Brazilië herbekijkt militaire missie in Haïti

Net nu Minustah, de VN-vredesmacht in Haïti, in opspraak komt, gaat Brazilië zijn militaire aanwezigheid op het eiland herbekijken. De Brazilianen betwijfelen of de eerste belangrijke buitenlandse opdracht hun land wel het beoogde prestige heeft opgeleverd.

Toen Celso Amorim op 8 augustus aantrad als nieuwe defensieminister, kondigde hij al meteen aan de Braziliaanse deelname aan de VN-vredesmacht in Haïti te “herformuleren”. Dat was nog voor het schandaal losbarstte over de seksuele agressie tegen een jonge Haïtiaan door Uruguayaanse soldaten van de VN-missie.

De Stabilisatiemissie van de VN in Haïti ging van start in 2004, nadat president Jean-Bertrand Aristide aan de deur was gezet. Brazilië heeft de militaire leiding en levert ook de meeste soldaten, 1280, gevolgd door Uruguay, dat 1136 levert.

“Er kan geen sprake zijn van een aanwezigheid voor altijd en ook niet van een onverantwoorde terugtrekking”, zei Amorim begin vorige maand. Die houding werd gedeeld door alle defensie- en buitenlandministers van de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (Unasur).

De Unasur zal aan de VN-Veiligheidsraad voorstellen de militairen geleidelijk te verminderen tot de getalsterkte van voor de aardbeving van januari 2010. De VN-Veiligheidsraad beslist hierover op 15 oktober. Na de aardbeving groeide Minustah van 9000 naar 12.000 militairen.

Zetel in VN-Veiligheidsraad

De Braziliaanse regering van toenmalig president Luiz Inácio Lula da Silva nam destijds de leiding van Minustah op zich vanuit strategische overwegingen, “om de militaire capaciteit van het land te tonen met het oog op het bekomen van een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad”, zegt historicus en defensiespecialist Marcelo Carreiro van de Federale Universiteit van Rio de Janeiro. “Het moest tonen dat het in staat was de veiligheid te verzekeren op zijn eigen continent.”

William Goncalves, analist buitenlandse betrekkingen van de Staatsuniversiteit van Rio de Janeiro, en Clovis Brigagao, directeur van het Studiecentrum voor de Amerika’s, zijn het eens met die analyse.

Volgens Carreiro speelt ook een binnenlands motief: de militaire top in Brazilië zag in de Haïtiaanse operatie een kans om de eigen troepen te trainen voor gelijkaardige operaties in het binnenland, in het bijzonder voor de strijd tegen het geweld in de armenwijken (favela’s).

Seksueel misbruik

Maar de Brazilianen beginnen zich nu ongemakkelijk te voelen bij die strategie. Op het schandaal rond de Uruguayaanse militairen volgden nieuwe klachten over seksueel misbruik, mishandeling en machtsmisbruik door Minustah-militairen. Een cholera-epidemie die werd toegeschreven aan het Nepalese VN-contingent en die aan zesduizend Haïtianen het leven kostte, maakte het allemaal nog pijnlijker.

Carreiro vraagt zich af waarom Minustah nog langer blijft als de doelstelling, het verzekeren van een minimale veiligheid na de overgang naar een nieuwe regering, bereikt is; er vonden al twee verkiezingen plaats sinds de val van Aristide, in 2005 en 2011. “De lokale bevolking ziet die missie met alle recht steeds meer als een internationale bezettingsmacht.”

Voor Goncalves hangt het succes van een missie in grote mate af van de snelheid waarmee ze wordt uitgevoerd. “Wanneer de aanwezigheid van buitenlandse militairen wordt verlengd, dan beginnen, ongeacht hun verdiensten, de problemen op te duiken.”

Aanwezigheid onhoudbaar

“De aanwezigheid van Braziliaanse troepen in Haïti is onhoudbaar. De militairen vervullen nauwelijks de rol van politie”, zegt Joao Pedro Stédile van de niet-gouvernementele organisatie Vía Campesina. Zijn houding weerspiegelt die van andere sociale bewegingen in Brazilië. Brazilië moet nu vooral zijn ontwikkelingssamenwerking met Haïti versterken, zegt Stédile.

Tullo Vigevani, hoogleraar internationale betrekkingen van de Staatsuniversiteit van São Paulo, vindt de VN-missie geen mislukking. Minustah slaagde er onder meer in de criminaliteit enigszins in te dijken maar Vigevani geeft toe dat Haïti nog steeds geen staatsstructuur heeft.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift