De straatkinderen van Lubumbashi

Mutoto vzw en de missionaris Eric Meert vangen in hartje Lubumbashi door hun familie verstoten kinderen op. De kinderen worden altijd ontvangen met open armen, maar moeten wel verantwoordelijkheid opnemen en de kansen grijpen die ze krijgen. Freelance fotograaf Willemjan Vandenplas ging er op bezoek en maakte een fotoreportage van Mutoto.

  • Willemjan Vandenplas Deze jongen vertelt dat hij een weeskind is. Hij werd opgevangen bij zijn grote broer in de buurt Brondo. Nadat zijn broers en zussen ook ziek waren geworden, beschuldigde zijn oudere broer hem ervan dat hij zijn familieleden had betoverd. De jongen belandde daardoor op straat. Hij kwam terecht in Bakanja Ville. De sociaal assistenten brachten hem weer in contact met zijn oudere broer, maar daar was hij niet meer welkom. Na een contact tussen de sociaal assistenten en zijn oudere broer vertelde die dat zijn kleine broer geld had gestolen en dat hij niet meer was teruggekomen. Willemjan Vandenplas
  • Willemjan Vandenplas Deze jongen is zelf thuis vertrokken omdat hij leed onder de behandelng van zijn stiefmoeder en zijn vader. Hij had niets thuis, daarom ging hij geld stelen en vertrok hij regelmatig van huis om op straat te gaan leven. Hij koos zelf om niet meer thuis te wonen. Daarop werd hij door zijn stiefmoeder beschuldigd een tovenaar. Toen zijn vader militaire dienst deed, liep hij voor vier maanden weg van huis. Nu woont hij in Bakanja Ville. Willemjan Vandenplas
  • Willemjan Vandenplas Deze jongen vertelt dat zijn moeder gestorven is, zijn vader verdwenen is in de wildernis en dat zijn grootmoeder de kleinkinderen niet meer wilde helpen. Hij leeft op straat, samen met met zijn kleine broer van 8 jaar. Ze vertellen dat ze vaak geslagen werden thuis. Onderzoek door e sociaal assistenten van Bakanja Ville wees uit dat de kinderen naar een sjamaan werden gestuurd omdat de grootmoeder dacht dat ze betoverd waren. Enkele dagen later kwamen ze terug van de sjamaan en werden ze ook door hun tante verjaagd. Nu worden ze opgevangen in Bakanja Ville. Willemjan Vandenplas
  • Willemjan Vandenplas Deze jongen vertelt dat zijn moeder gestorven is en dat zijn vader wou bidden voor haar. De jongen wou niet mee bidden, waarop zijn vader hem verantwoordelijk stelde voor de dood van zijn vrouw. De jongen wou naar eigen zeggen niet mee bidden omdat hij veel te veel honger had. Daarna belande de jongen op straat en werd hij opgevangen in Bakanja Ville. Willemjan Vandenplas
  • Willemjan Vandenplas De jongen vertelt dat na de dood van zijn vader, die militair was, zijn moeder achterbleef met zijn broers en zussen. De moeder had niet genoeg geld om de kinderen te onderhouden en daarom zocht ze een nieuwe man. Deze man zei dat zij moest kiezen tussen haar kinderen of haar relatie. De moeder koos voor de relatie en stuurde haar kinderen zonder reden naar Lubumbashi, waar ze op straat terecht kwamen. De jongen werd opgenomen in het weeshuis St-Michel, maar daar werd hij verdacht van tovenarij. Hij vertrok er en kwam terecht in Bakanja Ville. Willemjan Vandenplas
  • Willemjan Vandenplas Om de drie dagen krijgen de kinderen een portie bonen die door een van de oudere bewoners wordt bereid. Willemjan Vandenplas
  • Willemjan Vandenplas Na de maaltijd doen de ouderen de afwas. Willemjan Vandenplas
  • Willemjan Vandenplas Om de 3 maanden worden de ouders uitgenodigd op een spektakel. Hier zijn de kinderen in volle voorbereiding. Doel is om de kinderen weer in contact te brengen met hun ouders en om de ouders bewust te maken van hun verantwoordelijkheid. Willemjan Vandenplas
  • Willemjan Vandenplas Angst hebben ze niet meer na al die jaren op straat: de kinderen doen de grootste acrobatieën en klimmen overal op. De speelplaats is het terrein waar ze hun gedachten kunnen verzetten en bouwen aan hun leven. Willemjan Vandenplas
  • Willemjan Vandenplas Ook de dagelijkse was en plas moet gebeuren. Er zijn gemeenschappelijke douches waar de ouderen die al werken zich kunnen wassen. Ook helpen ze elkaar bij het scheren. Hoe ouder de jongeren zijn, hoe meer dat ze worden gestimuleerd om zelfstandig te zijn en samen te werken met hun lotgenoten. Willemjan Vandenplas

Tijdens de jaren 1990 vergleed Congo in een diepe politieke, economische en sociale crisis. Eén van de kwalijke neveneffecten daarvan is de straatkinderenproblematiek.

Tot begin jaren 1990 was het probleem vrijwel verwaarloosbaar. In 1994 echter leefden al 400 kinderen op straat in Lubumbashi. Statistieken tonen aan dat in Lubumbashi iedere dag een nieuw kind op straat belandt. Vandaag zijn het er zo’n 3000. In de hoofdstad Kinshasa wordt het aantal straatkinderen zelfs geschat op 20.000.

De zwakste schakel

Armoede is de omvattende en dus de voornaamste oorzaak van de straatkinderenproblematiek. Door de economische malaise, werkloosheid en achterstallige lonen (tot 24 maanden!), kunnen moeders hun kroost slechts een enkele maaltijd per dag aanbieden, sommige zelfs eenmaal om de twee dagen. Daarenboven is het onderwijs niet gratis.

Wordt de financiële druk op het gezin onhoudbaar, dan vormen de kinderen als zwakste schakel in het gezin, vaak de eerste slachtoffers: ouders sturen hun kind van huis weg. Soms kiezen kinderen er ook zelf voor op straat te gaan leven in navolging van kameraadjes. Het is een jammerlijke realiteit dat een kind dat op straat leeft, in staat is zichzelf beter te voeden dan thuis.

Een etnisch gemengd huwelijk, overlijden van de partner en hertrouwen leidt vaak tot conflictsituaties tussen kinderen en hun stiefouders. Situaties waarbij de nieuwe partner alleen wil hertrouwen als de moeder de kinderen van haar vorige partner verstoot, mishandeling door de stiefouder of de slechte verstandhouding met de stiefouder, zorgen er eveneens voor dat kinderen op straat belanden.

Waar in de traditionele Afrikaanse familiestructuur wezen als een evidentie werden opgenomen door de familieleden, heeft de economische malaise dit sociaal vangnet uitgehold. Familieleden zijn niet langer in staat de bijkomende financiële last van een kind te dragen. De continu verslechterende sociale en economische situatie heeft de Congolese bevolking niet enkel fysiek, maar ook mentaal aan de rand van afgrond gebracht. Ouders verliezen hun geloof in de traditionele godsdiensten en gaan voor een oplossing van hun problemen ten rade bij sekten en charlatans, die in deze moeilijke tijden een ware bloei kennen. Vaak leggen deze de oorzaak voor werkloosheid, misoogst, ziekte of overlijden bij een kind. Als zwakste schakel in het gezin is het kind-tovenaar niet in staat zich te verdedigen en wordt door de ouders het huis uitgedreven.

Op straat

Leven op straat impliceert in de eerste plaats de mogelijkheden vinden om voedsel te vergaren. Diverse manieren dienen zich aan: bedelen, stelen, prostitutie of… werken. Inderdaad, tal van kleine werkjes stellen de kinderen in staat voedsel te kopen: schoenen poetsen, bewaken van wagens en eigendommen, schoonmaken, verkopen van waren, transport van goederen,…

Overdag zijn ze dan ook te vinden in het commerciële hart van de stad, op de markten of in de omgeving van de grote magazijnen. Bij het vallen van de nacht verlaten de straatkinderen vaak de plaats waar ze hun brood verdienen en trekken naar andere plaatsen waar ze min of meer beschut de nacht kunnen doorbrengen. Veranda’s van magazijnen, kiosken of onder de toonbanken op de markten zijn geliefkoosde plaatsen. Vaak slapen ze enkel op een stuk karton, al dan niet rond een vuurtje want dekens hebben ze niet.

Op straat is het kind nog meer dan thuis blootgesteld aan tal van ziektes. Mogelijkheden om zichzelf of hun kleren te wassen biedt de straat niet. Besmetting door diarree, dysenterie, cholera, schurft, malaria, tyfus, tuberculose en zelfs aids is het lot van vele straatkinderen.

Op straat leeft het kind zonder morele beperkingen. Geweld, wantrouwen, ongehoorzaamheid en gebrek aan respect zijn eigen aan het leven in de straat. Scheld- en vechtpartijen zijn snel uitgelokt, diefstal is voor hen een uitdrukking van intelligentie en handigheid.

Hoewel het in moeilijke omstandigheden leeft, probeert het kind op de straat steeds een afleiding te creëren om zich te ontspannen. Er wordt met de kaarten gespeeld, geflaneerd langs de vitrines van winkels gevechtssporten beoefend. Meer en meer proberen ze ook aan hun ellende te ontsnappen door het slikken van Valium, snuiven van oplosmiddelen, roken van hennep of drinken van lutuku (inlandse whisky).

Mutoto

Mutoto, opgericht begin 2003, is een vereniging met 13 jonge en ethousiaste kernleden met daarrond vele vrijwilligers die zich op dit ogenblik voornamelijk inzetten voor de ondersteuning van de Congolese ngo Oeuvres Maman Marguerite.

Mutoto wil een actieve medespeler zijn in de Noord-Zuid-werking door in Vlaanderen aandacht te vragen voor, informatie te geven over én middelen in te zamelen voor werkingen die op een structurele wijze én door het aandragen van duurzame oplossingen een positieve inbreng kunnen hebben voor sociaal uitgestotenen in het zuiden.

Mutoto kiest voor haar activiteiten en methodieken een ludieke en positief ingestelde stijl. Het is haar overtuiging dat door het welbevinden van de aangesprokenen en door het aangename karakter van haar activiteiten, gerichtere resultaten in de noord-zuid-verhouding kunnen bereikt worden dan door belerend onderricht of het opwekken van eenduidige meelevendheid.

Regelmatig gaan ook medewerkers van Mutoto als vrijwilliger tijdelijk ter plaatse hun medewerking aanbieden. In die gevallen gaat dan steeds om concrete en welomschreven opdrachten die, in nauw overleg aangestuurd, aanvullend bij de plaatselijke werking zijn en die door de extra mankracht elementen aan de werking toevoegen die anders geen realisatiekans hadden gekregen.

Op dit ogenblik spitst de werking van Mutoto zich toe op het ondersteunen van de Congolese NGO “Oeuvres Maman Marguerite”. Deze NGO richt zich tot de ondersteuning en opvang van straatkinderen in Lubumbashi, provincie Katanga, Congo. De “Oeuvres Maman Marguerite” probeert via drie niveau’s en in verschillende centra structurele ondersteuning en duurzame ontwikkeling aan te bieden aan jongeren die omwille van armoede of het stigma ‘heksenkind’ het huis werden uitgewezen en op de straat leven en slapen.

Het eerste niveau van de werking van de Oeuvres Maman Marguerithe is het actief opsporen en uitnodigen van de naar schatting 800 straatkinderen in de stad en hen uit te nodigen gebruik te maken van de diensten van het open opvangtehuis Bakanja Ville. Daar kunnen de jongeren dagelijks terecht voor het kaarmaken van hun maaltijd, voor het nemen van een douche, voor sport, spel en ontspanning en voor bescheiden onderricht. Daar vinden ze ook, indien zij dit willen, een slaapplaats.

Jongeren die na een minimumperiode van actief bezoek aan Bakanja Ville de intentie uitspreken definitief de straat en het aanwezig gevaar van drugs en kleine criminaliteit, te willen verlaten, kunnen doorgroeien naar het volgende niveau: Bakanja Centre, even buiten de stad. Hier vinden de jongeren een internaat en een gratis lagere school.

Op een derde niveau kunnen de jongeren, afhankelijk van hun mogelijkheden, een bescheiden beroepsopleiding (lassen, tuinbouw, bouw, loodgieterij, automechanica, artisanaat…) of een officiële beroepsschool volgen in een van de eigen aangepaste opleidingscentra of scholen.

Gedurende hun ganse loopbaan bij de “Oeuvres Maman Marguerite” tracht de sociale dienst de jongeren terug te integreren in de familie. Vaak lukt dit. Die jongeren die uiteindelijk niet in de eigen familie kunnen/mogen terugkeren, kunnen terecht in een aantal gezinsvervangende huizen. Wanneer jongeren zich later beroepsmatig willen vestigen, blijft ondersteuning aanwezig.

Via deze ganse cyclus worden ongeveer 3.000 jongeren van Lubumbashi op structurele en duurzame wijze bereikt en ondersteund in hun ontwikkeling.

Voor Mutoto is deze werking het aangewezen instrument om haar intentie, energie en enthousiasme op een doelmatige wijze gestalte en richting te geven. Mutoto is dan ook bijzonder fier een hechte partner geworden te zijn van dit werk dat reeds sinds 1994 een bundeling van verschillende deelwerkingen voor straatkinderen van Lubumbashi koepelt.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift