Argentijnse werknemers houden failliete bedrijven zelf op de been

De afgelopen twee jaar zijn duizenden Argentijnse
arbeiders tegen wil en dank terechtgekomen in een opmerkelijk sociaal experiment: ze werken in een bedrijf dat failliet verklaard is, maar ze houden de boel draaiend met hun eigen geld.

We willen gewoon blijven
werken, zegt Susana Luna (29), sinds 1992 in dienst van de textielfabriek
Brukman in Buenos Aires. Brukman zat al in de nesten sinds 1995 en ging
eind vorig jaar na een lange doodsstrijd op de fles. Maar anderhalve maand
geleden reanimeerden 60 ex-werknemers het bedrijf. Ze kochten textiel aan,
betaalden de achterstallige rekeningen en verdelen het weinig geld dat
binnenkomt onder mekaar.

Het fenomeen komt voor in verschillende provincies en sectoren van
Argentinië. Er zijn nu drie organisaties die optreden als consultant voor
ontslagen arbeiders die weigeren op de dop te gaan: de Beweging voor de
Recuperatie van Bedrijven, ontstaan in de centrale provincie Santa Fe, het
Nationaal Instituut voor Coöperatie en Sociale Bedrijven en de Barter Club.
Zo’n 60 bedrijven die de laatste tien jaar bankroet werden verklaard zijn
omgeturnd tot coöperaties zonder schuld aan werknemers of leveranciers. In
totaal werden op die manier 10.000 jobs gered, een klein lichtpuntje in een
land waar 40 procent van de 37,4 miljoen Argentijnen onder de armoedegrens
is gezakt en waar officieel 23 procent van de actieve bevolking werkloos
is.

De coöperaties herrezen uit de as van staal-, kermiek-, transport, melk- en
Textielbedrijven; er zijn ook bakkerijen, rijstmolens en vetsmelterijen
bij. Eén van de grootste en meest welvarende is het vleesverwerkend bedrijf
Yaguané in de provincie Buenos Aires. In 1996 gingen de eigenaars van het
bedrijf er met de noorderzon vandoor, anticiperend op een nakend
faillissement. De arbeiders namen het bedrijf over, vonden nieuwe klanten
en zetten de onderneming in 1998 opnieuw op zijn pootjes. Yaguané is nu één
van de grootste vleesverpakkingsbedrijven te wereld. De werknemers
verdienen er 250 euro per maand - weinig, maar drie keer meer dan wat een
gezinshoofd ontvangt van van de werkloosheidsdienst. Wie bij Yaguané werkt, mag
bovendien zes kilo vlees per week mee naar huis nemen. Het bedrijf deelt
ook vlees uit aan 30 gaarkeukens, een vorm van sociale dienstverlening
waarin de coöperaties uitmunten. Andere coöperaties kunnen bogen op een
opvangdienst voor kinderen en een bibliotheek.

In de meeste gevallen troffen de arbeiders van het bedrijf een regeling
waarbij ze het gebouw huren en geleidelijk de machines opkopen van de oude
bedrijfsleiders. De werknemers van Polimex, een bedrijf dat wisselstukken
voor auto’s maakt, kon afdwingen dat de achterstallige lonen van de
arbeiders werden terugbetaald in aandelen. Een deel van de lonen werd opzij
gezet voor de aankoop van nieuwe machines. De kostprijs daarvan werd dubbel
en dik terugverdiend door nieuwe bestellingen.

De relatie met de oude werkgevers is soms uitstekend, maar er zijn ook
coöperaties die lastig gevallen worden door de politie. Afgelopen zaterdag stonden er ‘s ochtends plots 70 politieagenten in de fabriekshal Brukman met een
bevelschrift tot inbeslagname. Het bedrijf is officieel immers nooit
overgedragen door de eigenaars. Op 14 december ging Brukman failliet en
toen enkele dagen de straatprotesten tegen president de la Rua begonnen,
besloten 60 van de 115 arbeiders het bedrijf te bezetten om te verhinderen
dat het leeggeplunderd zou worden. Omdat de eigenaars maandenlang niets van
zich lieten horen, begonnen de bewakers de textielfabriek uiteindelijk
gewoon zelf te runnen. Ze gaat het drie maanden later nog steeds: ze
betalen nu eerst hun lopende rekeningen en de lonen, de rest moet maar
wachten.

Oscar Giménez, de man die Brukman leidt, is nog steeds niet goed van de
razzia. De politie maakte zo’n herrie dat de buren naar hier zijn afgezakt
om erger te voorkomen. Twee vrouwen moesten worden opgenomen in het
ziekenhuis. Uiteindelijk ging de politie weg en hebben we de fabriek weer
overgenomen.

Giménez en de anderen zijn bang dat het bedrijf in beslag wordt genomen. Er
is een grote kans dat de arbeiders beschuldigd worden van diefstal, ondanks
het feit dat de vrouwen al acht maanden in de fabriekshal slapen om te
verhinderen dat er iets gestolen wordt. De meeste arbeiders bij Brukman
zeggen geen andere keuze te hebben. Mijn vrouw is werkloos, ook op straat
gezet, zegt Giménez. Ik heb drie kinderen tussen twee en acht. Ik kan
hier niet weg.

(Nvdr: over de opkomst van een parallelle economie in Argentinië handelt ook
het IPS-artikel van 14/3 over de ruilhandel.)


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift