” zegt bedrijfswoordvoerder
Lawrence Meriage. Volgens hem kwamen in december vorig jaar vier werknemers
van Occidental Petroleum om en raakten 15 anderen verwond toen rebellen een
bom lieten afgaan op een pendelbus van en naar het Cano Limon-olieveld.

Het is een federaal gerechtshof in Californië dat zich over de zaak zal
buigen. In een gelijkaardige zaak werd vorig jaar het Amerikaanse
oliebedrijf Unocal mee schuldig bevonden aan gedwongen arbeid, de
verkrachting en moord door Birmese soldaten die een oliepijplijn van Unocal
bewaakten.

Ook toen werd een beroep gedaan op de Alien Tort Claims Act, een wet uit
1789 die aanvankelijk bedoeld was om piraten te berechten. In 1980 werd de
wet omgebouwd tot juridisch breekijzer tegen misdaden die Amerikanen
pleegden in het buitenland. Maar noch in de zaak-Unocal, noch in andere
zaken eindigde de waterval aan gerechtelijke mogelijkheden op een
veroordeling waartegen geen beroep meer mogelijk is.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift