Cariben willen meer aandacht van de VS

De Caribische eilanden hebben de
indruk dat ze niet meer meetellen voor de Verenigde Staten. Hun grote buur
heeft volgens hen geen oor voor de klachten over het enorme handelsdeficit
dat de eilandstaten in hun commerciële relaties met de VS boeken, en doet
moeilijk over de ontwikkelingshulp aan de regio.


Op 7 februari verlieten de ministers van Buitenlandse Zaken van de
Caribische Gemeenschap (Caricom) voortijdig het traditionele overleg met
Amerikaanse politici, een bijeenkomst die sinds de ontmoeting tussen de
voormalige Amerikaanse president Bill Clinton met de Caricom-staatshoofden
in 1997 twee keer per jaar wordt georganiseerd. De Caricom-ministers vonden
dat ze op een neerbuigende manier behandeld werden - de Amerikaanse minister
van Buitenlandse Zaken Colin Powell had niet meer dan twee uur tijd voor hen
- en waren ook verontwaardigd over de meeste standpunten die hun
gesprekspartners innamen. De Caribische landen vinden het bijvoorbeeld
ongehoord dat de VS blijven weigeren 600 miljoen dollar ontwikkelingshulp
vrij te maken voor het noodlijdende Haïti omdat de politieke partijen daar
er niet in slagen hun meningsverschillen bij te leggen.

Powell probeerde vorige week donderdag de brokken te lijmen in een
commentaarstuk in The Express, een krant die op Trinidad wordt gepubliceerd.
De gebeurtenissen van 11 september, waarbij ook veel mensen omkwamen die
afkomstig waren uit de Cariben en die verwoestende economische gevolgen
hadden voor de regio, hebben onze betrokkenheid met de landen hier
verhoogd, verzekerde Powell.

Maar het deficit dat de Caribische landen doen optekenen in hun handel met
de VS, verzuurt de relaties. Toen de VS en de Caricom-landen elkaar in 1984
in het kader van het Caribbean Basin Initiative (CBI) preferentiële
handelsvoorwaarden toestonden, was de handelsbalans tussen de ongelijke
partners nog ongeveer in evenwicht, maar sindsdien begon de verhouding
steeds meer in het voordeel VS door te slaan. Intussen hebben de VS zowat 19
miljard dollar meer verdiend aan de uitvoer van levensmiddelen en
elektronica naar de Caribische eilanden, dan wat die eilanden hebben
opgestreken met de verkoop van lederwaren, kledij en petroleumproducten aan
de States. Billie Miller, de minister van Buitenlandse Zaken van Barbados,
schrijft dat onevenwicht vooral toe aan het CBI. Net als zijn collega’s is
hij verbolgen dat een verbeterde versie van het programma, die meer
Caribische producten tegen preferentiële voorwaarden zou toelaten in de VS,
nu in de Amerikaanse senaat langzaam uitgekleed wordt.

De vermindering van de Amerikaanse ontwikkelingshulp aan de regio is in
relatieve termen nog veel flagranter. In 1985 hadden de VS nog 237 miljoen
dollar over voor de landen aan hun derde grens, eind 2000 was dat bedrag
teruggelopen tot 23 miljoen dollar. Veel te weinig, vinden de
Caricom-landen, vooral omdat de VS verwachten dat de eilanden bijdragen tot
de internationale strijd tegen het terrorisme, tegen de drugssmokkel en
tegen witwaspraktijken.

De Caricom-minsters zijn er ook niet over te spreken dat de regering-Bush de
Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank ervan probeert te overtuigen geen zachte
leningen of ontwikkelingshulp meer toe te staan aan de welvarende eilanden
Barbados en de Bahamas. Die twee landen argumenteren dat één orkaan genoeg
is om hun huidige rijkdom weg te blazen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift