Cubaans proces tegen Amerikaanse "spion" van start

In Cuba start vandaag het proces tegen de Amerikaan Alan Gross. De 61-jarige Gross zit sinds eind 2009 in de cel. Havana beschuldigt hem van spionage.

Alan Gross werd op 3 december 2009 aangehouden toen hij probeerde terug te keren naar de Verenigde Staten. Het was zijn vijfde Cubareis in negen maanden.

Hij wordt ervan beschuldigd de onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Cuba in gevaar te hebben gebracht. Daar staat tot twintig jaar cel op.

De 61-jarige Amerikaan werkt voor het Amerikaanse bedrijf Development Alternatives (DAI), dat in diverse landen bij ontwikkelingssamenwerking betrokken is. Op het moment van zijn aanhouding werkte hij in onderaanneming voor Usaid, het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingssamenwerking.

Havana zegt dat Gross de Cubaanse oppositie “gesofisticeerde” communicatiemiddelen heeft bezorgd en sluit niet uit dat hij bij spionageactiviteiten betrokken was. Washington geeft alleen toe dat Gross naar Cuba reisde om er de kleine joodse gemeenschap te helpen bij internetaansluitingen.

Leiders van de joodse gemeenschap en van de Raad van Kerken in Cuba ontkennen dat ze contact hebben gehad met Gross.

Spanningen tussen VS en Cuba

De zaak-Gross deed de spanningen tussen de VS en Cuba opnieuw toenemen. “We hebben de Cubaanse regering duidelijk gemaakt dat de aanhouding van Alan Gross een belangrijke hinderpaal is om vooruitgang te boeken in de dialoog tussen onze beide landen”, zei Phillip J. Crowley, woordvoerder van Buitenlandse Zaken, begin december nog.

Washington trok vorig jaar 2,6 miljoen dollar (1,9 miljoen euro) uit voor de verdediging van Gross. Dat geld kwam uit de pot van 20 miljoen dollar (14 miljoen euro) die de VS in 2010 hadden bestemd voor de steun aan de democratie op het eiland.

“Gross werd niet opgepakt omdat hij jood is”, zegt de Cubaan Arturo López-Levy, hoogleraar aan de Amerikaanse Universiteit van Denver. Er reizen regelmatig joodse delegaties van de VS naar Cuba en verscheidene delegaties “hebben computers en gsm’s aan Cubaanse joden geschonken”, zegt hij.

“Toch maakt geen enkele van deze groepen deel uit van de strategie om Cuba een regimeverandering op te leggen, een strategie die werd afgekondigd via wetten die door het Congres van de Verenigde Staten zijn goedgekeurd.”

George W. Bush

López-Levy pleit voor een herziening van de hulpprogramma’s die de huidige Amerikaanse regering geërfd heeft van George W. Bush (2001-2009).

De Wet voor de Democratie op Cuba, goedgekeurd in 1992, zette het licht op groen voor financiële hulp aan personen en organisaties die werken aan “een democratische, niet-gewelddadige verandering” op het eiland.

Sinds de komst van Bush is “de begroting om een sociale oppositie te creëren, gelieerd aan de belangen van Miami (stad waar de meeste Cubaanse ballingen wonen) en van het Witte Huis, duizelingwekkend gestegen: van 3,5 miljoen dollar (2,5 miljoen euro) in 2000 naar 45 miljoen dollar (32 miljoen euro) in 2008”, zegt de Cubaans-Amerikaanse advocaat José Pertierra.

Lees ook: Amerikaanse “spion” ruilen tegen Cubaanse Vijf?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift