Amerikaans uitleveringsverzoek grafschrift voor vredesproces'

De Colombiaanse minister van Justitie Armando
Estrada heeft gisteren (dinsdag) een verzoek gekregen van de Amerikaanse
regering om drie leden van de rebellenbeweging FARC uit te leveren. De
Colombiaanse regering is in haar nopjes met het uitleveringsverzoek, want de
drie worden door de VS gezocht voor drugssmokkel naar de VS. Het is de
eerste formele beschuldiging van Washington tegen leden van de
rebellenbeweging. Als de drie worden veroordeeld, is de link tussen de
drugsmaffia en de FARC ‘officieel’ bevestigd.


De beschuldigingen van drugshandel zijn gericht tegen Tomás Molina, (alias
‘Negro Acacio’), het hoofd van de 16de brigade van de Revolutionaire
Gewapende Strijdkrachten (FARC), en twee andere FARC-leden. De
beschuldigingen zijn gebaseerd op een 18 maanden durende onderzoek dat de
Drug Enforcement Administration (DEA) van de VS in het zuiden van Colombia
uitvoerde, aldus de Amerikaanse minister van Justitie John Ashcroft.
Bepaalde leden van de 16de brigade zouden tussen 1994 en 2001 het gebied van
de Barranco Minas omgeturnd hebben tot een verwerkingscentrum voor cocaïne.
Vanuit de Barranco Minas werd volgens de Amerikaanse minister tonnen cocaïne
verscheept richting VS.

Volgens Ashcroft toont het onderzoek duidelijk aan dat er banden zijn tussen
de FARC en de drugsmaffia. De FARC-opstandelingen worden niet aangeklaagd
als vrijheidsstrijders maar als drugstrafikanten. De aanklacht is een
formalisering van de politieke logica achter het Plan Colombia, dat met
Amerikaanse steun gericht is tegen de coca- en papaverteelt in Colombia,
maar in de praktijk vooral de Colombiaanse rebellen viseert. Volgens
Ashcroft toont het uitleveringsverzoek aan dat de VS aan zijn twee
buitenlandse prioriteiten werkt: de strijd tegen de drugshandel en de
preventie ven terrorisme.

De aanklacht verzwakt de politieke betekenis van de FARC nog meer, zegt
Ricardo Vargas van de onafhankelijke denktank Andean Action. Vorige maand
sprongen de vredesbesprekingen tussen de regering van president Andrés
Pastrana af. De regering concentreert nu alle energie op de versterking van
het leger via het Plan Colombia. Het Amerikaanse Congres maakte voor dat
plan 1,3 miljard dollar vrij en dat geld is in regel enkel bestemd voor de
strijd tegen drugs. Binnen de regering-Bush zijn er echter heel wat
voorstanders om die beperking te laten vallen.

Otto Reich, de vice-minister van Buitenlandse Zaken voor Inter-Amerikaanse
Aangelegenheden, vindt dat Bush de ‘strijd tegen de terreur’ moet uitbreiden
naar Colombia. De FARC zijn geen revolutionaire maar een terroristische
groepering, aldus Reich. Deze aanklacht zorgt voor extra steun voor een
ommezwaai in het Amerikaanse Colombiabeleid, zo concludeert de
mensenrechtengroep Washington Office on Latin America.

De FARC tellen zo’n 18.000 strijders en zijn daarmee de grootste
rebellenbeweging van Colombia. Samen met het 8.000 man sterke Nationaal
Bevrijdingsleger (ELN) en het 11.000 leden tellende Verenigde Krachten voor
de Zelfverdediging van Colombia (AUC) - de koepel van paramilitaire
organisaties - zijn de FARC opgenomen op de Amerikaanse lijst met 30
terroristische organisaties in de wereld.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift