Argentijnen geloven in democratie, niet in politici

Nieuws

Argentijnen geloven in democratie, niet in politici

Marcela Valente

18 oktober 2002

De meerderheid van de Argentijnen stelt de
democratie als fundament van het staatsbestel niet in vraag, maar is
bijzonder ontgoocheld over de manier waarop het systeem functioneert. Na
vier jaren van economische crisis is het wantrouwen tegenover de politici
nog nooit zo groot geweest. Sommigen vrezen dat de democratie in Argentinië
een stille dood aan het sterven is, anderen wijzen op hoopvol op de
heropleving van de basisdemocratie.

De 37 miljoen Argentijnen staan er economisch gezien bijzonder slecht voor.
De werkloosheid bedraagt 21,4 procent en ruim de helft van de bevolking
leeft in armoede. Het politieke establishment en ook vakbondsbonzen krijgen
de schuld voor de ellende. Uit een peiling van het onderzoeksbureau
Latinobarómetro in heel Latijns-Amerika bleek eerder dit jaar dat slechts
acht procent van de Argentijnen tevreden is met de manier waarop de
democratie functioneert, tegenover 75 procent in Costa Rica en 53 procent
in buurland Uruguay. Uit dezelfde peiling bleek echter ook dat 65 procent
van de Argentijnen blijven geloven in de democratie als systeem.

Volgens Lucrecia Lacroze, de voorzitster van de Asociación Conciencia (de
Bewustzijnsorganisatie) is zich in de geesten van de Argentijnen een
grondige mentaliteitsverandering aan het voltrekken. Jarenlang hebben we
de grote fout begaan te geloven dat democratische participatie betekende
dat je af en toe eens moest gaan stemmen, legt Lacroze uit, Nu is de
crisis zo acuut geworden dat de mensen beginnen te begrijpen dat ze zelf
tot actie moeten overgaan. Wanneer de volksvertegenwoordigers falen, moet
het volk zelf de handen uit de mouwen steken en op zoek gaan naar oplossingen.

Het voorbije jaar zijn in Argentinië overal basisdemocratische organisaties
ontstaan. Failliete fabrieken werden overgenomen door de arbeiders,
buurtcomités proberen aan gezondheidszorg te doen en betogingen tegen
stroompannes en banken die de tegoeden op de spaarboekjes hebben
geblokkeerd zijn dagelijkse kost geworden.

De politieke crisis is voorlopig even van de baan nadat het parlement op 1
januari Eduardo Duhalde aanduidde als president. Daarmee kwam een einde aan
een chaotische periode waarbij ontslagnemend president Fernando de la Rua
kort werd opgevolgd door de Peronist Adolfo Rodríguez Saa die onder druk
van straatprotesten na een week moest aftreden. Duhalde heeft echter
vervroegde verkiezingen aangekondigd voor 30 maart 2003 en vele Argentijnen
met het probleem opgezadeld dat ze niet weten voor wie ze moeten stemmen.

Duhalde zelf heeft het grondig verkorven bij de kiezers. Zijn populariteit
zonk tot zes procent nadat hij de koppeling van de Argentijnse peso aan de
Amerikaanse dollar afschafte en alle dollartegoeden op de bank verplicht
liet omzetten in peso’s. De koers van de peso ging de dieperik in en meteen
waren heel wat mensen een flink stuk van hun spaargeld kwijt. Geen enkele
presidentskandidaat kan rekenen op meer dan 25 procent van de
kiesintenties, zo berekende het peilingbureau Catterberg y Asociados.
Ervaren politici als Carlos Menem of Rodríguez Saa worden verdacht van
corruptie, terwijl onbesproken nieuwkomers niet in staat worden geacht het
land te regeren.

Lacroze ziet de twijfel en de scepsis als een positieve zaak: De mensen
zijn bezorgd maar niet onverschillig. Op die manier kan er vooruitgang
worden geboekt. Onze organisatie wordt overspoeld met telefoontjes van
mensen die zich politiek willen engageren. Politiek wetenschapper
Guillermo O’Donnell is minder optimistisch en vreest voor de democratie.
Democratieën komen niet altijd gewelddadig aan hun einde, ze kunnen ook
een langzame dood sterven, zoals hier het geval is. O’Donnel ziet een
langzame erosie, waarbij de burgers hun vrijheden verliezen en de regering
haar legitimiteit.

Bijzonder schadelijk zijn de voor buitenstaanders onbegrijpelijke
machtsspelletjes, zoals de beslissing van het parlement op 11 oktober om de
rechters van het hooggerechtshof niet uit hun ambt te zetten wegens
vermeende criminele activiteiten. Alleen al de voorzitter van het hof,
Julio Nazareno, hangen 44 aanklachten boven het hoofd. Uit de peiling van
Catterberg y Asociados bleek nochtans dat 81 procent van de bevraagden de
rechters liever zag vertrekken. Daarmee heeft ook het vertrouwen in het
gerecht een dieptepunt bereikt.