China en Brazilië hertekenen samen Angolese hoofdstad

De Angolese hoofdstad Luanda ondergaat een echte metamorfose. Dat is niet alleen het werk van grote bedrijven uit China. Ook Brazilië speelt een belangrijke rol.

  • IPS/Mario Osava Borden in het Mandarijn illustreren de Chinese aanwezigheid in de bouw van het nieuwe Angola. IPS/Mario Osava

Luanda maakt indruk door zijn contrasten. Enerzijds rijden moderne auto’s er tussen duizenden grote gebouwen die vaak nog leeg staan of in aanbouw zijn. Anderzijds zijn er de vele sloppenwijken.

De stad is razendsnel gegroeid. Luanda, hoofdstad van een land dat pas in 1975 onafhankelijk werd, telde een half miljoen inwoners in 1970 en zit vandaag al aan meer dan zeven miljoen.

Chinese opschriften

Op tal van plaatsen waar nu gebouwd wordt, zijn Chinese opschriften en affiches te zien. Het toont hoe belangrijk de rol van China is in de bouw van het nieuwe Angola.

Het koninginnenstuk moet de Cidade de Kilamba worden, een nieuwe stad die 20 kilometer ten zuiden van Luanda een half miljoen mensen moet huisvesten. Er komen meer dan 80.000 appartementen in gebouwen van vijf tot dertien verdiepingen, met daarbij tientallen scholen, crèches, gezondheidscentra en winkels.

Ook de Braziliaanse bedrijven vallen op, vooral Odebrecht. Het voert cruciale werken uit om de stad van elektriciteit, water en wegen te voorzien.

Klachten over kwaliteit

Geen enkel Angolees bedrijf was in staat om dit te doen, zegt Pepetela, het schrijverspseudoniem van docent sociologie Artur Pestana. “De Chinezen bouwen veel sneller. Ze werken om beurten zonder te stoppen.” Bovendien financieren ze “bijna zonder interesten” en voor zeer lange termijnen.

De Chinese bedrijven nemen bijna geen Angolezen in dienst. En “er zijn ook veel klachten over de kwaliteit van het werk”, zegt Pepetela. De Braziliaanse bedrijven daarentegen “hebben blijkbaar geleerd uit enkele fiasco’s in het begin en vallen nu op door hun kwaliteit.”

De dominantie van Odebrecht, een Braziliaanse consortium dat in 35 landen actief is, begon in 1984, toen het een contract tekende om de waterkrachtcentrale van Capanda te bouwen. Als gevolg van de burgeroorlog kon die pas stroom beginnen te leveren vanaf 2004.

Golf van investeringen

Het einde van de burgeroorlog in 2002 bracht een golf van investeringen op gang. Met Chinees krediet en inkomsten uit olie begon Angola aan de heropbouw.

Odebrecht is nu betrokken bij de bouw van nog andere waterkrachtcentrales, maar ook bij de productie van bio-ethanol, de uitbreiding van het drinkwaternet in Luanda, de bouw van huizen en wegen en de ontginning van diamanten. Het controleert ook een netwerk van 29 supermarkten Nosso Super.

Odebrecht was het eerste Braziliaanse bedrijf dat niets met olie had te maken, dat in Angola aan de slag ging met een langetermijnvisie, zegt Victor Fontes, directeur-generaal van het Angolese elektriciteits- en waterbedrijf Elektra. Dat trok ook andere bedrijven aan, bedrijven die ook verder keken dan tijdelijke kansen.

Monopolie

Dat Odebrecht de Angolese ontwikkeling ter harte neemt, blijkt bijvoorbeeld uit het aantal Angolezen met belangrijke functies in het bedrijf, zegt Alexandre Assaf, directeur institutionele relaties. Vijf jaar geleden was maar 9 procent van de sleutelposten voor een Angolees, vandaag al 41 procent, onder wie Assaf zelf.

Fontes plaatst wel vraagtekens bij het quasi-monopolie van Odebrecht in sommige sectoren. Dat schaadt kleine en middelgrote Angolese bedrijven, zegt hij.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift