Botsende belangen vertroebelen militaire operatie in Libië

Nieuws

Botsende belangen vertroebelen militaire operatie in Libië

Julio Godoy

22 maart 2011

Botsende nationale belangen, nakende verkiezingen, maar ook onduidelijkheid over de precieze militaire en politieke objectieven kunnen de missie om een no-flyzone boven Libië af te dwingen in gevaar brengen. De Franse houding maakt de verwarring nog groter.

De onenigheid onder de landen die deelnemen aan de militaire operatie tegen het regime van Muammar Khadaffi, werd al zaterdag en zondag duidelijk. Toen bestookten Britse, Franse en Amerikaanse troepen strategische doelwitten in Libië. Zowel de Arabische Liga als de Afrikaanse Unie steunde aanvankelijk resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad, die donderdag werd aangenomen.

Maar al snel kwam er kritiek. “Wat in Libië gebeurt, verschilt van de doelstelling om een no-flyzone af te dwingen”, reageerde de secretaris-generaal van de Arabische Liga, Amr Moussa. “We willen de burgerbevolking net beschermen, niet er nog meer raketten op afvuren.” Moussa is waarschijnlijk kandidaat bij de volgende presidentsverkiezingen in Egypte. De veroordeling van de aanvallen in Libië is volgens sommige waarnemers bestemd voor de Egyptische kiezer.

Turkije

Turkije is lid van de NAVO en beschouwt zichzelf als een brug tussen het westerse militaire bondgenootschap en de Arabische wereld. Daarom heeft het moslimland zich verzet tegen NAVO-betrokkenheid in operatie Odyssey Dawn, zoals de militaire missie in Libië word genoemd. Omdat er geen duidelijk militair bevel is, blijft ook Noorwegen voorlopig aan de kant staan. Dat Frankrijk er niet voor terugdeinst om de Libische leider Khadaffi te elimineren, ondanks het beperkte mandaat van resolutie 1973, maakt de verwarring groter.

De Russische regering veroordeelde de westerse aanvallen tegen Libische troepen en noemde die “blind gebruik van geweld”. Bij de stemming over resolutie 1973 in de VN-Veiligheidsraad konden de permanente leden Rusland en China hun veto stellen, maar ze hebben zich slechts onthouden. Daarmee gaven ze de resolutie vrij baan.

De westerse troepen legden uiteindelijk de Afrikaanse, Arabische en Russische verklaringen naast zich neer, en lanceerden zondag en maandag nieuwe aanvallen tegen regeringsgebouwen in de Libische hoofdstad Tripoli. Vooral de zogenaamde Khadaffi-residentie in de regeringswijk werd in het vizier genomen.

Nicolas Sarkozy

Na de klachten van de Arabische Liga verklaarde de Franse regering dat de militaire interventie in het Noord-Afrikaanse land zich strikt hield aan de resolutie van de Veiligheidsraad. Maar dat werd onmiddellijk tegengesproken door de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Alain Juppé. Die liet weten in een tv-interview dat het echte doel van de missie is om Khadaffi aan de kant te schuiven. “We mogen niet langer verhaaltjes vertellen. Laat het duidelijk zijn dat deze aanvallen ervoor moeten zorgen dat het Libische volk zijn eigen regering kan kiezen”, aldus Juppé.

Enkele Franse analisten stipten aan dat het Franse leiderschap over de militaire interventie in Libië een “radicale ommekeer” betekent in de houding van president Nicolas Sarkozy tegenover de regio. “In 2007 probeerde Sarkozy nog kerncentrales te verkopen aan het Khadaffi-regime”, brengt de voorzitter van de groene partij, Noël Mamère, in herinnering. Sarkozy bood toen ook Franse straaljagers aan in Libië.

Frankrijk onderhield lucratieve relaties met nagenoeg alle Noord-Afrikaanse dictators tot begin 2011.

Lees ook Aanval op Libië verzuurt bezoek Obama aan Rousseff