Bush’ steun aan het Israëlisch-Palestijnse vredesplan niet onvoorwaardelijk - analyse

Hoe ver wil de Amerikaanse president, George Bush,
gaan voor vrede in het Midden-Oosten? Terwijl Israël en de Palestijnen zich
buigen over het “roadmap”-vredesplan dat de Amerikanen op tafel hebben
gelegd, rijzen er twijfels over het uithoudingsvermogen van de president.
Een lezing van de neoconservatieve commentaren op het vredesplan leert dat
zodra Bush tegenover de Israëlische premier, Ariel Sharon, komt te staan,
hij op zijn stappen zou kunnen terugkeren.



“Ik zet m’n volle gewicht in voor de vrede. Ik wil er alles aan doen om
naast de Israëlische, ook een Palestijnse staat op te richten. Ik zal aan de
vredeskar sleuren en sleuren, tot een oplossing is bereikt.” Met die woorden
gaf president Bush eerder deze week aan dat hij vastberaden is om de strategische kans op vrede in het Midden-Oosten niet wil missen. De
vredesformule van de “roadmap”, ruimte voor een Palestijnse staat in ruil
voor het einde van de terreur, werd na de oorlog in Irak opnieuw
bovengehaald en gesteund door het kwartet van de Verenigde Naties, Rusland,
de Europese Unie en de Verenigde Staten.

Vooral de Britse premier, Tony Blair, en de Amerikaanse minister van
Buitenlandse Zaken, Colin Powell, vinden dat Bush, net als zijn vader,
voluit de kans moet grijpen. Het vredesoverleg dat George Bush senior na de
Golfoorlog in 1991 steunde, leidde uiteindelijk tot de vredesakkoorden van
Oslo. Blair en Powell, die Bush door dik en dun steunden tijdens de oorlog
in Irak, zien de vrede tussen Israëli’s en Palestijnen als het logische vervolg van die operatie. Bovendien, zo redeneren specialisten van
Buitenlandse Zaken en van de geheime dienst CIA, zou een mislukking van het
vredesproces de anti-Amerikaanse gevoelens in de Arabische wereld verder aanwakkeren.

Maar analisten vragen zich af hoe ver George Bush wil gaan met zijn steun
voor de roadmap. En wat hij zou doen als hij op weg naar de vrede Ariël
Sharon op zijn pad vindt.

De roadmap, een plan van zeven pagina’s, voorziet de oprichting van een
Palestijnse staat tegen 2005. De eerste voorwaarde voor het plan, een nieuw
Palestijns bestuur dat niet langer onder leiding staat van Yasser Arafat, is gerealiseerd. De volgende stappen zijn - voor de Palestijnen - een einde aan
het geweld tegen Israëlische burgers en een reeks economische en politieke
hervormingen - en voor Israël - een terugtrekking van het leger uit de
Palestijnse steden op de Westelijke Jordaanoever en een einde aan de
nederzettingenpolitiek die sinds het begin van de tweede intifada opnieuw begonnen was. Belangrijk is de gelijktijdigheid waarmee beide partijen de stappen moeten zetten.

De pas verkozen Palestijnse regering, onder leiding van de nieuwe premier
Mahmoed Abbas (ook Aboe Mazen), wil het plan naar de letter uitvoeren. Maar
Israël houdt vol dat het zijn leger niet uit de Palestijnse gebieden hoeft terug te trekken, zolang het Palestijnse geweld aanhoudt.

In afwachting van een officieel standpunt van beide partijen blijkt dat
verschillende neoconservatieve raadgevers en functionarissen in Washington
er net zo over denken. Onder anderen Richard Perle, een invloedrijke
raadgever van de minister van Defensie, Donald Rumsfeld, en Eliott Abrams,
de directeur voor het Midden-Oosten in de nationale veiligheidsraad, hebben
oren naar die eis en delen de hoop van Ariël Sharon om minstens de helft van
de Westelijke Jordaanoever onder Israëlisch bezetting te houden.

Andere neoconservatieve opiniemakers, zoals het voormalige Congreslid Newt
Gringrich, kanten zich openlijk tegen het plan – vermoedelijk met
goedstemming of zelfs op instigatie van hoge functionarissen van het ministerie van Defensie. Niet toevallig ondertekenden Perle, Abrams en
andere invloedrijke figuren in de omgeving van de huidige president, elf
jaar geleden in de New York Times een publieke tribune waarin ze vader Bush
dringend opriepen om – na de Golfoorlog tegen Irak – de onderhandelingen met
de Palestijnen te staken en ronduit de kaart te trekken van Israël.

Ook nu weer verschijnen opinieartikelen in Amerikaanse kranten die het stappenplan naar vrede scherp veroordelen. De invloedrijke fractieleider van
de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden, Tom DeLay, waarschuwde op die manier dat de onderhandelingen met de Palestijnen leiden tot “een pact met de dood”. “Met onze steun voor Israël hebben wij gelijk en onze tegenstanders hebben ongelijk”, verklaarde DeLay in een toespraak voor een groep van rechtse christenen.

DeLay krijgt de steun van de belangrijkste Israëlische lobbygroepen en niet
minder dan 297 van de 435 afgevaardigden steunen zijn voorstel om van de
regering Bush te eisen dat eerst het Palestijnse geweld moet stoppen en
eerst de onafhankelijkheid van de regering-Abbas moet aangetoond zijn, vooraleer met de Palestijnen kan worden verdergepraat.

Bush’ politiek adviseurs waarschuwen voor ernstige electorale risico’s als
hij in de discussies rond de roadmap tegenover de Israëlische premier komt
te staan. Daarmee zou een unieke gelegenheid voorbijgaan om traditioneel liberale joodse Amerikanen naar het Republikeinse kamp te lokken.

Maar er zijn ook joden die ronduit voor de roadmap gewonnen zijn. Veertien
joodse vooraanstaanden stuurden eerder deze week een brief naar enkele leden van het Congres met de vraag Bush te steunen. Zij vinden dat deze historische kans op vrede niet gemist mag worden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift