Amerikaanse helikopteraanval op Syrisch dorp voedt geruchtenmolen

De onverwachte Amerikaanse helikopteraanval op een Syrisch dorp en het stilzwijgen van het Pentagon dat daarop volgde, hebben voor een golf van geruchten en speculaties gezorgd bij waarnemers en deskundigen omtrent de politieke motivatie achter de aanval.
“De grote vraag is: waarom?”, schreef de geostrategische analiste en journaliste Helena Cobban op haar gezaghebbende blog. Dezelfde vraag houdt Borzou Daragahi op de blog van de Los Angeles Times bezig: “Waarom zouden de Verenigde Staten nu, helemaal op het einde van de regering-Bush en terwijl ze de spanningen met Damascus willen verbeteren, zo willen provoceren?”
Al die vragen staken meteen de kop op nadat het nieuws bekend werd dat Amerikaanse helikopters de grens met Syrië overgestoken waren om een aanval te lanceren op een boerderij, kilometers diep in Syrisch grondgebied. Ooggetuigen meldden dat de helikopters daarbij soldaten op de grond afzetten. Volgens Syrische media kwamen acht mensen om.

Vreemde timing


De aanval komt om verschillende redenen op een vreemd moment. Zo leek president Bush de laatste weken steeds minder geneigd om zogenaamde “aanvallen over de grens” te lanceren, met name door Amerikaanse troepen in Afghanistan op Pakistaans grondgebied. Syrië is net op dit moment aan het onderhandelen met Israël in een poging om de spanningen met het westen en met de VS te verminderen. En een aanval kan de al moeizame gesprekken tussen de VS en de Iraakse regering over een blijvende Amerikaanse aanwezigheid in Irak nog moeilijker maken. De Iraakse autoriteiten volharden in hun eis dat Irak niet als lanceerplatform gebruikt mag worden voor aanvallen op andere landen. Dinsdag veroordeelden ze de aanval met klem.
Neoconservatieven en haviken binnen de regering-Bush pleiten al langer voor een uitbreiding van de Irakoorlog naar Syrië, één van de drie landen in de “As van het Kwaad” van Bush. Tijdens een topontmoeting met Israël in 2006 liet Bush-adviseur Elliott zelfs weten dat de VS geen bezwaar zouden maken als Israël de oorlog met Hezbollah zou uitbreiden naar Syrië.
Maar als de aanval van zondag bedoeld was als provocatie om Syrië in een oorlog te lokken, dan is die poging alvast mislukt: Syrië heeft beheerst en diplomatisch gereageerd.
“Ik bestudeer het regime in Syrië nu al 34 jaar, en ze hebben stalen zenuwen”, schrijft Cobban. “Ze zijn onmogelijk te provoceren als ze van mening zijn dat een hard antwoord hun belangen niet dient.”

Bevel uit het Witte huis?


Het Amerikaanse stilzwijgen over de motivatie achter de aanval heeft de geruchten gevoed dat de meest fervente anti-Syrische haviken op het hoogste Amerikaanse beleidsniveau betrokken waren bij het bevel.
“Deze operatie is vrij duidelijk het werk van Amerikaanse elitetroepen op zoek naar een terroristisch doelwit”, zegt Pat Lang, een kolonel op rust van de Amerikaanse inlichtingendiensten. Volgens Lang werken die speciale eenheden soms ver buiten de normale militaire bevelsstructuur, een manier van werken die opgezet is door de voormalige minister van Defensie Donald Rumsfeld.
“Als ze niet voldoende gecontroleerd worden, is dat precies wat ze doen”, zegt Lang. “Ze houden zich niet aan het officiële beleid, maar voeren de missie uit die hen opgedragen is.” Nu de Amerikaanse troepen in moeilijke onderhandelingen zitten met de Iraakse regering, lijkt het Lang onwaarschijnlijk dat de militaire opperbevelhebber in Irak, Generaal Ray Odierno, toestemming gegeven heeft voor de aanval.
“Ik heb hier geen zekerheid over, maar ik heb een sterk vermoeden dat de goedkeuring hiervoor recht uit het Witte Huis kwam”, zegt Lang. “Deze regering heeft eerder al de neiging getoond om de bevelsstructuur te omzeilen en direct in te grijpen om het terrein.”
Sommige waarnemers zien in de aanval een politieke stunt, waarbij de regering-Bush een “oktoberverrassing” uit de hoed probeert te toveren om de kansen te keren voor de Republikeinse kandidaat John McCain. Amper een week voor de verkiezingen doet die het erg slecht in de peilingen. Een conflict met Syrië zou in het voordeel kunnen werken van McCain, die over meer ervaring beschikt wat buitenlands beleid betreft dan zijn tegenstander Barack Obama.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift