De nieuwe coöperatie: microkrediet in Manica

‘Het is belangrijk de idee van coöperatief ondernemen, gebaseerd op het principe van reciprociteit, te bestuderen, uit te breiden en opnieuw uit te vinden,’ schrijft Walter Lotens in zijn nieuwe boek ‘De nieuwe coöperatie tussen realiteit en utopie’. Ook in landen van het Zuiden is de coöperatieve gedachte al zeer lang aanwezig, misschien niet als term maar zeker in de feiten.

Lotens boek is een journalistieke zoektocht naar allerlei bewegingen en alternatieven, groot en klein, die een intermediaire maatschappelijke ruimte proberen in te nemen en die zich op het kruispunt van verschillende relaties bevinden: tussen staat en burgers, tussen de lokale gemeenschap en de nationale staat, tussen het economische en het sociale.

Na een ronde van België via Apache, De Roma, Rataplan, De Wrikker, de Krikker, Ecopower, Elcker-Ik, Terre en Autre Terre, De Wereld Morgen en de Groene Waterman, doorkruiste de auteur de wereld: van Bolivia, Nicaragua, Ecuador en Brazilië naar Suriname, over Mozambique, de Canadese Caisses-Desjardins naar de Spaanse gemeenten Mondragón en Marinaleda, het Italiaanse Emilia Romagna, via de familistère van Godin in het Franse Guise tot aan zijn vertrekpunt, het Antwerpse Borgerhout.

De auteur probeert de polsslag te voelen van de concreet-utopische onderstroom op het vlak van anders gaan werken in tijden van neoliberalisme, zowel in het Noorden als in het Zuiden, en wil die twee werelden dichter op elkaar betrekken.

Als voorsmaakje van Lotens’ werkwijze brengen we in voorpublicatie een passage over hoe gewone Mozambikanen in Manica invulling geven aan werken met een roterende microkredietsysteem. Het is maar een van de vele “kleine revoluties” zoals Rik Pinxten het noemt, die de veerkracht van onderuit zowel in het Noorden als in het Zuiden illustreren, maar die al te vaak onder de persradar blijven hangen.

 

Microkrediet in Manica

Vanuit Chimoio, de vierde stad van het land, rijden we oostwaarts in de richting van Zimbabwe. We zijn in Mozambique in de provincie Manica en het is 2004. Deze gevaarlijke en drukke weg verbindt de kustplaats Beira aan de Indische Oceaan met Harare, de hoofdstad van Zimbabwe. Het landschap is betoverend. Ik bewonder de Afrikaanse luchten. De natuur in de provincie Manica is bijzonder mooi.

Halfweg tussen Chimoio en de grens met Zimbabwe ligt de Chicamba Real Dam van waaruit je een goed uitzicht hebt op het Vumbagebergte. We rusten even uit op het terras van Msika Motel en kijken naar het uitgestrekte stuwmeer van waaruit grillige takken naar de al even grillige wolkenhemel grijpen. Op een glooiend grasveld doen vijf geitjes ingespannen hun graaswerk. Een leeg zwembad wenkt uitnodigend naar de al even lege verblijven met rieten dak. Het is nochtans weekend. Dit is ook Mozambique: een prachtige omgeving met een goede infrastructuur waarvan voorlopig niemand gebruikmaakt. Wij hebben echter geen toeristische bedoelingen met deze rit.

In de verte worden de contouren van het Chimanimanigebergte zichtbaar. Het wordt allemaal even minder mooi wanneer we op een lekke band getrakteerd worden. Rondreizen in Mozambique is geen sinecure. Meer dan 800.000 vierkante kilometer – bijna dertig keer België – en bijna geen (goed berijdbare) wegen. En dan zijn er nog de chapas, amechtige busjes die tegen machosnelheid over de zwaar geaccidenteerde wegen razen, om de bonafide chauffeur grijze haren te bezorgen. Vanaf Chua duiken we van het asfalt en moet de vierwielaandrijving van onze jeep haar zware werk doen. De zeer gebrekkige wegeninfrastructuur maakt het binnenland vrijwel ontoegankelijk zonder 4x4. In Penha Longa, dicht bij de grens met Zimbabwe, zag ik zeer jonge kinderen die uren moesten lopen naar een aftands schoolgebouw om hooguit drie uur les te krijgen. De overige uren van de dag waren voor andere leerlingen. De wegen in sommige delen van Afrika worden vaak meer belopen dan bereden. De ideale training voor langeafstandlopers.

Aan het stuur zit Han Theyssens: veertig jaar, vaardig chauffeur, ingenieur en FOS-coördinator in Mozambique. Naast hem Anna, animatrice van de Mozambikaanse ngo Associação Kwaedza Simukai Manica (AKSM), die samenwerkt met het Belgische Fonds voor Ontwikkelingssamenwerking. Zij converseren in het Portugees. Ik heb achteraan postgevat en luister naar hun gesprek. Ze bespreken de laatste ontwikkelingen van de micro-poupança in Manica waarvan Chua slechts een onderdeeltje is. Het Fonds voor Ontwikkelingssamenwerking ondersteunt de werking van AKSM sinds 1980.

We volgen hotsend en botsend een veldweg tot we tot mijn verrassing plots tussen enkele huisjes belanden. Drie honden en een kakelende kip begroeten ons. Deze verzameling van eenvoudige hutjes heet blijkbaar Chua. Wij worden verwacht, want rond een grote boom heeft zich een groot aantal mensen verzameld. Het is een kleurrijke verzameling van hoofdzakelijk vrouwen en enkele oudere mannen. Ook hier speelt weer hetzelfde fenomeen als bij Soynica en op zoveel andere plaatsen: vrouwen vormen de drijvende kracht. Iedereen kijkt ernstig. Wij worden plechtig begroet, in de eerste plaats Han en Ana. Ik speel dankbaar mijn bescheiden rolletje van waarnemer mee, want wie krijgt nog ooit de kans om in de Mozambikaanse middle of nowhere aanwezig te zijn bij de werking van een microkredietgroep. Ik schat dat er ongeveer twintig volwassenen aanwezig zijn, zonder een aantal jengelende bengels mee te tellen. Er is blijkbaar een dame die de leiding heeft. Het lijkt wel op een ritueel. Een voor een roept ze de spaarders in een voor mij onverstaanbare taal naar voren. Het is blijkbaar het begin van een nieuwe cyclus, want iedereen moet opgeven hoeveel meticais zij of hij wekelijks wil sparen. Een oudere vrouw noteert het bedrag zorgvuldig in een kasboek en het geld wordt dadelijk in de kassa gedeponeerd. Iedereen volgt de handelingen, rechtopstaand. Alleen een zeer oude man zit op een stoel met een paraplu in de hand. Het lijkt wel op een plechtige stembusverrichting. De kassa zelf is een stevige metalen bus met een gleuf: eeen groot spaarvarken op dorpsniveau.

‘Die spullen worden meestal gemaakt door de lokale smid’, fluistert Han me toe. ‘Dat is stevig materiaal, dat breek je niet zomaar open. Er is bovendien een zeer streng toezicht op de kassa. Ik herinner me de anekdote van een kerel die met geleend geld verdween en zo de helft van het dorp achter zich aan kreeg. Drie dorpelingen zijn meestal de schatbewaarders: iemand die de kassa bijhoudt, een verantwoordelijke met een sleutel en nog een met een tweede sleutel. Je weet maar nooit. De drie dorpelingen moeten samen aanwezig zijn om het spaarvarken open te maken.’

Ik hoor dat het om zeer kleine bedragen gaat. Ik begrijp dat wie een week niet kan betalen de week daarop dubbel inlegt. Han licht het systeem verder toe: ‘Na enkele weken kunnen leden van de spaargroep kleine leningen aangaan om kippen, geitjes of bijvoorbeeld jeansbroeken te kopen. De regels voor de terugbetaling worden door de deelnemers zelf bepaald. Ook de interestvoet dus, en die kan tot tien procent per maand bedragen. De meeste spaarders vinden dat niet hoog omdat het toch maar over een periode van een maand gaat.’

En er zijn nog andere procedures, leer ik. Een spaarcyclus duurt meestal niet meer dan zes maanden. Wanneer iemand niet op tijd terugbetaalt, moet hij of zij een boete betalen waarvan de grootte door de groep wordt bepaald. Het ownership van het geld ligt dus volledig in handen van de spaarders zelf. ‘Op het einde van de cyclus wordt het gespaarde geld terugbetaald aan iedereen en wordt de verdeling gemaakt van de interesten en van de betaalde boetes. Dat is een hele bedoening’, zegt Han, maar hij voegt er dadelijk aan toe: ‘De afsluitmomenten van zo een cyclus zijn vaak heuse feesten en momenten van verhoogde economische activiteit. Ik heb geweten dat een man kuikens kocht en die tegen de terugbetaling als volwaardige kippen verkocht, wetende dat op dat moment verschillende mensen over voldoende geld beschikten om zich zo een aanschaf te kunnen permitteren.’

Als die cyclus van ongeveer zes maanden rond is en de kassa leeg, herbegint alles gewoon. In de marge van dit spaargebeuren organiseert de AKSM aangepaste alfabetiseringscursussen die helpen om de spaarkas te beheren. En van het een komt het ander: er worden uitwisselingen georganiseerd tussen verschillende kassen, maar ook individuele spaarders krijgen begeleiding bij de uitvoering van deze microspaaractiviteiten.

De dorpelingen van Chua hebben natuurlijk Self-help by the People van Georg Jacob Holyoake niet gelezen, maar zij passen wel op een perfecte manier de twee basisprincipes van de Rochdale-pioniers toe: self-help en het elkaar onderling helpen. In Chua gaat het om groepssparen om een individuele lening te bekomen. De term ‘krediet’ is hier in zekere zin misleidend omdat de spaarcentjes door alle leden worden opgehoest, en dan met een beurtrol aan elk van de leden worden ‘gegeven’. De voorwaarde om geld te krijgen is echter dat deelnemers aan het systeem participeren in het voordeel van alle anderen, wat eigenlijk neerkomt op een ‘terugbetaling’ van het krediet.

Ik beleefde enkele ontroerende momenten daar in Manica. Ook Han Theyssens vindt het systeem van kleine cooperativas de poupança y crédito waarmee FOS op verschillende plaatsen in het Zuiden werkt, een successtory. Dat blijkt ook uit de respons in Mozambique. Gewone dorpelingen kunnen voor een kleine lening niet in het normale bankcircuit terecht, omdat zij geen garanties kunnen voorleggen. Dus moeten ze het anders aan boord leggen.

Han Theyssens: ‘Op een jaar tijd zijn we van vier spaarkasjes naar zeventig gegaan. Altijd op dezelfde eenvoudige basis. De boom van het initiatief dreef AKSM ertoe de verschillende kleine spaarkassen te organiseren en te doen aansluiten bij een nationale organisatie van spaarkassen. Hierdoor werd het mogelijk om te wegen op de nationale wetgeving rond kredietverlening. De ngo vertegenwoordigt op dat niveau de verschillende kassen en wordt ondertussen als een expert beschouwd op het vlak van het ondersteunen van microkrediet. Nationale instanties maken intussen duchtig gebruik van de expertise van AKSM.’

Ook internationaal zit het systeem van microkredieten in de lift. Zeker nadat de Verenigde Naties 2005 uitgeroepen hebben tot ‘jaar van het microkrediet’ en nadat in 2006 een pionier van microkredieten in Bangladesh, de Grameen Bank en haar oprichter Muhammad Yunus, samen de Nobelprijs voor de vrede hebben ontvangen. Deze bank is intussen ongetwijfeld het meest gekende voorbeeld van de solidaire lening: kleinschalig geld lenen zonder onderpand te ontvangen en zonder te zwaaien met ingewikkelde formulieren.

Wat ik in Manica gezien heb, is een mooi voorbeeld van een volledig gedecentraliseerd financieel systeem van onderuit. Meer naar onder dan in Chua kun je niet gaan. Eigenlijk is het een informeel systeem van het tontinetype. Hoewel de term ‘tontine’ verwijst naar een spaarsysteem dat door de Italiaanse bankier Lorenzo Tonti in Napels in 1653 werd ontwikkeld, gelijkt het volgens Jacques Defourny wonderwel op een specifiek inheems, voorouderlijk fenomeen. (Defourny e.a., 1999, p. 66) Verwonderlijk is dat natuurlijk niet. Het Zuiden heeft niet gewacht op het licht uit het Noorden om zich solidair te organiseren. ‘Onderlinge hulp’ is een basisbegrip voor grote groepen, zowel in het Noorden als in het Zuiden, dat het als overlevingsstrategie hanteert.

Jacques Defourny: ‘De sociale samenhang tussen de leden is er een fundamenteel kenmerk van. Een tontine wordt opgezet met groepen van familieleden of vrienden, mensen van een gelijke geloofsovertuiging, of mensen die een politieke of sociale relatie hebben. Die samenhang is belangrijk, want het systeem is gebaseerd op vertrouwen en het gegeven woord van de leden.’ (Defourny, 1999, p. 67) Een tontine is, zoals een coöperatie, veel meer dan een systeem. Zo een systeem kan alleen functioneren in een sociale omgeving waar reciprociteit en wederzijds vertrouwen sterk ingebakken zitten, zoals in de Stokvels in Zuid-Afrika of de kasmoni, roterende kredietorganisaties bij creoolse vrouwen in Suriname, waarover ik het al in de inleiding had. Een roulerend spaarsysteem als kasmoni wordt in de literatuur aangeduid met de afkorting ROSCA, dat staat voor Rotating Saving and Credit Association. Het komt voor in samenlevingen die zich bevinden op de overgang van een agrarisch naar een monetair systeem. Het is een manier van de deelnemers om zich te handhaven in een samenleving waar geld een steeds belangrijkere rol gaat spelen.

Niet alleen in Afrika zijn er tontinepraktijken. Ook in vele andere zuiderse landen bestaan er vergelijkbare vormen. In Latijns-Amerika zijn dat de panderos of juntas, op Curaçao sam, in Japan ko, in China ho, in Nigeria esusu en op Java arisan. Als die systemen in het Zuiden al bestaan, is het dan wel nog van belang dat ngo’s uit het Noorden zich inspannen om spaaren kredietcoöperatieven te stimuleren?

Het antwoord van Jacques Defourny is volmondig ‘ja’: ‘Ook al waren er al vóór de koloniale periode vormen van solidariteit, onderlinge bijstand en coöperatie in het Zuiden, een nieuwe solidaire economie ontstond er pas wanneer zich, zoals in het Noorden, een complexe kapitalistische economie ontwikkelde met de bijbehorende sociale relaties.’ (Defourny e.a., 1999, p. 88)

Uit: Walter Lotens, De nieuwe coöperatie tussen realiteit en utopie, LannooCampus, Leuven, 2013, 288 blz. ISBN 978940113268, 24,99 euro

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.